Werken in Gods wereld
- Interview
- Thema-artikelen
Op zondag naar de kerk en op maandag naar je werk: hoe houd je die twee werelden bij elkaar? In dit artikel vertellen enkele mensen hoe zij dat doen, waar ze tegenaan lopen en welke ruimte ze krijgen om in hun baan iets van hun geloof te laten zien.
Louise de Blécourt: ‘Ik heb ervoor gekozen om niet te evangeliseren tenzij expliciet wordt gevraagd naar wat ik geloof en waarom.’
‘Ik heb weleens een appje gestuurd naar een collega die een kankeronderzoek moest ondergaan met de tekst: ik bid voor je.’ Aan het woord is Louise de Blécourt (52). Ze is regiosecretaresse bij Kwintes in Amersfoort, een ggz-instelling, en voelt zich daar als een vis in het water. ‘Ik vond de baan via een banenmarkt op een moment dat ik erom zat te springen’, vertelt ze. ‘Ik heb dat echt als leiding ervaren.’ Inmiddels werkt ze er negenenhalf jaar.
De Blécourt: ‘Ik ben bewust bezig met hoe ik christen ben op mijn werk, en heb ervoor gekozen om niet te evangeliseren tenzij expliciet wordt gevraagd naar wat ik geloof en waarom.’ Ooit reageerde een collega verbaasd toen ze vertelde dat ze christen is; die had een beeld van christenen als heel teruggetrokken mensen. ‘Dat zijn momenten waarop het goed uitkomt om iets te delen van hoe ik in het leven sta. Maar wat ik over het algemeen probeer te doen, zijn twee dingen: vertellen waar ik naast mijn werk mee bezig ben en door mijn houding en gedrag anderen zo veel mogelijk tot hun recht laten komen. Mijn werk is een dienstbare functie in een dienstbare organisatie. Ik zie het echt als de plek waar God mij heeft neergezet. Ik zou niet zo gauw bij de Gamma of zo willen werken. Niets mis met de Gamma – ik haal er zelf ook mijn verf – maar in een maatschappelijke organisatie als Kwintes, die iets betekent voor de samenleving, ben ik beter op mijn plek.’
Spanningen of gewetensnood vanuit haar christen zijn ervaart Louise nauwelijks in deze functie. ‘Waar ik wel erg op probeer te letten, is hoe er over anderen gesproken wordt. Als er geroddeld wordt, wil ik de negativiteit omkeren en respectvol en eerlijk zijn over anderen, ook al lukt dat niet altijd. Bidden voor mijn eten doe ik op het werk niet. Het zou op zich wel kunnen, maar ik neem die ruimte niet. Ik kies ervoor om op andere momenten in alle rust naar God toe te gaan.’
Kindje
‘Als iemand sterft, dan zie je dat direct: de ziel is eruit. Dan gaat weleens door mij heen: die heeft nu zijn bestemming bereikt.’ Wouter Bondt (36) is verpleegkundige op de intensive care en de spoedeisende hulp. Hij is in dienst van het ministerie van Defensie, maar werkt een groot deel van de tijd in een regulier ziekenhuis in Tilburg. Gemiddeld eens in de anderhalf jaar gaat hij een aantal maanden als militair mee op missie. Zo was hij drie keer in Afghanistan en voer hij mee op een antipiraterijschip in de Golf van Aden. Komend najaar wacht hem opnieuw zo’n marinemissie.
Bondt: ‘Als er een team wordt gevormd om uitgezonden te worden, is mijn strategie om vanaf dag één duidelijk te zijn: ik bid voor mijn eten. Om één of andere reden heerst er bij Defensie toch een wat minder christelijk sfeertje en als ik zelf dan niet consequent ben met zoiets, dan wordt het heel moeilijk om als christen nog serieus genomen te worden.’
Wouter Bondt, hier in Kandahar: ‘God is vaak heel concreet aan het werk door wat wij bedenken en besluiten en door onze handen, die het uitvoerende werk doen.’
In Kandahar en in kamp Holland maakte hij moeilijke dingen mee. ‘Met twee IC-bedden en één operatiekamer moet je soms onmogelijke keuzes maken als het om het opnemen van burgerslachtoffers gaat: wie behandel je wel, wie niet? Dat beslis je zo professioneel mogelijk en die beslissing leg je dan bij God neer. Maar soms lijkt God wel ver weg. Als je ervoor hebt moeten kiezen om een kindje van twee maanden dood te laten gaan, gaat wel door je heen: wat doe ik hier?’
‘Ik bezoek er op zondag altijd de diensten, met voorgangers van allerlei pluimage, en neem dan ook collega’s mee. Je hebt het nodig om even naar boven te kijken’, vervolgt Bondt. ‘Met het team hebben we afgesproken: wat we tijdens uitzendingen meemaken, dat laten we daar. Over wat je in die context doet en besluit, kun je van een afstand niet oordelen.’
Beademing
Ook in het ziekenhuis in Tilburg liggen leven en dood soms dicht bij elkaar. ‘In situaties waarin een jong iemand hersendood is en er beslissingen worden genomen over transplantatie van organen, ervaar ik dat altijd als heel bijzonder: dankzij het sterven van die ene kunnen anderen in leven blijven. God is vaak heel concreet aan het werk door wat wij bedenken en besluiten en door onze handen, die het uitvoerende werk doen.’
Wouters collega’s weten dat hij christen is. Het komt zo af en toe ter sprake, ook omdat hij in zijn woonplaats Best gemeenteraadswerk doet voor de ChristenUnie. Dat levert gespreksstof op over hoe de wereld eruitziet en hoe je daartegenaan kijkt. Verder probeert hij vooral iets van zijn levensovertuiging te laten zien door enthousiast, aandachtig en niet alleen maar zakelijk met patiënten en familie om te gaan. ‘Op mensen die met een simpel kuchje naar de spoedpost komen kun je mopperen dat ze eigenlijk naar de huisarts hadden moeten gaan, maar je kunt ze ook vriendelijk te woord staan en helpen. Dat maakt wel verschil. En als er bij een sterfbed geen naaste familie is, probeer ik, meer nog dan anders, persoonlijke aandacht te hebben voor de patiënt.’
Op de IC krijgt Bondt natuurlijk te maken met beslissingen rond het levenseinde. ‘Soms is het echt beter om niet meer verder te gaan met medisch handelen, terwijl dat technisch gezien nog wel mogelijk is. Al aarzel ik weleens: als we die mevrouw of meneer nu van de beademing halen, geven we God dan nog wel de gelegenheid om een wonder te doen? Het is me ooit overkomen dat ik verwachtte een patiënt de volgende dag niet meer levend terug te zien, maar dat mijn collega’s me toen ik terugkwam vertelden dat hij al van de IC naar een gewone verpleegafdeling was gebracht. God grijpt soms op een wonderbaarlijke manier in, buiten ons om, maar vaak ook door ons werk. Ik kan daar niet bij met mijn verstand. Ik laat dat aan God over en doe met de gaven die ik van Hem gekregen heb zo goed mogelijk mijn werk.’
Aangeschoten wild
Jan Sonneveld (33) is als speechschrijver in dienst van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hij schrijft speeches voor onder anderen minister Melanie Schultz van Haegen. En begin dit jaar deed hij dat ad interim ook voor minister-president Mark Rutte. ‘Mijn motivatie? Van leiders betere leiders maken’, vertelt hij. ‘Ik ben op het ministerie op mijn plek, omdat ik een sterke drive heb om bij te dragen aan hoe het er in de wereld aan toe zou moeten gaan. Ik weet dat de wereld Gods wereld is, waar we zuinig op moeten zijn. Mijn functie zie ik daarom als een bevoorrechte positie.’
Als speechschrijver zit hij aan tafel met bewindslieden en kruipt hij als het ware in hun huid. Soms zijn de gesprekken heel persoonlijk en kan hij tot op zekere hoogte invloed uitoefenen. Zelf is hij geen lid van een politieke partij, maar als christen hanteert hij soms andere waarden en normen dan de VVD-minister voor wie hij momenteel werkt. Schuurt dat dan nooit? ‘Je moet die verschillen niet uitvergroten. Wat je op het NOS-journaal krijgt voorgeschoteld, is nogal gepolariseerd. In de praktijk zijn de standpunten soms een stuk minder uitgesproken dan in het openbaar. Maar oké, een brug bouwen is over het algemeen redelijk waardenvrij, terwijl 130 rijden op de snelweg dat veel minder is. En in de tijd dat ik voor minister-president Rutte werkte, speelde de Turkijedeal. Dat was niet mijn onderwerp, maar ik heb er wel heel dichtbij gestaan. Op dat soort momenten voel ik het wel als mijn missie om nuance aan te brengen, al lukt dat niet altijd.’
In het verleden, toen hij nog voor toenmalig staatssecretaris Wilma Mansveld werkte op hetzelfde ministerie, was er een periode waarin Sonneveld het gevoel had dat er meer dan anders een beroep op zijn christen zijn werd gedaan. ‘Zij was op een gegeven moment aangeschoten wild in de Fyra-affaire en had het daarnaast in haar privéleven heel zwaar. Dan kun je als christen je eigen handelen spiegelen aan dat van Jezus en in de harde politieke wereld een menselijk gezicht voor iemand zijn.’
Heleen Sytsma-van Loo is neerlandicus en redacteur van OnderWeg.




