Mijn Bijbelvertaling
- Interview
- Thema-artikelen
Vier christenen vertellen welke Bijbelvertaling ze het liefste lezen en waarom.
Jacolien Rots (46), lid van de GKv Amersfoort Emiclaer:
‘Momenteel gebruik ik de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) het meest. Voordat de NBV er was, las ik veel in de Groot Nieuws Bijbel. Ik vind het belangrijk de Bijbel in mijn taal te lezen en dat is modern Nederlands. De Groot Nieuws Bijbel las ik al in mijn jeugd, omdat daarin de tekst echt naar me toekwam. Een middelbareschooldocent las eruit voor bij de dagopening en dat sprak me direct veel meer aan dan de gebruikte vertaling thuis en in de kerk.
Ik heb veel moeite met oude vertalingen zoals de Statenvertaling en de NBG-vertaling uit 1951. Veel woorden worden helemaal niet meer gebruikt. Als Jezus bijvoorbeeld zegt: “Voorwaar, Ik zeg u”, denk ik vooral: wat een raar woord is “voorwaar”, niemand gebruikt dat. De Bijbel in Gewone Taal vind ik daarentegen te eenvoudig door de erg korte zinnen. Maar die is wel weer geschikt om met kinderen te lezen.’
Bert (49) en Marja (47) Rundervoort, lid van de Gereformeerde Gemeente in Genemuiden:
‘Wij gebruiken de Statenvertaling uit 1637. Ondanks dat we allebei meer hebben met hedendaagse taal, kiezen we voor deze oude vertaling omdat we onze voorkeur ondergeschikt willen maken aan wat God van ons vraagt. De Statenvertaling is naar onze overtuiging de meest getrouwe, letterlijke vertaling van de Bijbel. Daarnaast willen wij in de christelijke opvoeding graag eenheid houden tussen wat er thuis, op school en in de kerk wordt gelezen. Zo willen we discussies over de taal van de tekst voorkomen en ons alleen richten op de inhoud en de diepere betekenis van het Woord.
Nieuwere Bijbelvertalingen doen vaak geen recht aan wat er oorspronkelijk stond, vinden wij. Het moet begrijpelijker zijn voor de lezer, maar in die visie wordt de mens meer centraal gesteld dan wat God zegt. De toon en klemtoon van Gods Woord zijn aan het veranderen, maar waar eindigt dat? Een Bijbel in straattaal, turbotaal, sms-taal?’
Leen Mak (68), lid van de CGK Huizen:
‘Onze huisbijbel is de Herziene Statenvertaling (HSV), die lezen we ook in de gemeente. De taal is redelijk hedendaags Nederlands en de vertaling is gemaakt vanuit een gereformeerde visie op de Bijbel, met veel respect voor de grondtekst. Dat spreekt mij aan. Daarnaast lees ik regelmatig de Bijbel in Gewone Taal (BGT), omdat die mij helpt om met een verse blik naar vertrouwde teksten te kijken.
Voor het lezen van de Bijbel vind ik het belangrijk dat eenzijdige keuzes vermeden wordt. God laat zich kennen door de Bijbel, maar zijn benadering is daarbij zo anders dan wij zouden kiezen. De ene tekst bemoedigt, de andere slaat je om de oren. Ik vind het belangrijk dat al die aspecten op zijn tijd aan de orde komen en hun weg vinden in mijn leven.’
Maaike Harmsen (43), lid van de Morgensterkerk in Den Haag (GKv):
‘Ik gebruik een Engelstalige Bijbelvertaling, de New International Version. Ik heb mijn eerste Engelstalige Bijbel gekregen toen ik als kind in Engeland woonde en in de baptistengemeente daar gebruikten ze deze vertaling. Ik vind het een mooie, heldere vertaling, die dicht bij de grondtekst blijft. Engels is in mijn dagelijkse leven mijn tweede taal en daarom voor mij makkelijk te begrijpen. Als ik de Bijbel in het Engels lees, spreken de woorden mij sneller aan. Ik stel minder snel vragen en laat de tekst eerst op mij inwerken.’



