Martijn Dekker: ‘Jongeren horen niet aan de zijlijn te staan’
- Interview
- Ontmoeting
Martijn Dekker (25) bruist van de energie en het enthousiasme. Als jongerenwerker in De Rank (GKv Zuidhorn) doet hij er alles aan om jongeren te laten zien dat ze het met evangelie ‘goud in handen hebben’.
Martijn Dekker: ‘Ik denk dat God non-stop aan het werk is in de wereld en dat het de uitdaging van de kerken is om aan te wijzen waar Hij dat precies doet.’ (beeld Annemarie Martini/FotoMartini)
Martijn is er druk mee. Hij geeft catechisatie, gaat in gesprek met jongeren, schuift aan bij verschillende jeugdverenigingsgroepen en spreekt bijna wekelijks in een kerk – waarvan één keer per maand in zijn eigen kerk. Ook organiseert hij twee tot drie jeugdkampen per jaar en allerlei andere activiteiten. Tot slot doet hij van alles op beleidsmatig vlak: vergaderen, rapportages schrijven, onderzoek doen. Momenteel is hij een nieuwe visie aan het ontwikkelen op het jeugdwerk in de gemeente. Een derde van de 1300 gemeenteleden in Zuidhorn is onder de 25; de groep waar hij zelf mee werkt, bestaat uit 300 jongeren.
Maar dat weet ik allemaal nog niet wanneer ik van het stationnetje naar de kerk loop. Ik moet een beetje grinniken om de groene bordjes die me de weg wijzen naar de ‘Gereformeerd vrijgemaakte kerk’. Mensen zie ik bijna niet, iets wat ik niet gewend ben in Amersfoort. Op de route staan mooie, statige huizen, maar de sfeer lijkt wat mistroostig, zeker wanneer ik langs een antikraakpand loop; een oude basisschool waar de vrolijke, half uitgewiste tekeningen op de ramen getuigen van een levendigheid die momenteel ver te zoeken is. Eenmaal in de kerk schenkt Martijn mij een kopje kerk-koffie in. We nemen plaats in een vergaderzaaltje dat hij vijf dagen per week gebruikt als werkplek. Het zaaltje is even inspirerend als een stoeptegel, zoals de meeste kerkenraadskamers. Ik houd mijn jas aan, want de verwarming is nog maar net aangezet.
Je bent in Hasselt opgegroeid. Hoe ben je hier in Zuidhorn verzeild geraakt?
‘In het laatste jaar van mijn opleiding (hbo-theologie aan de Gereformeerde Hogeschool te Zwolle) kreeg ik de vacature voor jongerenwerker in deze kerk onder ogen. Op dat moment woonde ik net met mijn vrouw Aline in Zwolle. Vacatures voor jongerenwerkers zijn er niet veel. Ik zag het eigenlijk helemaal niet zitten, Zuidhorn is zo ver weg! Maar Aline overtuigde me ervan toch te solliciteren. Uiteindelijk werd ik aangenomen. Achteraf zie ik dat als leiding van God; Hij maakte mij duidelijk dat ik hier moet zijn. En ik heb er absoluut geen spijt van. In de drie jaar dat ik hier zit, ben ik ontzettend gegroeid als jongerenwerker.’
Ik zie overal in het dorp bordjes die me de richting wijzen naar verschillende kerken. De kerk heeft nog een vaste voet aan de grond in deze regio. Is dat makkelijk werken voor een kerkelijk jongerenwerker, of niet?
‘Het is wel prettig dat hier niemand gek kijkt wanneer ik vertel dat ik in de kerk werk. Maar ook hier is geloven een stuk minder vanzelfsprekend geworden.’
Dus de ‘grote boze wereld’ is ook tot Zuidhorn doorgedrongen?
‘Als kerken hebben we er een handje van om het over ‘de wereld’ te hebben, al dan niet groot, boos, vies of naar. Dan vergeten we even dat op zondag de wereld gewoon in de kerk zit, ook hier in Zuidhorn. We zijn allemaal onderdeel van de wereld, dus de wereld veroordelen is een deel van alle mensen en gelovigen veroordelen. Bovendien is die wereld niet alleen maar groot en boos. Er is ook heel veel moois te vinden: prachtige ontwikkelingen waar kerken zich bij aan kunnen sluiten. Zonder competitie- of evangelisatiedrang, zij aan zij met andere kerken en organisaties je inzetten voor een betere wereld. “Verkondig het evangelie, desnoods met woorden”, daar kan ik me goed in vinden.’
‘Dat is precies wat Jezus deed en wat er van ons wordt gevraagd’
Welke ‘prachtige ontwikkelingen’ zie je?
‘Volgens mij is het overal om ons heen… Neem bijvoorbeeld zo’n evenement als Serious Request. Daar kun je je als kerk van harte bij aansluiten. Dat hebben we hier dan ook gedaan, met verschillende acties en een tentdienst voor Serious Request, in samenwerking met andere kerkgenootschappen in deze regio. Dan zijn er allerlei aanknopingspunten om te vertellen over het evangelie. Neem de jonge Tijn, die nagels ging lakken voor geld. Hij is stervende en toch ziet hij de waarde in van je inzetten voor een ander, als iets wat zelfs belangrijker kan zijn dan je eigen leven. Daarin zie je het evangelie werkelijkheid worden, dat is precies wat Jezus deed en wat er van ons wordt gevraagd. Dat is het goud van het evangelie. En dat is heus niet alleen verborgen in de kerken. Ik denk dat God non-stop aan het werk is in de wereld en dat het de uitdaging van de kerken is om aan te wijzen waar Hij dat precies doet.’
Hoe vertaalt dit zich naar het jongerenwerk in de kerk?
‘Zelf denk ik dat kerk zijn niet alleen maar op zondag tijdens de diensten tot uiting komt, maar vooral in alles wat er tussen de zondagen gebeurt. Ik werk met een groepje jongeren die als randkerkelijk gezien kunnen worden, omdat ze nooit meer naar de diensten komen. Ze komen regelmatig bij ons over de vloer om samen te eten en te praten. Dat is voor hen kerk en zo zie ik dat onderhand ook. Dat is absoluut niet minder waard dan een zondagse kerkdienst, juist niet. Het is heel belangrijk om bij jongeren te blijven benadrukken dat kerk zijn niet alleen op zondagochtend plaatsvindt. Want veel jongeren gaan niet graag naar de kerkdiensten. Als ze dan horen dat het daar niet van afhangt, valt er een last van hun schouders. Dat heb ik vaak meegemaakt.’
Wat drijft jou als jongerenwerker?
‘Ik wil laten zien dat we met het evangelie goud in handen hebben. Als we vanuit het evangelie gaan leven, door de nieuwe wereld van God bij de mensen te brengen en het goede te doen – dan doet dat wat met die mensen en met onszelf. Dat merk ik als ik op de preekstoel sta op zondag, maar ook in het contact met jongeren. Als we vrijwilligerswerk doen in het verzorgingstehuis hier, dan bloeien zowel de ouderen als de jongeren op. Dat is de kern en de vreugde van het evangelie: dat het jezelf en anderen doet opbloeien. Dat is puur goud.’
Met het evangelie goud in handen hebben – heb je dat altijd al zo ervaren?
‘Nee. Ik heb een periode gekend, rond mijn 14de, dat ik me juist tegen de kerk en God afzette. Enerzijds omdat ik de kerk hopeloos ouderwets vond en anderzijds omdat in één jaar mijn opa, mijn oma en een nichtje van 10 overleden. Ik kon daar geen liefdevolle God in zien. Ik sprak er veel over met mijn vader en gaandeweg keerde het verlangen naar God terug. Uiteindelijk hervond ik mijn geloof en al gauw wist ik: hier wil ik mijn werk van maken.’
Martijn Dekker: ‘Neem zo’n evenement als Serious Request. Daar kun je je als kerk van harte bij aansluiten. Dat hebben we hier dan ook gedaan, met verschillende acties en een tentdienst.’ (beeld Arend Jan Zwarteveen)
Je hebt ook preekbevoegdheid. Ga je vaak voor?
‘Maandelijks sta ik drie of vier keer ergens op een podium, waarvan één keer in mijn eigen kerk. Preken vind ik echt fantastisch om te doen. Ik sluit niet uit dat ik ergens in de toekomst dominee word, maar voorlopig nog niet. Wie weet wel nooit. Ik geniet nog volop van mijn werk.’
Ik krijg het idee dat je je een slag in de rondte werkt hier. Geeft het je veel voldoening?
‘Ja, absoluut. Zeker wanneer ik in direct contact sta met de jongeren zelf. Soms zijn er wat ik “gouden momentjes” noem: momenten waarin ik God aan het werk zie in een jongere. Daar doe ik het allemaal voor. Tegelijkertijd bestaat het werk voor een groot deel uit allerlei regel- en denkwerk. Soms word ik daar zo door opgeslokt dat ik het contact met de jongeren verlies – terwijl dat toch het allerbelangrijkste blijft. Ik moet me daar steeds bewust op blijven focussen.’
Zijn ze hier in Zuidhorn blij met je?
‘Dat zou je de gemeente moeten vragen. Ik denk het wel. Ik merk dat de meeste mensen blij zijn met de dingen die ik doe. Dat betekent niet dat ik nooit kritiek krijg, maar hoort dat niet bij elke baan? Dat vind ik niet erg. Ik ga graag in gesprek, zodat we samen verder komen en elkaar kunnen opbouwen. Ik vind het wel moeilijk als de kritiek heel persoonlijk en niet opbouwend is. Bijvoorbeeld wanneer mensen suggereren dat ik het alleen voor mezelf doe en God niet wil dienen. Dat kwetst me. Dergelijke oordelen kon ik in het begin geen plek geven. Op een gegeven moment had ik zelfs voor mezelf besloten om dan maar te stoppen met preken. Toch ben ik doorgegaan. Een supervisor heeft me daarbij geholpen, door me steeds weer terug te brengen naar mijn eigen hart.’
Als je luistert naar je eigen hart, wat hoor je dan?
‘Boven alles uit hoor ik vooral Gods stem: “Jij bent mijn geliefde kind. Dat is genoeg.” Daarbij zijn de woorden van David uit Psalm 3 mijn lijfspreuk geworden: “U bent mijn eer.” In alles wat ik doe, wil ik God eren en grootmaken. Dit maakt dat ik door de jaren heen minder afhankelijk ben geworden van de goedkeuring van anderen. Die zekerheid dat ik Gods geliefde kind ben, veegt de onzekerheid – doe ik wel genoeg, doe ik het wel goed – van tafel. Dat geeft mij meer rust.’
‘De jongeren mogen het thema uitzoeken, de liederen, eventueel een filmpje – eigenlijk alles behalve de Bijbeltekst en de preek’
Je zit vol met vernieuwende ideeën. Wat zou je liever vandaag dan morgen willen veranderen in de kerk, met het oog op de jeugd?
‘Ik zou bijvoorbeeld catechisatie grondig willen aanpassen. Onderzoeken uit de ontwikkelingspsychologie en het onderwijs hebben mij veel geleerd over hoe jongeren leren en gemotiveerd raken. Dat gebruiken we in de kerk veel te weinig. Ik heb de laatste jaren ideeën en plannen ontwikkeld voor een nieuwe vorm, afgestemd op de leefwereld van jongeren en hun verschillende interesses. Ik zou er zo mee aan de slag kunnen…’
Waarom vind je dergelijke vernieuwingen zo belangrijk?
‘Daarmee geef je te kennen dat je jongeren serieus neemt en ze beschouwt als volwaardige kerkleden. Bij al mijn ideeën betrek ik de jongeren, geef ik ze eigenaarschap. Zo ook bij mijn diensten. Ze mogen het thema uitzoeken, de liederen, eventueel een filmpje – eigenlijk alles behalve de Bijbeltekst en de preek. Dat werkt fantastisch, naar de jongeren toe, maar ook naar de gemeente toe. Jongeren horen niet aan de zijlijn te staan. Je zult zien dat als je ze mee laat spelen, er dan de mooiste dingen gebeuren.’
Elze Riemer is godsdienstwetenschapper en journalist.



