Leven met je gestorven geliefden

Ruud ter Beek | 17 februari 2018
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Het doet pijn als de dood onze geliefden van ons afscheurt. Met die pijn kunnen we verlegen zijn. Ook in de gemeente, tussen onze broers en zussen in Christus. Hoe kun je het verdriet en het gemis dat velen ervaren toch een plek geven en de overledenen in je midden in herinnering houden?

De meesten van ons zijn groot geworden in een tijd waarin we behoorlijk terughoudend waren in onze aandacht voor overledenen. Gereformeerden maakten weinig werk van herdenken. Dagen als Allerheiligen en Allerzielen en een zondag als eeuwigheidszondag kenden we niet. De begrafenis was een familieaangelegenheid, ook als de rouwenden bij elkaar kwamen in de kerk. Heel vroeger begroeven we onze doden in en om de kerk. Nu staan onze doden buiten onze diensten, met als enige uitzondering misschien oudejaarsavond.

Dit gaat tegen onze natuur in. Naasten die sterven laten een afdruk in ons achter. Ons geheugen zit vol herinneringen aan hen. We horen hun stem nog. Ze duiken op in onze gesprekken. Ze zijn er nog. Ze leven bij God, daar, maar zijn ook nog bij ons, hier. Ze hebben hun lichaam achtergelaten, en nog veel meer.

Voorlopers

Zij en wij leven dezelfde kant op. God wilde niet dat zij zonder ons hun bestemming bereikten (Hebreeën 11:40). Zij gingen voor ons uit op weg naar de volmaaktheid. Wij mogen mee. Wij volgen onze voorgangers. Samen zijn we op weg naar het volmaakte leven.

Onze gestorven geliefden zijn er nog. Omdat God goed voor ons wil zijn, moeten zij geduld hebben (Hebreeën 11:39). Zij gingen voor ons uit, soms ver voor ons uit, maar ze zijn nog steeds niet aangekomen. De mensen die gestorven zijn, zijn bij God en met Hem onderweg naar hun laatste bestemming.

We kunnen zeggen: de dood is in hun leven uitgewoed. Maar de vernieuwing van hun leven is nog niet rond. Zij wachten buiten hun lichaam op hun nieuwe leven. Op den duur gaan ze terug naar hun lichaam. Uiteindelijk zullen ze mét ons aankomen op onze gezamenlijke bestemming (Johannes 11; 1 Korintiërs 15).

Ons geloof geeft ons niet alleen een nieuwe toekomst, het sluit ons ook aan op een nieuw verleden

Het is heel verdrietig als we door de dood gescheiden worden van onze geliefde voorlopers. Maar we hoeven die scheiding niet groter te maken dan die is. We zijn voor elkaar bestemd. We zullen elkaar op de nieuwe wereld weer treffen, omdat we samen teruggaan naar God.

Zij kijken net als wij uit naar Gods toekomst. We lezen in Openbaring dat overleden gelovigen in de hemel bij God aandringen op de voltooiing van zijn werk (hoofdstuk 6:9-10). Ze krijgen te horen dat ze nog even geduld moeten hebben. Ze moeten wachten tot ook de andere dienaren aansluiten. Respect voor hun geduld dus! Hun verlossing kan pas worden voltooid als wij er allemaal bij zijn.

Poriën

De gelovigen die al gestorven zijn, hebben ons met hun geloof de weg van Jezus gewezen. Dat betekent dat niet alleen onze vader en moeder en andere familieleden voor ons belangrijk zijn. Je kunt voor je geloof veel hebben gehad aan een vriend, een leraar of een dominee. Je bent het kind van je vader en je moeder, maar in het geloof ook het kind van de man of vrouw die jou op de kruispunten op je levensweg geholpen heeft om de goede richting te kiezen.

Als je nog veel verder terugkijkt, zie je dat gelovigen als Petrus en Johannes je vader en je moeder voorgingen. En voor hén gingen Jeremia en David. En voor hen Samuël en Mozes. Ze zijn er nog. Ons leven draagt hun sporen. Hun woorden kloppen in onze haarvaten. Hun geur hangt in onze poriën. Hun nalatenschap is elke dag van betekenis: hun verhalen, hun liederen, hun gebeden, de hulp die ze van God kregen. Ons geloof geeft ons niet alleen een nieuwe toekomst, het sluit ons ook aan op een nieuw verleden.

De mensen die ons hebben begeleid naar God en naar Jezus Christus verdienen onze waardering en ons respect. Ze hebben recht op een ereplaats in ons denken en doen. Zij baanden voor ons de weg en nu wachten ze op ons. Ze moesten sterven toen ze de laatste belofte nog niet hadden zien uitkomen en moeten tot voorbij hun sterfdag hopen en vertrouwen dat God ook zijn laatste belofte aan hen inlost.

Een steen, een kaars, een woord, een foto, een maaltijd: ze kunnen de fijne gedachte voeden dat Jezus met eer en luister op de troon zit in een schitterende wolk van broers en zussen, van wie er een paar je heel dierbaar zijn. (beeld linzyslusher/iStock)

Een steen, een kaars, een woord, een foto, een maaltijd: ze kunnen de fijne gedachte voeden dat Jezus met eer en luister op de troon zit in een schitterende wolk van broers en zussen, van wie er een paar je heel dierbaar zijn. (beeld linzyslusher/iStock)

Laten we van onze kant zo lang we leven zo dicht mogelijk bij hen aansluiten en met hen de Heer Jezus volgen. Hij heeft door zijn lijden en opstanding laten zien dat het loont te wachten tot God je brengt waar Hij je wil hebben: bij zichzelf in volmaaktheid. Gods trouw laat zich door zijn afkeer van onze slechtheid niet tegenhouden. Gods liefde ontwikkelt kracht als onze kracht verdampt. Dat heeft Hem en alle gelovigen moed gegeven. Voorbij het graf loopt de weg door.

Wij prijzen het geloof van onze voorlopers (Hebreeën 11:2-39). Hun vastberaden vertrouwen helpt ons om verder te gaan op de weg die we nog voor ons hebben (Hebreeën 12:1). Ook door schade en schande heen.

Het niet toelaten van de herinnering aan je gestorven naasten en voorgangers kan je verdriet zwaar maken. Verdriet dat je wegstopt wordt niet kleiner, eerder hinderlijker. Haal de mensen die je mist erbij. Hun voorbeeld en hun geduld helpen ons, juist als we niets van Gods werk in ons leven zien of er nauwelijks iets van merken. Of als we zelf moeten sterven zonder de vervulling van Gods beloften te hebben meegemaakt.

Werkhanden

Wij lopen achteraan in een lange rij. We sluiten de rij. Dat betekent ook dat we moeten bepalen welke plaats we hun die ons voorgingen geven in ons leven. Hoe kunnen we hun recht doen? Op welke manier kunnen we onze waardering voor hun rol in ons leven vormgeven? Hoe kunnen we dat aan elkaar en aan God laten zien? Hoe kunnen we hun bij alle verdriet een plaats geven in ons leven? En hoe blijven ze dicht bij ons nadat ze gestorven zijn?

Ik denk dat de meeste mensen hier wel ervaring mee hebben, bewust of onbewust. Denk aan de man die er moeite mee heeft de kleren van zijn vrouw weg te doen. Denk aan de vrouw die op strategische plekken in huis foto’s van haar overleden man neerzet, zodat ze hem altijd overal kan zien. Denk aan het kind dat regelmatig bij het graf van zijn ouders langsgaat.

Een dienst gaat voorbij, een tafel kan blijven staan

Je moeder, je vader, je opa kan ‘herleven’ in woorden. Bespreek met elkaar: Hebben we daar behoefte aan? Zullen we dat doen? En met wie? Als je samen een vorm zoekt, maak je je herinneringen ook deelbaar en kan een ander aansluiten. Nodig je kind of je vriend op de geboortedag of sterfdag uit om iets te komen vertellen over degene die je samen mist. Laat anderen daarbij aansluiten. Vertel zelf iets over wat hij of zij voor je betekende. Iets moois. Iets dierbaars. Iets lastigs. Leg het vast in een gedicht, in een brief, in een blog of een post op Facebook. Misschien heeft iemand nog iets van hem of haar. Je hoeft het niet te halen en te laten zien, maar vertel elkaar waarom je het fijn vindt het te hebben.

Mijn vader – overleden in 2003 – was smid en later machinebankwerker. De geur van ijzer zat in al zijn kleren en in zijn vel. Ik heb een fietspomp van hem waarvan de houten handgreep zwart is van zijn werkhanden. Als ik daarmee een band oppomp, ruik ik mijn vader. Dat maakt herinneringen los aan de fietstochten bij mijn vader voorop, ruim zestig jaar geleden, en aan de zaterdagen waarop hij me vroeg om zijn nek uit te scheren in de keuken, tien jaar later.

