Dik-Faber: ‘Eigenlijk is het heel raar dat ik politicus ben’
- Interview
- Ontmoeting
Het stille werkpaard van de Tweede Kamer. Zo werd Carla Dik-Faber (45), Kamerlid van de ChristenUnie, in 2015 door Vrij Nederland genoemd. Van de 150 Kamerleden was zij het meest effectief, kreeg ze het meest gedaan. En nog is haar rol in de politiek niet uitgespeeld. Een ontmoeting met de mens achter de politica.
Het eerste wat me opvalt wanneer ik Carla Dik-Faber de hand schud, is haar – ik kan er geen ander woord voor vinden – ‘zachtaardige’ voorkomen. Op één of andere manier lijkt dat niet zo te passen bij het feit dat ze een succesvolle politica is. Maar dat is ze wel: ze maakt werkweken van zestig tot tachtig uur en weet als geen ander een verschil te maken. Als portefeuillehouder van landbouw en natuur, energie, klimaat en milieu, cultuur en volksgezondheid heeft ze dagelijks te maken met zware en complexe dossiers. Nu is ze, na vierenhalf jaar, opnieuw beëdigd voor een nieuwe termijn. Hoe interessant ook, vandaag gaat het vooral níet over politiek.
Hoe zouden je man en je dochter jou omschrijven?
‘Mijn man zou allereerst zeggen dat ik gedreven ben. Maar ook dat werk en privé goed in balans zijn. Hoe druk het ook is, ik probeer altijd voldoende aandacht te geven aan het thuisfront. Meteen de eerste zaterdag na de verkiezingen ben ik met mijn dochter de stad in geweest voor zomerkleren.
Mijn dochter zou, denk ik, benadrukken dat ik te nauwkeurig ben. Zij is heel anders dan ik. We hebben gemeen dat we hard werken, maar zij kan op een gegeven moment zeggen: dit is goed genoeg. Dat is voor mij nog heel moeilijk. Mijn cellolerares wees mij daar lang geleden ook al op. Na twaalf jaar les zei zij tegen me: “Technisch gezien is het perfect, maar ik hoor geen muziek.” Dat is het ergste wat je te horen kunt krijgen! Ik wilde het zo perfect spelen dat ik mezelf geen ruimte gaf om ervan te genieten. “Goed genoeg” is daarom een beetje mijn lijfspreuk geworden. Als ik te consciëntieus ben, moet ik mezelf dat weer even voorhouden: je mag ook van het resultaat genieten, je hebt wat moois neergezet. Ik ben niet snel tevreden over mijn eigen inzet. Dat zou mijn dochter zeker benoemen.’
‘Technisch gezien is het perfect, maar ik hoor geen muziek’
Is het uiteindelijk gelukt om de muziek te laten horen?
‘Ja, samen met twee andere vrouwen, een pianist en een violist. Maar de laatste jaren niet meer. Mijn cello staat al heel lang onaangeroerd thuis. Ik mis de muziek enorm. Het is echt een uitlaatklep voor mij, net zoals kunst of een mooie wandeling in de natuur. Een manier ook om even in een andere dimensie terecht te komen, los te komen van alles wat er nog te doen is. Dat zijn de momenten dat ik God ontmoet.’
En toch staat die cello stof te verzamelen thuis. Zie je dat ook als een soort spirituele armoede?
‘Ik heb de afgelopen jaren wel echt momenten van bezinning gemist, van stilte en rust. lk heb het idee dat er te weinig balans is. Ik word echt opgeslokt door de Kameragenda. Op slechte momenten heb ik het gevoel dat ik mezelf aan het verliezen ben. Dan is echt de vraag: wie ben ik nog? Op je werk ben je Kamerlid en thuis moeder en echtgenote, maar waar blijf ik nog? En waar is God in het hele verhaal? Wat dat betreft is de keuze voor de ChristenUnie heel bewust geweest. We beginnen op dinsdag altijd met gebed en Bijbellezing, voor mij het meest waardevolle moment van de week. Ik vind het heel waardevol om vanuit die basis te werken. Daarnaast gaan we als gezin zondags naar de kerk (NGK, red.). Toch lukt het mij in die diensten niet om daadwerkelijk tot mezelf en tot God te komen. Het is een levendige kerk, met veel jonge gezinnen. Mijn dochter voelt zich er goed thuis. Zelf mis ik momenten van stilte en bezinning.’
Misschien toch over naar de Rooms-Katholieke Kerk?
(Lachend:) ‘Ja, wie weet. De roomse kerk heeft absoluut een bepaalde aantrekkingskracht. Jaren geleden zijn we naar de Sint Pieter geweest in Rome. Ik stond boven in de koepel toen er gezangen van onderaf naar boven klonken. Van mensen uit allerlei landen, die allemaal in het Latijn zongen. Zo bijzonder, één van de meest waardevolle momenten in mijn leven. Naast de rust en de stilte spreken de symbolen en rituelen mij ook aan. Tijdens mijn studie kunstgeschiedenis heb ik daar veel van meegekregen. De kunstgeschiedenis rust immers voor een groot gedeelte op de rooms-katholieke traditie.’
‘Het leven trekt zich toch niks aan van je plannen’
Je vertelde net dat je op slechte momenten het gevoel hebt jezelf te verliezen. Dan is de vraag: wie ben ik nog en waar is God in dit hele verhaal? Als je kijkt naar de afgelopen jaren en je maakt de balans op, hoe zou je die vraag dan beantwoorden?
‘Ik vind dat een moeilijke vraag. Ik vind het makkelijker te zeggen wie God is voor mij, dan wie ik zelf ben. God is voor mij iemand bij wie ik geborgenheid vind en van wie ik kracht ontvang. Ik zou echt niet zonder het geloof kunnen. Ik vind het moeilijk om God te omschrijven in aardse termen, of te beschrijven in termen van een relatie, zoals je die met familie of vrienden hebt. Heilig, maar niet ver weg. Eigenlijk onbeschrijfelijk.’
Hoe krijgt dit vorm in je dagelijks leven?
‘Ik probeer dagelijks aan Gods hand te leven. Ik doe wat mijn hand vindt om te doen en ga waar God mij wil hebben. Wat ik ook doe, ik hoop dat God mij wil gebruiken in zijn plan, om een verschil te maken in de levens van mensen. In die zin ben ik ook geen planner. Het leven trekt zich toch niks aan van je plannen. Ik vertrouw erop dat God mij leidt, zoals Hij steeds heeft gedaan.’
Is die overgave er altijd, ook wanneer het moeilijk wordt?
‘Ik kan en wil niet anders. Natuurlijk heb ik ook veel vragen. Vragen waar ik geen antwoord op krijg. Waarom ik geen biologische kinderen heb gekregen? Ik weet het niet. Toch ervaar ik ook dan die geborgenheid. Maar ik vind het lastig om dat onder woorden te brengen. Woorden schieten dan zo tekort! Dat is het mooie van muziek, dat is zo veel meer veelzeggend dan woorden. Eigenlijk is het heel raar dat ik politicus ben, ik heb helemaal niks met woorden. Ik ben juist van de muziek en het beeld.’
‘Misschien heel aards, maar ik zou meer willen reizen’
Hoe zou je het dan met muziek zeggen?
‘Ik kon heel lang niet naar Bach luisteren. Zijn muziek is veel te harmonieus. Te harmonieus voor de narigheid die ik zie in deze wereld, maar ook voor het persoonlijke verdriet dat ik ken. Dan kom ik laat thuis en zit mijn man op de bank, met een boek en Bach aan. Eén en al rust. Terwijl ik kom uit een wereld van klimaatverandering die tegengegaan moet worden, van bezuinigingen die niet goed uitpakken, van mensen die niet de zorg krijgen die nodig is. Vanuit die enorme dynamiek word ik dan in de rust en harmonie van Bach gesleurd. Dat klopt gewoon niet. Tegenwoordig luister ik veel naar de muziek van Olivier Messiaen. De Turangalila symfonie, dat is precies wat ik voel.’
Carla Dik-Faber: ‘Mijn voornemen voor de komende jaren is om meer balans te zoeken: cello spelen, avondjes op de bank met mijn man en vrienden, gesprekken hebben zoals wij nu hebben, samen op pad gaan, dingen ontdekken.’
Dat is verre van harmonieus. Ik kan er haast niet naar luisteren, zo onrustig en heftig. Als dat is wat je voelt, snap ik wel dat je naar wat rust verlangt. Wanneer is het tijd voor Bach?
‘Misschien wanneer Jezus terugkomt? De Bijbeltekst waar ik elke dag mee opsta, is Romeinen 8:19: “De aarde ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn.” Ik zie echt uit naar de wederkomst. Tot die tijd doe ik wat ik kan om de aarde en het leven meer te laten zijn zoals God het bedoeld heeft. Dat dit nu in de Tweede Kamer is, vind ik elke dag weer bijzonder. Ik ervaar deze baan echt als een ambt, waarvoor ik geroepen ben. Het is een spannende en zware baan, waar ik echt een verschil kan maken. Maar wat ik ook doe, het zal nooit volmaakt zijn.’
Waar droom je van?
‘Ik heb geen hoogverheven dromen. Mijn voornemen voor de komende jaren is om meer balans te zoeken: cello spelen, avondjes op de bank met mijn man en vrienden, gesprekken hebben zoals wij nu hebben, samen op pad gaan, dingen ontdekken. De afgelopen jaren is dat er amper van gekomen. Daar verlang ik echt naar. En misschien heel aards, maar ik zou ook meer willen reizen. Daar geniet ik echt van. Vorig jaar heb ik voor het eerst in de oceaan gezwommen, toen we op vakantie waren op de Azoren. Dat was echt een religieuze ervaring. Eerst zit je op een bootje, midden in de dynamiek van de wereld, met al het geluid en de bedrijvigheid die daarbij horen. Maar zodra je je hoofd onder water steekt, is het weg. Dan is het één grote blauwe omgeving, waar zonnestralen doorheen schemeren en waar kwallen als een soort diamanten rondzweven. Prachtig.’
Is wat je cellolerares zei over je cellospel niet ook een beetje van toepassing op hoe je leeft?
‘Dat is echt wel mijn valkuil, ja. Ik vergeet te genieten. Als je kijkt naar wat het leven waardevol maakt, dan is dat echt niet op de cover van Vrij Nederland staan. Dat is je relatie met God, met familie en vrienden. En dat heeft letterlijk tijd nodig. Het is de moeite waard om daar tijd in te investeren. Ik wil niet dat mensen zeggen als ik overleden ben: ze heeft zestig uur per week gewerkt en zoveel moties door de Kamer gesleept. Dat is niet de herinnering die je achter wilt laten.’
Met al dat werk maak je anders wel een verschil voor ontzettend veel mensen in Nederland. Niet voor niets riep Vrij Nederland je uit tot meest effectieve Kamerlid. Heb je de afgelopen vierenhalf jaar eigenlijk al wel gevierd?
‘Het is heel erg, maar er staat al een poos een speciale fles wijn klaar, voor als ik opnieuw beëdigd zou worden. Het is er nog niet van gekomen…’
Elze Riemer is godsdienstwetenschapper en journalist.



