Gemeenteleden in gesprek over eerbied in de kerk

Sjoerd Wielenga | 31 oktober 2015
  • Interview
  • Thema-artikelen

Binne Roorda (68) en Geertje Oskam (32) zijn lid van dezelfde gemeente. Ze vinden eerbied in de kerkdienst heel belangrijk. Maar wat Geertje eerbiedig vindt, vindt Binne eigenlijk maar niets – en andersom.

Geertje Oskam: ‘Ik wil graag wat voelen, bij een lied, gebed of bij een kind met een mooi antwoord. Dat gebeurt gelukkig ook vaak.’ (beeld Sjoerd Wielenga)

Geertje Oskam: ‘Ik wil graag wat voelen, bij een lied, gebed of bij een kind met een mooi antwoord. Dat gebeurt gelukkig ook vaak.’ (beeld Sjoerd Wielenga)

‘Ik ben ouderwets’, zegt Binne Roorda met een glimlach, terwijl Geertje Oskam koffie en stroopwafels serveert. Geertje vindt zichzelf niet ouderwets, maar ook niet héél progressief: ‘Ik ben niet meer het type van: weg met dat orgel!’

Over eerbied in de eredienst verschillen de meningen in kerkelijk Nederland stevig. Terwijl voor de één zingen met de armen in de lucht een uiting van aanbidding is, vindt de ander zoiets overdreven emotioneel gedoe. En waar de één een samenkomst ervaart als thuiskomen bij de Vader – en dus drinkt hij of zij voor de dienst rustig keuvelend een bakje koffie in de kerkbank – is dat voor de ander een gebrek aan eerbiedige voorbereiding.

Ook Binne en Geertje verschillen van mening. Ze zijn lid van de NGK Voorthuizen/Barneveld (hij sinds 1966, zij sinds 2004), waar de liturgie uit verschillende soorten liederen bestaat. Geertje: ‘We zingen altijd met zowel het orgel als een combo psalmen, Psalmen voor Nu, de algemeen bekende Opwekkingsliederen en gezangen uit het Nieuwe Liedboek. We zingen niet zo veel van de nieuwere Opwekkingsliederen.’

Binne: ‘Gelukkig niet!’

Geertje: ‘Ook is er iedere dienst een kinderlied voorafgaande aan de aparte Bijbelklas voor de kinderen.’

Binne: ‘Vroeger was er alleen een orgel, waar ik zelf groot liefhebber van ben. Ook de kleding is losser geworden. Ik ben één van de weinigen die een zondags pak draagt. Ik vind het eerbiedig om zondags anders gekleed te gaan. Wat niet wil zeggen dat iemand in informele kleding niet eerbiedig is.’

Wat is voor jullie eerbied?
Binne: ‘Met ontzag God eer bewijzen. Je staat tijdens de kerkdienst voor Gods aangezicht.’

Geertje: ‘Je bent dan met de heiligen bij elkaar om te horen wat God tegen je wil zeggen op dat moment.’

Binne: ‘Onze predikanten preken met passie en eerbied. Maar de entourage in de dienst is wat plat. Dat komt door het combo, daar ben ik geen fan van. En de kerkenraad slentert bij binnenkomst wat naar voren. Iets meer stijl en smaak vind ik mooier en eerbiediger. Je kunt eerbiedigheid tonen door orde en verzorgdheid. Maar ja, wat is eerbied? Dat is voor iedereen weer anders.’

Geertje: ‘Dat jij de entourage plat vindt, komt ook omdat we in de aula van een school zitten. Soms staan er decorstukken van een toneelstuk op het podium en staat de dominee bijvoorbeeld ineens in een bos. In 2004 kozen mijn man en ik bewust voor deze gemeente vanwege het informele karakter. De sfeer was wat losjes, daar werden we door aangesproken.’

Binne knikt instemmend: ‘Ja, dat is de andere kant. Het heeft ook voordelen.’

Geertje: ‘Dat informele trekt ook veel mensen aan uit de Gereformeerde Bondkerk in de buurt. Voor de dienst en tijdens de collecte wordt er gepraat, er is ruimte voor humor en interactie met kinderen. Dat heeft zijn charme.’

Binne: ‘Het is een samenkomst van de gemeente, dus er mag zeker gepraat worden met elkaar. Het betekent dat mensen zich thuis voelen.’

Reageer als je wilt allebei op deze stellingen.
Stelling: Kinderliedjes zijn geen kerkmuziek en horen niet in de eredienst thuis

Geertje: ‘Eén kinderlied per dienst is een signaal dat je kinderen serieus neemt. Zo brulden onze dochters zondag op de stoelen enthousiast mee met “Je mag er zijn” van Herman Boon. Het is belangrijk dat kinderen positief denken over de kerkdienst, zoiets vind ik belangrijker dan de juiste muzikale smaak en stijl. Als er geen kinderlied gezongen is, zegt mijn dochter dat ze dat jammer vindt.’

Binne: ‘Het zingen van een kinderlied geeft ook iets aan van afhankelijkheid van de goede herder. Ik ben er niet tegen, maar ben wel gehecht aan het zingen van psalmen in de dienst.’

Stelling: De collecte is de ‘dienst der offerande’ en geen bijpraatmoment

Binne: ‘Eens. Het is een heilig moment waarop je welbewust en met aandacht iets geeft. Maar ik zondig hier ook wel tegen: soms denk ik wel na over het collectedoel, maar niet altijd. Israëlieten moesten het beste van hun vee offeren. Zo werkt het niet meer bij ons. Het is te gewoon geworden.’

Geertje: ‘De dienst der offerande is tegenwoordigmeer het aanschaffen van belastingaftrekbare collectebonnen die we, met andere goede doelen, begroten in een Exceldocument. Dat is ons “offer”. Dan wordt de collecte dus een bijpraatmoment. Tegelijk is het rondgaan van collectezakken voor kinderen een heel zichtbare handeling. Omdat zij niet kunnen internetbankieren, pakken ze soms geld uit hun spaarpot. De collecte moet dus echt onderdeel blijven van de kerkdienst.’

Stelling: Je hoeft niet iets persoonlijk te ervaren bij een kerkdienst

Geertje: ‘Mijn generatie leeft in een wereld waarin gevoel bijna verafgood wordt. Wij zouden massaal afhaken als we niets ervaren bij een kerkdienst. Ik wil graag wat voelen, bij een lied, gebed of bij een kind met een mooi antwoord. Dat gebeurt gelukkig ook vaak. Niets voelen in een kerk, nee, dat zou niet prettig zijn.’

Binne: ‘De ratio speelt vanouds een grote rol in kerkdiensten. Zelf ervaar ik dat je als familie bij elkaar bent; het thuisgevoel. Ik ben rationeel ingesteld en meer gericht op luisteren en lezen dan op het beamergebeuren. Maar ervaring speelt wel een rol; dat moet ook. Mijn ouders konden vroeger de preek van a tot z navertellen, dat lukt me helaas niet meer. Je moet aangesproken worden door de preek, in je gevoel maar ook verstandelijk! Met dat laatste bedoel ik dat je thuis de Bijbel nog eens openslaat om na te pluizen wat de dominee zei. Als kind van mijn generatie heb ik minder behoefte aan emotionele momenten in de dienst.’

Binne Roorda: ‘Het ontroert mij dat mijn vader, overgrootvader en mensen in de zeventiende eeuw dezelfde woorden zongen als wij.’ (beeld Sjoerd Wielenga)

Binne Roorda: ‘Het ontroert mij dat mijn vader, overgrootvader en mensen in de zeventiende eeuw dezelfde woorden zongen als wij.’ (beeld Sjoerd Wielenga)

Geertje: ‘Tegelijk mag mijn generatie wel wat meer luisteren en lezen. Ik merk hoe weinig kennis er is, dat vind ik heel erg! Als je te veel met gevoel bezig bent, dreigt er vervlakking.’

Binne: ‘Ik erger me eraan als bij sommige muziek in de kerk gedanst wordt. Dat ligt me niet. Ik ben niet zo praisemuziekachtig. Ik hou wel van praisepsalmen, zoals psalm 146: ‘Prijs de HEER met blijde galmen’. Een prachtig lied!’

Geertje: ‘Voor mij is dat een oud lied waar ik weinig emotie bij beleef. Ik groeide op in de CGK en was die psalmen in de oude berijming en op hele noten op een gegeven moment spuugzat! Maar nu ik zelf kinderen heb, realiseer ik me dat ik die oude liederen niet zomaar wil weggooien. Want de psalmen die ik nu zing, zongen mijn overgrootouders ook! Daarom lieten we bij de doop van onze kinderen psalm 44 zingen uit “Pzzzalmen voor Kidzzz”, waarin gezongen wordt dat opa en oma over God vertellen. Ook van Psalmen voor Nu word ik erg blij, dat is een mooie manier om de psalmen te blijven zingen. Zo toon je ook eerbied aan de geslachten die ons het geloof hebben overgedragen.’

Binne: ‘En ik heb juist bij de Geneefse melodieën die emotie. Het ontroert mij – ook nu weer – dat mijn vader, overgrootvader en mensen in de zeventiende eeuw dezelfde woorden zongen als wij.’

Stelling: De kerkdienst moet – ook muzikaal – niet aansluiten bij de cultuur van vandaag, maar een sacrale, hemelse tegencultuur vormen

Binne: ‘Ik hou erg van orgelmuziek, zeker met zo’n goede organist als wij hebben. Als gereformeerden zijn wij, in tegenstelling tot bijvoorbeeld rooms-katholieken, van “doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”. Toch past iets verhevens in de dienst bij God en bij zijn eer. Bij ons in de kerk werd een tijd terug heavy metal gespeeld. Je gunt het zo’n jongen graag, maar het past niet in de eredienst. In zulke muziek zitten geen lijn en rustpunten, maar dissonanten. Dat heeft niet alleen te maken met smaak: lijn en rust horen ook bij de scheppingsorde. De Bijbel vraagt van ons welluidendheid. Zulke heftige muziek is onwelluidend. Gelukkig kan ons huidige combo erg goed spelen. We hebben veel muzikale talenten.’

Geertje: ‘Soms spelen organist en combo samen, dat is mooi. Je moet God, ook in de muziek, het beste geven. Of dat per se ‘klassieke’ muziek moet zijn, vraag ik me af. Als mensen Jezus willen leren kennen, kun je niet altijd met Bach aankomen als dat hun smaak niet is. Ze moeten aangesproken worden met hun eigen muzieksmaak. Bij evangelische gemeente De Doorbrekers klinkt muziek met veel herrie, licht en geluid. Ik ken mensen die daar tot bekering kwamen. Wie ben ik om te zeggen dat het fout is? Het is belangrijk dat je je eigen smaak aan de kant zet en respect hebt voor elkaar. Bovendien: sommige muziek past misschien niet bij onze gemeente, maar wel bij de kerk van Jezus Christus wereldwijd.’

Binne: ‘Inderdaad, dat is het punt. Ik maak luid en duidelijk bekend dat ik niet van popmuziek houd. (Lachend:) Maar je bent niet waardeloos als je daar wél van houdt.’

Geertje: ‘Als ik behoefte heb aan schoonheid en rust, ga ik naar een klooster of oud-katholieke kerk. Prachtig die rituelen! Die vind ik niet in mijn eigen kerk, maar dat is niet erg.’

Stelling: De kerkdienst is geen ontmoeting met God, maar een oplaadmoment voor de week

Binne: ‘Dat is een valse tegenstelling. Je laadt op door God te ontmoeten.’

Geertje: ‘Juist doordat je God én de gemeente ontmoet, ben je weer opgeladen. Op zondag weet ik: God en zijn koninkrijk zijn het belangrijkste in mijn leven en niet mijn dagelijkse beslommeringen.’

Kabaal

Geertje kijkt Binne aan. ‘Binne, ik ben blij met jou in de gemeente!’, zegt ze, ‘Je hebt elkaar nodig om de balans te houden.’ Is Binne ook blij met Geertje? Hij schatert: ‘Ja, ik ben ook heel blij met Geertje! En met alle mensen die liturgisch wat verder van mij afstaan. Ook al vind ik de diensten soms een zooitje ongeregeld. Dat is denk ik de evangelische invloed: veel kabaal met “ik” in het middelpunt. Daar heb ik een hekel aan.’

Geertje: ‘Wat vind jij eigenlijk van armen in de lucht bij een lied?’

Binne: ‘Beetje vreemd, maar niet fout. Ik ben niet gewend aan het zichtbaar uiten van emoties. Maar David danste ook voor de ark. Dus als gemeenteleden uit andere culturen van vreugde opspringen, is dat niet fout.’

Geertje: ‘Het past ook niet zo bij mij. Ik vind de vastere liturgie in de NGK fijn, zonder het zomaar spontaan bidden zoals we in de baptistengemeente gewend waren. Het is hier heerlijk rustig, dat vind ik toch wat eerbiediger. Uiteindelijk heeft alles te maken met je visie op de kerkdienst. Moet de dienst vooral heilig of vooral gezellig zijn? Het is wat mij betreft een beetje van beide.’

Binne: ‘Als het goed is, is de kerk een thuis én een heilig huis.’

Over de auteur
Sjoerd Wielenga

Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief