Hoe plaatselijk is de plaatselijke gemeente?
- Missionair
Eén van de verworvenheden van de NGK en de GKv is de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente. Plaatselijke zelfstandigheid lijkt voor sommigen zelfs een dogma. Echter, hoe plaatselijk is die gemeente eigenlijk? Is er nog sprake van een plaatselijke gemeente als gemeenteleden over een hele streek verspreid wonen? En wat als er in diezelfde streek nog diverse andere plaatselijke (streek)gemeenten zijn?
Ook al willen de meeste christenen geen consument zijn, vaak eindigen ze in de auto op weg naar die ene gemeente die bij hen past. (beeld Jedidja/Pixabay.com)
‘Waarom zou ik zo veel kerken voorbijrijden?’ wordt weleens gevraagd als het gaat om kerkkeuze. Met de krimp van de kerk in veel gebieden wordt die vraag steeds actueler. Dan wonen er nog drie andere christenen in je wijk, maar zitten ze in verschillende kerken. Tegelijk zoeken steeds meer mensen die verhuizen ‘een gemeente die bij hen past’. Gelukkig zijn velen nog verlegen met die uitspraak, want hij ís ook ongemakkelijk. En toch: ook al willen de meeste christenen geen consument zijn, vaak eindigen ze in de auto op weg naar die ene gemeente die bij hen past.
Buurtbarbecue
Wat mis je dan, als je de auto in stapt? Je mist de mogelijkheid om als christelijke gemeenschap elkaar spontaan tegen te komen bij de school, op de sportclub, in de winkel en gewoon op straat. Je mist het gesprek waarbij zich met hetzelfde gemak je niet-gelovige buurman of buurvrouw kan aansluiten. Je mist de mogelijkheid om jezelf als gemeenschap bewust met diezelfde school, sportclub, winkel en wijk te verbinden.
Je mist de buurtbarbecue, georganiseerd door de Bijbelkring. Je mist de vergadering van de liturgiecommissie in het buurtcafé. Je mist de mogelijkheid om als gemeente met Present een middag te klussen in je eigen wijk. Je mist de betrokkenheid bij de plaatselijke politiek. Je mist de mogelijkheid dat mensen op een wijkbijeenkomst ontdekken dat niet alleen jij ‘van de kerk bent’, maar nog vijf, zes anderen.
Je mist de mogelijkheid om je buren op een alledaagse manier in contact te brengen met je broeders en zusters en met het evangelie. En mochten mensen uit je buurt christen worden, dan zijn ze genoodzaakt zichzelf los te weken uit hun plaatselijke omgeving omdat de kerk zich elders afspeelt.
Verdampen
Veel christenen zijn individueel actief in vrijwilligerswerk, maar het lukt ze niet om samen met hun broeders en zusters goede buren voor de mensen in hun eigen wijk te zijn. Het lukt veel christenen daardoor niet om hun ‘christelijke’ leven te integreren in hun ‘dagelijkse’ leven. Het blijven gescheiden circuits.
Laat ik vooropstellen dat ik hier zelf ook niet goed in ben. De combinatie van opgroeien in een streekgemeente, mijn genetische gesteldheid, en twaalf jaar forenzen heeft haar uitwerking niet gemist. Ik vermoed dat ik daarin weinig verschil van veel christenen. Dat maakt de zaak echter niet minder urgent.
Kerken die niet plaatselijk worden, kunnen het evangelie geen handen en voeten geven in het dagelijks leven van hun leden. De vraag naar de relevantie van de kerk wordt tegenwoordig echter juist in die praktijk van het dagelijks leven beantwoord. En dus lopen die kerken het risico hun relevantie te verliezen en binnen een paar jaar te verdampen.
Eén van zeven ontdekkingen
Afgelopen januari bezocht ik een tweedaagse van Tear, waar we met een gemêleerd gezelschap zeven ‘ontdekkingen’ deden. Dit is er één van:
- Kerken dragen het meest vrucht als ze opkomen uit en gericht zijn op hun lokale omgeving. We willen leren hoe onze kerken echt plaatselijke kerken worden of blijven, gericht op Gods missie voor de buurt. We willen zoeken naar wat Gods missie is voor onze omgeving en daar dienstbaar kerk zijn.
Johannes Reimer was één van de mensen die hierop wees. Eind juni is hij opnieuw op bezoek in Nederland. Meer weten? Kijk op www.tear.nl/johannesreimer.
Pieter Kleingeld is predikant van de NGK Oegstgeest.