Stof samen de herinneringen af. Laat ze feestelijk glanzen, met taart en een bos bloemen, als het plezierige herinneringen zijn.

Je gemis delen maakt het kleiner. Je respect delen maakt het sterker. Als jij je herinnering scherp houdt, help je daarmee ook anderen – je kinderen bijvoorbeeld – om vorm te geven aan hun liefde en waardering voor iemand die er niet meer is en om vertrouwd te raken met de realiteit van het sterven, én het geloof in de opstanding.

Solidariteit

Wat als onze gestorvenen niet hoorden bij de mensen die uitkijken naar God? Best lastig! Ik ken broers en zussen die lang geaarzeld hebben om de beslissende stap te nemen in hun geloof omdat ze hun ongelovige ouders niet in de steek wilden laten. Ook ken ik mensen die de kerk verlieten uit solidariteit met hun kinderen die God hadden losgelaten.

God wil je niet losmaken van de mensen die bij je horen. Hij heeft je niet als los individu gemaakt. Hij staat naast je in je verlangen om dicht bij die geliefde mens te blijven. Hij trekt het zich aan als je vraagt: denk aan mijn vader, bekommer U om mijn zus, mijn kind. Zo ben je trouw aan je naasten en klinkt je vertrouwen in Gods liefde en genade door. Wat Hij voor hen doet, blijft zijn geheim.

Kloof

Hoe ga je om met lastige herinneringen? Mensen die belangrijk voor je geweest zijn, kunnen ook littekens in je ziel hebben achtergelaten, bijvoorbeeld door misbruik, verwaarlozing of pesten. Je zou willen dat je zulke herinneringen niet had. Je pijn en je kwaadheid dwingen je ertoe om iemand uit je leven te bannen, soms zelfs terwijl diegene nog leeft.

De Heer vraagt geen onmogelijke dingen. Als we niet over zo’n diepe breuk heen kunnen komen, mogen we het bij de God van de vrede neerleggen. Voor Hem is niets onmogelijk. Als je denkt dat Hij wil dat zo’n kloof gedicht wordt, maar je blokkeert, mag je het aan Hem overlaten.

Juist het delen van herinneringen, het samen gedenken, het met elkaar over hem of haar blijven praten, kan je verder helpen. Vraag je vader en moeder er eens naar, of tantes en ooms. Je helpt elkaar om te gaan met de pijn en de onvolmaaktheid die bij ons leven hoort. Je helpt elkaar om een houding te vinden tegenover het kwaad dat met ons leven verweven is.

Keitje

Een gemeente kan de herinnering aan de overledenen ook een plek geven, waar ze samenkomt en in haar erediensten. Bijvoorbeeld op oudejaarsavond of op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, eeuwigheidszondag. Je kunt hun naam, geboortedatum en sterfdatum noemen, met een gebed, een lied of een klein gebaar van hoop erbij. Bijvoorbeeld: de familie steekt aan de paaskaars een kaars aan en zet die op een witgedekte tafel, met een witte roos en een steen waar de vertrouwde naam van de geliefde overledene op geschreven is (vergelijk Openbaring 2:17). Kinderen van de clubs kunnen zulke stenen maken en er de namen op zetten. Zo geef je de overledenen alsnog een plekje in de kerk.

Een dienst gaat voorbij, maar een tafel kan blijven staan. Na een tijdje kun je de stenen aan familieleden meegeven. De hoop van het herdenken gaat mee naar de huizen.

Zo’n herinneringsplaats voor kerkgangers kun je op nog veel andere manieren vormgeven, bijvoorbeeld met een kunstwerk, een tapijt aan de muur, een boekrol of een ladder. Herdenken is niet terugdenken aan iemand die er geweest is. Je staat stil bij de betekenis die iemand voor je heeft, ook al is hij niet in de buurt. Een plaats, iets tastbaars ondersteunt dat.

Als Joodse mensen bij een graf zijn geweest, leggen ze er een keitje op. Dat zegt: de vrouw of man in dit graf is van belang. Hij of zij is in zicht en doet nog mee. Er is iemand die het spoor volgt dat hij of zij gemaakt heeft.

Een steen, een kaars, een woord, een foto, een maaltijd: ze kunnen de fijne gedachte voeden dat Jezus met eer en luister op de troon zit in een schitterende wolk van broers en zussen, van wie er een paar je heel dierbaar zijn.

Over de auteur
Ruud ter Beek

Ruud ter Beek is predikant van de GKv Leusden.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief