Eigenaarschap in de kerk

Moniek Mol | 9 mei 2020
  • Opinie

Er is de afgelopen jaren veel veranderd in de positie van leiders en gemeenteleden in de kerken. De hiërarchische cultuur bestaat niet meer: de predikant is ook gewoon maar een mens, het lidmaatschap van de kerkenraad is eerder belastend dan een eervolle taak en ontzag voor ambtsdragers is geen reden meer voor een gemeentelid om zich te voegen.

061030 opinie foto1Hoewel oude structuren lijken af te brokkelen, ontstaat er nog geen nieuwe structuur om op voort te bouwen. Daarom is het zoeken naar hoe we in deze tijd het best met elkaar, als plaatselijke gemeente, op weg kunnen zijn.

In het eerder meer hiërarchisch ingerichte instituut is duidelijk hoe de dingen zijn georganiseerd: de oudsten horen de gemeente en komen vervolgens tot beleid. Binnen deze manier van handelen neemt en draagt de raad verantwoordelijkheid. Door allerlei veranderingen, zowel binnen als buiten de kerk, is de behoefte ontstaan dat de verantwoordelijkheid breder gedragen wordt. Gemeenteleden willen meepraten, soms omdat ze het niet eens zijn met bepaalde besluiten, maar ook omdat ze zich geïnspireerd weten en ernaar verlangen om bij te dragen aan de gemeente. Kerkenraden ondersteunen dit graag, al was het maar om de eigen werklast op andere schouders te kunnen laten rusten.

In het nabije verleden zijn dan ook veel werkgroepen en commissies in het leven geroepen, wat er overigens niet altijd toe heeft geleid dat de raad ontlast werd. Het gebeurt nog steeds dat de raad een taak op andere schouders legt, maar vervolgens het werk overdoet vanuit verantwoordelijkheidsgevoel. Dit zorgt ervoor dat sommige leden helemaal geen verantwoordelijkheid meer willen dragen: ze zijn teleurgesteld geraakt in het functioneren van leidinggevenden. Ze hebben weinig ruimte ervaren voor eigen inbreng en verantwoordelijkheid.

Verantwoordelijkheid delen

Binnen de transitie van de gezondheidssector wordt de volgende frase veel gebruikt: ‘van zorgen voor, naar zorgen dat’. In een notendop: de hulpverlener verzorgt de hulpvrager niet meer in alles, maar verlangt dat de hulpvrager zelf meer verantwoordelijkheid neemt over de zorg die hij nodig heeft. Dit zorgt voor allerlei spanningen: hulpvragers zijn hier nog niet altijd aan toe, professionals willen hier niet altijd aan meewerken en het systeem is nog onvoldoende ingericht om daadwerkelijk een andere werkwijze te hanteren.

Iets daarvan meen ik ook in de kerken waar te nemen. De raad zorgt niet meer overal voor, maar wil dat de verantwoordelijkheid en de zorg breder gedragen wordt. Dit zorgt soms voor verwarring en onbegrip. Bijvoorbeeld bij het gemeentelid dat tachtig wordt en verwacht dat de predikant langs komt; bij het gemeentelid dat verantwoordelijk is voor het pastoraat aan zijn wijkgenoten; bij de raad die wel delegeert aan een commissie, maar zich eigenaar blijft voelen van de uitkomsten. Het gemeentelid lijkt er niet altijd aan toe te zijn om zich actiever in te zetten en de ambtsdrager niet om verantwoordelijkheid te delen.

Stimuleren van verantwoordelijkheidsgevoel

Hoe kunnen we gedeelde verantwoordelijkheid in de gemeente stimuleren, zodat leden zich meer en meer betrokken voelen op de gang van zaken? Ik noem drie dingen om mee aan de slag te gaan:

1. Omschrijf de gedragsverandering

Wanneer je bepaald gedrag wenst, bijvoorbeeld dat het gemeentelid bijdraagt aan het onderling pastoraat, moet je dit zo concreet mogelijk benoemen. Wat verwacht je van elkaar? Wat bedoelen we met ‘onderling pastoraat’ en ‘een geloofsgesprek’? En wat betekent dit voor het werk en het gedrag van de ouderling? Door concreet te maken hoe we het graag in de praktijk zien, wordt duidelijker wat er van je verwacht wordt en zal je het dus makkelijker oppakken. Het expliciet maken van het te verwachten gedrag maakt bovendien duidelijk welke dominante denkpatronen er leven in de hoofden van mensen, bijvoorbeeld op basis van oude structuren.

2. Training en toerusting

Er zijn veel dingen in de kerk waarvan we aannemen dat we die zouden moeten kunnen, maar die we nooit geleerd hebben. Neem het voeren van een geloofsgesprek: soms is het al lastig om gewoon een praatje met iemand te maken, laat staan een gesprek voeren waarin je geloof deel van uitmaakt. Een raad kan hoge verwachtingen hebben over het onderling pastoraat, maar wanneer de gemeente niet is toegerust, kan dit uitlopen op een fikse teleurstelling. De toerusting kan gaan over hoe je een veilige situatie creëert, of over hoe je een geloofsgesprek voert en daarbinnen open vragen stelt. Ook kan de raad toegerust worden om te leren het werk neer te leggen of besluitvormingsprocessen vorm te geven.

3. Eigenaarschap

Regie gaat over het hebben van leiding, van sturing in een situatie. Verantwoordelijkheid heeft te maken met zorg, toewijding en rekenschap afleggen. Beiden, regie én verantwoordelijkheid, moet een kerkenraad uit handen leren geven. Wat heeft een gemeentelid aan verantwoordelijkheid wanneer je geen invloed hebt op de besluiten? Grote kans dat dit leidt tot frustratie. Maar het hebben van regie zonder verantwoordelijkheid zal weer leiden tot chaotische taferelen. Wanneer we willen dat gemeenteleden meedoen, is het belangrijk dat ze regie én verantwoordelijkheid krijgen voor wat ze oppakken. Dan pas is er ruimte voor eigenaarschap. Een raad kan dit concreet bieden en ook stimuleren door kaders te stellen voor een plan, zonder dat het plan inhoudelijk al vastligt. Op die manier houdt de raad eindverantwoordelijkheid zonder het plan in de uitwerking te bepalen. De gestelde kaders kan de raad, samen met de regie en verantwoordelijkheid, overdragen om nieuwe plannen te maken. Deze kaders gaan bijvoorbeeld over financiën, over een bestaande gemeentevisie waarbinnen een plan moet passen of over onderdelen die in elk geval niet ter discussie zullen staan.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Het geven van regie en verantwoordelijkheid aan een gemeentelid is een voorwaarde voor participatie en eigenaarschap. In dit artikel heb ik vooral het aandeel van de raad belicht. Dit biedt natuurlijk niet de garantie dat ieder gemeentelid deze verantwoordelijkheid ook zal oppakken. Maar het delen ervan zal zeker invloed hebben op de algehele motivatie en betrokkenheid.

Over de auteur
Moniek Mol

Moniek Mol (GKv) is adviseur van het Praktijkcentrum.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Jos de Kock
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Waar is het goed voor, belijdenis doen? Waar gaat het eigenlijk over? En voor wie is het bedoeld? Een praktische analyse van deze vragen.

Lees artikel
Waarom sport van weinig nut is

Waarom sport van weinig nut is

Rob van Houwelingen
  • Opinie
  • Thema-artikelen

'Oefen u in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst', schrijft Paulus in 1 Timoteüs 4:7b-8 (NBG-vertaling 1951). Anders gezegd: we kunnen beter ophouden te sporten. Of toch niet?

Lees artikel
Over de kerk als bruid van Christus

Over de kerk als bruid van Christus

Hans Schaeffer
  • Opinie
  • Thema-artikelen

In de uitdrukking ‘gemeente van Jezus Christus’ klinkt door dat de gemeente van Jezus is, zoals een bruid van haar bruidegom is. De gemeente is bruid van Christus. Dat beeld heeft diepe, oudtestamentische wortels. Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer bespreekt verscheidene aspecten van dat Bijbelse beeld van het verlangen naar de bruiloft als bruid van Christus.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief