‘In Auschwitz kwam het lijden van het Joodse volk pas echt bij mij binnen’

Leendert de Jong | 2 november 2019
  • Interview
  • Special 2019

God is trouw, aan zichzelf, aan zijn beloften, aan zijn volk. Maar hoe beleeft een messiasbelijdende Jood dit, ook tegen de achtergrond van de geschiedenis van het Joodse volk en de Holocaust? OnderWeg gaat in gesprek met beeldend kunstenaar en schilder Marc de Klijn.

Marc de Klijn. (beeld Alfred Muller)

Marc de Klijn. (beeld Alfred Muller)

Als ik zeg: een rode draad in de Bijbel is Gods trouw, wat zeg jij dan, waar denk jij aan?
‘Dan denk ik eraan dat God inderdaad trouw is en nooit loslaat wat Hij begon. Ik zeg er wel bij: de trouw van God is niet iets dat je meteen of op afroep ervaart. Nee, je leert het door in de Bijbel te lezen, door het Woord van God te leren kennen. Ik heb in mijn leven beleefd dat je de trouw van God als het ware leert herkennen, zo van: nu snap ik het. Pas dan wordt die trouw concreet.’

Je zegt: ik heb dit in mijn leven beleefd. Hoe ging dat?
‘Vijftig jaar geleden heb ik mij bekeerd tot God. Daarvoor was ik intens op zoek naar de zin van het leven. Ik wist niet waar ik vandaan kwam, waar ik naartoe wilde of waar ik stond; erger dan dat kon het niet worden. Toen ik met mijn rug tegen de muur stond, heb ik openheid ervaren om ja tegen het evangelie te zeggen. Ik vond rust in Jesjoea, want ik vertrouwde Hem. Het gekke is: dat had nog niets met mijn Jood-zijn te maken. Ik werd een gelovige, ik werd gedoopt, werd lid van een NGK en leerde dat het om Jesjoea gaat en dat er in Hem geen onderscheid is tussen Jood of Griek.’

Gaf dat rust?
‘Eerst wel, daarna begon het aan mij te knagen. Want in de kerk voelde ik mij Jood, in de synagoge christen. Vele jaren later zijn we in Auschwitz geweest. Op die vreselijke plek heb ik mogen ervaren dat God mij als Jood accepteert, dat ik – terwijl ik als gelovige al bestond! – ook als Jood mocht bestaan. In Auschwitz kwam het lijden van het Joodse volk pas echt bij mij binnen, voelde ik voor het eerst liefde voor mijn eigen volk en zag ik Gods trouw aan dat volk. God laat het Joodse volk nooit los. Ook al is het uitgedund, afgeslacht, vernederd, God blijft trouw!’

Ik kan me voorstellen dat mensen zeggen: hoezo trouw, hoe kun je dit zeggen na Auschwitz?
‘Dat herken ik. Ik heb een nicht die de naam Auschwitz niet wil horen, omdat zij dat niet aankan. Zij heeft daar haar ouders verloren. Toch heb ik een andere keus gemaakt. Ik heb mezelf afgevraagd wat ik met dat ontzettende leed kon doen. We hebben een boek gemaakt met als titel De doden zullen herrijzen. Daarmee heb ik de Joden die stierven een stem gegeven. Daardoor kon ik zeggen: God is trouw gebleven en Hij blijft trouw. Daar geloof ik in. Omdat ik in de Bijbel lees over die trouw en over het feit dat er een overblijfsel van het Joodse volk zal zijn. God gaat door met de heilige rest van zijn volk.’

Tegelijk zal het in Auschwitz staan ingrijpend geweest zijn.
‘Ja. Ik heb in de ruimte gestaan waarin mijn grootouders vergast zijn. Ik weet nog dat ik daar stond te trillen op mijn benen. Dat ik besefte: hier zijn zij geweest! Tegelijk: door daar te zijn, bewees ik hun de laatste eer. Ook voor mijzelf was deze ervaring belangrijk: thuis werd nooit over de oorlog gepraat, en evenmin over het Jood-zijn.’

Slachtschapen. (grafiettekening van Marc de Klijn / beeld Marcart)

Slachtschapen. (grafiettekening van Marc de Klijn / beeld Marcart)

Nu spreek jij, als Jood, als christen, over de trouw van God. Hoe werkt dit door in jouw leven?
‘Ik lees in de Bijbel dat onze redding in Christus, terwijl wij de dood verdienden, een mysterie is. Als ik mij daaraan toevertrouw, dan mag ik weten dat ik geborgen ben en verder kan. Omdat God trouw is aan zijn beloften van herstel, van vergeving. Als ik doe wat Hij zegt, is er zegen, ook door zware dingen heen. Als ik zondig en ik belijd de zonde, dan weet ik dat ik bij Hem mag terugkomen. Omdat Hij ook daarin trouw is.’

Ook vandaag zijn er volken – in het Midden-Oosten, in Afrika – die lijden. Wat wil jij, met jouw geschiedenis, tegen mensen daar zeggen?
‘Ongeveer hetzelfde als wat Paulus zegt: als jij je geloof alleen op dit leven bouwt, ben je te beklagen. Maar als je verder kijkt, dan mag je weten dat jou een onvergankelijk leven wacht. Voor het leven nu betekent dit: houd je vast aan God die trouw is, die jou bij zich houdt, die jou nooit laat vallen!’

Over de auteur
Leendert de Jong

Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief