‘Vrijheid geven aan je kind vraagt en kost iets van jezelf’
- Opinie
- Special Vrij
De bevalling van haar dochter was een louterende ervaring. Eline Hoogenboom (1984) blikt terug op de vrijheid die ze gaf en kreeg toen haar kind geboren werd. ‘Was dat gedeeltelijk sterven van mijn identiteit tijdens die zware bevalling nodig, onmisbaar zelfs, om mijn kind letterlijk en figuurlijk vrijheid te geven?’
Ik zie het aan haar blik: nachtenlang wachten op meer ontsluiting, weeën wegpuffen en urenlang persen heeft geen zin gehad. Ik zie het aan hoe ze af en toe fronst, de verloskundige die mij deze nacht oxytocine toedient, de gang van zaken vertelt en een veilig gevoel geeft. Terwijl mijn man me nog aanmoedigt, voel ik al dat gaat gebeuren waar ik zo bang voor was: ik ga dit kind niet op de natuurlijke manier het leven geven.
Ik heb me vaak afgevraagd of ik het aandurfde: een onschuldig kind op de wereld zetten en bij voorbaat weten dat hij of zij simpele schaafwonden en serieuze littekens zal oplopen. Twee gedachten hielpen mij daarbij. De eerste was die aan mijn moeder die op een zaterdagochtend in 1990 met een bleek gezicht mijn kamerdeur opende. Ik keek verschrikt naar haar vanonder mijn roze kleuterdekbedje. ‘De Golfoorlog is begonnen!’, zei ze. Ik was zes jaar en mijn moeder dacht dat de wereld op instorten stond. In de jaren die volgden voorspelden meer mensen dat het einde der tijden in zicht was, en opnieuw nu corona de wereld beheerst. Ik wuif het niet weg, maar de gedachte dat het aankondigen van de eindtijd iets is van alle tijden, relativeert wel.
De tweede gedachte was die aan mijn eigen butsen en littekens: hoe die mij gevormd maar ook gebracht hebben tot waar ik nu ben. Wil ik dat mijn dochter ook littekens oploopt? Allesbehalve. Ik weet zelf hoe veerkracht en genade geschonken worden, juist als je het leven in donkere wanhoop liever wilt verlaten. Mijn vertrouwen op God heeft een diepte gekregen die het zonder deze ervaringen niet had gehad. Daarom schreef ik in de brief aan mijn babydochter: ‘We weten uit ervaring dat het leven hard kan zijn. Dat de zwarte bladzijden die in jouw levensboek zijn opgetekend zwaar kunnen vallen. Maar we weten ook hoe ongelooflijk rijk het is als je op die soms moeilijke weg engelen vindt die er voor je zijn. Als je toch vrede ervaart, te midden van onrust. Als je toch Gods trouw ziet, ook al twijfel je aan alles.’
De gynaecoloog komt erbij. Ze heeft een daadkrachtige, maar warme uitstraling en bevestigt wat ik in de frons van de verloskundige al las: in de houding waarin onze baby ligt, is het bijna onmogelijk haar op de natuurlijke manier ter wereld te laten komen. Anders gezegd: dit kind vindt de weg naar vrijheid niet uit zichzelf. Een pijnlijke ingreep is een laatste optie. Ja, knik ik – ik wil er alles aan gedaan hebben om zeker te weten dat het niet mijn lijf is dat het opgeeft. Ik wil laten zien dat mijn lijf, dat zo beschadigd heeft gevoeld en dat ik zo veracht heb, dit kan. Ik ben al zo ver gekomen – achtenveertig uur weeën wegpuffen is me goed afgegaan, geen moment heeft paniek toegeslagen. De ingreep mag niet baten, ons kind moet worden gehaald met een keizersnee.
Autonome vrouw
Het moment dat het kind zijn weg naar buiten baant, keer je je als barende vrouw naar binnen, merkte ik. Terwijl twee nieuwe identiteiten geboren worden, die van moeder en kind, sterft een gedeelte van wie de moeder daarvoor was. Een halfjaar voor de weeën begonnen, had ik dit misschien niet zo opgeschreven: ik ging er prat op om, ook al was ik zwanger, vooral nog steeds ‘Eline’ te zijn, een zelfstandige, autonome vrouw. En nog hecht ik aan zelfstandigheid. Maar, heb ik mij later afgevraagd, was dat gedeeltelijk sterven van mijn identiteit tijdens die zware bevalling nodig, onmisbaar zelfs, om mijn kind letterlijk en figuurlijk vrijheid te geven? Bevrijding uit de beslotenheid van de baarmoeder, maar ook het begin van de jaren dat je als ouder je kind leert om te leven in vrijheid? Dat vraagt en kost iets van jezelf.
‘Gefeliciteerd, je bent moeder van een dochter!’ Een meelevende verpleegkundige ‘maakt’ mij moeder als ik wakker word uit de narcose. Hoewel de bevalling niet ging zoals ik had gehoopt, was deze toch helend. Want ik vond vrijheid in mijn veerkracht. De pijn van mijn eigen wonden, opgelopen in mijn jeugd, herstelde door de pijn van de weeën. Dat mijn lichaam in staat was geweest dit te dragen, zich veilig had geweten in een situatie die onveilig had kunnen voelen, was voor mij een waar Godswonder.
En daar lag ze, onze dochter. Ons kind dat we op haar geboortekaartje ‘bemind en geliefd’ noemden. Bemind omdat dat de betekenis van haar naam is, geliefd omdat dat het mooiste is dat je je kunt voelen. Dat willen we haar laten ervaren: dat ze zich geliefd weet door ons, maar vooral door haar Hemelse Maker. Met dat ik haar in mijn armen sloot, besefte ik welk deel van mezelf was gestorven. Er was iets geboren dat groter was dan ikzelf, een liefde die me een glimp liet zien van Gods vaderlijke en moederlijke liefde voor mij. Een liefde die het kind de vrijheid geeft te worden zoals zij bedoeld is en niet zoals ik haar voor ogen heb. Een kind dat een bestemming heeft, zonder dat ik daar invloed op heb.
Donkere periode
Op het geboortekaartje stond Psalm 139:13. Eigenlijk vond ik dat eerst wat cliché, maar omdat deze tekst zo waardevol voor mij is, gebruikten we hem toch. ‘U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder.’ In het proces waarin ik besloot niet langer slachtoffer zijn van mijn littekens, ver voordat ik kinderen kreeg, was deze psalm mijn redding. Lang lag de nadruk op dit vers: ‘Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan. Wonderbaarlijk is wat U gemaakt hebt. Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.’ (vers 14). Ik vond, na een donkere periode van veel verwerken en dóórwerken, de basis voor mijn zelfbeeld in dit vers. Ik moedigde daarna, ook met de online platforms die ik opzette, tienermeiden en vrouwen aan om zo ook naar zichzelf te kijken: jij bent wonderbaarlijk gemaakt.’
Daarin kun je ook doorslaan, erken ik. Na een generatie christelijke ouders die (wat generaliserend gezegd) calvinistisch en zonder al te veel emotie opvoedde, ligt de nadruk bij de huidige oudergeneratie op het bemoedigen en bevestigen van hun kind: ‘jij bent waardevol’ en ‘je mag er zijn’. Inmiddels blijkt dat het deze groep (jong)volwassenen (generatie Y) maar al te vaak ontbreekt aan de veerkracht en levensmoed om te kunnen omgaan met moeilijke situaties. Altijd maar complimenten krijgen maakt niet alleen ik-gericht, zo blijkt, maar zorgt er ook voor dat je denkt dat je tot alles in staat bent. Tot het moment daar is dat je dat niet blijkt te zijn en de omstandigheden je overweldigen. Tel daarbij op dat we leven in een prestatiemaatschappij die vertelt dat je alles kunt worden zolang je maar je best doet. Gaat het mis, dan is dat op je eigen conto te schrijven en voel je je jammerlijk falen.
Aanmoediging
Ik vind het dan ook niet zo gek dat veel twintigers onderuitgaan: de vrijheid die zij kregen om vol te gaan voor eigen willen en presteren verandert zo maar in de gevangenschap van je een mislukkeling voelen. Ik zie dertigers en veertigers zichzelf eindeloos vergelijken met anderen. Ze blijven maar op zoek naar bevestiging en aanmoediging. Begrijp me niet verkeerd, ook ik schrijf toerustende dagboeken voor vrouwen met titels als Hartsrust en Voluit leven. Er bestaat een grote behoefte aan aanmoediging – ik ervaar het als mijn roeping om hen die te bieden. Maar aanmoediging is niet genoeg om te ontdekken dat je in Gods ogen mag zijn wie je bent. Om met vrijheid te leren omgaan is het uitleggen van gevaren, het zelf laten ontdekken en bieden van grenzen ook noodzakelijk. Dit hele proces is het koorddansen van de opvoeding en het meest ingewikkelde dat er is, zo ongeveer.
Van haar Maker heeft onze dochter royale bewegings- en keuzevrijheid gekregen. Zoals die in het paradijs al bestond, maar helaas ook uitmondde in het niet kunnen weerstaan van de verleiding tot zondigen. Dat vraagt van haar, naast lef en veerkracht om keuzes maken en op te staan na een valpartij, ook om dichtbij God te leven en de richtlijnen te volgen die Hij geeft om zijn weg te gaan. Ik wil haar leren de vrijheid te vinden om haar eigen woorden en zinnen te schrijven in het levensboek dat God voor haar bedacht heeft (Psalm 139:16). Maar ook om vrede te vinden met de punten en komma’s waarmee ze zal moeten strijden. Mijn grootste hoop is dat ze de vrijheid vindt om de weg te gaan die eeuwig is, door dichtbij Hem te leven. ‘Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is.’ (Psalm 139:16)
Het is twee jaar na de geboorte van onze dochter. Ik leef in een tijd waarin de grond onder je voeten voortdurend lijkt te worden weggeslagen en we door COVID-19 een ‘slag-om-de-arm-maatschappij’ zijn geworden. In mij trappelt ons tweede kind. Ik kijk uit naar het opnieuw ter wereld brengen van nieuw leven. Want: is er iets dat meer liefde, hoop en vrijheid laat zien in een tijd waarin we in de ban zijn van ziekte, ongeduld en onverdraagzaamheid dan het op de wereld zetten van nieuw leven?
Eline Hoogenboom is auteur en hoofdredacteur van Sestra mama.





