Bart Nitrauw: ‘Laten we oog hebben voor de zuigkracht van onze cultuur’

Embert Messelink | 13 mei 2017
  • Interview
  • Ontmoeting

Als bestuurder van jeugdhulporganisatie SGJ maakte Bart Nitrauw mee wat zich allemaal in christelijke gezinnen afspeelt. Hij waardeert de huidige openheid in gezinnen, maar waarschuwt voor de zuigkracht van de cultuur. Echt onbevangen in de wereld leven, gaat wat hem betreft niet. ‘Ik kijk geestelijk naar de werkelijkheid. En dat levert permanent spanning op.’ In de loop van dit jaar dient zijn pensioen zich aan. Een persoonlijk gesprek met Nitrauw, tegenwoordig directeur jeugdbescherming bij het Leger des Heils.

‘Ik ben net 65, in oktober stop ik met werken. Ik ben de oudste van een gezin van negen kinderen. Mijn vader leeft nog, hij is 91. Ik deed achtereenvolgens de ulo in Zwolle, de gereformeerde havo in Amersfoort, militaire dienst, en de sociale academie in Zwolle. In 1976 trouwde ik met Lyda, nog altijd mijn vrouw. We kregen drie meiden en twee jongens. Ze zijn allemaal getrouwd, we hebben nu twaalf kleinkinderen. We kerken in de GKv in onze woonplaats Nijkerk.’

Werk

‘In 1977 kreeg ik mijn eerste baan in de gemeente Aalburg. Ik werd opbouwwerker op het platteland – van oorsprong overigens een stadsberoep. Ik hielp burgers bij het organiseren van allerlei voorzieningen: een jeugdsoos opzetten, kinderkampen organiseren, belangenbehartiging. Aalburg was een orthodox-christelijke gemeente, maar in mijn functie was ik vooral actief voor niet-kerkelijken. Ik kwam uit een gereformeerd-vrijgemaakt nest, uit een sterk antithetisch milieu. Kerk en wereld, geloof en ongeloof stonden tegenover elkaar. Maar in die tijd leerde ik in de wereld te staan en te werken. Ik werkte bijvoorbeeld mee aan vrouwenemancipatie via de VOS-cursus: Vrouwen Oriënteren zich op de Samenleving. Er kwam verzet uit de kerken, maar later ontstond er een christelijke pendant.’

Jeugdzorg

‘In mijn tweede baan, bij Groot Emaus (onderdeel van ’s-Heeren Loo), deed ik ervaring op met organiseren van scholing en managementadvies. De vacature bij de gereformeerde jeugdzorgorganisatie SGJ was mij vervolgens op het lijf geschreven. Ik heb er zestien jaar gewerkt. Veel methoden in de hulpverlening hebben hun oorsprong in een humanistisch mensbeeld. Moet je die methoden dus links laten liggen? Dat was een belangrijke vraag die speelde. Mijn antwoord was: nee, natuurlijk niet. Goed denkwerk is altijd bruikbaar. Dat is een les die ik mijn hele leven heb gepraktiseerd. Ik zeg altijd: een christen kan nooit zijn geloofsbril afzetten. Die geloofsbril helpt mij te zien tot waar methoden realistisch zijn en waar ze doorschieten.

‘Dan kun je beter even niet met elkaar bidden’

Bidden hoorde bij ons niet tot het normale pakket van hulpverlening, want onze hulpverleners zijn geen evangelisten en pastores. Soms werd er wel gebeden, maar niet standaard. En soms bewust niet. De jeugdzorg heeft harde kanten: kinderen worden op last van de rechter bij ouders uit huis gehaald. Ouders willen weleens samen bidden, om te beleven dat ‘we toch broeders en zusters zijn’. Lees: dat we niet zo hard met elkaar om moeten gaan. Dan kun je beter even niet met elkaar bidden.’

Opvoeden

‘In de reformatorische wereld zie je – ik generaliseer – een duidelijk opvoedpatroon: streng opvoeden tot de kinderen een jaar of 18 zijn, daarna springen ze behoorlijk uit de band, en een paar jaar later trouwen ze en krijgen ze kinderen, die ze weer even strikt opvoeden. Ik ben daar niet jaloers op. Mijn model is dat van begeleide confrontatie. Het is gezond om je kinderen nadrukkelijk vanuit het geloof hun eigen verantwoordelijkheid te leren.

Wat mij betreft mogen de kerken in morele en ethische zin wel wat meer piketpaaltjes slaan. Hoe ga je om met seksualiteit en met verdovende middelen? Alles gebeurt hoor, steek niet je kop in het zand. Je ziet onder Nederlands-gereformeerden en gereformeerd-vrijgemaakten een toenemende open gezinscultuur. Ouders en kinderen spreken met elkaar. Dat geeft lucht aan gespannen verhoudingen in gezinnen. Het leidt tot een afname van de jeugdzorgproblematiek. Ik zie ook een veel grotere bereidheid om hulp in te schakelen als dat nodig is. Het taboe is er veel meer af.’

Reformatorisch

‘In de tijd van de SGJ heb ik goede contacten opgebouwd binnen de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Vooral die laatste vormen een bijzondere gemeenschap. Ik houd van die mensen. Ze hebben in Nederland ongeveer 25 basisscholen en gebruiken een eigen lespakket over christelijke identiteit. Deze Schildserie wordt ontwikkeld door het Ds. G.H. Kerstencentrum, een eigen pedagogisch en onderwijskundig instituut. Allerlei ethische onderwerpen komen in deze boekjes langs: Mag je een badpak aan? Mag je als bruid een witte jurk aan? Het is heel belerend en beschermend. Het is aandoenlijk hoe ze het kwaad proberen buiten te houden. Maar ik heb er ook veel respect voor.

Bart Nitrauw: ‘Van collega-organisten leerde ik in stijl harmoniseren en zorgvuldig voorspelen, passend bij de preektekst. Er ging een wereld voor me open.’ (beeld Jaco Klamer)

Bart Nitrauw: ‘Van collega-organisten leerde ik in stijl harmoniseren en zorgvuldig voorspelen, passend bij de preektekst. Er ging een wereld voor me open.’ (beeld Jaco Klamer)

In deze kringen is de buitenwereld ronduit de boze buitenwereld. Zij vinden eigenlijk dat de overheid van hun kinderen moet afblijven. Ik had een keer te maken met een casus waarin twee kinderen uit huis zouden worden geplaatst, maar door een schooldirecteur werden verborgen. Toen ik erachter kwam, zei ik: “Dit kan echt niet. Als ik dit nog een keer meemaak, doe ik aangifte.” Ze willen elkaar zo sterk tegen de boze buitenwereld beschermen, dat ze soms voor lief nemen dat er intern zaken misgaan. Dat leidt ertoe dat ze seksueel misbruik oprecht en scherp veroordelen, maar het tegelijk niet echt grondig aanpakken.

Over die Schildserie heb ik een keer een kritische opmerking gemaakt. In één van die boekjes werd de vraag gesteld: mag een kind het Onzevader bidden? Dat spreekt in die kringen namelijk niet vanzelf. Als je het Onzevader bidt, eigen je jezelf de status toe van kind van God. En ze zijn er niet van overtuigd dat die status iedereen zomaar toekomt. Het gegeven antwoord was: ja, een kind mag het Onzevader bidden, als het kind bij het woord “Vader” dan maar denkt aan “schepper”. Toen dacht ik: nu bel ik ze op, hiervoor zit ik in de jeugdzorg. Ik heb de directeur van het Kerstencentrum indringend gevraagd om de Heidelbergse Catechismus zondag 46 vraag en antwoord 120 nog eens grondig te lezen. “Christus wil reeds bij het begin van ons gebed in ons het kinderlijk ontzag en vertrouwen jegens God wekken…” Het prachtige in het geloof vind ik altijd: je mag worden wie je in Christus al bent. Dat zit er bij mij diep in.’

Evangelisch

‘Ik merk aan mijzelf dat ik met hart en ziel vanuit de gereformeerde belijdenis denk en voel. Ik kan moeilijk tegen sterk aanmatigende theologische claims van de evangelische wereld. Per 1 januari 2016 hebben we de jeugdbeschermingspoot van de SGJ ondergebracht bij het Leger des Heils. Ik ben meegegaan naar het Leger des Heils, mijn huidige werkgever. Ik proef er de sfeer van de oude opwekkingsbeweging: er is een sterk accent op victorie, blijdschap en vreugde. De vrijmoedigheid bij het Leger des Heils vind ik oprecht mooi.

‘Ik begrijp de strijd van David en de profeten’

In Slowakije maakte ik mee hoe ze zich inzetten voor de Roma. Prachtig hoe ze vanuit hun kerkgenootschap midden in de wereld staan. In zo’n Roma-compound zetten ze een katheder neer, beginnen met zingen en bidden en kijken of ze iets kunnen doen. Maar ik vind het confronterend dat de sacramenten categorisch niet worden gevierd. Brood en wijn bepalen je bij het lichaam van Christus, bij de noodzaak van het kruis. Het besef dat we schuldig staan, is totaal afwezig.’

Gereformeerd

‘In gereformeerd Nederland zie ik een sterk accent op de liefde van Christus. Hoe mooi is dat! Fantastisch! Tegelijk zie ik dat de prediking niet meer georiënteerd is op het feit dat mensen van nature geneigd zijn bij God weg te lopen. Ik proef een klimaat waarin we ervan overtuigd zijn dat we een stap verder zijn: zonde en verderf hebben we een beetje achter de rug. Voor mij is het een puzzel.

Elementen als verootmoediging en schuldbelijdenis ebben weg uit de liturgie. We moderniseren onze liturgie, prima. Maar ik heb het gevoel dat de nieuwe liturgie een voertuig is voor een andere theologie. Ik vind de klassieke liturgie prachtig: je begint met verootmoediging, met belijden van schuld en gebed om de Geest. We komen met lege handen, we hebben niets verdiend. Mag het vanaf het begin ook gewoon een feest zijn, waarin we God met lofprijzing ontmoeten? Zeker. Maar als het dat alleen is, gaat het mis.’

Wereld

‘Hoe verhoud ik me als christen tot de wereld om me heen? Dat is na veertig jaar werk nog altijd een beetje mijn strijd. Ik kijk geestelijk naar de werkelijkheid. En dat levert permanent spanning op. Hoe graag ik ook samenwerk in collegiale kringen in de jeugdbescherming – en ik doe het van harte –, ik ondervind de antithese nog steeds.

Ik zie deze wereld als een voortdurend strijdtoneel tussen oude en nieuwe mens, tussen wereld en Christus. Daarom zijn de psalmen mij zo dierbaar: in alle woestheid zijn het heel bemoedigende teksten. Ik begrijp de strijd van David en de profeten. Ik sta in een lange traditie. Het wordt hier pas stabiel als de Heer Jezus terugkomt. Tot die tijd is het een worsteling om in je leven van Christus te zijn en toch midden in de wereld te staan.

Wat is het belangrijk dat we oog hebben voor de enorme zuigkracht van de cultuur. Laten we dicht bij onze jongeren staan. Ze leven in een heel open wereld met sterke invloeden. Voordeel is dat het gesprek in de gezinnen veel makkelijker gaat. Echt een groot voordeel. Ouders staan niet alleen maar op hun strepen. Kinderen zien hun ouders ook als gelovigen die hun strijd voeren. Ouders durven kwetsbaarder te zijn, dat is ronduit positief.’

Hemel

‘Ik speel vanaf mijn 15e orgel in kerkdiensten, dat is al vijftig jaar lang. Daarnaast ben ik cantor van het kerkkoor. Toen ik in Nijkerk kwam, kreeg ik een stel collega’s die mij een prachtige verdiepingsslag hebben bezorgd. Ik kon goed improviseren, ik speelde heel makkelijk. Maar ik leerde van hen in stijl harmoniseren en zorgvuldig voorspelen, passend bij de preektekst. Er ging een wereld voor me open.

Onze God troont op de lofzang van zijn volk. Ik heb gevoel voor schoonheid ontwikkeld en de waarde voor God daarvan leren inzien. Ons lied bereikt immers de hemel. Ik heb geleerd de mensen te laten zingen. Cadans, tempo, slag, inzetten zijn belangrijke elementen. Goede afspraken daarover met collega’s zorgen voor eenheid in de begeleiding. Ik zie een parallel met mijn werk, met het leiden van een organisatie. Het begeleiden van de gemeentezang geeft me dezelfde voldoening.’

Over de auteur
Embert Messelink

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief