De dochters van Filippus
- Opinie
Het is alsof Lucas, met zijn reisgenoot op bezoek in Caesarea, gauw een foto heeft genomen van het gezin waar ze te gast zijn. Het gastgezin is dat van Filippus, de diaken en evangelist (Handelingen 6 en 8). De foto is afgedrukt als vers 9 in Handelingen 21: ‘Hij had vier ongetrouwde dochters die de gave van de profetie bezaten.’ Laten we hem eens wat nader bekijken.
Onze aandacht trekt niet dat zij nog ongetrouwd zijn, maar vooral dat zij profeteerden! Zo’n vers rammelt aan de kerkdeur waar de kansel voor vrouwen niet toegankelijk is. Het is een Bijbeltekst die in verlegenheid brengt of enthousiast maakt. Recent las ik in een boek over vrouw en ambt: de dochters van Filippus kunnen ‘zonder aarzeling profetessen genoemd worden’. Als een ander dat zegt, denk ik: wacht even, in het Grieks van Handelingen 21:9 staat niet prophètis (de vrouwelijke vorm van het mannelijke prophètès), maar een voltooid deelwoord: ze waren ‘profeterende’. Goed, als de vier meiden van Filippus dat feitelijk déden – profeteren – mogen we hen toch profetessen noemen?
Tamboerijn
Misschien helpt het vergelijken van Schrift met Schrift ons om te snappen wat dat profeteren kan inhouden. Ik blader terug in de Schrift naar het eerste optreden van een profetes: ‘de profetes Mirjam’ (Exodus 15:20). Mozes dicht een lied en zingt het voor. Het volk viert dat de HEER de Rietzee gebruikt heeft om een weg voor hen vrij te maken en de vijand uit te schakelen. ‘De profetes Mirjam pakte haar tamboerijn, en alle vrouwen volgden haar, dansend en op de tamboerijn spelend.’ Mirjam zingt het refrein en gaat de vrouwen voor in zang en dans.
Juist dan krijgt zij de titel ‘profetes’. Blijkbaar geeft de HEER ook door haar leiding (Numeri 12:2; Micha 6:4). Muzikaliteit kan dienen om voorop te gaan in het prijzen van Gods naam. Ik zeg niet dat het profetes zijn samenviel met het voorgaan in zang en dans, wel dat voorgaan in lofzang op voldoende niveau staat om profeteren te mogen heten.
Ziener
In Gods omgang met zijn volk hebben muziek en profetie veel met elkaar te maken. Als de Geest van de HEER de jonge Saul gaat vervullen komt deze een stoet profeten tegen ‘die in vervoering van de offerhoogte afdaalt, voorafgegaan door muzikanten met harpen, tamboerijnen, fluiten en lieren’ (1 Koningen 10:5). Dat is het teken dat ook Saul door de Geest gegrepen gaat worden. En zo gebeurt het. Op die manier maakt God een ander mens van hem. Tot hij zo ver van God is weg gedwaald dat zelfs David, spelend op zijn muziekinstrument (de lier), de boze geest niet meer op afstand kan houden.
Ander voorbeeld. De profeet Elisa is op een bepaald moment bereid als ziener te fungeren. Tegen heug en meug, maar blijkbaar móet hij iets zeggen. Dat biedt ons een glimp van hoe dat werkt: je klaarmaken om een profetie te ontvangen. Hij laat een lierspeler komen, ‘en terwijl de muzikant op de lier speelde, werd Elisa gegrepen door de hand van de HEER’ (2 Koningen 3:15). De Geest gebruikt de gave van muziek om de geest van een mens open te maken om goddelijk inzicht te ontvangen.
Dochters
Lofprijzing en muziek raken elkaar ook in de christelijke gemeente. Als Lucas bericht dat Paulus bij Filippus in Caesarea logeert, meldt hij speciaal: ‘Hij had vier ongetrouwde dochters die de gave van de profetie bezaten’ (Handelingen 21:9). Legt de Geest hier een lijntje naar Mirjam, de profetes (van wie ook geen huwelijk gemeld is)? Vast. Maar vooral ligt er een lijn naar de uitstorting van de Geest, die maakt dat ‘jullie zonen en dochters profeteren’ (Handelingen 2:17).
Daarom benoemt Lucas de profeterende vrouwen ook in hun relatie tot vader Filippus: ‘deze had vier dochters die profeteerden’. Hij legt een hechtdraadje tussen de foto van dit fraaie gezin en de pinksterprofetie. Nu begrijp ik ook waarom Lucas geen ‘ambtstitel’ gebruikt, maar een werkwoordsvorm: om aan de letterlijke belofte te herinneren. Het onderschrift bij de gezinsfoto dringt zich op: ‘Vervulling van de pinksterprofetie in Caesarea’ of ‘De werkelijkheid van Pinksteren voorbij Jeruzalem’.
Rockband
Nu de koppeling met Mirjam, de profetes die feitelijk voorging in zang en dans. Is het mogelijk dat het actieve profeteren van Filippus’ meiden de vorm had van zingend optreden? Dat een Israëliet bij een profeterende vrouw vooral aan zingen dacht?
Dan zie ik in Caesarea, een havenplaats aan de kust van Israël met internationaal verkeer: een vocaal kwartet.
- Stel je voor: een reli-rockband van vier meiden, misschien wel Hammèlèch geheten (King, vast niet Queen) – naar koning Jezus. Vier jonge vrouwen op tournee door Galilea, Samaria, Judea, Klein-Azië.
- Hun manager is Filippus, fulltime vader en in zijn vrije tijd evangelist. De man reisde tenslotte kriskras door het land.
- Eén van hun nummers zou nu kunnen zijn He will rock you. En We are the champions.
- Misschien organiseerde Filippus wel Kol Jisrael (The Voice), om jonge messiasbelijdende Joden uit te dagen hun talent te tonen.
Muziek is een gave van de schepper, de tekst een inspiratie van de Geest, de inhoud verkondigt Jezus als koning. Is dat genoeg om profetie te mogen heten?
Maagdelijkheid
Lucas gebruikt de ambtstitel niet voor Filippus’ meiden, maar hij kende die wel. Wat hij in Exodus 15 van Mirjam las, paste hij in de geboortegeschiedenis van koning Jezus toe op Hanna: ‘Er was daar ook een profetes, Hanna.’ Zij was ‘vanaf haar maagdelijkheid’ een paar jaar getrouwd geweest, maar inmiddels een mensenleven lang weduwe. Zij mag profetes heten, want ‘zij sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem’ (Lucas 2:38).
Als ik voortaan in 1 Korintiërs 11 lees over vrouwen die in de samenkomst ‘bidden en profeteren’ (ook hier als werkwoordsvorm), denk ik eerder aan lofprijzend zingen dan aan preken. En zeg ik minder makkelijk dat dit de zogenaamde zwijgteksten dús tegenspreekt.
Profeteren kan ook vandaag zo: met de instrumentale mogelijkheden van nu, door gaven van jonge vrouwen en mannen, met sterke teksten, meeslepende melodieën. In de kerk, in de stad. Er zitten zulke gezinnen in de samenkomst. Een vader (leefde moeder niet meer?) met vier volwassen dochters thuis, die (nog) niet voor een eigen relatie gaan, maar die helemaal gáán voor koning Jezus. Ook dat is maagdelijkheid. Met huid en haar hun Heer dienen. Met gaven van hun schepper, vooruit gebrand door de Geest.
Dr. Erik de Boer is universitair docent aan de Theologische Universiteit Kampen.



