Vier modellen voor de kerk: Sacramentele kerk
- Opinie
- Special 2016
- Thema-artikelen
In een serie van vier artikelen worden vier modellen van kerk zijn geschetst. Deze kerken bestaan nu al en zijn mogelijk richtinggevend voor de kerk van de toekomst. Wat kenmerkt deze kerkvormen? Wat zijn hun sterke en kwetsbare kanten? Ter illustratie vertelt een gemeentelid over zijn of haar persoonlijke ervaringen in de betreffende kerk.
Hoe zou je deze kerk omschrijven?
Het eigene van de sacramentele kerk is dat zij vieren ziet als een voortgaand proces van ingelijfd worden in het lichaam van Christus. Verlossing is incorporatie, letterlijk in het corpus Christi opgenomen worden. Dat lichaam is op aarde present als de gemeenschap van gelovigen. De doop en de eucharistie – in de katholieke traditie ook ‘communie’, viering van gemeenschap, genoemd – zijn hiervan de vorm en wat de eucharistie betreft, herhaalt deze zich een leven lang. Of de voorganger daarbij een middeleeuws kazuifel of een zwembroek draagt, is van ondergeschikt belang.
Vaste vormen zijn dienstbaar aan zo’n proces van ingroeien en leggen een band met eerdere generaties christenen. Natuurlijk is er variatie: in de loop van het liturgische jaar wisselen gezangen, Schriftlezingen, gebeden, gewaden, het gebruik van wierook, en instrumenten behoorlijk! Omdat Christus zo in en door de kerk ontmoet wordt en de kerk als gemeenschap van mensen die al vierend in Christus ingroeien een werkelijk teken van Christus’ aanwezigheid is, spreken we van sacramentele kerken.
Waarom heeft deze kerkvorm Bijbels gezien goede papieren?
De gemeenschappelijke maaltijd en in het bijzonder het gedenken, staan centraal in de Bijbel. We stellen de verlossing van de wereld door Jezus’ leven, dood, en verrijzenis present. Dat doen we in woord (verkondiging) en (rituele) daad. Dat is in lijn met het ‘doet dit tot mijn gedachtenis’ uit de berichten over Jezus’ laatste avondmaal.
Bijbels is ook dat verlossing altijd iets gemeenschappelijks is. De concrete vorm van geloof in Christus is altijd onderdeel van zijn lichaam zijn, de kerk. We zijn op de meest intensieve manier lichaam van Christus wanneer we Hem gedenken. Zo groeien we in Hem en in gemeenschap met de naaste.
Waarin is deze kerkvorm toekomstbestendig voor onze cultuur?
Deze kerkvorm is gericht op het inlijven van de hele mens in de hele Christus. Het is een holistische spiritualiteit. Dit biedt kansen, omdat in onze maatschappij mensen verschillend aangesproken worden: sommigen meer rationeel (in de verkondiging), anderen meer emotioneel (in liederen, in de aanbidding van Christus), of meer contemplatief of intuïtief (via de symboliek, het aanspreken van zintuigen als de reuk), of meer in de onderlinge interactie en zorg voor elkaar (het communale aspect van deze vorm van kerk zijn). Bovendien staat deze kerkvorm open voor de cultuur om haar heen: zoals Christus mens werd in zijn cultuur, heeft ook zijn lichaam de taak te ‘incarneren’ in de cultuur om haar heen. Welke vorm dat precies krijgt, is dan wel weer een open vraag.
Wat zijn de kwetsbare kanten?
Een kwetsbare kant is dat de sacramentele kerk wordt gezien als een traditie waar het primair om de mooie vormen gaat. Natuurlijk heeft schoonheid haar rol. De schoonheid van de liturgie past bij Gods heerlijkheid en dient de viering. Kerken in een sacramentele traditie brengen hun visie op wat kerk zijn als gemeenschap betekent vaak tot uitdrukking door middel van drie Griekse woorden: leitourgia (vieren), diakonia (dienst), en martyria (getuigenis). Die zijn alle drie op elkaar betrokken, in ‘echte’ liturgie zijn altijd het dienen (de collecte) en het getuigen (de preek) aanwezig. Tegelijkertijd wordt de gemeente ook de wereld in gestuurd. Het woord ‘mis’ komt van de laatste woorden van de Latijnse misliturgie: ‘Ite, missa est’ – ‘Ga heen, wees gezonden’. Er is op deze manier sprake van een ‘liturgie na de liturgie’ of van het ‘altaar in de kerk en het altaar op straat’.
Hoe vormt deze kerk haar volwassen en jonge leden?
Wezenlijk voor de sacramentele traditie is de gedachte dat je gevormd wordt door deel uit te maken van de kerk. Je wordt gevormd door te vieren. Door Christus aanbiddend te gedenken, bijvoorbeeld, wordt een gelovige gevormd tot ledemaat van het lichaam van Christus. Deze inwijding in het mysterie geldt natuurlijk voor alles wat in of door de kerk gebeurt, of het nu getuigenis is of dienst aan de naaste.
Afgezien van dit fundamentele niveau vindt er in kerken van de sacramentele traditie – vaak volkskerken, maar lang niet altijd – vorming op allerlei gebied plaats. Als ik naar de activiteiten binnen mijn eigen gemeente kijk, omvat dit Bijbelstudie, christelijke meditatie, koorprojecten, kinderkerk (kindernevendienst), introductiebijeenkomsten voor geïnteresseerden, wijkavonden in de advents- en veertigdagentijd, en op allerlei manieren participatie in de liturgie, als lezers, misdienaars, zangers, gastheren/-vrouwen, met de bijbehorende toerusting.
Toon Renssen
Ik ben gedoopt in Amsterdam en vervolgens verhuisd naar de omgeving van Den Haag. Daar groeide ik op en had ik de Oudkatholieke Kerk als tweede thuis. Nu studeer ik in Amsterdam en ben dus weer terug bij af wat betreft de parochie. Ik ben nu 25 jaar, dus ik ben al zo’n 25 jaar lid. In elke oudkatholieke parochie tref je een substantieel aantal mensen aan dat vanuit elders hier een thuis heeft gevonden. Dat is soms wat vreemd voor mij als ‘echte’ oudkatholiek.
De Oudkatholieke Kerk is voor mij dé kerk; ik heb mij als kind nooit onprettig gevoeld. Problemen met geloven, met wat de kerk doet of wat je als gelovige anders maakt, waren voor mij nooit gerelateerd aan de Oudkatholieke Kerk, maar meer aan geloven en christen zijn in algemene zin en het nut daarvan.
Wat mij in het bijzonder helpt, is de vorm van vieren en de aanwezigheid van veel symboliek. God is niet makkelijk te begrijpen. Voor mij doet de oudkatholieke manier van dankzeggen recht aan een mystieke dimensie waarin het begrip God misschien iets makkelijker te benaderen is. Die symboliek komt tot uitdrukking in de gebaren en handelingen in de dienst, in de taal van de liturgie en de liedteksten. Sommigen ervaren het als ouderwets. Voor mij heeft het meerwaarde. In een wereld die zo snel verandert en waarin zo veel lelijke dingen zijn, lijkt de kerk soms het enige bastion van schoonheid. In die schoonheid zie ik een afspiegeling van het goddelijke.
Peter-Ben Smit is universitair docent Nieuw Testament aan de Vrije Universiteit Amsterdam, bijzonder hoogleraar aan het Oudkatholiek Seminarie en assistent-pastoor van de Oudkatholieke Parochie Amsterdam.



