Verlegen met geweld in de Bijbel

Koert van Bekkum | 19 februari 2016
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Buiten, maar ook binnen de kerk worden Bijbelteksten vol geweld meer en meer als een struikelblok ervaren. Veel mensen denken dat de Bijbel net zo gewelddadig is als de teksten van religieuze extremisten die de wereld met angst vervullen. De meeste gelovigen zijn het daar hartgrondig mee oneens. Maar dat neemt het probleem niet weg. Kun je verhalen vol geweld nog wel aan tafel lezen? Wat kun je erover zeggen? Een verkenning van vijf antwoorden.

(beeld George Muresan/Shutterstock)

(beeld George Muresan/Shutterstock)

Bijbelse oorlogsverhalen zijn spannend. Als je ze voor het eerst hoort, zit je op het puntje van je stoel. Zou Abraham zijn neef Lot uit de handen van de koningen uit het oosten weten te bevrijden (Genesis 14)? Houdt Mozes het vol om zijn handen omhoog te houden, zodat Amalek verslagen wordt (Exodus 17)? En geweldig toch, hoe de muren van Jericho vallen (Jozua 6)!

Toch hebben dit soort verhalen ook een achterkant. Door de massamoorden in het voormalige Joegoslavië en in Rwanda hebben woorden als ‘genocide’ en ‘etnische zuivering’ een nieuwe actualiteit gekregen. En na 11 september 2001 komt religieus gemotiveerd geweld, vooral van de kant van extremistische moslims, in golven over ons heen. Op televisie, in kranten en in asielzoekerscentra kijken wanhopige gezichten ons aan.

Het is allemaal heel dubbel. Oorlogen en conflicten komen in hun keiharde realiteit meer op ons af dan in de tijd van de Koude Oorlog en we lijken in West-Europa meer in de greep van de angst te leven dan veertig jaar geleden, terwijl er toen veel meer slachtoffers vielen door terreur. Tegelijk hebben we veel last van het egocentrisme dat de westerse welvaartsstaat eigen is. Geestelijke waarden zijn gedevalueerd. Er is grote aarzeling om ‘onze jongens’ in te zetten in conflicten ver weg. En het is veel minder vanzelfsprekend geworden om bepaalde waarden tot bloedens toe te verdedigen.

Geweld is in alle tijden even verschrikkelijk. Maar wie leeft in een wereld waarin je elke dag beroofd, verkracht of vermoord kunt worden, zoals in het Israël van vroeger of het Afghanistan van vandaag, is blijer met beschermend tegengeweld dan wij. Voor ons zijn vrede en veiligheid betrekkelijk vanzelfsprekend. Het is alsof we allergisch zijn geworden voor alle gebruik van wapens.

Dezelfde God?

Tegen deze achtergrond komen veel Bijbelteksten hard en meedogenloos over. ‘U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet’, zegt Hebreeën 12:4. Die toon slaan we in de kerk niet gauw meer aan. ‘Groeien vanuit je nieuwe identiteit in Christus’ klinkt een stuk prettiger.

We verdoezelen niet meer dat het verhaal over de schanddaad in Gibea in de Bijbel staat (Rechters 19), maar met het lezen groeit ook de aversie. En moesten Ananias en Saffira echt sterven (Handelingen 5)? Is David niet nodeloos wreed als hij na een overwinning op Moab willekeurig gekozen gevangenen ombrengt (2 Samuël 8:2)? Waarom zwelgt koning Jehu, die Gods oordeel moest uitvoeren, zo in geweld (2 Koningen 10)? Doet Jozua niet aan etnische zuivering en genocide, en dat nog wel in opdracht van God? Is deze God dezelfde God als die we in het Nieuwe Testament leren kennen in Jezus Christus?

Vijf antwoorden

Wie het weleens over deze vragen heeft, weet dat het zelden lukt om antwoorden te vinden die in alle opzichten bevredigen. Niet alleen tegenover anderen, maar ook tegenover onszelf. Want ook ons eigen gemoed protesteert. Hoe leg je dit aan je kleine kinderen of aan je tieners uit? En wat zeg je tegen die oudere die de kerk vooral is gaan zien als een plek waar je je kritische vragen maar beter niet kunt stellen?

Ter introductie op het thema ‘geweld in de Bijbel’ verken ik vijf antwoorden die vaak worden gegeven.

Antwoord 1: ‘Zo is de God die zich heeft laten kennen in Jezus niet’

Een eerste reactie bij het lezen over geweld in het Oude Testament is de gedachte dat God gelukkig nu niet meer zo is. In Jezus laat God zich toch kennen als de God van liefde? De Amerikaanse theoloog Eric Seibert heeft een boek geschreven waarin hij deze gedachte uitwerkt (Disturbing Divine Behaviour).

Het lastige van dit antwoord is dat de kerk al heel vroeg – in de strijd met Marcion, tweede eeuw na Christus – de gedachte heeft afgewezen dat er een kwade God van het Oude Testament en een liefdevolle God van het Nieuwe Testament is. In heel de Bijbel laat God zich kennen als een God die liefheeft, bevrijdt, beschermt en zonde vergeeft – desnoods met gebruik van geweld. De goede Heer laat zich in het Oude Testament al kennen. Net zoals God in het Nieuwe Testament nog steeds een verterend vuur is (Hebreeën 12:29).

Gods goedheid komt op de meest ultieme manier tot uitdrukking in Jezus Christus, die het oordeel over de zonde op zich neemt en aan het einde van de geschiedenis goed en kwaad definitief van elkaar zal scheiden. De kwade machten worden gestraft en het bloed van Christus’ martelaren wordt gewroken (Openbaring 19:2).

Hoe leg je dit aan je kleine kinderen of aan je tieners uit?

Tegelijk is er wel een verschil tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Na de opstanding van Jezus gaat het heil uit naar alle volken. De volken die volgens de psalmen worden onderworpen, zijn niet langer niet-Israëlieten, maar machten en schepselen die zich tegen Gods goedheid in Jezus blijven verzetten.

Verder laten de apocalytische hoofdstukken van het Oude Testament (Daniël en Zacharia) zien dat niet mensen maar alleen God alles kan rechtzetten. Hem komt de wraak toe (Romeinen 12:19). En dat heeft enorme gevolgen. Christenen moeten hun vijanden liefhebben. Bij de verkondiging van het evangelie mogen nooit wapens worden gebruikt. Gods rijk komt niet door kracht of geweld, maar door de Geest (Zacharia 4:6; 2 Korintiërs 10:4).

Er zijn altijd christenen geweest die dat te weinig of helemaal niet hebben begrepen, zoals blijkt uit de gewapende kerstening van de Saksen door Karel de Grote, de kruistochten en het geweld van het Verzetsleger van de Heer in Oeganda. Desondanks hoort het ‘niet door kracht, noch door geweld’ bij de kern van het evangelie. Juist vervolgde christenen laten dat vaak zien. De liefde voor de vijand, zelfs tot in de dood, kan de spiraal van geweld doorbreken.

Antwoord 2: ‘Het lijkt verschrikkelijk, maar omdat God het wil, is het dat niet’

Een concentratie op het evangelie lost het probleem bij het Bijbellezen niet altijd op. Er zijn passages, zoals die over de zondvloed en de vernietiging van de Kanaänieten, die grote vragen oproepen. Moest dit echt zo?

In zijn commentaar op Jozua laat de reformator Johannes Calvijn zich kennen als een Bijbeluitlegger die oog heeft voor dit probleem. Er is geen twijfel over dat het doden van ook vrouwen en kinderen verschrikkelijk is, stelt hij. Maar nu God zelf dit middel na eeuwen van verdraagzaamheid gebruikt om Kanaän van zonden te reinigen, past Bijbellezers slechts één reactie: eerbiedige aanvaarding. Het betreft immers een bevel van God. Het hemelse gericht is volgens Calvijn in geen enkel opzicht aan ons oordeel onderworpen.

Sommigen zullen zich in dit klassieke antwoord herkennen, terwijl anderen het juist hardvochtig vinden. Het is belangrijk hier twee dingen bij te bedenken. Een leerpunt in dit antwoord is het enorme respect voor God en voor de Schrift dat eruit spreekt. Calvijn werd jong weduwnaar en verloor zijn enige kind. Hij wist waarover hij het had. Maar zijn diepe overtuiging dat de Heer een God is die veel groter is dan wij kunnen bedenken en die het verdient om te worden vereerd, maakt dat hij zijn hand op de mond legt. God is oneindig groot en de zonde is verschrikkelijk.

Het gevaar van dit antwoord is dat God willekeurig dreigt te worden. Het gebeurt omdat God het wil, maar hoe weten we of het ook goed is? Het idee dat we verantwoording aan God schuldig zijn mag dan in onze cultuur te veel ontbreken, maar aversie tegen geweld en respect voor de integriteit van het individu zijn ook vruchten van het christelijke geloof. In die zin gaat dit antwoord wel erg snel. Kan er niet meer worden gezegd?

Antwoord 3: ‘Liever lang luisteren’

In de gereformeerde traditie is de betekenis van iedere Bijbeltekst belangrijk: ze hebben allemaal een eigen boodschap, die erom vraagt serieus genomen te worden. Wat moeten we dan met de geweldspassages? De Apeldoornse oudtestamenticus Eric Peels en anderen proberen meer te zeggen, vanuit het motto ‘liever lang luisteren’ (zie God en geweld in het Oude Testament en de serie Ongemakkelijke teksten).

Dit antwoord vraagt veel van de Bijbellezer. Maar het loont inderdaad om nog eens heel goed naar allerlei Bijbelpassages te kijken. Zo laat het geweld tegen vrouwen in Rechters juist zien hoe diep een van God vervreemde samenleving kan zinken. En de wet in Deuteronomium 21:10-14, die de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst in Bloedboek leest als een uitnodiging om krijgsgevangen vrouwen te verkrachten, leert bij nadere studie juist dat de Bijbelse oorlogswetten de Geneefse Conventie waren van het oude Nabije Oosten. De wet voorkwam dat zo’n gevangen vrouw ook nog eens haar eer, bescherming en toekomst zou kwijtraken. Allesbehalve een ideale situatie, maar wel een hele stap vooruit.

En de lastigste passages dan, zoals de verovering van het land Kanaän? Dat blijft heel moeilijk. Wel zeggen die teksten dat God heel lang geduld had. Dat het ging om Gods verkiezende liefde en een eenmalig moment in de heilsgeschiedenis, niet om etnische zuivering. De toewijding aan de Heer staat immers centraal. Rachab en de Gibeonieten kunnen daardoor bij God horen, terwijl Achan wordt gestraft. Het blijft heel moeilijk te begrijpen, maar je kunt het geen genocide noemen, want het is niet zo dat een bepaalde bevolkingsgroep alleen vanwege de afkomst wordt gedood.

Antwoord 4: ‘De cultuur van toen spreekt ook een woordje mee’

Nu zijn er geleerden, zoals Chris Wright in De God die ik niet begrijp, die toch nog een stapje verder willen komen door te spreken over de cultuur van toen, waar God deels op inspeelt. Maakt God vuile handen door aan te sluiten bij de barbaarse samenleving van toen?

Deze denkrichting is, zo vindt ook Wright zelf, niet zonder risico. Anders dan het oude Nabije Oosten spreekt het Oude Testament heel hoog van de mens: die is verantwoordelijk en daarom aanspreekbaar op zonde. Het gaat om echte zonde, echte verantwoordelijkheid en echt geweld. Tegelijk is het natuurlijk wel zo dat God spreekt in de taal van toen. De mensen moesten het wel kunnen begrijpen.

Het gebeurt omdat God het wil,
maar hoe weten we of het ook goed is?

