De econoom van Kampen
- Interview
- Ontmoeting
Jan de Jong, directeur van de Theologische Universiteit Kampen, is alle dagen druk met het leiden van de universiteit. Maar bij het grote publiek is hij vrijwel niet bekend. Wie is hij en wat drijft hem? En hoe blikt hij terug op de mislukte fusie van de theologische universiteiten?
Jan de Jong: ‘The Messiah is eigenlijk een mooie, gereformeerde preek waarin de hele samenhang van de Bijbel vertolkt wordt. Muziek kan me imponeren. Hoewel ik in mijn werk heel zakelijk moet zijn, zie je hier mijn gevoelige kant.’ (beeld Sijmen Reehoorn)
Het is enkele dagen na de jaarwisseling als de dijken bij het Overijsselse Kampen met zandzakken verstevigd moeten worden. Op de werkkamer van Jan de Jong, directeur van de TU in het centrum van het pittoreske Hanzestadje, is daar weinig van te merken. Bovendien staat het water lang niet zo hoog als in 1953, toen De Jong geboren werd.
Zijn leven begon in Alblasserdam, een week na de Watersnoodramp, als vijfde van tien kinderen. ‘In de fietsenstalling van de fabriek naast ons huis stonden geëvacueerde koeien’, weet hij uit de verhalen. Zijn vader maakte er als machinebankwerker fabricaten voor de scheepsbouwindustrie. Zijn moeder, ‘een zachtaardige vrouw’, zorgde voor het huishouden. Hij werd ‘met vreugde’ opgevoed in, naar eigen zeggen, arme omstandigheden. Als kind kwam hij al in Kampen om de Schooldag, de jaarlijkse gereformeerd-vrijgemaakte toogdag, te bezoeken. ‘Ik had toen niet kunnen vermoeden dat ik hier directeur zou worden.’ Nuchter: ‘Maar ja, het is vaker zo in het leven dat je niet weet wat je over dertig jaar doet.’
Samen met rector Roel Kuiper vormt hij het College van Bestuur, waarbij De Jong vooral verantwoordelijk is voor bedrijfsvoering, personeelsbeleid, gebouwbeheer, financiën en – samen met Kuiper – strategie.
Ik vroeg Roel Kuiper om u te typeren. Hij noemde onder meer uw stabiele geloof en grote godsvertrouwen dat zou blijken uit uw gebeden.
De Jong schiet vol. De bril gaat af, met een zakdoek dept hij de ogen. Dan: ‘Wat me nu raakt, is vooral dankbaarheid aan God die dat geloof geeft. Dat is niet iets wat je zelf kunt regelen. Het is een geschenk. Zoals je merkt, ben ik een gevoelsmens. Ik kan geroerd zijn door dingen die God doet. Ik dank God heel vaak dat onze kinderen bij Hem horen. Mijn vrouw en ik zijn ook dankbaar dat onze broers en zussen God niet in de steek hebben gelaten. Als ouderling hoor ik over de enorme impact die het op ouders heeft als hun kinderen God verlaten hebben. Dus waar heb ik het aan te danken dat ik een groot godsvertrouwen heb? Tja, ik kreeg het geloof mee van huis uit. Maar dat zegt toch niet alles.’
‘Ik kan geroerd zijn door dingen die God doet’
Hoe blikt u terug op uw opvoeding?
‘Mijn ouders wilden heel graag dat we het geloof in onze heiland vasthielden. Een levende relatie met God vonden ze belangrijk, maar afdalen in zielenroerselen gebeurde niet. Dat was lastig voor die generatie. Elke avond om tien uur hadden we als gezin een dagsluiting en op zondag zongen we met elkaar.’
Nadat hij het Gereformeerd Lyceum in Rotterdam had doorlopen, werd De Jong aan de Erasmus Universiteit opgeleid tot econoom. In zijn studententijd werd hij ook actief bij Evangelisatie & Recreatie, waar hij zijn vrouw Aly leerde kennen. ‘Dat is het mooiste wat je kunt ontvangen en beleven: het Woord van God bekendmaken. Die tijd heeft me gevormd: het organiseren, samenwerken met anderen en mensen vertellen wat me drijft.’
Hij heeft als organisatiedeskundige veel ‘stevige klussen’ gedaan (zie kader). Nu werkt hij, officieel althans, drie dagen per week voor de TU. In zijn spaarzame vrije tijd zingt hij graag op een koor. Hij mag als tweede bas de lage baspartijen voor zijn rekening nemen. ‘We zingen bijvoorbeeld de tweede mis van Bruckner, werken van Cyrillus Kreek en Maria-vespers, maar ook Rachmaninov. Het is heel plezierig dat bijna alle mooie muziek christelijk is. The Messiah van Händel is eigenlijk een mooie, gereformeerde preek waarin de hele samenhang van de Bijbel vertolkt wordt. Muziek kan me imponeren. Hoewel ik in mijn werk heel zakelijk moet zijn, zie je hier mijn gevoelige kant.’
‘Het is pijnlijk als de CGK-synode zegt dat ze die hoogleraren dus niet vertrouwt’
Mensen die hem goed kennen noemen De Jong integer, hardwerkend, blijmoedig, opgewekt, optimistisch en nuchter. Maar de vorig jaar opgestapte Raad van Toezicht (RvT) van de TU is minder enthousiast. ‘Er is geen communicatie meer mogelijk met het College van Bestuur’, oordeelde die RvT.
Wat doet dat met u?
‘Soms zijn er hoofdstukken in je leven waar je niet met vreugde op terugkijkt. Het moeilijke was dat je persoonlijke integriteit ter discussie werd gesteld en dat je je daartegen niet kon verdedigen. Maar ik ben niet iemand die lang naar het verleden kan kijken. Persoonlijk kan ik zulke hoofdstukken goed afsluiten. Ik hoop dat ook met de betrokken mensen te kunnen doen, maar er is nadien weinig contact geweest met de opgestapte RvT-leden. Als je iets wilt afsluiten, is het belangrijk dat je elkaar blijft ontmoeten.’
Hij weegt zijn woorden zorgvuldig en wil er verder niet veel over kwijt. Hoe dan ook had het conflict te maken met de vorming van een Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU), een fusie tussen de theologische universiteiten van de CGK en GKv, in samenwerking met de NGK en de Gereformeerde Bond. De Jong was druk met de onderhandelingen en had soms tot middernacht, via WhatsApp, contact met collega Kuiper. Maar toen de CGK-synode besloot om het GTU-project te stoppen, ging de gemeenschappelijke universiteit niet door.
Jan de Jong: ‘Predikanten hebben niet altijd oog voor de zakelijke kant van de universiteit. Ik hou erg van ze, maar je hebt op een universiteit niet alleen theologische en academische skills nodig, maar ook vaardigheden op het gebied van organisatiemanagement.’ (beeld Sijmen Reehoorn)
Hoe ervoer u het synodebesluit van de CGK op 10 oktober 2017?
‘Ik was erbij aanwezig. Toen het besluit gevallen was, voelde ik een zware teleurstelling. Niet eens zozeer vanwege het zakelijke aspect, maar vooral omdat het vertrouwen in onze hoogleraren ontbrak. Ik waardeer zelf hoe hier met een hartelijke liefde voor God en Christus gewerkt wordt. Er is geen sprake van dat theologen in Kampen het Woord van God maar zozo vinden of hun eigen draai eraan willen geven. Nee, ze zoeken consciëntieus naar God. Het is pijnlijk als de CGK-synode zegt dat ze die hoogleraren dus niet vertrouwt. Het gekke is dat toen we plannen maakten dat vertrouwen er binnen de regiegroep wél was.
Pijnlijk is ook dat de CGK nota bene zélf de uitnodiging deed om tot een GTU te komen. Maar goed, we moeten nu nieuwe wegen zoeken om zonder de CGK onze positie te markeren. Mooi is wel dat de NGK-predikantenopleiding naar Kampen komt.’
In een inmiddels verwijderde tweet schreef de Kamper professor Erik de Boer die avond: ‘Ik voel me bedrogen door de broeders ter CGK-synode.’ Ervaart u dat ook zo?
‘Ik herken zo’n tweet wel, maar ik vind niet dat ons grote woorden passen. Dat de deur dicht ging, is een nieuw feit en nu is de vraag: what to do? Ik ga niet bij de pakken neerzitten en van alles roepen. Het is balen, maar onze emoties bewaren we voor de borreltafel. Ik wil dat niet uitvergroten.’
De Jong vertelt dat de GTU een ‘megaveranderingsproces’ was met als complicerende factor dat de universiteiten in Apeldoorn en Kampen verbonden zijn aan de kerken: ‘Als de Boni en de Jumbo fuseren, hebben ze alleen met zichzelf te maken. Maar wij moesten zaken doen met meerdere synodes, die ad hoc en tijdelijk bij elkaar komen en dan besluiten nemen. Omdat synodes tijdelijke instellingen zijn, fluctueren de bestuurlijke inzichten.’
Is het systeem van wisselende synodes die beslissen over de toekomst van een universiteit dan nog wel houdbaar?
‘De GKv-synode heeft de RvT benoemd om toezicht te houden op de universiteit. Maar het gevaar ligt op de loer dat de synode toch nog over alles in Kampen kan beslissen. Het is van belang dat de bestuurlijke verhoudingen herijkt worden, zodat de school der kerken zich kan ontwikkelen en we slagvaardig kunnen handelen. Om te voorkomen dat de synode door haar periodieke bestaan een blok aan het been van de universiteit wordt, moet de RvT meer mandaat krijgen van de synode. Daar voelde de laatste synode zelf ook voor. Ze heeft haar werk trouwens geweldig gedaan. Maar in zijn algemeenheid geldt wel dat ouderlingen die afgevaardigd worden naar synodes meestal geen organisatieprofessionals zijn. Ook predikanten hebben niet altijd oog voor de zakelijke kant van de universiteit. Ik hou erg van ze, maar je hebt op een universiteit niet alleen theologische en academische skills nodig, maar ook vaardigheden op het gebied van organisatiemanagement.’
Was dat voor u als organisatiedeskundige nooit frustrerend?
‘Het tempo was inderdaad trager dan mijn keuze zou zijn. Ik moest me aanpassen aan de omstandigheden en heb zo toch heel wat kunnen bijdragen.’
‘Omdat synodes tijdelijke instellingen zijn, fluctueren de bestuurlijke inzichten’
En nu? Verhuist de TU Kampen alsnog naar Utrecht, zoals aanvankelijk het plan was, maar dan zonder de TU Apeldoorn?
‘Utrecht blijft een optie, maar we nemen pas in het voorjaar een besluit. Voor mij persoonlijk zou Utrecht een gewaardeerde optie zijn voor onze universiteit, omdat daar meer ruimte is voor onze studenten om zich te verbinden aan andere onderwijsdisciplines én andere studenten in de stad.’
De dag na het interview vertrekt De Jong namens een aantal Gelderse kerken naar India om kerken te bezoeken. ‘Het verschilt per regio, maar er zijn plekken in het hindoeïstische India waar christenen het erg moeilijk hebben, omdat hindoes niet veel naast zich verdragen. Ik spreek dominees die gemolesteerd worden omwille van hun geloof. Dat voelt machteloos en tegelijkertijd realiseer ik me dat het een geweldig geschenk van God is dat wij hier in vrijheid mogen wonen. En voor hen is het belangrijk te weten dat ze wereldwijd broers en zussen hebben die voor hen bidden.’
Heeft het Indiawerk invloed op uw werk in Kampen?
‘In India is een geweldige honger naar Bijbelkennis. Wat mij ontroert, is de blijdschap in hun geloof, terwijl ze bijna niets hebben. Ze hebben wel waaromvragen, maar leggen hun lijden veel makkelijker dan wij in het Westen in Gods hand. Ze hebben een jaloersmakend nederig en ontvangend geloof. Dat maakt mij nederig. In India denk ik weleens: nu zie ik pas wat écht belangrijk is. Maar aan de andere kant: juist voor hen is het zo belangrijk dat er academische, theologische opleidingen zijn. Zij vinden het mooi hoe wij lijnen ontdekken in afzonderlijke Bijbelverhalen, de samenhang zien en schatten opdiepen uit het Woord. Dankzij hen waardeer ik meer mijn eigen roots en de systematische theologie.’
Drs. Jan de Jong MCM CMC (1953) is sinds 2010 lid van het College van Bestuur van de TU Kampen; eerder was hij er al extern adviseur. Als consultant en organisatiedeskundige werkte hij voor ministeries, onderwijsinstellingen en zorginstellingen. De Jong is bij drie organen voorzitter: de kerkenraad van de GKv in Ede-Noord, het stichtingsbestuur van het Nederlands Dagblad en Zuid-India Mission. De Jong is getrouwd met Aly, samen hebben ze zes kinderen en zeven kleinkinderen.
Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.



