Drie generaties en hun zondagsbesteding
- Interview
- Thema-artikelen
Laat drie generaties praten over kerkgang en zondagsbesteding en er ontstaat vanzelf een geanimeerd gesprek, waarin de vertegenwoordiger van de jongste generatie soms met verbaasde blikken aanhoort hoe het er vroeger aan toeging op zondag. ‘Mocht je zelfs niet breien?!’ Een gesprek over wel of niet ijsjes kopen, de macht der gewoonte en de zondag als een werkelijke feestdag om op adem te komen.
OnderWeg praat met mensen uit drie generaties, alle drie lid van de Proosdijkerk (NGK) in Ede. De gesprekspartners zijn:
- Mevrouw Smilde-de Jong (84). Opgegroeid in Oldebroek en getrouwd in Apeldoorn. Ze woonde later in Eindhoven en verhuisde vervolgens naar Ede, waar ook een aantal van haar kinderen wonen.
- Tjirk van der Ziel (55). Geboren en getogen in Hattem, vader van twee kinderen. Tjirk is docent aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en freelance schrijver.
- Job van der Meiden (25). Heeft het EH-basisjaar gedaan en daarna journalistiek gestudeerd aan de CHE. Job volgt nu een master antropologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Het gesprek vindt plaats in het appartement van het oudste ‘panellid’: mevrouw Smilde (84). Een kennismakingsrondje is bijna niet nodig, want de drie gesprekspartners zitten bij elkaar in de kerk en mevrouw Smilde is ook de beppe van Job, de jongste deelnemer.
Mevrouw Smilde-de Jong had nooit te klagen over haar zondagen. ‘Het was zoals het was en het was goed.’ (beeld Ronald Koops)
Voordat we praten over de zondagsbesteding van nu, duiken we in het verleden en gaan we terug naar de jaren 1935 tot 1940, toen mevrouw Smilde kind was, de oudste van tien. Ze weet nog precies hoe de zondagen eruitzagen: twee diensten, half tien en twee uur. Maar die tweede dienst ‘was voor ons gezin niet te doen. We kregen gemiddeld elk jaar een nieuwe baby en mijn moeder rustte altijd ’s middags.’ Omdat vader het kennelijk niet zag zitten om met z’n hele kinderschare ter kerke te gaan, werd op de zondagmiddag vaak gekozen voor een wandeling door de natuur. ‘Ik heb daar zeer goede herinneringen aan’, vertelt mevrouw Smilde met een glimlach. ‘We genoten van de natuur en mijn vader wist veel te vertellen over wat we zagen.’
Met de Vrijmaking in 1944 kwam daar verandering in. Vader was tot die tijd weliswaar ‘gewoon gereformeerd’, maar ‘hij dacht vrijgemaakt’. Dus ging hij vanuit woonplaats Oldebroek weleens op zondagmiddag met de oudste kinderen naar de vrijgemaakte kerk in Nunspeet. Maar ook dat was geen straf. ‘Mijn vader wist alle paadjes door de bossen en vertelde er van alles over. De fietstocht vonden we heerlijk en de kerkdienst was prima. Het was zoals het was en het was goed.’
IJzeren structuur
De tweede kerkgang was dus optioneel te noemen in het gezin waarin mevrouw Smilde opgroeide. Zoiets was ondenkbaar in het gezin van Tjirk van der Ziel (55), derde in een kinderrij van acht. ‘De zondag had een ijzeren structuur: ochtenddienst om 9.30 uur, daarna als jochie naar de zondagschool, snel een feestelijke maaltijd en om 14.30 uur weer naar de kerk. Een vast ritme.’
Hoe heb je dat ervaren?
‘Ach, iedereen deed het op die manier. Daarnaast zag je je vrienden. Je zette geen vraagtekens bij de gang van zaken. Er was ook niets om je tegen af te zetten en er was geen alternatief. Het kerkelijke leven was erg dominant: naast de zondag had je elke week catechisatie en vereniging, en één keer per jaar was er een uitwisselingsweekend met een andere jeugdvereniging, want er moest natuurlijk op een gegeven moment ook gekoppeld worden…’
Mevrouw Smilde veert op uit haar stoel: ‘Ja! Dat klopt! Maar dat mocht natuurlijk nooit hardop gezegd worden…’
Tjirk: ‘Haha, inderdaad! Ik vond het vroeger grappig dat onze jeugdvereniging “In liefde bloeiende” heette…’
Bloedneus
Ook Tjirk zette als kind dus geen vragen bij de zondagsbesteding. Het ging zoals het ging. Bij Job van der Meiden, kleinzoon van mevrouw Smilde, lag dat anders. Hij ging als kind met tegenzin naar de kerk en zegt dat hij een haat-liefdeverhouding met de kerk heeft gehad.
‘Ik heb altijd een hekel gehad aan de kerkdiensten, want ik kon niet zo lang stilzitten. Daarom probeerde ik elke keer een excuus te verzinnen om niet te gaan. Ik weet nog goed dat mijn broer een keer van z’n fiets viel toen we op weg naar de kerk waren. Hij had een bloedneus en mocht terug naar huis. Ik was écht jaloers, want de kerkdienst was een straf voor mij. Tegelijkertijd vond en vind ik alle andere dingen van de kerk leuk: club, catechisatie, jeugddiensten en de vrienden en relaties die ik vanuit de kerk gekregen heb. Voor ons gezin was de kerk wat dat betreft een tweede thuis.’
Je bent nog steeds lid van dezelfde kerk, hoe is dat nu voor je?
‘Ik ben een tijd minder vaak naar de kerk geweest, hoewel ik me wel bleef inzetten voor bijvoorbeeld het jeugdwerk en de muziekgroepen. De laatste tijd probeer ik uit te zoeken wat voor mij dan wél de functie is van de kerkdienst en wat ik eraan kan hebben. Dat is een proces waar ik nu in zit.’
Mevrouw Smilde: ‘Begrijp ik goed dat het wat jou betreft niet allemaal anders hoeft in de kerk, maar dat je jezelf wel afvraagt: “Deze vorm is er nu en wat kan ik daarmee?”’
Job van der Meiden: ‘De laatste tijd probeer ik uit te zoeken wat voor mij de functie is van de kerkdienst en wat ik eraan kan hebben.’ (beeld Ronald Koops)
Job: ‘Precies. Het is voor mij geen issue hoe de dienst ingericht wordt. Ik weet dat veel mensen onze diensten waardevol vinden, maar dat moet ik nog ontdekken. De gesprekken die ik voer op mijn kring vind ik erg boeiend, dat is meer mijn manier van kerk zijn.’
‘IJsje kopen op zondag’ staat in Nederland model voor een hele discussie of je op zondag wel of niet iets zou mogen kopen. Mevrouw Smilde, mocht u in uw tijd ijs kopen op zondag?
‘Nee, absoluut niet! We hadden in mijn tijd overigens vaak discussies over wat je wel of niet op zondag mocht doen. Lezen mocht wel, maar breien dan weer niet.’
Job, verbaasd: ‘Mocht je zelfs niet breien?!’
Mevrouw Smilde: ‘Nee, maar ik vond die discussies niet erg. En ach, ik hield van lezen, dus die zondag kwam wel om. Ik dacht er nauwelijks over na. Je werd ook niet onderricht om, in de goede zin van het woord, kritisch te zijn. Als je je hardop wat afvroeg, bijvoorbeeld over de invulling van de zondag, ontstond al snel een sfeer van argwaan. Zeker in de tijd van de Vrijmaking.’
Terwijl mevrouw Smilde het allemaal wel best vond op de zondag, kropen haar drie jongere broers op zondagmiddag nog weleens stiekem naar de vliering om te luisteren naar een voetbalwedstrijd. ‘Dat moest mijn vader niet ontdekken!’
Wat denk jij, Job, als jij dit zo van je beppe hoort?
‘Voor mij klinkt het erg grappig, maar als ik toen had geleefd, had ik dit soort discussies waarschijnlijk wel serieus genomen. In mijn gezin werd overigens ook wel gediscussieerd over wat wel en wat niet mag op zondag. Een regel was dat mensen op zondag niet hoefden te werken. Een ijsje kopen mocht dus niet en uit eten gaan ook niet. Maar sporten op een voetbalveld stond niet ter discussie.’
Hoe was dat voor jou, Tjirk?
‘Tv-kijken op zondag was uit den boze. Mijn vader is bij elkaar opgeteld achttien jaar lang ouderling en diaken geweest. Terugkijkend besef ik dat hij zich als ambtsdrager erg verantwoordelijk moet hebben gevoeld voor zijn gezin. Op zondagmiddag gingen onze wegen uit elkaar: terwijl mijn vader klassiekemuziekplaten draaide in de woonkamer, luisterden wij boven naar popmuziek, heel zachtjes of met een koptelefoon op. Gediscussieerd werd er nauwelijks.’
Hoe kijk je terug op de beleving van de zondag in z’n geheel?
‘Het kerkelijke leven was vroeger zeer strikt en de hele zondagsbeleving dus ook. De zondag begon eigenlijk al op zaterdagavond. Je moest voor twaalf uur thuis zijn, anders kwam je er niet in… Meestal waren mijn oudere broers keurig op tijd thuis, maar ’s nachts slopen ze weleens via een raampje naar buiten om verder te feesten.
Tjirk van der Ziel: ‘Juist door de strakheid in de kerk ben ik later erg op zoek geweest naar wat het geloof en dus ook de zondag nu eigenlijk inhouden.’ (beeld Ronald Koops)
Juist door die strakheid ben ik later erg op zoek geweest naar wat het geloof en dus ook de zondag nu eigenlijk inhouden. Ik was opgegroeid met het beeld van de kerk als de plaats waar je antwoord krijgt op alle vragen. Dat beeld viel in duigen toen ik tegen moeilijke vragen aanliep waar niet zomaar of eigenlijk helemaal geen duidelijke antwoorden op te geven zijn. In die periode maakte ik een heftige geloofscrisis door en kwam ik een tijd niet in de kerk.’
Even terug naar het ijsje… Tjirk?
‘Ik moest het niet wágen om een ijsje te kopen op zondag. Tegenwoordig doe ik het af en toe wel. Ik heb me daar ooit schuldig over gevoeld, dat was een proces. De kerk staat nu minder centraal voor me, hoewel ik het wel steeds fijner vind om naar een dienst te gaan. Vroeger ervoer ik de kerk als een instituut, nu meer als een gemeenschap. Ik ben lid van een levende gemeenschap met een open sfeer, waarin je met elkaar van hart tot hart over het geloof kunt spreken.’
En hoe vul je je zondag tegenwoordig in?
‘De zondag is veel rijker geworden. Na de ochtenddienst trek ik er vaak opuit, de natuur in. Wandelen, fietsen, schaatsen… Of ik pak de racefiets. Ik ben geïnspireerd door het Iers-Keltische christendom om God te ontmoeten in de schepping. In de schepping vind je veel wijsheid. Zoals Job zegt in hoofdstuk 12:7: “Vraag het vee hiernaar, het zal je onderrichten, vraag de vogels in de lucht, ze zullen het verkondigen. Of spreek tot de aarde, ze zal je onderrichten, het wordt je verteld door de vissen van de zee. Wie weet van al deze dingen niet: de HEER heeft ze tot stand gebracht. Want in zijn macht is de ziel van al wat leeft, in zijn macht de adem van het menselijk geslacht.” Dus ja, ik trek er graag opuit. De natuur ervaar ik als een doorlopend dankgebed. Daar leer ik dat niet de mens, maar de zondag de kroon op de schepping is: laat los, rust en geniet.’
Job: ‘Ga je op zondag liever de natuur in of naar de dienst?’
Tjirk: ‘Eigenlijk zou ik het liefst een kerkdienst in de natuur willen hebben! Ik merk dat de zondag in balans moet zijn: als christen wil ik me graag verbinden aan andere mensen, maar ik wil ook graag tot rust komen. Door alleen te zijn, kan ik mij ook beter op God richten. We lezen in de Bijbel dat ook Jezus zich regelmatig terugtrok om met zijn Vader te zijn. Overigens trekken we ook als gezin vaak de natuur in.’
Job, hoe ziet jouw zondagsbesteding eruit?
‘Ik doe hetzelfde wat ik als kind deed: ik ga meestal naar de kerk en daarna met mijn ouders of schoonouders koffiedrinken en eventueel een wandeling maken. Maar ik zou het voor mezelf ook prima kunnen verantwoorden om te squashen op zondag.’
Laatste vraag, voor alle drie: wat zou je de kinderen van nu willen meegeven als het gaat om de zondag?
Job: ‘Ik zou willen meegeven: ga alleen voor geloven als het je eigen keuze is. Doe de dingen niet omdat ze zo horen, maar vanuit je eigen overtuiging.’
Mevrouw Smilde: ‘Het is inderdaad belangrijk dat kinderen groeien naar hun eigen keuze. Dat het echt iets van henzelf is.’
Tjirk: ‘Ik zou ze twee dingen willen meegeven. Eén: haak niet te snel af, ook al vind je de kerk niet altijd leuk. Je ontmoet daar medegelovigen en die zul je nodig hebben, zoals zij jou nodig hebben. En twee: leer een beetje kritisch te kijken naar de cultuur waarin je leeft. Loop niet zomaar met iedereen mee, maar denk zelf na en praat erover. Ik heb dat zelf niet van huis uit meegekregen, praten over het geloof. Misschien dat wij het in ons gezin daarom juist wél doen, bijvoorbeeld over hoe je omgaat met koopzondagen. Welke keuzes maak je en waarom?’
Ronald Koops (PKN/CGK/NGK Kruispunt Vathorst) is schrijver en uitvoerend musicus (www.ronaldkoops.nl).



