Dorien Brouwer en Pieter Both over rouwen
- Interview
- Thema-artikelen
Als iemand in je gemeente een dierbare verliest, wil je hem of haar tot steun zijn. Maar waar doe je goed aan? Wat helpt wel en wat niet? Dorien Brouwer en Pieter Both verloren allebei onverwacht hun partner. Ze vertellen over de rouwperiode. ‘Mensen willen graag iets oplossen, maar dit is niet op te lossen. Je moet door de pijn heen.’
In de zomer van 2016 voltrekt zich tijdens de vakantie van de familie Brouwer uit Zetten een groot drama. Tien dagen verblijven Marco en Dorien samen met hun twee jongste kinderen (de oudsten zijn in Nederland gebleven) aan de Franse kust. Ze zijn met hun vouwwagen op hun tweede bestemming aangekomen: een mooi plekje aan een meer, ergens in de middle of nowhere. ‘s Nachts gaat het niet goed met Marco. Dorien wordt er wakker van en merkt meteen dat het helemaal mis is. Hun dochter van 14 gaat hulp halen bij de buren. Zij reanimeren Marco en als een arts de camping heeft bereikt, neemt die het over. Het baat niet. Na anderhalf uur geeft de arts aan dat Marco is overleden. Dorien: ‘Ik herinner me nog dat het langzaam licht werd. Ik dacht: ga ik nu ontwaken uit deze nachtmerrie?’
Het overlijden van Marco kwam totaal onverwacht. Op het moment zelf blijft Dorien gek genoeg kalm. ‘Ik dacht continu: ik moet erbij blijven. Als ik niet zou blijven handelen, hadden onze twee dochters niemand.’
Het is zondagochtend en Dorien besluit de dominee te bellen. ‘Achteraf hoorde ik dat het nieuws in onze gemeente insloeg als een bom. Voorafgaand aan de dienst zijn mensen opgevangen en persoonlijk op de hoogte gesteld. Iedereen was in shock.’
Terug in Nederland is er die eerste dagen heel veel bezoek. Dorien heeft er behoefte aan om te praten en doet keer op keer haar verhaal. ‘Het was heel fijn dat mensen er waren en luisterden, dat ze met me mee verbijsterd waren. Achteraf zeiden sommigen: ik wist niet wat ik moest zeggen. Maar er was ook niets te zeggen. Ik ben velen ook alleen maar in de armen gevallen.’
Pan eten
Pieter Both, predikant in De Brug in Spijkenisse, weet hoe dramatisch het is om een geliefde plotseling te verliezen. Twaalf jaar geleden stierf zijn vrouw Rolinda. Ze is 35 weken zwanger en wordt plotseling ziek: hersenvliesontsteking. Nadat de baby met spoed wordt gehaald, via een keizersnede, overlijdt ze, zeven uur na de geboorte. Pieter blijft achter met de baby en hun twee andere kinderen, van 4 en 2 jaar. Over die eerste periode na het overlijden zegt Pieter: ‘Ik was totaal van mijn ankers geslagen. Ik dacht: wat moet ik nog op deze wereld? Ik heb me vastgeklampt aan de zorg voor mijn kinderen.’
Pieter zegt dat hij eigenlijk niet wist waar hij precies behoefte aan had in die tijd. ‘Mensen zeggen soms: je mag me altijd bellen. Maar dat werkt niet, want je weet niet wat je nodig hebt.’
‘Sommige vrienden kwamen langs en begonnen gewoon de afwasmachine in te ruimen, dat was heerlijk’
Naast de onmisbare steun van vrienden en familie kreeg hij hulp vanuit de gemeente. Al kon hij niet zonder, hij vond praktische zaken ook ‘vreselijk ingewikkeld’. ‘Dan wilde iemand een pan eten brengen en dacht ik: moet ik die nou schoon of vies terugbrengen? En zet ik de pan dan op de stoep neer of bel ik aan? Ik vond het prettiger als iemand een concreet voorstel deed: ik kom een uur, zeg maar wat ik moet doen. Sommige vrienden kwamen langs en begonnen gewoon de afwasmachine in te ruimen, dat was heerlijk.’
Structurele afspraken hielpen hem ook. ‘Een gezin uit de kerk stelde voor om iedere zaterdagmiddag mijn kinderen op te vangen, zodat ik kon gaan sporten. Dat heb ik jaren gedaan.’
IKEA
Zowel Dorien als Pieter geven aan dat ze soms grenzen moesten stellen. Dorien: ‘Als ik dat niet had gedaan, was ik verzand in van alles.’ Ze wilde bijvoorbeeld niet dat Jan en alleman zich in die eerste dagen op de kinderen zouden storten. ‘Ze mochten zelf bepalen wie ze wilden zien. Dat waren mensen uit hun eigen leefwereld. Leraren van school kwamen bijvoorbeeld langs, dat vonden ze fijn.’
Na twee weken veel mensen over de vloer te hebben gehad, had Dorien behoefte aan rust. De Bijbelkring hoefde niet meer te koken. ‘En het klinkt gek, maar de zondagmorgen na de begrafenis besloten we niet naar de kerk te gaan, maar naar IKEA om een bank te kopen. Dat moest nog. Ik had alle mensen uit de kerk net gezien. Het was prettig om even anoniem te kunnen zijn.’
Pieter Both werd na het overlijden van zijn vrouw predikant en schreef onder meer het boek Dag zeggen. Dolen in rouw.
Soms was Dorien direct. ‘Er belde eens een gemeentelid dat ik niet zo goed kende en het kwam helemaal niet uit. Ik heb gezegd: nu even niet.’
Pieter herkent dat, ook hij was mondig. ‘Als er iemand langskwam, zei ik weleens: goed dat je er bent, kun je de was vouwen?’ Volgens hem is het belangrijk dat je niet invult waar een rouwende behoefte aan heeft. ‘Je kunt beter zeggen: ik zou willen vragen hoe het met je is, maar ik weet niet of je daar behoefte aan hebt en of het gelegen komt.’
Pijn
Praten met mensen uit de kerk is fijn, maar niet voortdurend. Dorien: ‘Gesprekken kosten me veel emotionele energie. In het begin waren twee van dat soort gesprekken in een week echt genoeg.’
Ook nu is het voor Dorien niet per se nodig dat veel mensen uit de kerk langskomen. ‘Een kaartje, een knikje, iemand die in een dienst zegt: fijn dat je er bent – dat is al genoeg. Ik merk dat veel mensen Marco missen en hem niet vergeten. Dat troost enorm.’
De weekenden vindt Dorien het zwaarst, dan mist ze Marco het meest. ‘Mensen willen dat graag oplossen, maar de pijn en het verdriet zijn niet op te lossen door een bezoekregeling. Daar zit ik helemaal niet op te wachten. Ik wil Marco terug. Door die pijn moet ik heen.’
Niet huilen
Voor kinderen in rouw zou er speciale aandacht moeten zijn, vinden beiden. Pieter: ‘Soms redeneert een ambtsdrager: ik ben in het gezin geweest, dus het is goed. Maar dan hebben ze kinderen niet individueel gesproken, terwijl dat wel belangrijk is. Kinderen hebben eigensoortige rouw. Het gemis gaat voor hen nooit over. Bovendien hebben kinderen de neiging om hun rouwende ouders te sparen. Ik weet nog goed dat ik mijn oudste naar school had gebracht en samen met mijn zoontje terug naar huis liep, huilend. Hij vroeg vanuit de buggy: huil je? Ik zei: ja. Toen zei hij: niet huilen papa, ik ben bij je … Hij was toen 2 jaar.’
‘Als ze had mogen kiezen, was ze hier gebleven’
Pieter regelde voor zijn oudste dochter zelf iemand met wie ze kon praten. ‘Ik heb gevraagd of de moeder van een vriendinnetje dat af en toe wilde doen.’
Dorien denkt dat voor pubers lotgenotencontact kan helpen. ‘Voor mij als moeder is het ingewikkeld om mijn tieners te begeleiden in hun verdriet. En ze willen niet met een vreemde praten. Gelukkig hebben ze leuke vriendengroepen. Maar hoe het werkelijk voelt om je vader te verliezen weten leeftijdsgenoten niet. Ik ben op zoek geweest naar christelijke initiatieven voor lotgenotencontact voor tieners, maar die kan ik helaas niet vinden.’
Dolen
Pieter is inmiddels hertrouwd en heeft nog twee kinderen gekregen. Voor hem is het grootste verdriet na twaalf jaar voorbij. ‘Al heb ik een blijvend litteken, dat makkelijk opengaat. Momenten als het afscheid in groep 8 of de zestiende verjaardag van onze dochter doen weer even zeer.’
Hij is predikant geworden en schreef onder meer het boek Dag zeggen. Dolen in rouw. Hij wil niet gezien worden als ‘de dominee van de rouw’, maar tegelijk is het natuurlijk niet vreemd dat hij regelmatig lezingen geeft over rouw en door het hele land rouwenden spreekt.
Pieter weet dat het rouwen niet bij iedereen op termijn overgaat. ‘Sommigen lukt het niet om het leven weer op te pakken. Anderen worden bitter. En bij ouderen die hun partner verliezen merk ik dat het verdriet soms alleen maar sterker wordt. Ze worden eenzamer, hun mobiliteit wordt minder. Daardoor missen zij hun man of vrouw extra.’
Kerkdiensten zijn vaak troostvol, al wordt er volgens Pieter weinig over de dood gepreekt. ‘Dominees denken van wel, want ze doen het op begrafenissen. Maar de mensen die zondag in de dienst zitten zijn daar niet bij. Zelf preek ik elke laatste zondag van het kerkelijk jaar over de dood. Mensen vinden het fijn dat er dan ruimte is voor verdriet.’
Trooster
‘In de kerk hebben we nogal eens de neiging om rouw weg te poetsen met opmerkingen als: hij of zij is in de hemel en heeft het nu goed’, zegt Pieter. ‘Toen mensen dat tegen mij zeiden, dacht ik: leuk voor Rolinda, maar wat heb ik eraan? En trouwens: als ze had mogen kiezen, was ze hier gebleven om haar kinderen volwassen te zien worden.’
Dorien herkent dat. ‘Soms zeiden mensen: gelukkig hebben we de Heer. Maar ik dacht: het blijft even erg, misschien is het zelfs erger!’ Pieter: ‘Het is dus maar de vraag of zo’n opmerking troost. Soms overigens wel, bijvoorbeeld bij een aftakelend ziekbed.’
Maar hoe kun je als christen dan wel troost bieden? ‘Door er te zijn’, reageert Pieter. ‘De eerste zeven dagen zeiden de vrienden van Job helemaal niks, en dat was enorm troostvol.’ Volgens de predikant vinden we in het Westen verdriet in combinatie met het geloof vaak lastig. ‘In de Bijbel zie je juist dat moeilijke situaties bij uitstek een manier zijn om God te ontmoeten. Ik vraag dan ook wel aan rouwenden: hoe ervaar je God nu?’
Pieter vindt het belangrijk om in gesprekken met rouwenden niet alleen over God de Vader, maar ook over Jezus en de heilige Geest te praten. ‘Door het alleen te hebben over de Vader kom je bij de leiding van God en de waaromvraag uit. Ik zeg vaak: ik weet niet waar het kwaad vandaan komt, maar ik weet wel dat God de dood heeft overwonnen door Christus. Ook de heilige Geest benoemen is waardevol. Hij is de trooster die voor ons bidt, ook als we zelf geen woorden hebben. Het zou mooi zijn als we daar in de kerk meer oog voor hebben.’
Hoe dan ook is het goed dat we ons bewust zijn van de kwetsbaarheid van rouwenden. Dorien merkt dat haar positie enorm is veranderd. ‘We waren heel actief en ineens ben ik iemand die nog maar weinig kan. Ik kan alleen ontvangen, mijn handen ophouden. En ik heb zó veel gedeeld met mensen. Als je rouwt, ligt alles open. Dat maakt kwetsbaar.’
Elleke van den Burg-Poortvliet is tekstschrijver, journalist en uitgever.




