Monument voor Gods verborgen krachtenveld
- Opinie
De aartsengel Michaël geldt als patroonheilige van Zwolle; de Grote of Sint Michaëlskerk is aan hem gewijd. Op het torentje van het portaal waakt hij al eeuwenlang, om de stad te beschermen tegen het kwaad. Sinds 2010 staat voor de kerk ook een transparante sculptuur van lichtgroen massief glas. Dit kunstwerk is opgebouwd uit driehonderdvijftig glasplaten, waar het licht ieder moment van de dag op een andere manier doorheen schijnt: een levensgrote ‘Glazen Engel’. Zo wilde Herman Lamers, de kunstenaar, Michaël niet hoog van de toren laten blazen, maar midden tussen de mensen zetten.
Drie jaar later werd de drie meter hoge glazen mal die gebruikt was om het kunstwerk te vervaardigen, door (oud)medisch specialisten geschonken aan het nieuwe Isala ziekenhuis. Deze ‘virtuele engel’ is het alter ego van Michaël. Duidelijk laat de engelenfiguur zich herkennen, hoewel hijzelf ontbreekt. Misschien maakt de mal wel meer indruk dan het oorspronkelijke beeld. Je ontwaart de contouren van een engel die er niet is. Alleen het omhulsel getuigt van Michaëls aanwezigheid.
Aartsengel
Het Oude Testament noemt Michaël bij naam in het boek Daniël, als de beschermengel van Israël. In het Nieuwe Testament is Michaël de aanvoerder van het engelenleger; bovendien wordt hij betiteld als ‘aartsengel’ (Judas 9; Openbaring 12:7). Het voorvoegsel ‘aarts’ heeft niets met de aarde te maken, het komt van het Griekse archè: ‘begin, voorrang, top’, en duidt op belangrijkheid (vergelijk aartsbisschop). Aartsengelen zijn topfunctionarissen uit de hemelse wereld en ze hebben persoonsnamen. Behalve Michaël kennen we uit de canonieke boeken ook Gabriël, en Rafaël uit het apocriefe boek Tobit. Hun namen eindigen allemaal op –el, verwijzend naar God. Er is een rooms-katholieke feestdag voor dit drietal engelen op 29 september.
Aartsengelen zijn de belangrijkste dienaren van de Allerhoogste. Openbaring 8:2 spreekt over zeven engelen voor Gods aangezicht. Ook Michaël staat de Almachtige terzijde. Hij is de hemelse beschermheer van Gods volk op aarde, een onvermoeibare strijder tegen de macht van het kwaad, de opperbevelhebber van de strijdkrachten van het koninkrijk. Merkwaardig genoeg komt Michaël voor op twee plaatsen in Paulus’ brieven aan de Tessalonicenzen zonder dat zijn naam wordt vermeld.
Bazuinblazer
‘Want wanneer het bevel gegeven wordt, als de stem van de aartsengel weerklinkt en de bazuin van God, dan zal de Heer zelf van de hemel neerdalen…’ (Willibrordvertaling).
1 Tessalonicenzen 4:16 tekent de rol van Michaël in een vooruitblik naar de wederkomst. Eerst klinkt een luid commando, schrijft Paulus. Op dat moment zullen alle doden de stem van Gods Zoon horen en uit hun graf komen (Johannes 5:28-29). Vervolgens zal een dubbel signaal te horen zijn: de stem van een aartsengel en het geluid van een bazuin. Zoals Gods verschijning op de Sinai met bazuingeschal werd aangekondigd, zo zal het ook gaan bij de verschijning van de Heer. De sjofar werd in Israël gebruikt om alarm te blazen; heel het volk moest zich dan verzamelen. Bij de wederkomst zal geen gewone sjofar klinken, maar ‘de bazuin van God’, een superbazuin. Alsof er een reusachtige wekker rinkelt om overal ter wereld de doden te doen opstaan.
De achterliggende verwachting is dat God had beloofd zijn verstrooide volk Israël ooit weer samen te brengen. Dan zal niemand op het appèl ontbreken wanneer de laatste bazuin ‘verzamelen’ blaast. Alle gestorven gelovigen zullen herleven om samen met de levenden voor altijd bij de Heer te zijn. Het stem- en bazuingeluid van Michaël kan niemand ontgaan.
Tegenhouder
‘Het geheim der goddeloosheid doet zijn werking al gevoelen; alleen moet degene die hem nu tegenhoudt nog van het toneel verdwijnen’ (Willibrordvertaling).
2 Tessalonicenzen 2:7 gaat over iemand die zich verzet tegen en verheft boven God. Op het laatst zal de wetteloosheid in eigen persoon zich manifesteren. Misschien belichaamd in één figuur of in een groep, misschien via de tijdgeest. Vooral hoogmoed is typerend voor de eindtijd. Er is een anti-goddelijke macht actief, zegt Paulus, die de hele wereld misleidt. Als gevolg daarvan hechten mensen geen geloof meer aan de waarheid en verheugen zich over het onrecht. Die duivelse opponent kan echter niet zomaar zijn gang gaan. Hij wordt tijdelijk afgeremd door de ‘tegenhouder’: de superieure macht van een aartsengel. Michaël, die in de schaduw van de Almachtige opereert, weet het kwaad binnen de perken te houden.
Wanneer de ‘tegenhouder’ van het toneel verdwijnt, komt er ruimte voor de Heer zelf, die het kwaad definitief zal uitschakelen. De wetteloze wordt omvergeblazen en het recht zal zegevieren.
Luchtsteun
Aldus het anonieme optreden van de aartsengel Michaël. Er zijn engelen om ons heen, een hemelse legermacht. Zij laten zich niet verklaren, maar evenmin wegverklaren. Engelen maken Gods aanwezigheid concreet. Vaak zijn ze onzichtbaar aanwezig – we merken hen niet op. Soms laten engelen een afdruk achter. Niet altijd passen ze in menselijke kaders. Wel wijst de mal van Michaël op wat in het verborgene plaatsvindt. De laatste bazuin is nu nog toekomstmuziek en de ‘tegenhouder’ doet zijn werk strategisch achter de coulissen. Maar laten we nooit vergeten wat er in de engelenwereld gebeurt om de gelovigen bij te staan en de voltooiing van Gods koninkrijk te bewerken. Zonder luchtsteun bleven we nergens!
Michaël betekent: ‘Wie is als God?’ Zowel zijn naam als zijn heldhaftige optreden wijst op de overmacht van God. Daarbij treedt Michaël niet zelf in de schijnwerpers, want als aartsengel is hij in dienst van de Almachtige. Tegenover de invloed van het kwaad staat dus een goddelijke overmacht die zelfs de dood van zijn heerschappij berooft. Zo mag de mal van Michaël gezien worden als een monument voor Gods verborgen krachtenveld.
Rob van Houwelingen is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen.





