Vrijheid in gebondenheid

Wim Dekker | 7 november 2020
  • Opinie
  • Special Vrij

Wat is vrijheid? Vrijheid heeft slechts deels te maken met de omstandigheden waarin je zit, volgens socioloog Wim Dekker. ‘Wanneer ik mij verzoen met de lockdown, de beperkingen aanvaard, komt er ruimte vrij om te leven. Voel ik mij innerlijk vrij. De christelijke vrijheid is vooral een levenskunst die getoonzet wordt door liefde en dankbaarheid.’

(beeld ElsvanderGun/iStock)

(beeld ElsvanderGun/iStock)

Vanavond, tijdens het eten, barstte bij ons thuis weer de bom. De oudste zoon had nergens zin in, de jongste was gestresst vanwege een toets voor Frans. Hij had wat hulp nodig, maar daar had ik geen zin in. Mijn vrouw gaf aan geen tijd te hebben om te helpen. We deden ons best, maar zaten elkaar gewoon in de weg. De psychiater Foudraine noemde het gezin een bunker of een kerker: opgesloten in het gezin is er geen enkele ruimte voor autonomie. Hij heeft een punt. Met elkaar hadden wij geen leuke avond. Terwijl we de scherven opruimen, zitten wij nu elk in een hoek van het huis. Een inspirerende omgeving om na te denken over vrijheid, er zelfs over te schrijven.

Driften

Het verlangen naar vrijheid is een oerdrift in het leven van mensen. Overal en altijd zijn er liederen van bevrijding gedicht en gezongen. Verhalen van verdrukking, het verlangen naar vrijheid en soms ook van bevrijding zelf. Het is niet nodig om een bezetting of slavernij mee te maken om de oerkracht die in liederen van onderdrukking en bevrijding zit, op je eigen leven te betrekken. Gevoelens van onvrijheid zijn onderdeel van het menszijn, altijd en overal. De aard verschilt, het tragisch gehalte evenzeer, maar onvrijheid kennen wij. Het is de moeite waard om met elkaar, tijdens een goede maaltijd of juist onder moeilijker omstandigheden, omdat het nu echt moet, na te denken over de vraag wanneer jij je echt vrij voelt, bevrijd, en wanneer jij je klem voelt zitten, het leven benauwend is. Zonder risico is zo’n gesprek niet. Want die ander, met wie je het bespreekt, is meestal ook een bron van onvrijheid. Al pratend realiseren wij ons dat. Als ik zeg wat mij beklemt, begrijpt hij het niet, vindt hij er wat van, voel ik aan dat hij het niet prettig vindt. ‘De ander is de hel’, zei Sartre al, de filosoof van de vrijheid uit de twintigste eeuw.

Verlangen naar vrijheid is een
oerdrift in een mensenleven

Niet alleen de ander staat mijn vrijheid in de weg. Zelf kan ik er ook wat van. Mijn lijf en geest zitten vol driften (eten, drank, seks) en begeerten (sensaties, macht, ijdelheid) en voortdurend merk ik hoezeer ik aangelegd ben op slavernij, op bevrediging van die driften en begeerten. Je kunt de vijand van je eigen vrijheid zijn. Verslaafden praten over zichzelf veelal in de derde persoon: ik heb mijzelf niet in de hand, mijn verlangen gaat met mij aan de haal. Beetje zoals Paulus: ‘het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik (Romeinen 7:19).

Maar wat en wie onze vrijheid ook in de weg staat, het maakt in ons wel het verlangen naar vrijheid wakker. Alleen, wanneer je woorden probeert te geven aan dit verlangen, zijn wij beter in staat om te benoemen wat onze vrijheid belemmert dan dat wij kunnen benoemen naar welke vrijheid wij verlangen. Wat betreft de situatie vanavond bij ons thuis kan ik wel aangeven dat ik met rust gelaten wilde worden. Maar voor de avond zelf had ik geen plan. Gesprekken over vrijheid zijn meestal negatief getoonzet: ik wil ergens van bevrijd worden.

Leegte

Kort na de val van de Muur schreef de politieke filosoof Fukuyama een opstel over het einde van de geschiedenis. Het was een wat ronkend artikel over de wereldwijde doorbraak van de liberale democratie, het kapitalisme en de vrije markt. Nu de welvaart is toegenomen en wij vrijheid hebben ontvangen, is er niets meer om voor te vechten, stelde hij. Eindelijk vrij. Het einde van de geschiedenis. Maar dan volgt het slot van zijn artikel: wat ons nu nog wacht, is verveling, schrijft hij.

Ik dacht hieraan toen ik de opening van dit artikel nog eens herlas. Want zo’n twintig jaar geleden bracht ik ook een avond thuis door. Wij waren ruim vijftien jaar gehuwd en wisten dat wij geen kinderen zouden krijgen. Ik had die avond lang op mijn luie stoel voor de televisie gezeten. Er was niets op te zien geweest. Naast mij een volle asbak en een leeg bierflesje. Ik realiseerde mij dat ik de avond verkwanseld had. Maar wat maakte het uit. Ik had tijd en vrijheid in overvloed. Niemand schade berokkend. En opeens verlangde ik intens naar kinderen. Omdat het dan gedaan zou zijn met die vrijheid. Omdat die het gat in mijn bestaan zouden vullen. Vrijheid is in onze cultuur al gauw synoniem voor leegte, verveling.

Vrede

In deze coronatijd doen wij allemaal ervaring op met onvrijheid. De ene keer doordat wij letterlijk opgesloten zitten in huis, de andere keer omdat onze spontaniteit begrensd wordt door de anderhalvemetersamenleving. Wij reiken naar elkaar, maar mogen elkaar niet aanraken. Intussen groeit het verlangen naar het weer gewoon met elkaar kunnen verkeren, op ons werk, in de familie, in de kerk. Onvrijheid is hier het noodgedwongen moeten missen van de gemeenschappen waartoe wij behoren, de frustratie dat je de ander ervaart als een bedreiging van je gezondheid, bang zijn dat jij een bedreiging bent voor de gezondheid van de ander. Het gevoel van onvrijheid is niet constant. Dagen red ik mij ermee en voel ik mij op mijn gemak. Opeens heb ik dan weer een dag dat ik het meer dan zat ben. Gefrustreerd vergader ik voor de zoveelste keer achter mijn scherm of steek een college af tegen mensen die niets terugzeggen. Ik hoor mijn stem galmen door de ruimte. Lockdown.

(beeld mofles/iStock)

(beeld mofles/iStock)

Het interessante hier is niet de frustratie, maar de dagen dat ik het wel red. Hoe kan het dat ik mij vrij voel, terwijl ik in quarantaine ben of in een lockdown? Vrijheid heeft blijkbaar maar tot op zekere hoogte te maken met de omstandigheden. Wanneer ik mij verzoen met de lockdown, de beperkingen aanvaard, komt er ruimte vrij om te leven. Voel ik mij innerlijk vrij. Heb ik de energie om met plezier te werken en bij te dragen aan de sfeer in huis. Vrijheid huist in de vrede die ik ervaar met de ander, de wereld, God en mijzelf.

Autonomie

In onze cultuur of in onze samenleving is vrijheid lange tijd synoniem geweest voor autonomie. ‘Vrij zijn wij als wij de ruimte krijgen om zelf te bepalen wat wij doen met ons leven’, zo heeft het jaren geklonken. Alle emancipatiebewegingen streefden ernaar zich te ontworstelen aan de dwingende moraal van de meerderheid of de machthebbers. In de jaren negentig bereikte dat het hoogtepunt in slagzinnen als ‘gewoon jezelf zijn’. In tal van hulpverleningsgesprekken was dit ook de centrale boodschap: ik moet leren trouw te zijn aan mijzelf. Deze boodschap was niet alleen dominant in de media en de therapiekamer, het is ook de centrale moraal van het hedendaagse onderwijs. Kinderen leren al in de eerste twee jaren te onderscheiden wat de groep wil en wat zij zelf willen. Goede leerkrachten leren kinderen op te komen voor zichzelf. ‘Jij bent goed zoals jij bent’. Op christelijke scholen volgt dan nog de dooddoener: ‘God heeft jou gemaakt zoals jij bent en bij Hem hoef je je niet anders voor te doen dan je bent’.

God laat weinig ruimte voor leegte
die je zelf mag invullen

Zo leven wij dus. Voortdurend alert op wat onze vrijheid belemmert. En als het even kan, ruimen wij die belemmeringen op. Bijkomend voordeel is dat wij nog nooit zo rijk zijn geweest. Veel belemmeringen zijn met wat geld wel op te ruimen. De socioloog Bauman stelt dat wij op deze manier vaste gemeenschappen die ons gevormd hebben, kwijtraken, omdat ze verstikkend waren: ons gezin, onze gemeente, ons dorp, onze ouders. Wat overblijft, is het postmoderne individu dat ongebonden leeft. Maar waarvoor?

Ook op dit punt heeft de socioloog Bauman boeiende analyses. Waarvoor wij leven, moeten wij immers uit onszelf putten. Waar mensen de zin van het leven vroeger ontleenden aan het grote verhaal van het geloof, de samenleving, hun familie of het dorp, moeten wij nu zelf zin geven aan het leven. Dat laatste lukt ons niet. Er zijn maar weinig mensen in staat zelf betekenis te geven aan hun leven. Dus kopen wij op de markt van onze samenleving producten, verhaaltjes en leefstijlen die ons een goed gevoel geven. We doen een tijdje yoga, laten ons beïnvloeden door influencers, laten ons meevoeren door films en boeken, kopen een nieuw huis met een gevoel en nemen een tijdje een minnaar. Allemaal sensaties die ons het gevoel geven vrij te zijn, te leven. Al die sensaties verhullen echter de verveling. Wij hebben ons ontdaan van alle bindingen, maar zijn het zicht op de zin van het leven kwijtgeraakt en kunnen nauwelijks met onszelf leven.

God

Onze God is een God van bevrijding. Hij leidt ons uit het diensthuis, of uit de slavernij om het met de tien geboden te zeggen. De omvang van wat wij hiermee zeggen en belijden in een tijd van secularisatie en welvaart, een tijd van vrijheid van bindingen en verveling, is nauwelijks te onderschatten. Want God mag mensen dan bevrijden van bindingen, voordat je weet waarvan je bevrijd bent, schrijft Hij met eigen hand tien regels op twee stenen tabletten. God laat niet zoveel ruimte voor een leegte waarin je zelf mag bepalen wat je met je leven wilt doen en waarin je zelf kunt nadenken over de vraag wat bij je past. Wie in God gelooft, vindt zijn vrijheid niet in zelfbepaling maar in het doen van Gods wil. De vreugde van de wet is dat jij je leven elke dag ontvangt uit de handen van God.

Het wonderlijke van het verhaal van God is dat je niet alleen de tijd van leven uit Gods hand ontvangt, maar ook het stukje wereld waarin Hij je plaatst, de schepping. Daarin is Hij niet alleen op jou betrokken, maar op al die schepselen die Hij op je pad brengt. In al die gezichten licht het gelaat van Christus op. Als je het zo bekijkt, biedt het christelijk geloof niet zo heel veel vrijheid in de zin van zelfbepaling of zelfontplooiing. Het belang van de christelijke vrijheid is dat je leert te leven van genade, dat jij je verheugt in de liefde van God en die wilt beantwoorden en zichtbaar maken in je omgang met anderen en de wereld zelf.

Vrijheid is in het christelijk geloof niet het bevrijd zijn van bindingen en zoveel mogelijk ruimte creëren voor zelfbepaling en zelfontplooiing. Het is juist het besef dat je in de ruimte gesteld wordt door God en de ander, dat je ontvankelijk leeft. Vrijheid is leven in liefde en vrede met jezelf en de ander, God. De christelijke vrijheid is niet agressief of veeleisend maar ootmoedig, dankbaar. Het paradoxale in het christelijk geloof is dat je in vrede met God, vrijheid kunt ervaren als je opgesloten bent.

Ontspannen

Deze vorm van vrijheid is ook gewoon leuk. Ontspannen is een beter woord. Een vrij christen is een ontspannen mens. Tegenover de angst voor beknelling en verveling staan hier ontspannen overgave, blijdschap en dankbaarheid. Soms lukt het dan zelfs om in tijden van beproeving, in quarantaine bijvoorbeeld, de beperkte levensruimte te ontvangen, er vrede mee te sluiten en er vreugde in te ontdekken. De christelijke vrijheid is vooral een levenskunst die bestaat uit liefde en dankbaarheid.

Over de auteur
Wim Dekker

Wim Dekker is associate lector en docent-onderzoeker aan de CHE.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Jos de Kock
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Waar is het goed voor, belijdenis doen? Waar gaat het eigenlijk over? En voor wie is het bedoeld? Een praktische analyse van deze vragen.

Lees artikel
Waarom sport van weinig nut is

Waarom sport van weinig nut is

Rob van Houwelingen
  • Opinie
  • Thema-artikelen

'Oefen u in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst', schrijft Paulus in 1 Timoteüs 4:7b-8 (NBG-vertaling 1951). Anders gezegd: we kunnen beter ophouden te sporten. Of toch niet?

Lees artikel
Over de kerk als bruid van Christus

Over de kerk als bruid van Christus

Hans Schaeffer
  • Opinie
  • Thema-artikelen

In de uitdrukking ‘gemeente van Jezus Christus’ klinkt door dat de gemeente van Jezus is, zoals een bruid van haar bruidegom is. De gemeente is bruid van Christus. Dat beeld heeft diepe, oudtestamentische wortels. Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer bespreekt verscheidene aspecten van dat Bijbelse beeld van het verlangen naar de bruiloft als bruid van Christus.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief