Afscheid Douma roept vragen op over kerk zijn
- Opinie
Professor Jochem Douma heeft, alweer even geleden, afscheid genomen van de GKv. Zijn vertrek is opvallend. Hij was één van de boegbeelden van de vrijgemaakte kerk en heeft haar identiteit en functioneren in hoge mate bepaald. Zijn vertrek is ook meer dan een incident. Het gaat ten diepste om de vraag hoe je kerk wilt zijn in een veranderende samenleving. En die vraag is voor elke christen van belang.
Jochem Douma heeft zijn vertrek toegelicht in het boekje Afscheid. Dit boekje getuigt van liefde voor Christus, liefde voor de kerk en liefde voor broeders en zusters in andere kerken. Toch is zijn boek het verslag van een breuk.
Volgens Douma is de GKv in verval. Pagina na pagina illustreert hij dat met voorbeelden op het gebied van liturgie, ethiek en theologie. Het besluit van de vrijgemaakte synode om aan te koersen op kerkelijke eenheid met de NGK gaf voor hem de doorslag om de GKv te verlaten.
De hamvraag is of al deze ontwikkelingen inderdaad een teken van verval zijn of dat ze juist blijk geven van een kerk die in deze tijd zoekend haar weg achter Christus aangaat. Om op deze vraag een antwoord te geven, moeten we teruggaan in de tijd en aandacht geven aan de diepere drijfveren in onze cultuur.
s de kerk in verval? Of zoekt ze simpelweg haar weg achter Jezus aan in een veranderende samenleving? (beeld Laszlo Ilyes)
Inademen
Onze cultuur is in hoge mate gestempeld door de ontwikkeling van wetenschap en techniek. Die ontwikkeling heeft ons denken bepaald: we geloofden dat we de werkelijkheid konden beheersen. Dat begon met de beheersing van de natuurlijke omgeving, om ons te beschermen tegen honger, ziekte en gevaar, en leidde vervolgens tot de beheersing van de samenleving, om de vrijheid van het individu te realiseren. Daarbij overheerste lange tijd de gedachte dat er maar één goede manier van denken was en één goede manier van organiseren.
Dit geheel van drijfveren wordt wel de moderne tijdgeest genoemd. Het bijzondere daarvan is dat iedereen die ‘inademde’ zonder dat hij of zij zich daarvan bewust was. Ook christenen ademden deze tijdgeest in en werden erdoor geïnspireerd.
Op deze wijze heeft de GKv na de Vrijmaking de kerk weer opnieuw vormgegeven. Dat resulteerde in een goed georganiseerde kerk met hiërarchische structuren, waarin uniformiteit van denken en doen de nieuwe norm werd. Hoe lastig die nieuwe norm was, bleek in de jaren 1967-1971, toen een scheuring leidde tot het ontstaan van de NGK.
Jasje
In de tweede helft van de vorige eeuw begon de ‘lucht’ die we inademden te veranderen. Het werd steeds duidelijker dat we de werkelijkheid niet konden beheersen en dat uniformiteit in denken en doen niet meer werkte. Ook kwam alle nadruk op het individu te liggen, met als uiterste consequentie de gedachte dat elk individu zijn of haar leven zelf wel zal vormgeven en dat er geen enkele andere autoriteit bestaat dan het ik. Deze manier van denken wordt wel de postmoderne tijdgeest genoemd en ook deze tijdgeest werd door alle Nederlanders ingeademd, inclusief christenen.
De veranderingen in samenleving en kerk kun je niet zomaar karakteriseren als verval
Ook in de GKv lukte het de laatste jaren niet meer om de kerk te beheersen. Er groeide een grotere diversiteit aan opvattingen, vormen en structuren.
Deze veranderingen kun je niet zomaar karakteriseren als verval. Het is eerder een proces van een kerk die van culturele kleur verschiet: van modern naar postmodern. Aan de ene kant is dit positief te waarderen, als teken van een kerk die haar ‘moderne jasje’ uitdoet en in een postmoderne tijd het licht van het evangelie wil laten schijnen. Aan de andere kant is het een spannende overgang, want postmoderne uitgangspunten als ‘ik bepaal zelf wel hoe ik leef’, ‘ieder zijn eigen waarheid’ of ‘ik bind me niet’ zijn niet te verenigen met het evangelie. We lopen het gevaar veel goede dingen uit het verleden te verliezen.
Rechtzinnigheid
Een voorbeeld van de van culturele kleur verschietende kerk is volgens Douma de vrouw in het ambt, waar hij een tegenstander van is. Hij ziet het besluit van de GKv-synode om de vrouw in het ambt niet als belemmering te zien voor hereniging met de NGK als een breekpunt. In zijn visie is dat besluit een teken van verval.
Voorstanders van de vrouw in het ambt zouden ‘Paulus tegen zich hebben’ en ‘de Schrift vrijer uitleggen’
Toch is die beoordeling te simpel. Diversiteit op dit punt is namelijk niet nieuw. De discussie hierover wordt al veel langer gevoerd en over de exegeses van de relevante Bijbelpassages is al van alles geschreven. Verschillende gelovige denkers nemen verschillende posities in. Desalniettemin was het oude standpunt met betrekking tot dit thema in de GKv een teken van rechtzinnigheid. En dat is ook precies de sfeer die Douma creëert. Voorstanders van de vrouw in het ambt zouden ‘Paulus tegen zich hebben’ en ‘de Schrift vrijer uitleggen’. Van erkenning dat er exegetische en hermeneutische keuzes gemaakt worden is geen sprake. Typisch de invloed van de moderne tijdgeest.
Daar komt bij dat die tijdgeest in hoge mate mannelijk was, met weinig aandacht voor de gaven van de vrouw. Vanuit dit perspectief moet de ruimte die vandaag de dag is ontstaan om na te denken over de positie van de vrouw in de kerk dan ook gezien worden als een heilzame correctie op het verleden.
Zucht
Douma’s boekje ademt zorg. Wat ons betreft had het meer vertrouwen mogen ademen. Vertrouwen dat de Heer zijn kerk leidt, op alle plaatsen, in alle tijden. Want wij zijn kerk in en van onze tijd. Juist daarom moeten we de tijdgeest beproeven: de oude moderne en de nieuwe postmoderne tijdgeest. En dat in het besef dat heel de werkelijkheid, ook de kerk, zucht onder de vloek van de zonde.
Aan de hand van de Bijbel, zoekend in Gods werkelijkheid en met open ogen en oren voor wat Hij geeft, mogen we wandelen met Hem. In het vertrouwen dat Hij over ons heerst en ons leidt.
Maarten Verkerk is bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de TU Eindhoven en de Universiteit Maastricht. Wilmer Blijdorp is predikant van de GKv Brunsum-Treebeek.



