‘Ik ben een beginnende en slechte leerling’
- Interview
- Ontmoeting
Net als zijn ouders ging Willem van der Deijl de zending in. Ondanks zijn werk in Libanon, voor IFES en voor Evangelie & Moslims, voelde hij zich altijd amateurtheoloog. Totdat hij zich in Kampen verdiepte in de theologie van de vervolgde kerk. ‘Vervolgde christenen kunnen ons leren kerk in de marge te zijn.’
‘Ik stel liever vragen dan dat ik antwoorden geef’, glimlacht Willem van der Deijl aan het begin van het interview. Voor zijn werkgever Evangelie & Moslims neemt hij weleens interviews af; dat bevalt hem beter dan zelf het woord voeren. Mensen die hem kennen, noemen hem een bescheiden mens. Met zijn vrouw Emma en hun drie tieners woont hij inmiddels dertien jaar in Ermelo, nadat ze via de Gereformeerde Zendingsbond (GZB) naar Libanon waren uitgezonden. Hij werkte daar als docent sociologie op een school waarvan meer dan de helft van de leerlingen moslim was. Het lijkt niet vanzelfsprekend dat hij verzeild is geraakt in de wereld van theologie, islam en zending: hij studeerde halverwege de jaren negentig namelijk in Wageningen af als landbouweconoom.
Hoe komt een landbouweconoom in de zending terecht?
‘De GZB zocht een echtpaar dat bereid was naar Libanon te verhuizen. Ze vonden dat wij genoeg in huis hadden om dat te doen. Het was altijd al onze wens om als christenen in een moslimomgeving te wonen. In onze studententijd vroegen we ons af: wat vraagt God van ons? We namen deel aan een gebedsgroep van studenten voor moslims.’ Glimlachend: ‘Iemand zei toen dat zo’n gebedsgroep gevaarlijk is, want vroeg of laat ga je dan naar een moslimomgeving.’
Waar kwam de belangstelling voor zending vandaan?
‘Mijn ouders werkten namens de Evangelische Broedergemeente als zendeling in Suriname. Als baby en peuter woonde ik in Suriname, daarna verhuisden we naar Den Haag. Maar mijn ouders bleven altijd betrokken bij het Surinamewerk. Na verschillende standplaatsen in de Gereformeerde Kerken in Nederland werd mijn vader weer zendingspredikant in Den Haag en omstreken in dienst van de Evangelische Broedergemeente. Daar was hij erg betrokken bij Hindoestaanse Nederlanders. De gerichtheid op zending kreeg ik dus van huis uit mee.
‘De afgelopen twintig jaar beweegt de moslimwereld enorm naar Christus toe’
Toen ik lid was van studentenvereniging Ichthus zocht ik samen met andere studenten naar de plek die God ons zou wijzen. Mijn zus en vrienden van ons vertrokken naar islamitische landen, waardoor ik zicht kreeg op de mogelijkheden. Omdat Emma en ik geen ervaring met moslims hadden, gingen we in 1994 op huwelijksreis naar Turkije. Later nam ik, als stafwerker van studentenbeweging IFES, studenten mee naar Turkije om hun dezelfde ervaring te gunnen. Je kunt op je studentenkamer iets leren over de islam, maar het is beter om echt contact te hebben met moslims.’
Daarvoor hoef je toch niet naar Turkije? Ook toen woonden er al veel moslims in Nederland.
‘In Nederland is de uitdaging net zo groot. Maar hier komen moslims veel eerder in contact met christenen dan in bijvoorbeeld Libanon. Voor Evangelie & Moslims ben ik bezig met dezelfde roeping als daar. Ik besef steeds meer dat, ondanks ons gebrek aan toewijding, het God zélf is die klopt op het hart van moslims. De afgelopen twintig jaar beweegt de moslimwereld enorm naar Christus toe, terwijl de islam veertien eeuwen lang een gesloten bolwerk was.
Voor de website IsaRuhAllah.nl van Evangelie & Moslims ontwikkelde ik onlangs een geloofscursus voor moslims, in samenwerking met de al langer bestaande website www.ikzoekgod.nl. Ik hoopte dat zich één moslim per maand zou aanmelden. Maar binnen één week waren dat er al vier. Dat is heel bemoedigend.’
In 2009 besluit Willem van der Deijl de master missionaire theologie te volgen aan de TU Kampen. ‘Ik vond het een gemis dat ik geen theologische bagage had. Tijdens deze studie leerde ik hoe we kerk kunnen zijn in een postchristelijke samenleving. De theologie van de vervolgde kerk kan helpen om kerk in de marge te zijn.’
Hoe?
‘De vervolgde kerk is een blinde vlek voor westerse christenen; we weten niet beter dan dat de kerk in het centrum van de macht staat. Maar het Nieuwe Testament is geschreven door en voor vervolgde christenen. Die aspecten van het evangelie zijn dus belangrijk om te herontdekken. Vooral de kerken van de Reformatie geven niet de breedte van het evangelie weer. Met de theologie van de vervolgde kerk kijk je op een andere manier naar kruis en opstanding.
Kerken kunnen in een bepaalde modus zitten, zoals “comfort”, of “challenge”. Ofwel: “het is goed zo” versus “uitdaging tot verandering”. Voor gereformeerde christenen staat comfort centraal: Jezus heeft aan het kruis zijn werk voor ons volbracht. Die bevrijdende boodschap vier ik in dit Reformatiejaar van harte mee. Maar er blijven veel vragen over.’
Willem van der Deijl: ‘Een traditionele kerk in een christelijk dorp kan zich de vraag stellen: durven we te leven zonder kerkgebouw?’ (beeld Jaco Klamer)
Welke vragen staan centraal in de theologie van de lijdende kerk?
‘Als Christus heeft geleden in onze plaats, waarom lijdt de kerk dan nog? Als de vraag “Wat is uw enige troost in leven en sterven?” onze hoofdvraag is, hoe voorkomen we dan dat de kerk alleen maar een vluchtheuvel is voor bange mensen in een onzekere wereld? Maar is dat wat Jezus Christus ons voorhoudt als Hij oproept om Hem te volgen en ons kruis op ons te nemen? We hebben het wel over discipelschap en missionair zijn, maar altijd op de tweede plaats. De kern van het evangelie is voor veel mensen toch: hebben we heilszekerheid? Het is echter de vraag of het evangelie daar om draait. Dus: hoe kom je van je vluchtheuvel af en hoe word je één met Christus, ook als dat in de marge is?’
Waar moeten we het wat u betreft dan over hebben?
‘Vervolgde christenen laten ons zien dat comfort en challenge kunnen omkeren. Het kruis is dan niet allereerst de troost van “dit deed Hij voor mij”, maar ook een uitdaging: “ik geef mijn leven met Hem”. Dat bedoel ik niet spiritueel, maar letterlijk. Dat kan je je leven kosten. Denk aan de aanslagen op Egyptische kerken tijdens Palmpasen. De kerken zaten de dag erna weer vol en de priester zei: “Wij zijn bevoorrecht om te delen in het lijden van de Heer.” Bovendien hadden ze liefde voor hun vervolgers. Ze hadden niets te verliezen, ze hadden hun leven al verloren aan Christus.
Reformatorische kerken worstelen met de vraag hoe hoog de lat mag liggen in de kerk. Die ligt principieel heel laag, want je staat met lege handen ten opzichte van God: sola gratia. Dat verwijten moslims ons wel, dat wij alles afschuiven op onze verlosser. Het is óók een verwijt uit onze seculiere samenleving: christenen zijn mensen die niet zonder geestelijke krukken kunnen lopen; als je volwassen bent, heb je het geloof eigenlijk niet nodig. Koptische christenen zijn mijn geestelijke helden. Ook Nederlandse moslims die tot geloof komen, getuigen ervan dat christen zijn niet makkelijk is: ze verliezen alles – vaak hun familie en veiligheid – omwille van Christus.’
Dat mag zo zijn, maar moeten we nu vooral hopen en bidden dat Nederlandse kerken stevig vervolgd worden?
‘Mijn eigen steeds terugkerend gebed is: “Heer, wat wilt U met mijn leven? Ik ben bereid om alles te doen en alles los te laten wat U van mij vraagt.” Ik bid dat stamelend, ik ben een beginnende en slechte leerling. Ik woon in Ermelo, op de Biblebelt. Ik heb een veilig leven. Maar ik wil wat Christus mij voorhoudt serieus nemen, vanuit de houding: ik heb mijn leven mét Hem gegeven. Hij mag op alles zijn vinger leggen: op mijn werk, hypotheek, huis…’
… kinderen?
‘Eh…’ Hij zoekt naar woorden. ‘Inderdaad, nu wordt het spannend. Ik heb eens gesolliciteerd naar een baan in Kanaleneiland in Utrecht. Ik stond op het punt om met onze puberkinderen in een onveilige wijk te gaan wonen. Ik heb die baan niet gekregen, dus dat ging niet door. Waar het om gaat, is Jezus. Hij is mijn troost, maar Hem volgen is ook onveilig. Paulus zegt in Handelingen 14:22 dat we door veel beproevingen het koninkrijk binnen kunnen gaan. In het Nieuwe Testament lees ik nergens dat we achterover kunnen leunen.’
‘Ik hoopte dat zich één moslim per maand zou aanmelden. Maar binnen één week waren dat er al vier’
Hoe kunnen we deze notie concreet toepassen in onze levens en kerken?
‘Een traditionele kerk in een christelijk dorp kan zich de vraag stellen: durven we te leven zonder kerkgebouw? Durven we in missionaire gemeenschappen te leven waarin we op onze directe omgeving gericht zijn? Dus zonder predikant, gebouw en organisatie. Echt kerk in de marge.’
Maar hoe serieus is het dat traditionele kerkgemeenschappen zoiets echt doen? De experimentele pioniersplekken van de PKN zijn uit nood geboren.
‘Als Nederlands Gereformeerde Kerken zouden we veel meer kunnen werken in zulke pioniersplekken. Dat zou ten koste kunnen gaan van comfortzones. Waarom zijn het vaak de noodlijdende kerken, die met sluiting worden bedreigd, die met hun laatste inspanningen een missionaire doorstart maken? Terwijl gezonde kerken veel meer mogelijkheden hebben om daar handen en voeten aan te geven. Waarom moet je eerst in een crisissituatie komen? Dat is kennelijk de realiteit: christenen in crisissituaties leren hun vertrouwen volledig op God te stellen. Daar gebeurt het.’
U bent kerkenraadsvoorzitter van de NGK Ermelo. Wat zijn uw plannen wat dat betreft?
‘Een bestaande gemeente zal het niet snel over een andere boeg gooien. Dat hoeft ook niet: je hebt maar tien of twintig mensen nodig die een dochtergemeente beginnen. Wij groeien ons kerkgebouw uit in Ermelo-Harderwijk-Putten. Hoe moeilijk is het als een groepje in één van die drie plaatsen iets nieuws begint, in plaats van dat we een groter kerkgebouw kopen? In Harderwijk wonen een paar duizend Turken en Marokkanen. Wat zou het mooi zijn als een groepje zich op hen zou richten met steun van de moederkerk.’
Wat drijft u persoonlijk om het evangelie te delen?
‘Ik heb altijd geloofd. Ik heb het in mijn bloed om te delen wat mij het meest kostbaar is. Ik ben niet iemand die heel makkelijk met iedereen praat. Maar als ik de kans heb om iets te vertolken, doe ik het graag. Mijn motivatie om landbouweconomie te studeren en een vak te leren, was omdat ik zo de kans zou krijgen om iets te vertellen over mijn geloof. Maar de missionaire drive werd belangrijker dan het vak. Mijn passie lag niet in de economie, ik werd amateurtheoloog. Ik vond economie wel boeiend omdat het gaat om mensen en hun gedrag, maar een diepere verklaring waar het leven om draait, vind ik in mijn geloof. Ik lees de Bijbel en de krant om het leven te snappen.’
Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.



