Het hart van het jeugdwerk klopt in het gezin, niet in de kerk
- Opinie
- Thema-artikelen
‘Ik heb erover na moeten denken of ik wel terug zou komen.’ Een van de jeugdwerkers geeft aan dat het voor haar niet vanzelfsprekend was om domweg het stokje op te pakken, waar het in maart was blijven liggen. ‘Het was toch ook heerlijk dat alles stillag en er rust ontstond in mijn huis en hart. Misschien was het wel goed dat er meer verantwoordelijkheid in het gezin kwam te liggen.’ Hoe zit het met de verwevenheid van gezin en kerk in de geloofsopvoeding? Uit Growing Young, een Amerikaans onderzoek: ‘Prioriteren van jongeren is het prioriteren van gezinnen.’
Jeugdwerk in coronatijd, het is een dossier met heel uiteenlopende gezichten. Ik hoorde over gezinnen die de kerkdienst volgden in pyjama op de bank. Anderen voerden het zingen aan tafel weer in, maar ik sprak ook ouders die met de handen in het haar zaten, omdat er geen catechisatie meer was. Weer anderen foeterden, omdat de club via Zoom een beproeving voor hun kind was. Als gevolg van corona ontstond er op scholen een didactisch laboratorium, in kerken een liturgisch laboratorium en in het jeugdwerk een didactisch-liturgisch laboratorium. Dit artikel is niet een opsomming of analyse van allerlei meer of minder geslaagde experimenten die zich in deze laboratoriumsituatie hebben voorgedaan. We nemen de vraag van de jeugdwerker ter harte: is het goed dat er meer verantwoordelijkheid in het gezin komt te liggen?
Thuis
Uitgerekend in maart 2020 las ik een artikel over de spiritualiteit van Oepke Noordmans, een hervormd theoloog uit de twintigste eeuw. Daarin las ik deze zin: ‘Wanneer het gezin ophoudt kerk te zijn, zullen de gezinnen samen ook geen kerk meer vormen.’ Deze zin, uitgesproken door Noordmans in 1940, bleef haken, omdat de stekker zojuist uit bijna alle kerkelijke activiteiten was getrokken. Iedereen was aangewezen op een leven in eigen huis, op elkaars lip. Volgens Noordmans moest het daar dus juist gebeuren.
Zijn opmerking staat niet helemaal op zichzelf, het houdt verband met zijn beleving van spiritualiteit. Noordmans heeft het, in zijn terugblikken op de spiritualiteit uit zijn eigen jeugd, over ‘sfeer en stemmen’. Hoe er thuis uit de Bijbel werd gelezen en gezongen. ‘De mystieke tonen van psalmen en gezangen streken over het bewogen leven.’ De klanken van het orgel waarmee de avondpsalm begeleid werd, maakten op hem als kind een diepe indruk: ‘Rondom het huis naar alle zijden en naar boven, stond de hele atmosfeer hoorbaar in trilling en het hart beefde mee vanwege de heiligheid van deze tempel…’
Met deze uitspraak raakt hij juist ook het 21e-eeuwse christelijke gezin. Noordmans schetst klank en sfeer zo dat thuis en tempel in elkaar overvloeien. Veel gezinnen, ouders, pubers en kinderen hebben in de coronamaanden ondervonden hoe ingewikkeld dat is. Eerbied in huis, sacraliteit in pyjama, dat is ingewikkeld. Het vieren van de zondag en een uurtje kijken naar een dominee via een livestream zijn twee verschillende dingen. Hoe word je van een kijker een vierder? Dat is voor veel volwassenen al moeilijk, laat staan voor pubers. Eén van de constateringen kan zijn dat er niet zoveel ruimte voor eerbied in huis is. Dat het ons niet lukt om een atmosfeer te creëren die het hart met ontzag vervult. Want het koffiezetapparaat pruttelt te hard tijdens het gebed en mijn moeder zingt, hoe awkward, vals mee met de liedjes.
Spiegel
Voor Noordmans was wat de institutionele kerk doet secundair ten opzichte van wat er in de huizen gebeurt: ‘Gereformeerd geestesleven veronderstelt persoonlijke levensernst.’ Dat klinkt zwaar, maar iets van die ernst is voorwaarde voor een heilige sfeer in je eigen huis. En daarmee is iets van die ernst voorwaarde om met je gezin te kunnen vieren.
Daarnaast valt de zwaarte van die ernst ook wel weer mee. Het heilige en het familiaire zijn in het christelijke leven verweven. De geloofsopvoeding begint niet in het kerkgebouw. Lang voordat een kind gevormd wordt door preken, jeugdwerk en kerkelijke ambtsdragers zingen vaders en moeders thuis liedjes. Lezen ouders verhalen uit de kinderbijbel. Spreken of zwijgen ze over God. Bidden ze op een bepaalde toon en met een bepaalde houding. De eerbied van de ouders is de spiegel waarin het kind ontzag voor God leert.
Prioriteit
Een meer eigentijdse bron is Growing Young. Een van de zes kernwaarden benadrukt de verantwoordelijkheid van het gezin. Growing Young stelt dat de kernwaarde ‘prioriteer jongeren (en gezinnen) overal’ de gamechanger is. Niet warme relaties tussen jeugdwerkers en jongeren, niet inleven in de leefwereld van jongeren, maar prioriteit geven aan jongeren (en gezinnen) overal.
Met prioriteit bedoelen de auteurs van Growing Young het tastbare, institutionele commitment aan jongeren en gezinnen. Als niet door het hele instituut heen prioriteit wordt gegeven aan jongeren en gezinnen, dan vergrijst een kerk. Eenzijdige aandacht op alleen jongeren is niet voldoende. Het prioriteren van jongeren impliceert het prioriteren van gezinnen. Ben je betrokken op een jongere, dan ben je ook betrokken op het systeem waarin deze functioneert. Growing Young benadrukt drie elementen: de invloed van ouders betekent het meest. Ouders hebben ondersteuning nodig en de effecten van echtscheiding verdienen onze aandacht.
Invloed
De beste voorspeller voor het geloof van jonge personen, is het geloof van hun ouders. De invloed op de geloofsontwikkeling beperkt zich niet tot de kindertijd, ook in de pubertijd en daarna speelt de invloed van ouders een rol. Dit betekent dat de rol van voorgangers en jeugdwerkers ook moet inhouden het zorgen voor, toerusten en vormen van ouders en families.
Het ene uiterste is dat ouders de geloofsopvoeding uitbesteden aan de kerk. Het andere uiterste is dat ouders wordt opgelegd dat zij alleen verantwoordelijk zijn voor geloofsopvoeding. Beide uitersten moeten vermeden worden. Het heilzame principe is dat de kerk de geloofsopvoeding van de ouders ondersteunt.
Dat is een waardevolle open deur. Bij het dopen van kinderen wordt de gemeente vaak ook opgeroepen om de ouders te steunen met hun voorbede en hun voorbeeld. Toch is er een reële valkuil. De relatie tussen ouder en kind kan in sommige gevallen onder spanning komen te staan. Zoals een vader met een paar puberkinderen laatst tegenover mij verwoordde: ‘Mijn gezin is soms net een kleine Gazastrook.’ Als naast de dagelijkse beslommeringen over sokken in de hoek, hoe laat kom je vannacht thuis en doe je wel genoeg voor school, ook nog een geloofsgesprek moet plaatsvinden, dan zijn er ouders die dat deel gretig afschuiven op de kerk. Juist ook omdat het geloof een van de eerste onderwerpen is om te bespreken.
Growing Young geeft concrete voorbeelden die liggen op het terrein van ouderbetrokkenheid bij kerkelijke activiteiten. Ik heb daar niks op tegen, maar zou het omgekeerde prioriteit willen geven: geef kerkelijke betrokkenheid bij de geloofsopvoedende activiteiten van de ouders prioriteit. Natuurlijk kun je foto’s vanuit het catechisatielokaal naar de ouders sturen in het kader van ouderbetrokkenheid, maar je kunt ook als kerk bij het gezin achter de voordeur komen om daar de geloofssfeer te beïnvloeden. Dat laatste lijkt mij effectiever, omdat je dan in het belangrijkste en dagelijkse systeem van de jongeren zit. Een jeugdpastor bereikt meer als hij de ouders leert goede geloofsgesprekken met hun kind te voeren, dan wanneer hij deze gesprekken zelf voert.
Echtscheiding
Growing Young haalt studies aan die beweren dat kinderen van gescheiden ouders zich vaker alleen en onveilig voelen. Ook gebruiken ze meer verdovende middelen, hebben ze slechtere schoolresultaten en meer kans op depressie of terugtrekken. Regelmatig komt voor dat niemand van de geloofsgemeenschap contact heeft met kinderen van gescheiden ouders. Als het biologisch gezin uiteenvalt, heeft de geloofsgemeenschap de kans om een relationeel netwerk rondom jongeren uit zo’n gezin te vormen. Wel blijven de ouders zelf hoofdverantwoordelijk voor de geloofsopvoeding van de kinderen. Tegelijkertijd mag de kerk dat wat ze in huis heeft, aanbieden ter ondersteuning van juist deze groep ouders en hun kinderen.
Thuisvieringen
Naast Noordmans en Growing Young vermeld ik graag nog een derde bron die wijst op de verantwoordelijkheid van ouders. Abraham Kuyper verbindt de rol van de man als gezinshoofd met zijn rol als gezinspriester. Nu zou ik de man-vrouwverhouding binnen het huwelijk zoals Kuyper die zag, niet een op een overnemen. Toch is het interessant om te luisteren naar hoe Kuyper daarover dacht:
‘De man moet als Gezinshoofd weten, dat die dienst voor zijn rekening ligt, en juist deze wetenschap moet er hem toe leiden, om zich ervoor te oefenen. Is hij in het lezen geen held, dan moet hij hetgeen aan de beurt is, vooraf nalezen, om het op het vereischte oogenblik goed te kunnen doen. En zoo ook mist hij de gave van het vrije gebed, dan moet hij een formuliergebed bidden. Maar in elk geval, hij moet het doen; hij staat ervoor; en hij moet het niet maar op goed geluk afdoen, maar het doen zoo goed als hij met alle inspanning kan, ten einde zoo na mogelijk aan den heiligen, hoogen eisch van alle godsdienstige verrichting te beantwoorden.’
De reden dat ik dit citaat uitvoerig weergeef, is de directe instructie die erin doorklinkt. Kuyper ziet een heilige, hoge eis om thuis de dienst aan God vorm te geven. In het gezin bestaat een verantwoordelijkheid om het leven met God in de huiselijke setting vorm te geven. Kuyper ziet daarbij een grote verantwoordelijkheid voor de man. Zelf ben ik geneigd beide ouders hiervoor verantwoordelijk te houden. Niet alleen omdat beide ouders de doopbelofte uitspreken, maar ook omdat beiden samen de sfeer en de toon in huis zetten, ook in geestelijk opzicht. Ouders mogen dat als een belangrijke taak zien.
Achteroverleunen
Vanuit deze drie bronnen, Noordmans, Growing Young en Kuyper, ontstaat er een herbezinning op het vieren thuis en op de geloofsopvoeding. Dat is deels een ander soort veld dan kerkelijk jeugdwerk. Dit, omdat de focus van relatiebevorderende activiteiten tussen jongere en jeugdwerker verschuift naar de relatie tussen ouders, kinderen en God. Het kerkelijk jeugdwerk blijft voor mij een topprioriteit, ik ben erg blij dat de jeugdwerkster uit de inleiding haar taak weer heeft opgepakt. Maar deze beschouwing is een pleidooi om de winst van haar reflectie wel te verzilveren, zodat in het nieuwe seizoen niet de jeugdwerkers extra hard gaan rennen, terwijl de ouders achteroverleunen.
Mijn aanzet is om het om te draaien: laat het kerkelijk jeugdwerk dienstbaar zijn aan wat de ouders (dagelijks) hebben te verrichten. Het gebeurt niet in de kerk, het gebeurt thuis. Als het daar niet gebeurt, is dat wat in de kerk gebeurt helaas vaak ook vergeefse moeite.
Louren Blijdorp is predikant van de Immanuelkerk te Enschede. Daarnaast is hij één van de hoofdredacteuren van Onderweg.





