Stefan Paas over de zondag anno 2015

Leendert de Jong | 27 november 2015
  • Interview
  • Thema-artikelen

Dr. Stefan Paas, hoogleraar missiologie in Amsterdam en Kampen, is een man van vergezichten. De kop boven dit artikel is er één van; andere zijn te vinden in boeken die hij schreef, zoals Jezus als Heer in een plat land en De werkers van het laatste uur. Aan dit rijtje eigen publicaties werd recent een nieuwe toegevoegd: Vreemdelingen en priesters. Alleen al die uitgave is reden genoeg om Paas te bevragen op zijn visie op het vieren van de zondag anno 2015.

Wat is de Bijbelse betekenis van de zondag?
‘De zondag is de dag waarop je als gemeente bij elkaar komt om te vieren, om God te danken, om te klagen, om heel je leven bij God te brengen. De zondag heeft, door het wekelijkse ritme, ook iets van rust, een stabiliteit die de drukte van een week doorbreekt. Zo’n dag sla ik niet graag over.’

Nu is in nogal wat kerken in het verleden – en het gebeurt nog – stevig de nadruk gelegd op rusten, met regels over niet werken en meer. Herken jij dit?
‘In mijn jeugd speelde dit wel, maar niet op een vervelende manier. We konden bijvoorbeeld gewoon buiten spelen. De zondag was wel een rustige, beetje aparte dag. Zo zijn wij er bij het opvoeden van onze kinderen ook mee omgegaan. Ze gingen bijvoorbeeld niet naar verjaardagsfeestjes van klasgenoten op zondag.’

Opvallend dat je zegt: ‘niet op een vervelende manier’. Terwijl je regelmatig van kerkelijke jongeren hoort: ‘In mijn herinnering was de zondag een dag met een schaduw, een dag van regels, dingen die niet mochten.’
‘Zo heb ik het niet beleefd, maar ik hoor het ook wel. Het is moeilijk om hier iets algemeens over te zeggen. Mensen zijn zo verschillend en beleven dingen ook heel anders. Zelf heb ik als kind de zondag altijd beleefd als: hier gebeurt iets belangrijks, het gaat ergens over. En als ouder hoop je dat er bij je kinderen een soort verlangen ontstaat om erbij te horen. Maar ja, het kan ook anders, dat kinderen ervan balen. Al denk ik dan wel: vergelijk het eens met kunst of sport; als je daar goed in wilt zijn, heb je óók veel discipline nodig.’

Op dit moment kom je in beschouwingen over de zondag, ook in deze OnderWeg, vaker de term ‘vieren’ tegen: we vieren onze bevrijding in Christus. Wat zegt dat begrip jou?
‘Voor mij zegt het: dáár, bij God, ligt de prioriteit in mijn leven. De term vraagt: waardoor laat jij je leven bepalen? Neem nu alles wat speelt rond vluchtelingen. Daar kun je bezorgd over zijn. Maar in de kerk, bij God, hoor je dan: “Vrees niet, Ik heb alles overwonnen.” Eigenlijk houdt de zondagse ontmoeting met God in dat je heel je leven bij Hem mag brengen, en het daar ook mag achterlaten. Je blijdschap, je verdriet, je wrok, je klagen: álles. Het kanaliseren van al die emoties mag en gebeurt in de kerk. En je krijgt daar iets terug: “Vrees niet!”’

‘Denk erom: vieren de hele week door
is lastig om in je eentje te doen’

Aan vieren wordt vaak iets toegevoegd, namelijk dat dit niet alleen de zondag raakt, maar elke dag van de week. Ergens relativeert dat het aparte van de zondag…
‘Ik vind het een mooie gedachte. Maar de praktijk is wel dat we in een seculiere omgeving leven en dat de hele week vol zit met van alles en nog wat. Dat zie je om je heen – in mijn geval in de buurt van Amsterdam. Hierdoor wordt de kerk, de zondagse ontmoeting met God, steeds belangrijker. Want denk erom: vieren de hele week door is lastig om in je eentje te doen.’

Zeg je dit ook tegen tweeverdieners met kinderen, die de hele week hollen en vliegen en op zondag denken: nu even geen verplichtingen, als gezin vieren we de zondag in de natuur…
‘Ja, ook tegen hen. Ik hoop dat de generatie die jij bedoelt zich afvraagt: wij kennen de zondag vanuit onze opvoeding nog als een dag van kerkdienst en ontmoeting, maar hoe zal dit straks bij onze kinderen zijn als wij nu een heel ander zondagspatroon aanhouden? Zelf heb ik het voorrecht bij een eigentijdse gemeente te horen die één keer per zondag bij elkaar komt, gevolgd door een maaltijd en ontmoeting. Ik ervaar dat als iets wat ik nodig heb. Ik zou niet zonder willen.’

Kortgeleden kwam je nieuwe boek uit: Vreemdelingen en priesters. Je pleit daarin voor een missionaire benadering van de kerk als priesterschap, een gemeenschap van mensen die investeren in relaties en veelkleurigheid. Klopt deze samenvatting?
‘Ja. Het kenmerk van de priester was en is dat hij mensen, en de wereld, als het ware bij God brengt. Het bijzondere is: priesters gaan heen en weer tussen God en mensen, en ze nemen ook iets van God mee terug. Dan is de vraag: hoe ben je priester in deze tijd, in deze wereld die steeds losser van God komt te staan? Op zich hoeft dit laatste niet angstig te maken. Bij priesterschap ging het altijd al om een minderheid binnen het volk, die geroepen was om de meerderheid te dienen én om God bij de wereld te “vertegenwoordigen”. Zo kom ik op priesters: de gelovigen van nu die investeren in relaties en in veelkleurigheid.’

‘Ik denk niet dat wat er op zondag gebeurt op één lijn staat met doordeweekse activiteiten’

Ik snap het element van relaties, binnen de kerkelijke gemeenschap en elders. Maar waarom die veelkleurigheid?
‘Dat heeft met Efeziërs 3 te maken: samen met alle heiligen de liefde van Christus leren kennen. Mijn stelling is dat je Christus echt goed kunt leren kennen als je met verschillende mensen samen bent, niet alleen verschillend qua karakter of leeftijd maar ook qua herkomst. Wat kan het waardevol zijn als binnen de gemeente ook een lid van de Marokkaanse gemeenschap actief meedoet. Bovendien kan niemand die gemeenschap beter vertegenwoordigen voor God dan juist deze persoon.’

De kerk als priesterschap, die investeert in relaties en veelkleurigheid. Ik kan me voorstellen dat voor zo’n gemeenschap, met relaties de hele week door, de zondag als aparte dag minder belangrijk is.
‘Nee, integendeel. Ik ga ervan uit dat zo’n gemeenschap zich wil laten voeden en steeds meer de liefde van Christus wil leren kennen.’

Dan brengen we nu die twee lijnen samen: het spreken over de zondag en elementen uit je boek. Stel, ik ben lid van de kerkenraad van een gemeente die op een eigentijdse manier kerk wil zijn en zich richt op buiten. Die raad denkt na over de invulling van de zondag en de zondagse eredienst(en). Welke accenten zijn dan van belang?
‘Ik zie er drie. Het eerste: een kerkelijke gemeenschap moet niet te groot zijn. Focus op een kleinere gemeenschap. Ik noem een menselijke maat: de groep moet niet veel groter zijn dan honderd, zodat je elkaar ziet en het gevoel van extended family mogelijk blijft. Als je gemeente daarvoor te groot is, zou ik overwegen het zwaartepunt van het samenkomen te leggen bij bijeenkomsten van wijken of huisgroepen.

Het tweede: zorg voor eigenaarschap bij zo veel mogelijk leden, zodat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor wat op zondag binnen de gemeente gebeurt. Een voorganger moet niet veel meer willen dan preken. Laat de verbeelding ervan en zaken als de muziek en de inrichting van de zaal aan anderen over. Laat zichtbaar zijn dat Gods Woord in heel de gemeente woont en niet alleen in de pastorie.

Het derde accent is dat er een gevoel van trots mag ontstaan. Zoiets ontstaat en groeit het beste als mensen ervaren: wat op zondag gebeurt, is relevant voor doordeweekse dagen. En: dit is een plek waar ik mijn buren of collega mee naartoe zou nemen.’

‘Mag er, zou ik bijna zeggen, ook een keer een plek zijn waar je tijd mag verknoeien?’

Nu zou ik bijna zeggen: jij hebt makkelijk praten. Je bent betrokken bij een kleinere gemeente in Amsterdam. Maar wat heeft een grotere gemeente in een plattelandssetting aan deze accenten?
‘Ergens heb je gelijk met die vraag. Een nieuwe gemeente in een stedelijke omgeving is anders dan een gevestigde gemeente elders. Maar ook wij hebben hier de afgelopen tien jaar aan moeten werken, ook hier ging dit niet vanzelf! Het betekende bijvoorbeeld dat theologen in ons midden, ikzelf incluis, regelmatig op onze handen moesten zitten, vanuit de gedachte: dát moeten wij dus niet doen. Laat anderen dat doen.’

De vrijgemaakte predikant Matthijs Haak introduceerde in een blog het begrip ‘eredienst’ als kernpunt in het denken over de zondag. Hij memoreert het belang dat de Bijbel hecht aan het bijeenkomen op de opstandingsdag. Daarna schrijft hij: ‘Eredienst in de volle betekenis: die van je leven. Elke zondag als de gemeente er is, wint Christus. Net zo bemoedigend is het als gelovigen (…) op maandagavond existentiële levensvragen aan de orde stellen of als op zaterdag een pleinproject gehouden wordt (…) Al deze zaken tellen voor tien.’ Wat is jouw reactie?
‘Het citaat spreekt me aan. Toch aarzel ik bij dat “net zo bemoedigend”. Zelf denk ik niet dat wat er op zondag gebeurt op één lijn staat met doordeweekse activiteiten. Het zondagse gebeuren blijft het centrum voor mij: op zondag kijk je als het ware al naar de nieuwe wereld.

Net zo’n aarzeling voel ik bij de stelling die je weleens leest, dat de zondagse eredienst jou voeding geeft voor je missionaire inzet de hele week door. Natuurlijk zit daar iets heel waars en waardevols in, maar toch: ook als het op zondag een keer niet zo relevant is voor door de week, ook dan is het goed!

We moeten de liturgie niet instrumentaliseren. Mag er, zou ik bijna zeggen, ook een keer een plek zijn waar je tijd mag verknoeien? We leven in een samenleving die draait om prestatie. Dat begint bij de Cito-toets: zorg dat je presteert en meetelt. Maar presteren, meetellen en relevant zijn: dat hoeft op zondag niet. Je hoeft er niet per se door de week iets mee te kunnen doen. Je mag er voor God gewoon zijn. Je mag bij Hem zijn om het leven van jou en van je buurtgenoten bij God te brengen.’

Over de auteur
Leendert de Jong

Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief