‘Wees daar kerk waar de twintigers zijn’

Jasper van den Bovenkamp | 16 april 2016
  • Interview
  • Thema-artikelen

Hoe steekt de huidige generatie twintigers in elkaar en via welke wegen kan de kerk aan hun behoeften tegemoetkomen? Drie experts laten, elk vanuit eigen ervaring en specialiteit, hun licht schijnen over obstakels, kloven, bruggen en oplossingen die zij onderweg tegenkomen.

Deelnemers

Elisabeth de Bruijn is sinds september 2014 pionier voor twintigers namens de GKv in Rotterdam. In opdracht van de classis deed ze onderzoek onder tachtig twintigers naar hun redenen om zich al dan niet bij een kerk aan te sluiten.

Maarten Vogelaar is als studentenpastor uitgezonden vanuit een samenwerking tussen IFES en vier Amsterdamse kerken: Via Nova (CGK), Hoop voor Noord (CGK), Tituskapel (GKv) en Jeruzalemkerk (PKN).

Dorothée Berensen-Peppink is actief in de PKN en studeerde in 2013 af op een onderzoek waarin ze de perceptie van twintigers als het gaat om hun betrokkenheid bij de dorpskerk in kaart bracht. Ze werkt als onderzoeker bij het platform Connecting Churches and Cultures binnen de Protestantse Theologische Universiteit.

Dat het rondetafelgesprek met pionier voor twintigers Elisabeth de Bruijn, onderzoeker Dorothée Berensen-Peppink en studentenpastor Maarten Vogelaar in een statige domineeswoning plaatsvindt, mag best een beetje ironie heten. Vraag twintigers naar een bouwkundig residu uit de hoogtijdagen van het Nederlandse christendom en zij antwoorden: de pastorie. En uitgerekend in die pastorie draait het om de vraag hoe door middel van moderne vormen en een eigentijdse benadering een generatie bereikt kan worden die dit soort kerkelijk erfgoed niet zo vanzelfsprekend meer met het christelijk geloof van vandaag in verband brengt.

Afijn, dat hoeft een goed gesprek over de nabije toekomst van de christelijke geloofsgemeenschap natuurlijk allerminst in de weg te staan. De toekomst, inderdaad. En de kerk van vandaag. Want als we het over twintigers hebben, dan hebben we het over mensen die weldra het gezicht van de kerk zullen bepalen. En willen we dat die toekomst een beetje florissant uitpakt, dan doen we er verstandig aan deze mensen serieus te nemen.

Op die manier zitten Elisabeth, Dorothée en Maarten er ook wel in. Ze deden alle drie op hun eigen manier en in verschillende sociale contexten onderzoek naar twintigers. Om erachter te komen hoe deze generatie in elkaar steekt – Wat drijft hen? Geloven ze nog ergens in? Wat vinden ze precies van de kerk? – en om vervolgens manieren te zoeken om ze te boeien, te binden of te interesseren.

Andere planeet

Op hun vragen kregen ze uiteenlopende antwoorden, zo blijkt. Maarten interviewde studenten van de Universiteit van Amsterdam, van wie de meesten zich niet gelovig noemden. ‘Als ik op basis van die gesprekken de huidige generatie twintigers in één woord moet samenvatten, dan is het onzekerheid. De werkgelegenheid maakt ze onzeker. Hun dromen en idealen botsen maar al te vaak op een weerbarstige realiteit, en de sterk gevoelde prestatiedruk helpt ook niet mee. Waar ik mee worstel, is dat de kerk op deze onzekerheid geen antwoord lijkt te hebben. Christenen rennen en vliegen zelf ook: in de kerk zijn net zo veel gestresste mensen en burn-outs als daarbuiten. Met alle liefde, maar wat valt er voor een twintiger – christen of niet – dan in de kerk te halen? Als we zelf ook opbranden, dan werkt onze spiritualiteit kennelijk niet.’

Maarten Vogelaar.

Maarten Vogelaar. (beeld Johanne de Heus)

Juist twintigers, weet Maarten, hebben behoefte aan richting, rust en vervulling in hun leven. ‘En die vinden ze in de kerk vaak niet, heb ik gemerkt. Dat raakt me.’

Het is niet dat twintigers vandaag geen spirituele ontvankelijkheid hebben. Maarten: ‘Natuurlijk, God is voor velen van hen van een andere planeet. Het draait bij twintigers voornamelijk om het ik en daarmee is het erg menselijk geworden. Niet een god, maar zijzelf zijn het centrum van het leven. Maar ze staan tegelijk heel open ten opzichte van geloof. “Inspireer mij maar met je verhalen”, zeggen ze. Alleen: hoe komt de kerk vanuit dat egocentrische bij de grotere verhalen, bij God, bij het transcendente? Jongvolwassenen hebben geen instrumentarium, geen taal meer om die grote thema’s op te pakken.’

Appje

‘Je hebt wel echt een heel andere doelgroep gesproken dan ik’, merkt Dorothée op, die zich in haar onderzoek richtte op twintigers in dorpskerken. ‘Wel herken ik veel in jouw beschrijving van zoekende twintigers enerzijds en een tekortschietende kerk anderzijds. Postadolescentie is een aparte levensfase. We hebben het niet meer over jongeren. Boven de 22 raken jongeren toch een beetje van de radar bij jeugdouderlingen en soms ook bij jeugdwerkers. Na die leeftijdsfase zijn er meestal groeigroepen en we verwachten dat twintigers daar wel aan meedoen. Maar zo werkt het gewoon niet. Deze groep heeft specifieke aandacht nodig. De kerk moet hen nabij zijn in hun zoektocht naar het christelijk geloof en hun met een doelgericht aanbod tegemoet treden. Bijvoorbeeld door hen te begeleiden naar een christelijke studentenvereniging. Persoonlijke aandacht is belangrijk, of ze nu in de supermarkt gaan werken of aan een universiteit studeren. In het laatste geval zou ik willen benadrukken: laat de twintiger niet zomaar gaan. Schakel oud-clubleiding in om contact te houden, bijvoorbeeld door af en toe een appje of een kaartje te sturen naar de student die naar de grote stad is vertrokken.’

Bottom-upbenadering

Elisabeth klinken deze scenario’s bekend in de oren. ‘Wat ik er nog aan zou willen toevoegen: de twintigers van vandaag zijn enorm getalenteerd en goed opgeleid. Dan doel ik niet alleen op hbo’ers en universitair studenten, maar juist ook op mbo’ers. Ze zijn bijna zonder uitzondering uitstekend ontwikkeld op allerlei terreinen, zoals sport, muziek, expressie en mediawijsheid. En ze zijn wereldwijs door hun vele reizen. Als ik in de kerk iets mis in de benadering van twintigers, dan wel dat er nauwelijks oog is voor hun getalenteerdheid. De kerk zit toch een beetje in de modus van: behouden wat we hebben en denken vanuit bestaande kaders. Zo wordt er vaak gedacht in termen van vacatures, om de boel draaiende te houden. Vanuit een top-downmanier van leidinggeven werken we aan de instandhouding van alles, zonder ons af te vragen wie we zijn en waarom we kerk zijn. Twintigers bereik je beter met een bottom-upbenadering. Leer ze kennen en vraag wat zij willen bijdragen met hun vaardigheden, passies en talenten.’

Elisabeth de Bruijn. (beeld Johanne de Heus)

Elisabeth de Bruijn. (beeld Johanne de Heus)

Wat doet de kerk van Elisabeth op het moment concreet om twintigers te binden? ‘We willen ze niet binden, maar verbinden met elkaar en met God. Dat is belangrijk om te noemen. Twintigers laten zich niet binden, maar verbondenheid zoekt iedereen’, zegt Elisabeth. ‘Er gebeuren mooie dingen, zoals jeugdwerkers die in contact blijven met twintigers, ook nadat ze verhuisd zijn. In Rotterdam is er een zoek- en experimenteerproces op gang gekomen. We willen in contact staan met de twintigers en samen met hen zoeken naar wat geloven betekent voor je dagelijkse leven. Met diverse initiatieven geven we daar vorm en inhoud aan.’

Bedrijfsleven

Alle goede plannen van traditionele kerken ten spijt, Maarten betwijfelt of het überhaupt mogelijk is twintigers via deze wegen aan de kerk te binden. ‘De beweging die de kerk nog steeds te veel maakt, is: kom naar ons toe. Initiatieven worden pas geslaagd bevonden zodra jongeren weer in de kerkbank zitten. Maar dat gaan we niet redden. Ik voel er meer voor het goede van Gods gemeente te delen daar waar de twintigers zelf zijn. En dan zie ik wel waar dat weer te verbinden is aan de kerk.’

Maar herkennen twintigers daar vroeg of laat daadwerkelijk de kerk in? Maarten: ‘De kerk is voor een deel heel instrumenteel georganiseerd. Neem classisvergaderingen: zo werkt het bedrijfsleven ook. Er gaat geen enkele spiritualiteit vanuit. Twintigers snakken naar persoonlijke toewijding. Ze vragen: “Ben je geïnteresseerd in mij? Interesseert mijn leven jou?” Als je die vragen met ja kunt beantwoorden, ben je volgens mij als kerk daar present waar je present moet zijn: bij de twintigers zelf.’

Maar nogmaals: herkennen twintigers daar de kerk in? ‘Nee, niet direct, denk ik. Ze zien gewoon gelovigen die met hen praten. Dat stemt me tegelijk wel een beetje somber. Als kerk moet je misschien ook niet te veel water bij de wijn doen om twintigers maar te kunnen bereiken.’

Creativity killer

De kerk is inderdaad voor twintigers wat log georganiseerd, constateert ook Elisabeth. ‘Ik ken een jonge, hartstochtelijk gelovige vrouw die heel creatief is, maar aangeeft zich niet gezien te voelen in de kerk. “Ook al kunnen we van alles”, zegt ze, “we worden nergens voor gevraagd. Ik voel mij geen deel van het geheel.” Uitgerekend één van de redenen waarom twintigers zich bij een kerk aansluiten, is omdat ze hun talenten willen inzetten. Als de kerk niet ziet wie haar leden zijn, dan wordt ze een kil instituut. Ik zie haar liever als een lichaam. En om gezond te blijven, moeten we blijven bewegen en verbondenheid ervaren.’

Zowel Dorothée als Maarten vallen haar bij, Elisabeth raakt hier een serieuze kwestie. Uit een grootschalig Amerikaans onderzoek van de Barna Group onder twintigers bleek dat reden nummer één van jonge kerkverlaters is dat zij de kerk ervaren als een creativity killer.

‘Twintigers laten zich niet binden, maar verbondenheid zoekt iedereen’

Helemaal mee eens, knikt Maarten: ‘De kerk mag zich wel wat flexibeler opstellen. Als het gaat om die talenten, zei men – gelukkig – in mijn oude kerk: we zoeken niet een persoon voor een stoel, maar een stoel voor een persoon. Die benadering levert veel spannende vragen op voor de kerk, want er ontstaan geheid gaten. Soms moeten er natuurlijk ook gewoon dingen gebeuren. Maar die wendbaarheid is van belang om twintigers betrokken te houden.’

Dorothée Berensen-Peppink. (beeld Johanne de Heus)

Dorothée Berensen-Peppink. (beeld Johanne de Heus)

Elisabeth: ‘Daarom denk ik ook dat de grote kerk geen toekomst meer heeft. Er is te veel ingezet op megakerken en projecten die vooral gaan om aantallen en een “makkelijk verhaal”. Ik zie twintigers die zich willen aansluiten bij huisgroepen of kleinschalige kerkplantingsprojecten. Ze gaan liever in een achterstandswijk wonen om daar van betekenis te zijn en gestalte te geven aan het volgen van Christus. Ze kiezen vaker voor ongemak dan voor een makkelijk verhaal.’

‘Ik zie ook wel een categorie twintigers die juist naar de traditionele dienst wil’, reageert Maarten. ‘Ze hebben een bomvolle agenda en verlangen ’s zondags naar een prikkelarme viering. Ik kom ook twintigers tegen die zich bekeren tot het katholicisme. Ze vinden daar een liturgie die hun rust geeft.’

Toffe dingen

Twintigers zijn in de kerk niet alleen. In de intergenerationele gemeenschap die de kerk is, worden zij onder meer door ouderen omringd. Welke rol spelen die in het leven van jongvolwassen gemeenteleden?

Volgens Elisabeth snakken twintigers naar ‘opa’s en oma’s die iets delen van hun levenservaring, van wat belangrijk is in hun leven’. Dorothée: ‘De “wijsheid van de grijsheid” zouden we meer kunnen benutten. Soms merk ik wel dat 60+’ers handvatten zouden willen krijgen om persoonlijke en open geloofsgesprekken met twintigers te kunnen voeren. Hoe ben je nu authentiek christen? Durf je kwetsbaar te zijn over je overtuigingen, maar ook over je twijfels? Toerusting op dit vlak is zeer wenselijk, vooral in de dorpen, waar zestigers over het algemeen minder hoog zijn opgeleid. De jongere generatie streeft hen voorbij, waardoor dat soort gesprekken niet meer vanzelf ontstaat.’

Elisabeth: ‘In onze gemeente geeft een vrouw van 86 catechese aan twee twintigers. Er gebeuren dus ook heel toffe dingen.’ Dorothée: ‘Heel goed om dat soort dingen te noemen! Die wijsheid van de “berg aan zestigers” moeten we benutten.’

Hoe dan ook blijven jongeren maar afhaken, getuige ook het recent uitgebrachte rapport God in Nederland. In hoeverre is het individualistische karakter van het protestantisme hiervoor verantwoordelijk? Want twintigers zoeken gemeenschap, willen onderdeel zijn van iets groters, zo blijkt uit de diverse onderzoeken. Dorothée bevestigt dat: ‘Vaak wordt voor twintigers ingevuld dat ze op zichzelf gericht zijn, maar als je vraagt wat ze van de kerk verwachten, dan is een vaak terugkerend antwoord: “Dat het een geloofsgemeenschap is.” Relevantie – de boodschap moet raken aan mijn leven – en ontmoeting tussen generaties, dát vinden ze belangrijk.’

Dwarsliggers

Hebben de deelnemers aan het gesprek heldere ideeën over hoe ze twintigers binnenboord kunnen houden of kunnen interesseren voor geloof en kerk? ‘Ga eerst maar eens met ze in gesprek’, oppert Dorothée. ‘Kerken zijn snel geneigd om doenerig of tobberig te doen, maar in hun hunkering naar authenticiteit vinden twintigers het oprechte geloofsgesprek of de gezamenlijke spirituele zoektocht heel belangrijk. En laten we dan beginnen bij het begin: Christus, die het fundament van de kerk is.’

Maarten: ‘De kerk heeft misschien te veel een verkoopmentaliteit gehad: een boodschap over de muur gooien en dan roepen: come to us! Ik zie inmiddels voldoende christelijke gemeenschappen en bewegingen die deze houding hebben veranderd. “We zijn er voor jou”, zeggen ze steeds vaker. Dat is een goede ontwikkeling! Iets anders wat ik in veel gesprekken met twintigers merk: ze genieten van gekke mensen. Burgerlijkheid vinden ze echt vreselijk. Ze willen geen grijze muizen in de kerkenraad, maar uitgesproken persoonlijkheden, dwarsliggers.’

‘De “wijsheid van de grijsheid” zouden we nog meer kunnen benutten’

Elisabeth wijst op het kernwoord uit haar onderzoek: relevantie. ‘Veel twintigers gaven aan niets te missen als ze niet naar de kerk gaan. Ze hebben niet het gevoel dat de dienst of de boodschap urgent en belangrijk is, dat ze erbij moeten zijn. Het gaat niet over hun leven, zeggen ze. Twintigers maken keuzes voornamelijk op basis van de vraag: is het relevant voor me? Het moet in de kerk ook over hen gaan.’

Dorothée: ‘De preek moet een praktische levensles zijn met herkenbare, eigentijdse voorbeelden. Twintigers herkennen zich vaak niet in formuleringen als “wat een troostvol woord”. Ze zitten in een tamelijk ambitieuze levensfase en voelen zich energiek; troost is dan niet altijd herkenbaar.’

Elisabeth: ‘Ze vinden het daarentegen wel superinspirerend om verhalen te horen van mensen die hun leven hebben opgeofferd om Christus te volgen. Dat soort radicaliteit en echtheid spreekt hen aan.’

Elisabeth wil graag nog een kernwoord noemen: kwetsbaarheid. ‘Denk aan het boek De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown, dat enorm veel gelezen wordt. Als predikanten en kerkenraden willen weten hoe ze in verbinding kunnen komen met twintigers, zouden ze dat boek moeten lezen.’

Bubble

De kerk zou er wat Maarten betreft ook goed aan doen twintigers te leren om hun geloof in het leven van alledag handen en voeten te geven. ‘Anders blijven ze in de christelijke bubble hangen. Ze gaan christelijke problemen oplossen, zoals “houd ik wel voldoende stille tijd?” en “mis ik niet het plan van God?” Vervolgens kunnen ze helemaal niet uitleggen wat het goede nieuws van het evangelie eigenlijk is. In een recent onderzoek van collega’s zeggen sommigen zelfs doodleuk: dat ligt aan het evangelie zelf. Maar het goede nieuws voor hen is ook goed nieuws in hun dagelijkse omgeving. Er ligt voor de kerk een uitdaging om twintigers dát te helpen formuleren.’

Tips en handreikingen om twintigers te interesseren voor kerk en geloof

1. De kerk
Deel het goede van Gods gemeente daar waar twintigers zijn, in plaats van te verwachten dat zij naar de kerk komen. Onthoud: waar Christus is, daar is de kerk.

2. De dienst
Waarom niet eens nadenken over alternatieve vieringen? Bied bijvoorbeeld meerdere workshops aan: de ene groep gaat worshippen, elders wordt een groepsgesprek gevoerd en even verderop vertaalt men een boodschap in kunst. Of denk aan stiltevieringen met rust en ruimte en de lectio divina als geestelijke oefening.

3. Het contact
Wees authentiek, toon belangstelling, laat merken dat je werkelijk geïnteresseerd bent. En verlies twintigers niet uit het oog zodra ze verhuizen of gaan studeren. Stuur een appje, kaartje of bloemetje.

4. De preek
Die moet praktische levenslessen bevatten. Zorg voor herkenbare voorbeelden die aansluiten bij de belevingswereld van twintigers. Maak ‘m niet te lang. Zorg voor interactie: voor, tijdens en na de preek.

5. De boodschap
Twintigers vinden maar één ding belangrijk aan een boodschap: is die relevant?

Over de auteur
Jasper van den Bovenkamp

Jasper van den Bovenkamp is journalist bij Tekstbureau Vakmaten.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief