Er beweegt veel rond het ambt, bewegen wij mee?
- Opinie
- Thema-artikelen
Er is in de laatste decennia meer veranderd aan de structuur en de invulling van het kerkenraadswerk dan in de eeuwen daarvoor. Karel Smouter duidt de ontwikkelingen, geeft Bijbelse achtergronden en wijst een richting voor de toekomst.
Mijn vader werd in 1956 predikant. Zijn taak was duidelijk, net als de taak van de ouderlingen: ze bezochten gemeenteleden minstens eenmaal per jaar, getweeën, en elke vier weken was er een kerkenraadsvergadering. De dominee zat die voor.
Zelf werd ik in 1999 predikant. De taak van de ouderling was in grote lijnen hetzelfde gebleven, al gingen de meeste bezoeken niet meer getweeën. Wat wel veranderd was: het was nu één van de ouderlingen die de vergadering voorzat.
In de bijna twintig jaar die sindsdien verstreken zijn, is er veel meer veranderd. Die veranderingen zien we alleen scherp als we ons eerst het ‘officiële plaatje’ voor de geest halen. Heel in het kort is dat als volgt: de kerkelijke gemeente wordt bestuurd door de kerkenraad, en die kerkenraad bestaat uit ouderlingen, predikant(en) en diakenen.
Er zijn wat dit plaatje betreft een paar subtiele verschillen tussen de NGK, CGK en GKv. Zo deelt de diaken in de GKv niet meer in het regeerambt en kent de CGK het ambt van hoogleraar. In de praktijk zijn er echter binnen alle drie de kerken gemeenten die hun bestuurlijke model zo grondig hebben aangepast dat het officiële plaatje er nog maar moeilijk in te herkennen is.
Tucht
Dat het gereformeerde bestuursmodel onder druk staat, tekende zich eind twintigste eeuw al af rond de vorming van wat later de PKN zou worden. In dat proces werd het gereformeerde model grotendeels opgegeven voor het hervormde. Dat complexere model legt meer nadruk op het landelijke kerkverband dan op de lokale gemeente.
Ook binnen de kleine oecumene van de NGK, CGK en GKv kwamen dingen in beweging. Zo werden in veel gemeenten jeugdouderlingen aangesteld en/of pastorale teams opgericht. Ook werd een voorzichtig begin gemaakt met het aanstellen van betaalde pastoraal bezoekers of jeugdwerkers.
Deze ontwikkelingen roepen vragen op. Werk dat eeuwenlang werd uitgevoerd door ambtsdragers wordt nu in opdracht van die ambtsdragers uitgevoerd door kerkelijk werkers. Hoe verhoudt zich dat tot de verantwoordelijkheid die ambtsdragers hebben, bijvoorbeeld rond de tucht? Vraag je nu van de pastoraal werker of van kringleden onderling om tucht uit te oefenen? En hoe verandert in dit hele veld van ontwikkelingen de rol van de predikant? Is het trouwens gepast om in de kerk mensen volgens ‘werelds’ arbeidsrecht aan te stellen, terwijl zij een geestelijke taak hebben? En hoe wordt een kerkelijk werker in de gemeente ontvangen? Nog altijd hoor je dat de pastoraal werker weliswaar trouw komt, maar dat ‘de ouderling of predikant niet geweest is’. Dan lijkt het zomaar of de kerk iemand in de kou laat staan.
Uit handen
De beschreven ontwikkelingen zijn de afgelopen jaren versneld doorgegaan. Na de jeugdouderling kwam er een kerkenraad waarin elke ouderling zijn eigen taakveld heeft: pastoraat, zending, evangelisatie enzovoort. Dit betekent dat ouderlingen soms naar elkaar moeten doorverwijzen: ‘Met die vraag moet je bij hem zijn, niet bij mij.’
Het pastorale team deed zijn intrede, dat het bezoekwerk geheel of gedeeltelijk uit handen van de ouderlingen neemt, en kerkenraden werden opgedeeld in een pastorale en een bestuurlijke raad. Ook werden betaalde krachten aangesteld die de liturgie vormgeven en de groeiende groep musici in de kerk aansturen.
Sommige gemeenten kozen voor een indeling in kringen, die min of meer naar het model van Bijbelkringen bijeenkomen, maar ook de taak hebben elkaar pastoraal vast te houden in het zogeheten basispastoraat. Zij worden meestal ondersteund door ouderlingen of door leden van het team pastorale bezoekers. In de ene gemeente zijn die bezoekers ambtsdrager, in de andere niet.
Gekwalificeerd
Naast factoren als individualisme, professionalisering en de postmoderne samenleving is een belangrijke drijfveer achter alle ontwikkelingen het feit dat kerkenraden voelen dat zij door al het bestuurlijke en uitvoerende werk niet toekomen aan het geestelijk leidinggeven aan de gemeente. Daardoor lukt het vaak ook niet om vacatures in de kerkenraad vervuld te krijgen.
Een andere factor is de komst van gerichte opleidingen, veelal op hbo-niveau, die gedreven, gekwalificeerde mensen afleveren voor het werk in de kerk. Mensen die moeilijk in het klassieke plaatje in te passen zijn.
Missionaire initiatieven staan soms ook aan de wieg van nieuwe vormen, omdat daar al mensen tot geloof komen en gedoopt willen worden, terwijl de structuren nog in de steigers staan. Of omdat een project oecumenisch gedragen wordt en de verschillende tradities elk hun eigen inbreng hebben.
Mandaat
In de Bijbel zijn verschillende leidinggevende figuren en ambten aan te wijzen. Abraham en Mozes worden door God geroepen en aangesteld. Abraham geeft vooral leiding door zijn rol als familiehoofd, Mozes krijgt de taak om God te vertegenwoordigen bij het volk, en het volk bij God. Mozes’ leiderschap is veelzijdig en wisselt per moment of omstandigheid: politiek, militair, juridisch, geestelijk, wetgevend. In Jetro krijgt hij een bestuurlijk adviseur, in Jozua een helper en een opvolger in opleiding.
Later zien we de rechter/richter: een charismatisch ambt met militaire, juridische en geestelijke kanten, met als primair doel dat de stammen van Israël bij elkaar betrokken worden en elkaar leren vertrouwen, of ten minste ervaren dat het aan die band en dat vertrouwen schort.
Een volgende ambtsdrager in de heilshistorie is een speciale: de koning. Blijkens 1 Samuël 8:7 had niet alleen Samuël, maar ook God bezwaar tegen zijn komst. Daar is een bijzondere les uit te trekken: blijkbaar kan het gebeuren dat Gods volk tegen Gods wil in een ontwikkeling start, dat God hen daarop aanspreekt, maar dat Hij er vervolgens toch in meegaat. Sterker nog: God belooft Davids huis een eeuwige troon en laat de messias geboren worden uit het nageslacht van David!
Ondertussen stelt God wel ambtsdragers aan om tegenwicht te bieden tegen de koning: profeten en priesters. De tempel met zijn priesters hoort onafhankelijk te zijn van het paleis. Pas als vreemde koningen de macht in Israël hebben, komt de onafhankelijkheid van de tempel in het geding. Zo komt het door de invloed van de Romeinse bezetter dat er twee hogepriesters zijn ten tijde van Jezus. Lucas laat het ons in 3:2 haast terloops horen: het gebeurde ‘onder de hogepriesters Annas en Kajafas’. Dit is een duidelijke hint dat het tijd is voor de bekering en hervorming die Johannes de Doper inluidt.
Met het noemen van Johannes zijn we in het Nieuwe Testament beland. Hoe gaat Jezus om met het aanstellen van mensen? Jezus roept Simon en Andreas, Jakobus en Johannes, en in hen zijn eerste discipelen. Een ambt hebben zij, zeker in het begin, nog niet. Hun taak is eenvoudigweg Jezus te volgen en van Hem te leren.
In de evangeliën proef je dat de gezagsstructuren later veranderen. Het meest concreet wordt dat in Matteüs 10, bij de aanstelling en uitzending van de twaalf apostelen. Zij krijgen macht over onreine geesten en om zieken te genezen, en worden uitgezonden om te doen wat Jezus deed: rondtrekken, verkondigen en genezen. Dit blijkt geen mandaat te zijn dat tot deze twaalf beperkt is. Zo zijn het in Lucas 10 zeventig leerlingen die uitgezonden worden, met dezelfde opdracht van rondtrekken, verkondigen en genezen.
Door de kerkgeschiedenis heen is er discussie gebleven over de vraag welke taken of opdrachten alleen of vooral bedoeld waren voor de apostelen, welke opdrachten voor de kerk als geheel waren en welke te lezen zijn als een opdracht aan elke gelovige persoonlijk.
Al in het Nieuwe Testament zoekt en vindt de jonge kerk nieuwe vormen en rollen om zich te organiseren. Denk aan de helpers die worden aangesteld om zorg te dragen voor de weduwen (Handelingen 6). Hoewel zij geen diakenen worden genoemd, is het huidige diakenambt mede op hen gebaseerd.
Vijf bedieningen
Het gereformeerde kerkrecht wil een Bijbels model geven. Wat in dat kader opvalt, is dat de jonge kerk in het Nieuwe Testament eigenlijk vooral de oudste of ouderling kent. In een interview gaat Peter van de Kamp hier nader op in (pagina 14-16). De ouderling is een figuur die door de hele Bijbel heen aan te wijzen is. De diaken is al iets minder rechtstreeks aan te wijzen en bij de predikant en de hoogleraar wordt het helemaal moeilijk. Zij zijn als bijzondere invulling van het ambt van ouderling te beschouwen, of als vondsten van de tijd van de Reformatie. De gereformeerde kerkenraad is namelijk duidelijk gevormd naar het model van de gemeenteraad zoals die er in de tijd van de Reformatie uitzag.
Er zijn ook andere bestuursmodellen in de geschiedenis van de kerk die zich (willen) baseren op de Bijbel. Een voorbeeld is het model van de vijf bedieningen, dat afgelopen jaar in het nieuws kwam omdat de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten overwogen het in te voeren. Het baseert zich op de vijf bedieningen die Paulus noemt in Efeziërs 4:11: ‘En Hij (Jezus) is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelisten, herders en leraren.’ Wie deze vijf bedieningen naast onze kerkelijke praktijk legt, zal vermoedelijk opmerken dat in onze kerken apostolaat, profetie en evangeliseren minder aandacht hebben gekregen.
De Vergadering van Gelovigen kent geen ambten, omdat door de uitstorting van de heilige Geest alle christenen door Hem aangesteld zijn om Hem te vertegenwoordigen, en daarmee delen in het ambt.
Al heeft de Reformatie ermee gebroken, ook de Rooms-Katholieke Kerk geeft aan voort te bouwen op de ambten zoals die in de tijd van Jezus ontstonden. Zo ziet zij de bisschop (afgeleid van het Griekse woord voor ‘opziener’, dat we bijvoorbeeld in Titus 1:7 vinden) als het hoogste ambt, staand in een lange traditie van opvolgers van de twaalf apostelen.
De Rooms-Katholieke Kerk ziet haar ambtenleer en hiërarchie niet als een Bijbels gegeven, maar als de organische, geheiligde ontwikkeling van de structuur die Jezus zelf gegeven heeft. Dat klinkt niet eens zo anders dan hoe veel mensen aankijken tegen de gereformeerde ambtenleer. Dat diverse geestelijke stromingen in de kerkgeschiedenis een heel verschillend leiderschapsmodel ontwikkelen, stemt tot nadenken over onze eigen visie en erfenis.
Kruispunt
In de laatste decennia is er meer veranderd aan de gereformeerde ambten dan in de eeuwen daarvoor. Daarmee probeert de kerk de bestuursvorm beter aan te laten sluiten op veranderende tijden. Maar er zijn ook geestelijke motieven: werken aan een echte onderlinge pastorale band draagt meer bij aan de verbinding in het lichaam dat de gemeente is.
Vaak geven de nieuwe structuren ook meer ruimte om te werken vanuit gaven en talenten. De verbinding van kringen en basispastoraat blijkt een geschikte structuur om samen diaconaal actief te worden, en om te leren geloofservaringen met elkaar te delen. En niet in de laatste plaats: juist kringen hebben in veel missionaire modellen een centrale plaats.
Hoe je de ontwikkelingen ook duidt, de kerken staan op een kruispunt. Het is nodig om onze gereformeerde structuren opnieuw te wegen. Feitelijk zijn we daar al geruime tijd mee bezig. Maar dit wegen en overwegen kan mijns inziens sterker en gezonder gebeuren, namelijk door er veel meer dan nu het onderlinge gesprek over te voeren.
Laat ontwikkelingen niet sluipenderwijs doorgaan, maar voer openlijk het gesprek over bijvoorbeeld de komst van publiek arbeidsrecht in de kerk, het besef dat aan veel taken in de kerk ergens toch een ambtelijk aspect zit en de veranderende rol van de predikant. Betrek bij dit gesprek alsjeblieft ook de vraag of de ontwikkelingen zoals ik die geschetst heb niet verwerkt dienen te worden in de kerkorde. En minstens zo belangrijk: de nieuwe rollen die ontstaan, de andere verantwoordelijkheden, vragen alle om toerusting en coaching van de betrokkenen.
Leestips
P. van de Kamp, W.C. van der Horst, A. Heystek, S. Stoppels, Handboek voor ouderlingen en oudsten, Amsterdam (Buijten & Schipperheijn), 2014.
Het GKv-blad Dienst besteedde in 2015 in drie edities (voorjaar, zomer, winter) aandacht aan de veranderingen rond ambt en kerkenraad door middel van artikelen van Peter van de Kamp. Zie blad-dienst.nl.
Karel Smouter is krijgsmachtpredikant vanuit de NGK en redacteur van OnderWeg.








