Waarom sport van weinig nut is

Rob van Houwelingen | 11 juli 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

‘Oefen u in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst’, schrijft Paulus in 1 Timoteüs 4:7b-8 (NBG-vertaling 1951). Anders gezegd: we kunnen beter ophouden te sporten. Of toch niet?

Is conditietraining verspilde energie? (beeld RyanMcGuire/Pixabay.com)

Is conditietraining verspilde energie? (beeld RyanMcGuire/Pixabay.com)

Menig sportliefhebber is weleens geconfronteerd met de veelgeciteerde uitspraak van Paulus dat lichamelijke oefening van weinig nut is. En al noemt Paulus fysieke training niet nutteloos of zinloos, hij vindt het toch minder belangrijk dan jezelf oefenen in vroomheid.

Moet je dan als christen stoppen met je favoriete sport en alle vrijgekomen tijd besteden aan je geloofsleven en aan de kerk? Is je conditietraining verspilde energie? Mag je niet genieten van allerlei prestaties die tijdens wereldkampioenschappen of Olympische Spelen door topsporters worden neergezet?

Langeafstandswandelaar

Paulus is niet tegen sport. Hij maakt juist vaak gebruik van beelden uit de sportwereld. De atleet, de vuistvechter, het stadion, de wedstrijd, de spelregels, de scheidsrechter, de erekrans: ze komen allemaal voorbij in zijn brieven. Misschien heeft Paulus tijdens zijn verblijf in Korinthe ook van dichtbij een groot sportevenement meegemaakt: de Istmische Spelen (vanaf 581 voor Christus georganiseerd ter ere van de zeegod Poseidon).

Paulus is niet tegen sport,
hij vergelijkt zichzelf nota bene met een hardloper

Terugkijkend op zijn apostolische loopbaan vergelijkt Paulus zichzelf nota bene met een hardloper, die volop in de race is geweest en de eindstreep heeft gehaald (2 Timoteüs 4:7). Geen wonder, want hij had duizenden kilometers afgelegd om het evangelie in de wereld te verbreiden. Sommige gedeelten daarvan reisde hij te voet, onder barre omstandigheden. Paulus was een getrainde langeafstandswandelaar.

De apostel doet hier dus geen losse uitspraak over de waarde van sportbeoefening. Hij schrijft deze brief om Timoteüs te instrueren voor zijn taak als voorganger te midden van de gemeente te Efeze. Daarom zegt hij eerst: ‘Oefen jezelf in vroomheid.’ Timoteüs moet zichzelf oefenen om voor de gelovigen een goed voorbeeld te kunnen zijn. Zoals een ervaren sporter vaak tot teamtrainer wordt aangesteld, zo zal alleen een getrainde Timoteüs conditie genoeg hebben om geestelijk leiding te geven aan de gemeente. Christelijke vroomheid vraagt oefening én een persoonlijk voorbeeld.

Gymnastiek

Het gaat dus over het beoefenen van vroomheid of godsvrucht (Grieks: eusebeia), één van de sleutelwoorden uit deze brief. In de Grieks-Romeinse wereld werd deze term gebruikt om aan te geven hoe je in het leven moet staan: je plaats weten en je daarnaar gedragen. Dat hield concreet drie dingen in: eerbied voor de goden; respect voor je ouders en het voorgeslacht; trouw zijn aan het vaderland.

Met ditzelfde woord typeert Paulus de manier waarop christenen in het leven staan, hun geloofsgeheim en hun geestelijke rijkdom (1 Timoteüs 2:2; 3:16; 6:3-6; vergelijk 2 Timoteüs 3:5; Titus 1:1). Christelijke vroomheid wordt in een doorleefd geloof gepraktiseerd, vanuit je relatie met God en gericht op het heil van je naaste. Zo’n levenshouding komt je niet aanwaaien. Daarom moet Timoteüs zichzelf erin trainen.

Wie het belang van fysieke inspanning erkent,
moet volgens Paulus ook kunnen inzien hoe belangrijk vroomheidstraining is

Het Griekse werkwoord dat meestal met ‘oefenen’ wordt vertaald (gumnazein) is in de Nederlandse taal bekend geworden via het woord ‘gymnastiek’. In het Grieks werd het voornamelijk gebruikt ter aanduiding van lichamelijke training en sportbeoefening (gumnasia, een belangrijk onderdeel van de jeugdcultuur in Efeze). Dus ook hier gebruikt Paulus een sportieve term.

Grens

In welk opzicht lijkt sportbeoefening op ‘godsdienstoefening’? Een sporter besteedt veel energie aan trainingen en oefenwedstrijden om tot optimale prestaties te komen wanneer hij zich met anderen wil meten. Wie het belang van al dat soort fysieke inspanning erkent, moet volgens Paulus ook kunnen inzien hoe belangrijk vroomheidstraining is.

In deze tekst maakt Paulus dus een vergelijking tussen lichamelijke training en vroomheidstraining om het kardinale verschil tussen die twee duidelijk te maken. De lichamelijke oefening is in beperkte mate nuttig, maar de vroomheid is in alle opzichten nuttig.

Waarom is vroomheidstraining zoveel nuttiger dan lichamelijke oefening? Omdat het één wel eeuwigheidswaarde heeft en het ander niet. Paulus argumenteert met het gegeven dat God een belofte heeft verbonden aan het beoefenen van vroomheid. Die belofte wordt omschreven als het ware leven, zowel in het heden als in de toekomst. ‘In alle opzichten’ moet dus temporeel worden opgevat: altijd, dat wil zeggen voor dit én voor het toekomstige leven. Naar analogie daarvan zal de uitdrukking ‘in beperkte mate’ hier eveneens temporele betekenis hebben: tijdelijk, dat wil zeggen uitsluitend voor dit leven.

Sport en bewegen kunnen de lichamelijke conditie verbeteren. Daarbij is een mens levenslang gebaat. Dit geldt voor christenen en niet-christenen. Maar verder dan dit aardse bestaan strekt het behaalde voordeel niet. Het beoefenen van de vroomheid levert echter voor christenen onbeperkte voordelen op, wil Paulus zeggen, omdat onze relatie met God niet ophoudt bij de grens van de dood. Wij hebben onze hoop gevestigd op de levende God (vers 10). Ieder die op Hem vertrouwt, ziet zijn levensbelofte werkelijkheid worden, zowel in deze als in de andere wereld (1 Timoteüs 6:17-19; vergelijk Efeziërs 6:2). Laten we onszelf daarin trainen. Vroomheidstraining heeft de toekomst!

Literatuur
P.H.R. van Houwelingen, Timoteüs en Titus. Pastorale instructiebrieven (Commentaar op het Nieuwe Testament), Kampen (Kok), 2009, tweede druk 2012.

Rob van Houwelingen, ‘Vroomheid in het Nieuwe Testament’, in: Koert van Bekkum e.a., Proeven van spiritualiteit. Bijdragen ter gelegenheid van 160 jaar Theologische Universiteit Kampen (TU-bezinningsreeks 15), Barneveld (De Vuurbaak) 2014, pagina 57-69.

David J. Williams, Paul’s Metaphors. Their Context and Character, Peabody (Hendrickson), 1999, chapter 12: ‘Public Shows and Sporting Events’.

Over de auteur
Rob van Houwelingen

Rob van Houwelingen is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief