Laat het feest zijn in de huizen
- Opinie
Kwam Pinksteren dit jaar niet als geroepen? De vraag zingt al een tijdje door m’n hoofd. Voorzichtig kijken we weer vooruit. Kerkdiensten komen weer in zicht, als ze kleinschalig al niet zijn begonnen. Maar de grote vraag is: hoe gaan we verder? Weer terug naar het oude normaal of gaan we alles opnieuw inrichten? Misschien is de echte vraag wel: hoe willen we verder? Niet vanuit een moeten door de omstandigheden, maar vanuit geloof en verlangen. Pinksteren is dan precies het goede moment om op de knieën te gaan en omhoog te kijken. Vol verwachting en verlangen.
Ik pleit graag voor verandering in de kerk. Niet uit idealisme, zoals mij of anderen wel eens verweten wordt. Ook niet omdat ik als pionier nu eenmaal zou moeten willen veranderen. Maar wel vanuit mijn diepe verlangen dat we gevoelig worden voor Gods droom, voor Gods perspectief op de kerk.
Ik begeleid door de week diverse kerken die juist vooral als ‘gevestigde kerken’ te typeren zijn. Ik moet bekennen dat ik niet zo optimistisch gestemd ben over kerk zijn op een nieuwe manier. Ik ben tegelijk bang dat kerk zijn na corona geen gemakkelijk verhaal gaat worden. De eerste reactie kan zijn: laten we genieten van weer ‘gewoon kerk zijn’. Ik denk dat dit ervoor gaat zorgen dat veel kerken pas over een jaar weer gaan nadenken over veranderingen, pas als ze voelen dat het oude normaal geen antwoord biedt op de dingen waar we voor corona ook al tegenaan liepen. Ik begrijp heus wel dat verandering in een bestaande setting niet zo eenvoudig is. Van moeheid heb ik ook last, al moet ik toegeven dat ik minstens zo moe word van het bagatelliseren dat we als kerken in een verandertijd leven. Maar dieper dan de moeheid klinkt de stem van mijn verlangen.
Pinksteren, wat kan het juist nu betekenen? Nadenkend over de impact van het feest van Gods Geest wil ik deze vraag beantwoorden aan de hand van de twee meest fysieke delen van de kerk. De Geest kwam over alle vlees, juist over het meest fysieke van ons bestaan. Wat zegt dit over enerzijds het kerkgebouw en anderzijds de fysieke kerkgemeenschap?
Het gebouw
In het begin van de pandemie schreef de Tsjechische priester en schrijver Tomas Halík een indrukwekkend essay over de boodschap van de lege kerkgebouwen. Zijn beelden in dat artikel hebben me nooit meer losgelaten. Als geen ander weet hij de leegte van gebouwen te schetsen in een directe spanning met de ruimte van het evangelie. Het evangelie dat zich niet beperkt tot een gebouw en nooit leeg is. Haliks boodschap is in feite: de fysieke leegte in de coronatijd is een sneak preview van de geestelijke leegte die ons te wachten staat als we niet tijdig het roer omgooien.
‘Het evangelie barstte uit de
voegen van de tempelmuren’
Je hoeft van dit soort pittigheid niet op te kijken als je al langer oog hebt voor afhakende jongeren en de lege plekken in de kerkbanken. Dit perspectief helpt ons om twee dingen te doen: teruggaan naar het evangelie zelf én naar de buurt rond het gebouw. Dat is de beweging van Pinksteren. De tempeldienst die centraal in Jeruzalem gehouden werd om God te zoeken en te eren, werd ingewisseld voor een veelvoud van plekken. Het evangelie barstte uit de voegen van de tempelmuren en baande zich een weg door de straten van Jeruzalem. Zonder beeldspraak gaat het erom dat de Geest op dat moment een einde maakte aan het tijdperk van statisch en centraal in een gewijd gebouw samenkomen. Er vond een omslag plaats naar een veelvoud van gebouwen: huizen, kamers, straten. Het evangelie nam veel vloeibaarder de ruimte in dan ooit tevoren.
Experimenteren
Voor nu is dat enorm relevant. Opnieuw lijken we te vast te zitten in het bestaande gebouw van de kerk. Letterlijk kan het gebouw veelzijdiger ingericht en ingezet worden, denkend vanuit de behoefte én kansen van doelgroepen als jongeren, buurtbewoners, eenzamen, gezinnen, singles en meer. Doelgroepen die juist in coronatijd zichtbaar werden en waarbij de samenleving steeds harder roept dat er gebrek aan sociale cohesie is. In een nieuwe fase van kerk zijn kunnen we hier leren zoeken naar vormen.
Ik wens kerken in deze verandertijd toe dat ze leren experimenteren. Dat ze minder voorzichtig en berekenend worden en vooral minder afwachtend. Daarbij is de ruimte voor het evangelie zoveel groter dan het ene gebouw dat je als kerk rijk bent. Denk aan al die huizen van gemeenteleden. Wat kun je daarmee? Hoe kunnen we daar op een creatieve manier plekken van hoop en verbinding maken? Het aanzien van de kerk zou er totaal door veranderen. Dat is toch precies wat de Geest ooit al eerder heeft aangejaagd? Zou dat nu weer kunnen?
De gemeenschap
De tweede fysieke uiting van gemeente zijn is wellicht nog belangrijker: de gemeenschap. De omslag van Pinksteren is er een geweest van een ‘volk’ naar ‘volken’ en van een ‘volk’ naar een ‘nieuwe familie’. Niet de ondertoon van de club mensen die zondags de banken bezet, luistert en zingt en napraat op het kerkplein. Niet de dynamiek van ‘draagvlakkerken’ waar veel dingen traag gaan, alles centraal geregeld wordt en we vooral niemand willen kwijtraken. Voor dat laatste is het al te laat. Liever een dynamiek van een nieuwe familie, waar mensen bij kunnen komen. Niet als wishful thinking, maar omdat we ons daadwerkelijk opdelen in organische kleine eenheden die voluit kerk zijn.
‘Geef de groepen in de kerk
weer een centrale plek’
In mijn gesprekken met kerken merk ik dat het verlangen zeker aanwezig is. Maar ook dat een deel tegelijkertijd op de rem trapt. Belangrijkste reden: niet iedereen wil dit. Klopt: het is een omslag in denken én doen. De kring of bijbelstudiegroep zal moeten opgeven er alleen voor de liefhebbers te willen zijn en moeten stoppen met zichzelf als activiteit te zien. Daar begint de kerk – net als ooit, toen de Geest zo duidelijk alles omver waaide. Huizen werden gevuld met mensen die niet bij elkaar pasten. Er ontstonden nieuwe families en er konden zomaar mensen aanschuiven. Praktisch betekent dit dat we samen moeten gaan leren Jezus te zijn voor de ander. Niet een welwillende bezoeker, maar Jezus voor de ander. Dan wordt het lijntje tussen binnen en buiten de kerk flinterdun. Want Jezus was waar de mensen waren. Het evangelie zoekt de straat.
Concreet: geef de groepen in de kerk weer een centrale plek. Zonder groepen geen kerk. En geef die groepen de missie om zelf evangelie te zijn. Op hun manier. Maar je bent er niet alleen voor jezelf. Niet alleen voor gebed. Of voor bijbelstudie. Of voor sociaal samenzijn. Je bent familie en je kijkt vol liefde naar elkaar om en samen naar je omgeving.
Hemelse wind
De ruimte ontbreekt alles uit te werken naar het niveau van ‘hoe doe je dit precies?’. Ik hoop vooral een vonk over te laten springen. Willen we dit met elkaar? En dan die andere vraag: als de Geest opnieuw een hemelse wind laat waaien, geloven we dan nog dat dit weer kan?
Biografie
Remmelt Meijer is theoloog en coach. Vanuit CRUX werkt hij als kerkbegeleider. Als kerkpionier is hij verbonden aan Hemelsbreed in Amsterdam-Zuidoost. Met Peter Wierenga schreef hij een boek over kerk zijn na corona: Herkerken. De toekomst van geloofsgemeenschappen.
Remmelt Meijer is teamleider bij Nederland Zoekt, theoloog en coach.