Moeilijke maar ook fascinerende gedachten over deze enorme betrokkenheid van God zijn te vinden in een boek van de hervormde theoloog Kornelis Heiko Miskotte, Als de goden zwijgen. Hierin werkt hij uit wat voor de kerk de winst is van het Oude Testament, juist ook van datgene wat in onze ogen primitief, wraakgierig en inhumaan is. Al nadenkend komt Miskotte uiteindelijk uit bij Jezus Christus. Volgens hem laat het menselijke van het Oude Testament, ook als de Heer zich in zijn toorn openbaart als een brullende leeuw of een loerende beer, iets zien van de kwetsbaarheid van zijn naam. God maakt zichzelf bekend en gaat zo de cultuur in dat iets zichtbaar wordt van wat Hij later in de menswording van zijn Zoon laat zien: zijn enorme betrokkenheid op de schepping, zelfs zo dat Hij het oordeel over zonde en kwaad op zichzelf laadt.

Nu past het inderdaad bij het Oude Testament dat God zich met zijn openbaring in zekere zin ook kwetsbaar opstelt (zie ook Lucas 20:9-18). Deze nadruk op de eigen, liefdevolle aard van Gods ‘weerbarstigheid’ is daarom waardevol. Tegelijk is een antwoord vanuit de aardsheid van God niet zonder risico’s. Bij Calvijn doemde de vraag op of God wel goed is. Hier dreigen God en de geschiedenis zo met elkaar te worden vereenzelvigd, dat Hij niet meer in volle zin Heer van de geschiedenis is.

Antwoord 5: ‘Ik eerbiedig Gods Woord, maar voel verlegenheid, ook met mezelf’

Alle antwoorden leiden samen tot een vijfde antwoord, dat vooral onszelf relativeert. Vele gelovigen ontvangen de Bijbel graag als Woord van God. Maar het valt ons in onze cultuur soms zwaar om Gods woede in de Bijbel te begrijpen. Het besef ontbreekt bijna dat zonde niet alleen kwaad is tegen medeschepselen, maar dat er ook iemand is die het verdient te worden geëerd.

Wie hierover nadenkt en stilstaat bij zijn aversie tegen de Bijbelpassages waarin God straft en mensen dat ook accepteren, voelt verlegenheid. Verlegenheid om uit te leggen wat dat Bijbelgedeelte betekent. Maar ook verlegenheid met zichzelf. Wat zegt het over onze leefwereld en over mezelf dat ik dit niet aanvoel? God zal het bloed van de martelaren wreken, zegt het boek Openbaring. Is dat niet vreselijk? Maar ik ben nooit heel erg vervolgd. Hoe zou ik die Bijbeltekst lezen als ik mijn vijanden heb liefgehad, maar er ook echt wat valt recht te zetten?

Het is misschien goed als we deze verlegenheid niet al te snel proberen op te lossen. Het is onderdeel van de manier waarop we in onze westerse wereld de Schrift lezen. Dat is iets waarmee we moeten leren omgaan, onder meer in contact met christenen uit andere culturen.

Webtips

Sam Janse en Eric Peels hebben in het blad Wapenveld een artikelenreeks geschreven over geweld in het Oude Testament. Zoek op wapenveldonline.nl/zoeken naar ‘Sam Janse’ en ‘Eric Peels’. De serie werd in de nummers 5 en 6 van jaargang 56 en nummer 1 van jaargang 57 geplaatst.

Leestips

H.G.L. Peels, God en geweld in het Oude Testament, Apeldoorn (TU), 2007.

Christopher J.H. Wright, De God die ik niet begrijp, Barneveld (Vuurbaak), 2010.

Hetty Lalleman (red.), Ongemakkelijke teksten van het Oude Testament, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2014.

Hetty Lalleman, Is dit onze Vader? Waarom ik van de God van het Oude Testament houd, Amsterdam (Ark Media), 2014.

Over de auteur
Koert van Bekkum

Koert van Bekkum is hoogleraar Oude Testament aan de ETF Leuven; hij doceert ook aan de TU Kampen.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief