Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer | 24 juni 2017
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Willem Griffioen: ‘De Akergemeente heeft het in de genen om naar buiten gericht te zijn. De vormen zijn daarbij secundair, meer instrumenteel. Daar pas ik goed bij.’ (beeld Dennis Schoonbeek)

Willem Griffioen: ‘De Akergemeente heeft het in de genen om naar buiten gericht te zijn. De vormen zijn daarbij secundair, meer instrumenteel. Daar pas ik goed bij.’ (beeld Dennis Schoonbeek)

Ooit begon Willem Griffioen als personeelsfunctionaris in een verpleeghuis. Maar samen met zijn vrouw verlangde hij ernaar meer met het evangelie te doen. Voor De Verre Naasten vertrokken ze naar Zuid-Afrika, waar een klein groepje christenen uitgroeide tot een gemeente van zo’n tachtig mensen. Daar verdiepte zich het verlangen om God en de kerk te dienen. Uiteindelijk schreef hij zich in voor de Theologische Universiteit aan de Broederweg in Kampen. Na zeven jaar studie werd hij gemeentepredikant in Anna Paulowna. In de negen jaar daar zaten een paar stevige crisisjaren. Uiteindelijk maakte hij de overstap naar de functie van missionair voorganger in de Akergemeente te Amsterdam. Vijf jaar later sta ik voor zijn voordeur in Amsterdam. Het raam ernaast is beplakt met posters die duidelijk maken: hier woont een enthousiaste gelovige.

Hoe kijk je terug op de afgelopen vijf jaar?
‘Ik geniet enorm van het werk en leven hier. Ik zit hier echt op mijn plek. Mijn vrouw en ik hebben altijd samen het evangelie willen uitdragen. Het bracht ons in Zuid-Afrika, maar vijf jaar geleden ook hier. Net zoals in Zuid-Afrika is de Akergemeente ruim tien jaar geleden met niks begonnen. Dat geeft de flexibiliteit die nodig is als het gaat om het brengen van het evangelie. In een gevestigde kerk is het veel moeilijker om naar buiten gericht te werken. Hier heb je geen tradities en vaste vormen, geen mensen die zeggen: zo hebben wij het altijd gedaan. De gemeente heeft het in de genen om naar buiten gericht te zijn. De vormen zijn daarbij secundair, meer instrumenteel. Daar pas ik goed bij. Samen zoeken, samen optrekken, kijken wat er kan. Ik voel me hier heel gelukkig.’

Wat maakte dat jij lang geleden dacht: ik wil voorganger worden?
‘In de vrijgemaakte kerk waar ik opgroeide, was alles strak en rationeel. De vrijheid en blijdschap van het evangelie van Jezus heb ik daar weinig ervaren. Die ontdekte ik pas later, in een gebedsgroep van twintigers in de kerk. Daar kwam ik in contact met mensen die echt een levend geloof hadden. Dat wat ik verstandelijk geloofde, vond ook grond in mijn hart. Van daaruit ontstond het verlangen anderen in contact te brengen met het bevrijdende van het evangelie. Door de jaren heen kristalliseerde zich dat uit naar de drive om dit juist in een gevestigde kerk te doen, daar waar ik zoveel had gemist: die vrijheid en blijdschap, maar ook de bewogenheid van Jezus. Die dingen wilde ik als voorganger uitdragen en stimuleren in de kerk. Dit dreef me ertoe een zevenjarige studie theologie te gaan volgen, ook al had ik absoluut geen passie voor theologie. Ik wilde de kerk dienen.’

Na je studie ging je aan de slag als gemeentepredikant in de kop van Noord-Holland. Daar sloegen je enthousiasme en passie een beetje stuk op de realiteit van een gevestigde kerk…
‘Mijn enthousiasme en passie zijn niet stuk hoor, maar inderdaad, ik kon ze daar niet echt kwijt. Ondanks de missionaire doelstelling van de kerk was het moeilijk om samen met de gemeente het vizier op de buitenwereld te richten. De tendens was dat die zich moest aanpassen aan ons, in plaats van andersom. Ik kon mij daar niet in vinden, wat resulteerde in een conflict. Dat was heel ingewikkeld. Door alles heen werd ik gesteund en bevestigd door de kerkenraad, dat betekende veel voor mij. Maar het was voor het eerst in mijn leven dat ik met forse tegenstand te maken had en dat mijn integriteit in twijfel werd getrokken.’

Zoiets hakt er in, kan ik mij voorstellen. Hoe ging je daarmee om?
‘Ik checkte en besprak mijn overtuigingen en functioneren met de kerkenraad, was open en kwetsbaar naar hen toe, maar ook naar de gemeente. Ik toetste mijn intenties en gedachten: ben ik zuiver in mijn geweten en in mijn motieven? Ik ben zondig, dus ik heb echt niet het volmaakte inzicht en ben niet altijd wijs. Ik heb weleens een preek misbruikt voor mijn gelijk. De crisis heeft mij wel bevestigd in mijn overtuigingen als het gaat om het evangelie. Het heeft me weerbaarder gemaakt. Ook bracht het mij dichter bij Jezus. Hij die volmaakt was en toch verworpen. Ik begreep zijn lijden beter. En het troostte mij dat Hij mij begreep in mijn worstelingen. In die tijd heb ik ook veel gehad aan coaching. Uit die coaching kwam bovendien een concreet scenario: ga aan de slag in een missionaire gemeente. Dus toen er een vacature voor missionaire voorganger in de krant stond, reageerde ik.’

Je hebt het steeds over de vrijheid en blijdschap van het evangelie. Hoe krijgen die concreet vorm in jouw leven, dat ongetwijfeld niet alleen maar vrij en blij is?
‘Het kan inderdaad oppervlakkig overkomen, maar zo bedoel ik het totaal niet. De kern van het evangelie is dat je geliefd bent, dat je er gewoon mag zijn zoals je bent. Dat is wat ik er ten diepste mee bedoel. Kijk naar de Akergemeente. Wij zijn kerk in een rijke buurt, maar hoe mooi je huis ook is, aan de gebrokenheid van het leven ontkom je niet. Juist wanneer mensen daarmee in aanraking komen, weten sommigen hun weg te vinden naar ons toe. Niet omdat het een oppervlakkige happy-clappy gemeente is, maar omdat je er mag zijn met je pijn. Toch is er midden in die ellende wel een toekomst; er is een God die jou liefheeft, die jou wil helpen en troosten. We bidden dan voor moed en houvast. Voor gasten is de gemeenschap van christenen in eerste instantie belangrijker dan God zelf. Ze komen voor de liefde en aandacht, een plek waar ze zichzelf kunnen zijn. Dat heeft ook met die vrijheid te maken. Maar uiteindelijk gaat het wel echt om Jezus.’

Willem Griffioen: ‘Ik zie dagelijks de gebrokenheid om me heen. Maar Jezus kan wel verschil maken. Er is meer dan gebrokenheid; er is hoop, toekomst, leven bij Hem.’ (beeld Dennis Schoonbeek)

Willem Griffioen: ‘Ik zie dagelijks de gebrokenheid om me heen. Maar Jezus kan wel verschil maken. Er is meer dan gebrokenheid; er is hoop, toekomst, leven bij Hem.’ (beeld Dennis Schoonbeek)

Maar hoe is dat voor jou persoonlijk?
‘Ik ontkom ook niet aan pijn en verdriet. Een paar jaar geleden is mijn zus overleden, doordat ze suïcide pleegde. Dat was en is ontzettend verdrietig. In haar afscheidsbrief haalde ze Paulus aan, die in de Filippenzenbrief schrijft: “Want voor mij is leven Christus en sterven winst” (Filippenzen 1:21). Voor mijn zus was dit een diepe overtuiging, een verlangen: het is het beste om dit leven achter me te laten en bij Christus te zijn. Enerzijds is het troostrijk dat ze het verlangen had om bij Hem te zijn; ik geloof ook echt dat ze daar is. Tegelijkertijd is het een heel rare kronkel. Toen Paulus dit schreef, zat hij in de gevangenis en liep hij het risico geëxecuteerd te worden. Vanuit die positie bemoedigt hij de gemeente en denkt hij na over zijn leven en sterven. Hij wil best op aarde blijven om het evangelie door te blijven geven, maar nog beter is het om bij Christus in de hemel te zijn. Hij zit dus in een heel andere situatie, hij is niet depressief of iets dergelijks.’

Het is heel ingrijpend als een broer of zus suïcide pleegt. Wat deed dat met jou?
‘Dat mijn zus zich het leven benam, zorgde voor een crisis in mijzelf. Ook in mij zit een sombere onderlaag. Daarbij verloor ik in één jaar tijd drie familieleden: een jaar voor de dood van mijn zus overleed mijn vader, en zes weken na hem overleed mijn schoonzus aan de gevolgen van kanker. Mijn hele gezin klopte niet meer.

Ik dacht ook dat we allemaal gelukkig waren en dan stapt je zus ineens uit het leven – hoe kan dat? Wat zit daar allemaal achter wat we niet hebben gezien? Dat heeft veel impact gehad. Pas sinds een half jaartje zit ik weer lekker in mijn vel, doe ik mijn werk weer met overgave. Daarvoor deed ik nog wel met plezier mijn werk, maar toch in een andere modus. De frisheid, energie en sprankeling ontbraken er lange tijd aan.

Wat me helpt, is een cursus lichaam en energie, bij Spectrum in Hattem. Het is voor mij een middagje uit én via mijn lichaam ontdekken waar energie zit en waar energie lekt. Daarnaast zijn er gelukkig mensen bij wie ik het verdriet kan uiten. Heel bijzonder vind ik dat ik ook kwetsbaar mag en kan zijn in de Akergemeente. Als het verdriet op de voorgrond zat, ging ik wandelen en even lekker stevig janken. Of ik pakte mijn gitaar en zong over pijn en hoop.’

Heeft dit alles je relatie met God veranderd?
‘Niet zozeer. Ik had wel vragen naar God toe, ik was ook boos op een bepaalde manier, want waarom gebeurde dit? Ik bedacht vele scenario’s over hoe haar dood voorkomen had kunnen worden. Voor God is het geen moeite om in te grijpen. Hij liet het toe, waarom? Haar leven lang was ze een gezellige, vrolijke, lieve en gelovige zus. Maar het is zoals het is. Die boosheid is niet gebleven. Het verdriet wel. Inmiddels is mijn zwager opnieuw getrouwd en mijn broer trouwt in juni. Het leven gaat verder.

Wat mij raakt, zijn woorden van Jezus: te midden van alle gebrokenheid zegt Hij dat Hij gekomen is om leven te geven in al zijn volheid. Ik zie dagelijks de gebrokenheid om me heen, gebrokenheid die vaak niet opgelost wordt. Maar Jezus kan wel verschil maken. Er is meer dan gebrokenheid; er is hoop, toekomst, leven bij Hem. Dat is ook heel praktisch. Het is onderdak zoeken voor een dakloos meisje met twee honden en zes puppy’s, onderdak geven aan een vluchteling, tweewekelijks voetballen met twee jongens die geen vader meer hebben. Zo probeer ik iets van Jezus’ liefde te laten zien, ook als ik er geen zin in heb.’

Waar verlang je ten diepste naar?
‘Dat Jezus terugkomt. Dat mag van mij vandaag nog gebeuren. Ik ben gelukkig – met mijn vrouw, kinderen, kleinkinderen en werk. Ik ben ongelooflijk dankbaar voor alle mooie dingen in mijn leven. Tegelijkertijd staat het voor mij als een paal boven water dat er zo veel pijn en ellende is dat het leven hier onaf is en blijft. Mijn grootste verlangen is dat Jezus alles recht komt maken wat krom is en heel maakt wat gebroken is.’

Over de auteur
Elze Riemer

Elze Riemer is godsdienstwetenschapper en journalist.

Meest gelezen

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel
‘Ik ben verdrietig, maar ik ga niet verdrietig door het leven’

‘Ik ben verdrietig, maar ik ga niet verdrietig door het leven’

Sjoerd Wielenga
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Vorig jaar december overleed Hettie, de vrouw van Jaap Ophoff, predikant in Zwolle. Nu, een jaar later, vertelt hij over eten dat niet meer smaakte, huilbuien en worstelen met God. En over de hond, want die rouwt mee. ‘De hele roedel is uit elkaar gespat.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief