Voor de duivel niet bang? (1)
- Opinie
Onlangs is er een nieuwe website gekomen die mensen wil begeleiden bij het loslaten van hun geloof. Eén van de dogma’s die we zo snel mogelijk moeten loslaten, is die van een duivel die op je loert en je verleidt. Maar kunnen we de duivel zo makkelijk tot fictie verklaren? In deel één van een tweeluik: de oorsprong van de duivel.
Er zijn goede redenen om niet in de duivel te geloven. Geloof is immers overgave, vertrouwen, een verbond. Je mag geloven in Christus, die jouw identiteit gaat bepalen. Daarom zou het raar zijn om te geloven in de duivel. Want de duivel staat niet voor vertrouwen en liefde, maar voor wantrouwen en haat. In onze geloofsbelijdenis staat ook niets over de duivel, zo van: ‘Ik geloof in de duivel, de tegenstander van God.’
In de Christelijke dogmatiek van Van den Brink en Van der Kooi wordt in dit verband treffend gesproken over de duivel als ‘onpersoon’: hem erkennen als persoon gaat al te ver. De duivel depersonaliseert: hij zorgt ervoor dat je identiteit wordt kapotgemaakt. Tegelijkertijd is het belangrijk om vast te houden aan het bestaan van de duivel. Hij wordt in de Bijbel beschreven als een macht waar je niet luchtig over moet doen.
Indringer
De vraag waar de duivel vandaan komt, ligt dicht aan tegen de vraag waar het kwaad vandaan komt. Is dat het noodlot? Is het natuurlijk gedrag van mensen? Is het onze schuld dat er kwaad is of kunnen we de schuld geven aan de duivel?
Zonde is opstand tegen God. Zonde is dat je niet voldoet aan hoe God je heeft bedoeld en gemaakt. Maar de Bijbel is duidelijk: er was geen kwaad vanaf het begin. De schepping was goed en de relatie met God was open. Genesis 1 en 2 laten zien hoe mooi God de wereld maakte.
In Genesis 3 duikt er opeens een slang op, een indringer die alles verpest. Waar die slang vandaan komt, wordt niet verteld. Waarom het kwaad er komt, wordt ook niet duidelijk. Maar in de geschiedenis van de zondeval lijkt niet de slang maar het handelen van de mens centraal te staan. Naar wie luister je? De slang of God? De mens kiest voor de leugen van de duivel, die vanaf het begin van de mensheid twijfel over God probeert te zaaien.
Het is belangrijk om hierbij te zeggen dat de duivel nooit op dezelfde lijn heeft gestaan als God. De duivel heeft nooit dezelfde macht gehad. In films zijn goed en kwaad met elkaar in gevecht en is het einde spannend. Bij God en de duivel is het nooit een gelijke strijd geweest.
Handtekening
In het Oude Testament komen we de duivel een paar keer tegen, maar niet meer dan schimmig en op de achtergrond. Hij is een soort aanklager van mensen bij God. Als engel doet hij bij God zijn zegje. Denk aan het boek Job, waarin Satan met God in gesprek gaat over Job en van God beperkte toestemming krijgt om lijden in Jobs leven te brengen. En denk aan Zacharia 3, waarin Satan bij de engel van de Heer staat en de hogepriester Jozua aanklaagt. De duivel lijkt in het Oude Testament dus vooral mensen tot zonde te verleiden, om hen daarna in de hemel aan te klagen bij God. ‘Kijk nou eens wat uw kinderen voor slechte dingen doen!’
Maar als Jezus op aarde komt om de mensen te gaan verlossen van de zonde, breekt de hel pas echt los. Dan verandert de duivel zijn tactieken. Het begint al bij de geboorte van Jezus. Herodes de Grote laat alle kinderen van twee jaar en jonger in Betlehem doden, om zo Jezus te kunnen vermoorden. Dood en verderf: daar staat de handtekening van Satan onder.
Nadat Jezus is gedoopt door Johannes de Doper, wordt Hij in de woestijn op de proef gesteld door de duivel. Hij probeert Jezus te verleiden om zichzelf te bewijzen door van stenen brood te maken. Of te bewijzen dat de Bijbel echt waar is door van de tempel af te springen. Psalm 91 zegt toch dat engelen je op handen zullen dragen? Tot slot probeert de duivel Jezus te verleiden om voor hem te buigen, door Hem de heerschappij aan te bieden over alle koninkrijken van de wereld.
Naar welke stem luister je, God of de duivel? Maar Jezus is wél sterk. Hij weerstaat de verleiding wél. Hij doet wat Adam en Eva – en ons – niet lukt.
Woedend
Vanaf dit moment probeert de duivel het werk van Jezus te verzieken. Maar de boze geesten die mensen ziek maken weten al dat hun strijd verloren is zodra Jezus in de buurt komt.
In Lucas 10 mogen de leerlingen in Jezus’ naam op weg. Ze komen vol vreugde terug: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Jezus is sterker dan de duivel en de demonen, de helpers van de duivel.
Maar de leerlingen moeten de duivel niet onderschatten. Jezus zegt tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen!’ Met andere woorden: de duivel is ingeslagen als een bliksem op aarde. Een ongekende ontlading duistere energie, waar de leerlingen niet luchtig over moeten denken.
Daarover gaat het ook in Openbaring 12. Daar wordt in beeldtaal beschreven dat Jezus geboren wordt op aarde en dat de draak, de duivel, alles op alles zet om het kind dat geboren werd onschadelijk te maken. Maar God voorkomt dat en brengt Jezus weer in veiligheid.
Daarna breekt er oorlog uit in de hemel. De duivel geeft zijn positie niet zomaar op. Tot dan toe was er nog toegang tot de hemel voor hem, om de kinderen van God aan te klagen. Maar nu stuit hij op het goddelijke leger onder aanvoering van Michaël. De draak en zijn engelen, de demonen, worden verslagen en op de aarde gegooid. Het is feest in de hemel, want daar kan de duivel niet meer komen. ‘Maar wee de aarde en de zee: de duivel is naar jullie afgedaald! Hij is woedend…’
Het is niet gemakkelijk om dit precies in een tijdskader te plaatsen. In Openbaring 12 lijkt het te gaan over de hemelvaart van Jezus, na zijn lijden en sterven. Daarna is de duivel op aarde geworpen. Maar Jezus noemt al eerder dat hij Satan als een lichtflits uit de hemel zag vallen. En ook daarvoor is de duivel al agressief aan het vechten op aarde tegen het werk van Jezus. Waar het echter om gaat, is dat de duivel op aarde is gesmeten. De aarde, dat is nu zijn werkterrein.
Peter Hommes is predikant van de GKv Leusden en redacteur van OnderWeg.



