Column: Stiltecoupé
- Column
Ik klets graag, dat geef ik meteen toe. Zonder taal zou ik diepongelukkig zijn. Ik ben dan ook blij dat God taal gekozen heeft om zichzelf te laten kennen. En om Hem te eren.
Kortgeleden was er alleen nog een zitplek in de stiltecoupé en mijn vermoeidheid dreef me het compartiment met zwijgers in. Bleek er een bekende schuin tegenover me te zitten. We wisselden met gedempte stem een paar woorden. Dat kwam me op een preek van mijn buurman te staan. Ik beleed schuld, maar er was geen genade. Hij ging steeds harder praten en nu wierpen de overige passagiers me ook boze blikken en flinke sssssstttttt’s toe. Hij had alles veel erger gemaakt en ik voelde me slachtoffer.
Een paar vriendelijke woorden uitwisselen mag niet eens? In mijn schaamte en verontwaardiging werd de stiltecoupé voor mij een tempel van individualisering en onverdraagzaamheid, die ik voortaan zou mijden. Terwijl hij bedoeld is als een plek waar je rekening met elkaar houdt.
Nu wierpen de overige passagiers me ook boze blikken en flinke sssssstttttt’s toe
Vandaag is de trein weer vol. Ik vind nog een klapstoeltje op het balkon. Naast me leest iemand een tijdschrift. Het ziet er bekend uit. Het is OnderWeg. Hij is een broeder! Wat zal ik zeggen? Hij is verdiept in de Bijbelstudie. Ik wacht wel, houd mijn woorden wel in. Laat Gods woord eerst spreken. Tot hij mijn column leest, dan zal ik zijn aandacht trekken en een gesprekje aanknopen.
Maar we zijn bij mijn eindstation voor het zover komt. Ik ben opeens jaloers: hij gaat naar zijn werk met zijn hart vol van het Woord, ik met mijn hoofd vol opgekropte woorden van mezelf. Volgende keer toch de stiltecoupé maar weer een kans geven. En als ik dan OnderWeg niet bij me heb, dan kan ik er bidden. Zo kan ik toch praten. Met God, want aan Hem wijd ik eigenlijk maar een klein percentage van mijn woorden. Terwijl Hij me het Woord, zijn eigen Zoon heeft gegeven. Daar kan ik op z’n minst in de trein wel stil van worden.
Eline de Boo is schrijfster met een missionaire roeping.


