‘Soms moet je risico’s nemen als je iets voor God doet’
- Interview
- Special Vrij
Van een gewelddadige drugscrimineel veranderde Joshua Kotadiny in een voorganger die gevangenen opzoekt en vertrouweling is van drillrappers. ‘Mijn hele leven is één grote zonde geweest. Door mijn levensverhaal te delen laat ik zien dat ik totaal veranderd ben en zij dat dus ook kunnen.’
Biografie
Joshua Kotadiny (41) groeide op als crimineel. Zijn vader Ferry was ook een drugscrimineel voor hij tot bekering kwam en een bevlogen evangelist werd. Joshua is oprichter en voorganger van Saved City Church, een kerkplant in Amsterdam. Joshua is getrouwd en heeft drie kinderen. Over zijn leven verscheen het boek Gein trappen, grace vinden. Het wordt uitgedeeld aan gevangenen in Nederland.
‘Het is even geleden, ’s avonds laat. Ik ging naar de afgesproken plek, in een donker straatje. Hij liet me een tijdje wachten, ik voelde het gevaar. Ik bad tot God en zei: als ik nu mijn leven voor U moet geven en dit niet overleef, dan doe ik dat. Drie kwartier te laat kwam hij aanlopen. Hij kwam in m’n auto zitten, maar dat lukte niet goed door de machete in z’n broek – ik herkende de vorm van het mes, ik wist dat dit gevaarlijk was, maar ik vertelde hem toch mijn verhaal en dat raakte hem zichtbaar. Daardoor voelde ik me alsnog veilig. Uiteindelijk mocht ik met hem bidden en sindsdien heb ik goed contact met hem.’
Drillrappers
Dit is een gebeurtenis uit het leven van Joshua Kotadiny (41), kerkplanter bij Saved City Church in het centrum van Amsterdam. Joshua richtte deze kerk twee jaar geleden op – het is een urban church, verduidelijkt Joshua. ‘We hebben geen traditioneel kerkgebouw en stellen geen eisen, bijvoorbeeld qua kleding of gedrag. We doen het juist andersom, laten zien dat je bijvoorbeeld ook hier in het koffiebarretje waar we nu zitten, kerk kunt houden.’ Naast zijn werk als voorganger geeft Joshua lezingen en workshops op scholen, waar hij zijn levensverhaal vertelt. Daarnaast onderhoudt hij contact met jongens uit de onderwereld. ‘Ik spreek drillrappers, jongens uit de rapbendes die recent in het nieuws waren. Door mijn levensverhaal te delen laat ik zien dat ik totaal veranderd ben en zij dat dus ook kunnen. Vooral het keerpunt in mijn leven spreekt hen aan. Vaak wachten ze zelf ook op het moment dat ze een nieuwe kans krijgen en vergeven worden.’
Hoe kom je met hen in contact?
‘Vooral via hun moeders. Zij nemen contact met mij op via sociale media of de kerk. Ze vragen of ik eens met hun zoon wil praten. Ik vertel die jongens vervolgens mijn verhaal, daar kunnen ze zich mee identificeren, zo van: hij is geweest waar ik nu ben. Met de één mag ik bidden, de ander wil alleen via WhatsApp contact, dan spreek ik Bijbelteksten in. Weer een ander laat het bij één gesprek.’ Soms loopt Joshua risico’s, zoals tijdens de ontmoeting met de jongen die een machete bij zich droeg. ‘Dit was een risico, wist ik, al ben ik niet bang aangelegd. Toch geloof ik dat je soms risico’s moet nemen als je iets voor God doet – ik zag het grotere plaatje, namelijk de ziel van deze jongen.’
‘Terwijl mijn vader preekte,
stal ik geld uit de garderobe in de kerk’
Joshua, achttien jaar getrouwd, is een echte gezinsman, vertelt hij. Zijn drie kinderen weten goed wie op zondag het vlees snijdt, heel anders dan hoe het er in zijn gezin aan toeging. Joshua: ‘Ik ben in 1979 geboren in Amsterdam. Mijn vader, evangelist Ferry, was in de jaren zeventig een drugsbaron. God heeft zijn leven krachtig veranderd, maar hij ging van het ene uiterste – de onderwereld – naar het andere: God. Hij ging volledig voor zijn bediening, maar vergat intussen zijn gezin aandacht te geven. Onbewust kon ik mij daardoor emotioneel niet optimaal ontwikkelen. We emigreerden naar Amerika. Daar woonden we in een wijk waar mijn vader kinderen van ex-verslaafden opving. Die kids waren vaak baldadig, ik heb daar veel gevochten. Ik herinner me dat ik een jongen met een koppelriem van me af heb moeten slaan. Op de basisschool was ik de enige kleurling, waardoor ik werd buitengesloten. Eens waren twee blanke kinderen aan het vechten, toen de juffrouw kwam aanrennen en om verduidelijking vroeg, wezen ze allebei mij als schuldige aan. Dat soort gebeurtenissen hebben een gevoel van afwijzing bij mij opgeroepen.’
Stelen
Een paar jaar later – Joshua woont inmiddels weer in Nederland – is dat gevoel van afwijzing er nog steeds. ‘De enigen die mij niet afwezen, waren andere kleurlingen uit de Bijlmer. Als vanzelf vormden we een groepje, niet-kleurlingen werden onze prooi. Blanke jongetjes bedreigde ik met een zakmes, ik pakte hun lunchpakketjes af. De juffrouw maakte ik uit voor rotte vis, ik heb haar weleens laten huilen tot ze uit wanhoop de klas uitrende.’
Intussen groeit de kerk van zijn vader als kool, maar het raakt Joshua niet. ‘Terwijl hij preekte, stal ik geld uit de garderobe achterin de kerk. Het ging van kwaad tot erger, we begonnen te roken, te blowen en alcohol te drinken. We luisterden gangsterrap en begonnen ons net als die gangsters te gedragen: we stalen onder invloed alles wat los en vast zat, beroofden mensen. Op een dag beroofde en mishandelde ik een blanke student. Ik schopte zo hard tegen zijn hoofd dat ik God achteraf dankbaar ben dat hij niet is overleden. Wel heeft hij er blijvend letsel aan overgehouden, heb ik begrepen. Nadien wilde hij overigens geen contact. Eenmaal voor de kinderrechter besefte ik: dit is geen spelletje meer, dit is menens. Ik kreeg drie jaar gevangenisstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk.’
Is er een gebeurtenis waar je het meest spijt van hebt?
‘Nee, mijn hele leven is een grote zonde geweest. Ik heb er vooral spijt van dat ik zo veel mensen heb gekwetst. Ik dacht dat ik een vrije jongen was, maar achteraf was ik totaal niet vrij en gelukkig. Ik zocht mijn identiteit in mijn vrienden, in rappen, gezien worden. Maar het voldeed nooit, ik voelde me er alleen maar leger door waardoor ik nog meer bevestiging nodig had.’
Wat betekent dat ‘vrij en gelukkig’ zijn dan voor jou?
‘Dat je leeft zonder twijfels en angst, maar je zekerheid vindt in Christus.’
Bekering
Als Joshua op zijn zestiende uit de gevangenis komt, rolt hij in de verkoop van drugs. ‘Op een gegeven moment betrapte mijn vader me, hij pakte de drugs af en spoelde het door de wc. Ik werd gezocht door de drugsdealers en moest op de vlucht. Mijn broer, die van niets wist, vroeg of ik mee wilde op jeugdzomerkamp, dat leek me het perfecte onderduikadres. Tijdens een avond vertelde een spreker over Gods liefde, en dat deze liefde alle zonden bedekt. Ik dacht: als mijn zonden hier bedekt worden, zal God me ook wel van die drugsdealers verlossen. Dat verhaal over Gods liefde had ik natuurlijk vaker gehoord in de kerk van mijn vader, maar ik stond er nu voor open. Ik ging naar voren en gaf m’n leven daadwerkelijk aan Jezus. Die dag was het hoogtepunt uit mijn leven, maar sindsdien is elke dag een hoogtepunt, als ik denk: Heer, ik dank U dat ik voor U leven mag en niet voor mijzelf. Eenmaal terug in Amsterdam heb ik m’n dealers gewoon verteld dat ik stopte met dealen, omdat ik voor Jezus wil leven. Sindsdien hebben zij me met rust gelaten, dit was blijkbaar de enige geldige reden voor hen om mij met rust te laten. Gods genade, denk ik.’
Mis je het oude leven nog weleens, inclusief de kicks?
‘Helemaal niet, Jezus heeft me daar vrij van gemaakt. Daarom kan ik teruggaan naar die jongens om hen te vertellen dat Jezus de weg, de waarheid en het leven is. Zelf zal ik nooit meer teruggaan naar mijn oude leven.’
Worstel je sinds je bekering nog weleens ergens mee, nu je oude leven achter je ligt?
‘Niet specifiek. Tegelijk: hier in Amsterdam zie, hoor en proef je de zonde elke dag. Dus moet elke dag een dag van bekering zijn. Ik probeer weerbaar te blijven door gebed, mezelf kwetsbaar op te stellen en veel met andere geestelijke leiders te praten. Je hebt elkaar echt nodig.’
‘Hier in Amsterdam zie, hoor en proef je
de zonde elke dag’
Hoe is het om voorganger van een snelgroeiende kerk te zijn? Schuilt er ook geen gevaar in dat mensen je op een voetstuk plaatsen?
‘Toen ik net begon, was ik daar gevoelig voor maar naarmate je ouder wordt, word je wijzer, denk ik. Weet je, je kunt van alles een afgod maken, jij ook van je interviews. Je passie kan altijd je afgod worden. Daarom is het zo belangrijk dat we elke dag God de eer geven, als je wakker wordt en gaat slapen. Op die manier sta ik er vanzelf relaxter in, ik ben gewoon Jos, weet je. Of ik nu vijfhonderd volgers op Instagram heb of tienduizend, het maakt niet uit.’
Is er een Bijbeltekst die je op jouw leven zou kunnen plakken?
‘Ik houd van teksten die gaan over Jezus volgen en je leven opofferen. Het geloof moet wel een uitdaging blijven. Als jij van wit brood houdt en ik verbied je om bruin brood te eten, is dat geen uitdaging. Voor Jezus leven is dat wel. Dat is uit je comfortzone stappen, elke dag is een nieuwe challenge. Voor mij zit dat in het contact met die rappers, ik wil het gevaar niet uit de weg gaan. Ik wil collega-voorgangers niet afvallen, maar ik ken er die om vijf uur stoppen met werken of op maandag vrij zijn. Als iemand in nood mij op maandag om hulp vraagt, dan bén ik daar. Alles kan een offer zijn, je tijd, je energie. Dat leren we onze kinderen ook: soms eten mensen mee die dat nodig hebben of geven we een tas kleding weg. Een offer is die extra mijl gaan. Voor zo’n leven hoef je niet ver weg te gaan als zendeling. Amsterdam is mijn zendingsgebied en hier vraagt God mij om offers te brengen.’
Bij wie voel jij je het meest thuis: kerkmensen of onbekeerde rappers?
‘Ik ben een mannetje van beiden: ik rust graag gelovigen toe met Gods woord, maar ik wil net zo goed buiten de kerk mensen bereiken. In Saved City Church probeer ik in navolging van Jezus discipelen te maken. Niet om een steeds groter clubje te worden, maar om meer mensen van buiten te bereiken.’
Eerste bediening
Tussen hem en zijn vader Ferry is het helemaal goed gekomen. Joshua zorgt voor hem nu de jaren gaan tellen. ‘Pas toen ik in de gevangenis terecht kwam, zag mijn vader wat ik thuis had gemist. Dat heeft zijn ogen geopend. Sindsdien was hij opeens veel vaker thuis, ging voor ons koken, we baden en praatten samen. Inmiddels hebben we ook emotioneel heel goed contact. Uiteindelijk heb ik van hém geleerd dat je gezin je eerste bediening is.’
Wilfred Hermans is freelance journalist.




