Vier het geheim van Christus het hele jaar door
- Interview
- Thema-artikelen
Predikant Harrie de Hullu verlangt ernaar om niet alleen op christelijke feestdagen het wonder van Christus te vieren, maar het hele jaar door. Hij ontdekte dat het liturgisch jaar – een indeling van het jaar in twee kringen rondom kerst en Pasen – hem daarbij helpt en schreef een boek over het liturgisch jaar in de gereformeerde kerkdienst: Tijd voor het geheim van Christus. ‘Het wonder is Christus, maar het kerkelijk jaar helpt mij om daarover verwonderd te blijven.’
Harrie de Hullu (55) is predikant van de GKv Ommen-West. Hiervoor heeft hij in Rozenburg, Bunschoten–Oost en Apeldoorn-Zuid gestaan. In 2012 publiceerde hij het boek Tijd voor het geheim van Christus. Het liturgisch jaar in de gereformeerde eredienst. Hij was negen jaar lid van het deputaatschap Liturgie en kerkmuziek, een deel daarvan als voorzitter. Momenteel is hij curator van de Theologische Universiteit Kampen.
‘Het was de eerste maandag van het nieuwe jaar. Het was een mooi kerstfeest geweest. De kerkdiensten rond de jaarwisseling hadden er nog een beetje bij aangesloten. En nu begon het gewone leven weer. En wat doe je daarin nu met het kerstfeest dat je gevierd hebt? Die maandag voelde ik een sterk verlangen om samen met de gemeente te ervaren hoe je het wonder van het kerstfeest kunt vasthouden in het leven van elke dag. Het frustreerde me dat kerst vaak een mooi feest is, dat wekenlang wordt voorbereid, maar op het hoogtepunt ineens over is. Alsof je een deur achter je dichttrekt.’
Op deze manier begint De Hullu zijn boek over het liturgisch jaar. Ruim honderdvijftig pagina’s later schrijft hij als afsluiting: ‘Veel uit het afgelopen jaar zal ik volgend jaar opnieuw lezen, verkondigen en bezingen. En het zal werken als een kurkentrekker: ieder rondje komt het een slag dieper. Ieder volgend jaar begrijp ik meer van het liturgisch jaar en kan ik de gemeente er beter in meenemen. Maar vooral: ik leer Christus steeds meer kennen en verkondigen.’
Waar denk je aan bij het thema kerkelijk feestvieren?
‘Als kind vond ik het al bijzonder om naar de kerk te gaan. Ik merkte dat daar iets bijzonders gebeurde en iets moois werd beleefd, ook al werd dat niet altijd expliciet gemaakt. Later ben ik zelf gaan ontdekken wat er te vieren valt in de kerk: de bijzondere band die je mag hebben met Christus. Deze band wordt telkens weer bevestigd met woorden en met rituelen van doop en avondmaal.
Bij feestvieren denk ik vooral aan zingen, want zingen is voor mij één van de meest feestelijke dingen in een kerkdienst. Daarnaast blijft het voor mij als dominee een uitdaging om ook in preken het feestelijke karakter een plek te geven, want preken kunnen heel snel bijvoorbeeld Bijbeluitleg of richtlijnen voor het leven worden, waarbij het feestelijke van het evangelie naar de achtergrond verdwijnt.’
Hoe feestelijk mag het worden in de kerk?
‘Ik vind dat christelijke feesten in de kerk wel wat uitbundiger gevierd mogen worden. Laat ik daarbij meteen zeggen dat je mij nooit in de kerk zult zien dansen, want dat past niet bij mij. Samen met mijn vrouw ben ik rond Pasen weleens op vakantie geweest in Griekenland en dan merk je dat het feest daar niet alleen in de kerk wordt gevierd, maar ook in huis en op straat. Ik zou het heel mooi vinden als in Nederland tijdens het paasfeest, net als in Griekenland, het licht de kerk in wordt gebracht en dat het licht wordt doorgegeven. Dat is misschien niet de uitbundigheid die je verwacht, maar met uitbundig bedoel ik dat de vieringen meer van de hele gemeente worden.
‘Wat doen we straks als we Pasen hebben gevierd?’
De gereformeerde liturgie is vanouds minder uitbundig dan liturgieën binnen andere tradities. De laatste decennia is dat veranderd. Het is lang zo geweest dat de liturgie vooral bestond uit een preek met een paar psalmen. De preek kon dan best feestelijk zijn en een blij gevoel oproepen, maar het waren geen vieringen waar de gemeente zelf actief in meedeed. Ik ben blij dat dit aan het veranderen is.’
In hoeverre is het feestelijke karakter cultureel bepaald?
‘Het evangelie is universeel, maar krijgt wel zijn klank en zijn beleving in onze cultuur en in je eigen persoon. Voor mij is iets anders feestelijk dan voor een Afrikaan. Ik beleef verdriet ook anders. Ik herinner mij het overlijden van een Congolese vrouw in één van mijn eerdere gemeentes. Tijdens de begrafenis huilden mensen niet alleen, maar schreeuwden ze ook. Ik maakte daar een ander soort beleving mee dan ik gewend was tijdens begrafenissen. Je kunt niet zeggen dat het intenser was, maar het was wel anders. Misschien zijn wij gewoon minder extravert.’
Wat valt er precies te vieren in de kerk?
‘Het geheim van Christus. Daarbij denk ik aan de twee zaken waar het bij kerst en Pasen over gaat. Allereerst dat God heel dicht bij ons is gekomen doordat zijn Zoon één van ons is geworden. Daarnaast dat Hij voor mijn zonden gestorven is en is opgestaan uit de dood en dat er daardoor verzoening en nieuw leven mogelijk is. Ik word daar blij van omdat ik toch wel vaak het gevoel heb dat God ver weg is. Het feit dat God dichtbij is en nieuw leven geeft, geeft mij moed en houvast in een wereld met veel rottigheid.’
Harrie de Hullu: ‘Het feit dat God dichtbij is en nieuw leven geeft, geeft mij moed en houvast in een wereld met veel rottigheid.’ (beeld Maarten Boersema)
Hoe helpt het liturgisch jaar jou om dat geheim vast te houden?
‘Het feestelijke karakter vasthouden lukt op een feestdag goed. Alleen al feestelijke liederen roepen dat gevoel op. Maar ik heb het vaak een afknapper gevonden dat het na een feest als bijvoorbeeld kerst en Pasen meteen over is. Je bereidt deze feesten voor in de adventsperiode of veertigdagentijd, maar daarna ga je zomaar weer over tot de orde van de dag. Het is volgens mij van belang om bewust dat feestelijke gevoel vast te houden en dat is in het liturgisch jaar heel grondig uitgewerkt, zodat je dit gevoel kunt meenemen in het leven van alledag. Niet dat dit altijd makkelijk is, want het evangelie kan in het dagelijkse leven zomaar naar achteren geschoven worden.’
Heb je een voorbeeld van hoe dit in de praktijk werkt?
‘We leven nu in de tijd naar Pasen toe, maar wat doen we straks als we Pasen hebben gevierd? Een manier om bepaald te blijven bij de opstanding is door bijvoorbeeld dagelijks te blijven lezen in de Bijbel over dingen die met de opstanding verband houden en om te zien hoe de eerste gemeente vanuit de opstanding het gemeenschappelijke leven vormgaf. Je kunt dit thuis doen door gebruik te maken van leesroosters. En als predikant kun je in de zondagse erediensten over dit soort onderwerpen preken en laten zingen. Volgens mij is het belangrijk om in alles de stemming van Pasen vast te houden. Het liturgisch jaar kan daarbij helpen.’
Wat is de kracht van het liturgisch jaar?
‘Laat ik als eerste zeggen dat het geen wondermiddel is dat je met magische kracht dichter bij God brengt. Christus zelf is het wonder. Zijn menswording, zijn offer, zijn opstanding en zijn terugkomst zijn de wonderen die mij dichter bij God brengen. Het liturgisch jaar is niet meer dan een organisatie van mijn tijd om me over dat wonder te verwonderen. En mijn ervaring is: het werkt echt. Begin er gewoon aan.
Je kunt ook iedere zondag op zichzelf zien, maar dan moet je iedere kerkdienst iets nieuws beleven en dat kost de voorganger, de muzikanten en de gemeente heel veel inspanning, terwijl voortbouwen op waar je mee bezig was een natuurlijk proces is. Het voorkomt ook belevingsmoeheid.
Het krachtige van het liturgisch jaar vind ik dat het opgezet is rond de geheimen van het christelijk geloof en rond de feesten die niet alleen in onze gemeenten, maar wereldwijd gevierd worden. Het verbindt ons dus allereerst met de kerk van alle plaatsen en eeuwen.
Daarnaast word je meegenomen in een beweging door de weken heen, waarbij je het wonder van kerst en Pasen niet op één moment in de tijd viert, maar waarbij je meer ruimte en tijd krijgt om dit te vieren.
‘Ga in ieder geval de natuur in om je beleving van het nieuwe leven te versterken’
Als derde is het praktisch om ver van tevoren de preekteksten al te weten, zodat er ook op aangesloten kan worden in bijvoorbeeld het kinderwerk.
Als laatste vind ik het mooi dat het aansluit, dat geldt althans in dit deel van de wereld, op de cyclus in de natuur. Ik vind het bijvoorbeeld prachtig om niet alleen in de kerk Pasen te vieren, maar ook in de natuur te wandelen en te zien dat alles weer tot leven komt. Het versterkt mijn beleving van Pasen. Datzelfde geldt voor het contrast tussen licht en donker in het najaar tijdens advent en kerst.’
Welke valkuilen heeft het liturgisch jaar?
‘Er is het gevaar dat de structuur van de cyclus belangrijker kan worden dan Christus zelf. Daarnaast zit er veel herhaling in. Ik vind het daarom erg sterk dat het oecumenisch leesrooster een driejarige cyclus aanhoudt, met elk jaar aandacht voor een ander evangelie. Als je elk jaar hetzelfde rooster gebruikt, kan dat sleur in de hand werken en er ook voor zorgen dat veel Bijbelboeken gesloten blijven.
Een derde valkuil kan zijn dat het je eigen creativiteit en flexibiliteit in de weg staat. Als er iets in de gemeente of de wereld gebeurt, moet je soms je tekstkeuze veranderen. Maar gelukkig kennen wij in onze kerken geen dwang om het liturgisch jaar te moeten volgen. Ik ben er dan ook een voorstander van om er enigszins flexibel mee om te gaan.’
We leven in de tijd voor Pasen. Heb je nog suggesties om er feestelijke vieringen van te maken?
‘Ga in ieder geval de natuur in om je beleving van het nieuwe leven te versterken. Daarnaast zijn Goede Vrijdag en Pasen hoogtepunten in het kerkelijk jaar en is het goed om daar als predikant veel zorg en aandacht aan te besteden. Wij organiseren in Ommen in de Stille Week ook vespers en dan gaat het vooral om stilte en bezinning en niet om feestelijkheid.
Op Goede Vrijdag vind ik het vooral belangrijk om het hele lijdensevangelie met elkaar te lezen. Wij doen dat door Johannes 18 en 19 te lezen. Gedurende het hele jaar wordt er veel gepreekt over het lijden van Christus, zodat op Goede Vrijdag misschien alleen al de woorden uit de Bijbel voldoende zijn, met daaromheen passende muziek en stilte. Op paasmorgen mogen dan alle registers open in de muziek en dat is ook echt iets om van te genieten.
Na Pasen is het volgens mij van belang om terug te blijven denken aan paaszondag en dat gevoel vast te houden. Een collega van mij zegt altijd dat elke zondag in feite ‘klein Pasen’ is en dat is natuurlijk ook zo. Het lukt mij alleen niet om dat het hele jaar even intensief te beleven. Maar het is wel goed om in ieder geval te proberen om deze feestelijke gedachte het hele jaar door vast te houden.’
Maarten Boersema is fotograaf, tekstschrijver en predikant.



