Met Jezus in het paradijs
- Woordzoeker
En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer U
in uw koninkrijk komt.’
(Lucas 23:42)
Jezus’ laatste gesprek van mens tot mens was – typerend – met een misdadiger. De pijnlijke omstandigheden van dit gesprek op Golgota gaven daar natuurlijk aanleiding toe. Hij kreeg een verzoek van de man die aan het kruis naast Hem hing: ‘Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt.’
Dit moet Hem bijzonder troostvol in de oren hebben geklonken. Al uren onderging hij gelaten het spotten van de mensen om Hem heen. Maar wat Hem nog het meest verdrietig maakte, was het ongeloof en de blindheid die daaronder schuilgingen. Terwijl Hij gekruisigd werd, bad Jezus met zoveel woorden tot zijn Vader: ‘Vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen.’
Wisten ze dan echt niet dat ze de Zoon van God voor zich hadden? Wisten ze niet dat het de langverwachte messias was die zij hier aan het kruis lieten nagelen? Hoe Jezus over Zichzelf dacht, stond hun toch wel goed voor ogen, zo blijkt uit de spot van de leiders: ‘Anderen heeft Hij gered; laat Hij nu Zichzelf redden als hij de messias van God is, zijn uitverkorene!’ (vers 35).
In dezelfde trant dreven ook de soldaten en één van de twee misdadigers die met Hem gekruisigd waren de spot met Jezus’ claim op het koningschap. Ze geloofden het gewoon niet. Want geef toe… hoe kan de messias, de koning van de Joden, eindigen als een opgehangen misdadiger?! Jezus’ lijdensweg vormt voor deze spotters het grootste teken dat zijn pretentie volksmisleiding was.
Belijdenis
En dan is daar plotseling die andere misdadiger, die de eerste terechtwijst. Hij erkent Jezus’ onschuld en wendt zich vervolgens rechtstreeks tot Hem: ‘Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt.’ Hier klinkt niet gewoon een verzoek, hier klinkt – gezien de omstandigheden – een regelrechte belijdenis.
Deze misdadiger erkent Jezus’ koningschap. Sterker nog, hij gaat er gewoon vanuit. Het lijdt voor hem geen twijfel dat Jezus in zijn koninkrijk zal komen. Dat deze koning diep lijden doorstaat op Golgota is voor hem juist géén tegenindicatie. Hij heeft dieptezicht: hij ziet de straf van een onschuldige en hoopt dat ook hij van dit offer de vruchten mag plukken.
Van de overheid kreeg hij zijn verdiende straf,
maar Jezus belooft hem onverdiende vrijspraak
Deze belijdenis moet Jezus inderdaad troostvol in de oren hebben geklonken. Te midden van blind ongeloof, spot en hoon, hangt hier iemand naast Hem die Hem oprecht aanspreekt met een eenvoudig verzoek, een heldere en ondubbelzinnige belijdenis…
Jezus’ antwoord klinkt even helder en ondubbelzinnig: ‘Ik verzeker je, nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn’ (vers 43). Zijn woordkeus, ‘paradijs’ in plaats van ‘koninkrijk’, benadrukt het ongerepte van het leven dat deze stervende misdadiger te wachten staat. Een nieuw begin, zoals in het paradijs, vrij van schuld!
Van de overheid kreeg hij zijn verdiende straf, maar Jezus belooft hem onverdiende vrijspraak. Niet in de verre toekomst, zoals de man waarschijnlijk hoopte, maar al in het heden. Samen met Jezus, door de dood heen, de hemelse heerlijkheid tegemoet.
Oprecht
Ook dit was geen misleiding. Want het werd Pasen. Dat God Jezus uit de dood deed opstaan, vormde de meest krachtige bevestiging van Jezus’ pretentie. Ja, Hij is Gods Zoon, de langverwachte messias! Jezus leeft. En ook wij, misdadigers, mogen leven met Hem. Ook wij mogen vertrouwen op zijn belofte aan het kruis.
We weten niet waarvoor de bewuste misdadiger de doodstraf had gekregen. Ongetwijfeld ging het niet om een klein delict. Des te verrassender is de eenvoud waarmee de deuren van het paradijs zich voor hem openden: ‘vandaag nog’ zegt Jezus. En dat geldt ook ‘vandaag nog’ voor ieder die maar wil. De enige vereiste is een oprecht verzoek aan het adres van Jezus: ‘Denk aan mij.’
Vandaag al mogen wij leven met Jezus! Lees Romeinen 6:1-14 en laat het geschenk van Pasen tot je doordringen.
Myriam Klinker is universitair docent Nieuwe Testament.



