‘We zijn slaaf van Apple en Microsoft’
- Interview
- Special Vrij
Lans Bovenberg is gezaghebbend econoom, CDA-prominent en regeringsadviseur. Hij doceert ook aan de Erasmus Universiteit Rotterdam over de relatie tussen economie en theologie, waarover binnenkort een boek verschijnt. ‘We laten ons ringeloren door vijf techbedrijven. Hier ligt een taak voor de kerk.’
Lans Bovenberg (1958) is hoogleraar economie in Tilburg en verbonden aan het Erasmus Economics and Theology Institute (EETI) in Rotterdam. Bovenberg is lid van de evangelische gemeente Jefta in Breda, onderdeel van het pinksterkerkgenootschap Rafaël Nederland.
In zijn in december te verschijnen boek Kruis en munt laat Lans Bovenberg zien dat de economie gebaat is bij levensbeschouwelijke ideeën. Mede-auteur Paul van Geest, hoogleraar kerkgeschiedenis en geschiedenis van de theologie aan de Universiteit van Tilburg, helpt vanuit de christelijke traditie economen ‘een rijkere – meer genuanceerde – taal’ te ontwikkelen.
Colleges en boeken over economie en theologie lijken een wonderlijke combinatie, maar daar denkt Bovenberg zelf heel anders over. ‘Dat is het helemaal niet. Geloof, hoop en liefde zijn waarden die ook in de economie gelden. Economie betekent het besturen van samenwerking waarin deelnemers elkaar vertrouwen, liefhebben en iets gunnen. Veel mensen denken dat economie alleen draait om geld, eigenbelang en vrije markt. Maar ook economie draait om vertrouwen in wederkerigheid.’
Wat heeft dat met theologie te maken?
‘God is een samenwerkingsverband tussen Vader, Zoon en heilige Geest. Ze vormen een sociale eenheid. Ik vind het frappant dat veel theologen zich druk maken om natuurkunde – over schepping en evolutie – maar niet om economie als de leer van het samenwerken. God is een sociaal wezen; Hij is liefde. Ook in de economie draait het om liefde.’
Om liefde?!
‘Ja, absoluut! Liefde als waardering en vertrouwen is de kern van goede samenwerking. Daarom draait het Koninkrijk van God om vertrouwen – geloof – en liefde. De kern van economie is het parallel lopen van belangen. Samenwerken draait om win-win. Jij kunt winnen, maar daar hoef ik niet noodzakelijk te verliezen. We kunnen allebei winnen. Die vermenigvuldiging is genade, waaruit de goedheid van de schepping blijkt. Economie draait om het dagelijks in praktijk brengen van de wonderbare spijziging; dat was een prachtig wonder van de Mensenzoon voor de mensen.’
Maar de vrije markt draait toch juist om concurrentie: eten of gegeten worden?
‘De meeste niet-economen denken dat als de rijken rijker worden, de armen dan armer worden. Maar in een goed functionerende markt profiteren alle partijen. Door de zondeval verloren we ons vertrouwen in de goedheid van de schepping en daarmee in het win-winprincipe. Angst en oordeel namen de plaats in van vertrouwen in liefde: ons eigenbelang kwam tegenover het belang van de ander te staan. Jezus kwam deze vertrouwensval ongedaan maken en hij zei: het Koninkrijk van God is nabij, het Koninkrijk van vertrouwen en liefde is weer beschikbaar. Door de komst van Christus heeft de economie weer hoop gekregen: er is minder armoede, minder geweld en minder ziekte dan ooit. In tribale culturen draaide het om het eigenbelang ten koste van het belang van een andere stam. Maar Christus zegt: we zijn kinderen van één Vader en dus lid van dezelfde familie. Daardoor vechten we andere volken niet meer de tent uit, maar zien die als vrienden, als potentiële samenwerkingspartner.
Bovendien leert Christus ons dat ieder individu een waardevol kind van God is met een enorme potentie, ook al is dat bij sommigen nog niet zichtbaar. Het kapitalisme – het investeren van kapitaal voordat je de opbrengsten ziet — heeft deze gedachte overgenomen. Het gevolg is een explosie van creativiteit en welvaart. Iemand uit het jaar nul zou zijn ogen niet geloven als hij of zij ziet hoeveel de wereld erop vooruitgegaan is sinds de komst van Christus. We hebben nog nooit in zo’n vreedzame en welvarende wereld geleefd.’
‘De vijf grote techbedrijven schakelen
de vrije markt uit en manipuleren ons’
U zegt dat als de rijken hun vermogen vergroten dit niet per definitie ten koste gaat van de armen. Tegelijkertijd blijkt ook dat de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter wordt.
‘Wat betreft de grote lijnen is dat een misvatting. In de laatste tweeduizend jaar zijn vooral de armen rijker geworden. De welvaart was nog nooit zo gelijk verdeeld als vandaag. Maar het is inderdaad zo dat deze trend nu dreigt om te buigen. Op dit moment is het grootste gevaar voor de vrije markt dat de grote bedrijven de hele markt in handen hebben. De vijf grote techbedrijven Google, Facebook, Microsoft, Apple en Amazon verzamelen steeds meer macht. Daarmee raken belangen uit balans. Als angst toeslaat, als je geen vertrouwen meer hebt dat je meeprofiteert van samenwerking, is dat de dood in de pot van een vrije economie. Die techbedrijven schakelen de vrije markt uit en manipuleren ons: wij kopen wat zij willen dat we kopen in plaats van dat zij leveren waar wij behoefte aan hebben.’
Zijn we slaaf geworden van Google en Apple?
‘Ja, we laten ons ringeloren door die bedrijven. Ik ben bewonderaar van de vrije markt, maar deze vrijheid wordt bedreigd door grote commerciële bedrijven die ons manipuleren. De markt resulteert dan niet in vrijheid, maar in slavernij. Daarom moet de positie van burgers, gezinnen en andere kleine gemeenschappen worden versterkt. Daar ligt een rol voor kerken, gezinnen en onderwijs.’
Hoe kan ik in mijn gemeente de strijd aangaan met Microsoft en Apple?
‘De kerk heeft een kerntaak in de bezinning op wat we belangrijk vinden: wat zijn onze diepere waarden? Wat is het goede leven? Worden we gelukkig van vijf keer per jaar op vakantie gaan? Of draait het om kinderen opvoeden, zorgen voor kwetsbaren en vrijwilligerswerk? We geloven in de mythe dat we gelukkig worden door veel te consumeren, maar dat maakt ons niet ten diepste gelukkig. Als gemeenschap van gelovigen moeten we ons teweer stellen tegen allerlei krachten die ons willen knechten. De vrije markt kan alleen maar goed functioneren als burgers weten wat ze ten diepste waarderen, waar het goede leven om draait. Een gezonde economie bestaat uit een goede balans tussen de markt, de overheid en het maatschappelijk middenveld.’ Hij grinnikt: ‘Ja, wat dat betreft verloochen ik mijn CDA-wortels niet.’
De huidige coronatijd is volgens Bovenberg een moment van bezinning, net als de financiële crisis van 2008 dat was. ‘Het woord crisis is verwant aan het woord tweesprong: een moment van beslissing. We moeten ons nu bezinnen op de waarde van goed samenleven en ook op onze omgang met de natuur, dat lange tijd het ondergeschoven kindje was. De coronacrisis en de klimaatverandering maken dat dit een moment van bekering, van omkering kan zijn.’
Critici zeggen dat we van de financiële crisis niets geleerd hebben.
‘Nee hoor. De financiële sector is na die crisis een stuk stabieler dankzij een aantal aangenomen wetten. Sindsdien hebben we buffers waarmee we nu de coronacrisis overleven. Als de pandemie tien jaar geleden had plaatsgevonden, had de overheid niet alleen ondernemingen moeten redden, maar ook de banken. We leven in een moralistische samenleving waarin je punten verdient als je de banken slecht en verschrikkelijk noemt. Het grote gevaar voor onze vrijheid is de zonde van het verstikkende moralisme. Als je het kwetsbare wilt beschermen, moet je niet naar de financiële sector of de bank wijzen, maar naar jezelf kijken: naar onze auto’s en vakanties waardoor het klimaat zucht.
De coronacrisis is vooral een vertrouwenscrisis. De economische problemen komen door onze angst, waardoor we minder werken en minder geld uitgeven. De zondeval gaat over het verlies aan geloof in een goede Schepper die een goede schepping heeft geschapen. Gelukkig leeft Christus in ons en leidt Hij ons uit deze gevangenis. Christus herstelt vertrouwen en daarmee onze vrijheid: “Wees niet bezorgd, uw vader zorgt voor u. Hij heeft uw haren geteld en zorgt voor alles”. Sterker nog, de hele schepping – Gods economie – heeft door Christus weer hoop gekregen.’
‘Econoom Adam maakte er een potje van’
U leest het evangelie als econoom.
‘Jazeker. Zoals de centrale bank voor vertrouwen in de economie zorgt, herstelt Christus vertrouwen in Gods economie. Kruis en opstanding zijn het teken van vertrouwen van de Schepper in de schepping in het algemeen en de mensheid in het bijzonder. We zijn geroepen econoom te zijn van Gods geliefde huishouden. Econoom is het oudste beroep op aarde. Als tweede Adam heeft God zich in Christus voor altijd met de mensheid verbonden door zelf mens te worden. De Zoon van God zit nu als mensenzoon voor altijd in een verheerlijkt mensenlichaam aan Gods rechterhand. Dat is een ongelofelijk commitment van God aan de mens. Hij houdt vertrouwen in zijn onderneming, de schepping. Die onderneming leek failliet, maar Christus heeft ons het geloof in de prachtige onderneming weer teruggegeven.’
Maria dacht in de net verrezen Christus de tuinman te zien.
’Het is onze taak om tuinman te zijn. ‘Econoom’ Adam maakte er een potje van, maar Christus heeft als tweede ‘econoom’ laten zien dat de mens wel goed besturen kan. De Vader beziet ons nu door zijn Zoon. Vertrouwen en liefde komen in de plaats van oordeel en angst. Zo vragen de farizeeën wie er heeft gezondigd: de blinde man of zijn ouders. Jezus heeft een heel ander perspectief: in deze gehandicapte man wordt Gods glorie zichtbaar. In het kwetsbare ontmoet je God.’
Bovenberg vertelt dat hij dat zelf ook ervaart. In zijn academische cultuur draait het om de vraag: wie is de slimste en wie heeft het meeste aanzien? ‘Maar bij gehandicapte mensen die kwetsbaar durven te zijn, voel ik me veilig. Een gezonde samenleving durft het risico aan om mensen vrijheid te geven. Christus’ kruisdood was vooral een investering in het Koninkrijk van God, dus dat is net iets meer dan alleen een plaatsvervangend offer. Hij geeft niet zozeer zijn leven voor die arme Lans Bovenberg die ten dode is opgeschreven. Nee, hij gelooft in Lans Bovenbergs potentie. God heeft mij niet alleen lief, Hij gelooft in mij!’
God investeert in ons, omdat het rendement oplevert.
‘Precies, evenals de gehandicapte mensen mij zegenen. Zij zijn geen liefdadigheidsproject; er is sprake van wederkerigheid. Wij zijn geen liefdadigheidsproject van God, er is sprake van een verbond, een wederkerige relatie. Je committeert je met elkaar. God heeft mij niet nodig, maar hij verwacht wel iets van me.’
De klassieke gereformeerde verbondstheologie gaat over belofte en eis. Inmiddels is daar kritiek op; mensen schoten ervan in een wettische kramp: help, ik moet iets terug doen voor God. Terwijl God toch ‘om niet’ zijn liefde geeft?
‘Je moet niets terug doen, het mag. God verwacht het, omdat Hij potentie in ons ziet. Hij ziet ons in zijn Zoon en vertrouwt erop dat wij als zijn schepselen gaan renderen. Het grote wonder is niet dat wij geloven in God, maar dat God ondanks alles in ons blijft geloven. We zien onszelf vooral als mislukkelingen. Niet zo gek, in de media word je de hele dag gebombardeerd met mensen die veroordeeld worden, omdat ze iets fout doen. Maar God zegt: “Kijk eens wie je echt bent: een klein Christusje.” Dat geeft een heel ander perspectief.”
Vrij naar André Hazes: ‘Hij gelooft in mij, Hij ziet toekomst in ons allebei.’
‘Prachtig, God spreekt tot ons in seculiere liederen. God heeft in ons allemaal het verlangen geschapen dat er iemand is die in jou gelooft. Dat geloof geeft vrijheid. Waarom heb je geen hek om die boom in het paradijs gezet, verwijt ik God weleens. God is een liberaal: Hij houdt ervan om mensen vrijheid te geven en om risico’s te nemen. Hij dwingt ons niet Hem te volgen, maar vertrouwt ons ongelofelijk veel vrijheid toe omdat Hij in ons gelooft.’
U noemt het kruis een investering in plaats van een offer. Maar er ligt toch een heldere lijn met de oudtestamentische offercultus die in Christus vervuld wordt?
‘Zeker. Maar in deze moderne tijd moeten we op zoek naar nieuwe woorden voor de betekenis van het kruis. Ik denk dat het beeld van een investering in een relatie meer resoneert dan dat van een offer. Die offercultus zegt niemand meer iets. Christus blijft dezelfde, maar elke tijd vraagt om een nieuwe vertaling. Economie als de taal van relatie, bestuur en samenwerking vind ik een mooie vertaling voor deze tijd. God geeft ons de vrijheid om dat te doen.’
Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.





