‘Geen moetje, maar echte liefde’
- Opinie
- Special Vrij
In het door velen geliefde Bijbelgedeelte over de vrucht van de Geest (Galaten 5: 22 en 23) zit een piepklein zinnetje weggestopt dat zijn bevrijdingsverhaal typeert, schrijft Jaap Cramer in het sluitstuk van deze special. Het is vers 23b: ‘Er is geen wet die daar iets tegen heeft.’ ‘Die ene bijzin legt precies uit hoe het zit. Want de wet had iets tegen me (en terecht), maar nu word ik aangemoedigd om het goede te doen.’
De eerste keer dat Galaten 5 vers 23 echt bij mij ‘landde’, ervoer ik vrijheid. Dit, durf ik wel te zeggen, is mijn bevrijdingsverhaal rond een tekst die me dierbaar is geworden: ‘Er is geen wet die daar iets tegen heeft.’ Middenin de overvolle fruitmand van Galaten 5 zit in dat ene kleine bijzinnetje voor mij het hele evangelie verstopt.
Als kind had ik een gevoel van zondigheid. Ik beleefde de wet als een ding dat mij aanklaagde, dat aanwees wat ik niet goed deed. De dominee kon wel zeggen dat je pas echt vrij bent als je doet wat God wil, maar dat sloeg bij mij niet aan. Als mensen zeiden dat ze niets moesten maar wel veel mochten, was dat voor mij een eufemisme voor moeten. Het verhaal van Jezus leek slechts te werken tot het onvermijdelijke moment dat ik weer eens buiten de lijntjes had gekleurd en op zondagmorgen de wet hoorde. En (terecht) werd terechtgewezen.
Ik leerde dat ik Jezus nodig had, maar ervoer geen vrijheid. Want de wet klaagde mij aan – het lukte me gewoonweg niet om die te zien als regel van dankbaarheid. ‘Als je echt dankbaar bent, doe je automatisch zus of zo’, hoorde ik. En ik deed niet zus of zo. Was ik misschien niet dankbaar genoeg? Ik geloofde heilig in bevrijdende genade, maar had er nog niet veel van gemerkt. Totdat Galaten 5 vers 23 bij mij binnenkwam. Alsof het kwartje viel. Dat viel wel in fases: stapje voor stapje ontdekte ik iets van het bevrijdende evangelie.
Slecht huwelijk
In hoofdstuk 7 van de Romeinenbrief geeft Paulus het voorbeeld van een huwelijk. Het is een rechtsgeldig contract tussen man en vrouw, ze horen bij elkaar en zijn van elkaar. Zo is het met de wet en de mens. Mensen in het verbond zitten aan de wet vast. Deze juridische taal klinkt misschien kil, maar de band tussen jou en de wet is goed, zingt het liefdeslied Psalm 119: ‘Ik verheug mij in uw geboden, ik heb ze lief’ (Psalm 119:47), een hooglied zelfs: ‘Ik druk uw richtlijnen aan mijn hart.’ (Psalm 119:31a).
Maar helaas hebben we vaak een beroerde relatie met die wet: de een klaagt de ander voortdurend aan. De wet en ik: het is een slecht huwelijk. Denk aan een norse partner die moppert: ‘Heb je de afwas nu alweer niet gedaan?’ Of: ‘Je zou toch de kliko aan de straat zetten?’
Je kunt dan op twee manieren reageren:
1. Je kunt de wet negeren, wegdrukken en weglopen. Het is namelijk niet fijn als iemand tegen je zegt dat je niet deugt. Dat is niet goed voor je zelfbeeld. Het zal dus wel aan die klagende partner liggen. Maar het voelt ook weer niet lekker om de wet dan maar de schuld geven. Intussen realiseer je je wel dat de relatie er niet beter van wordt als je elkaar negeert of bij elkaar wegloopt.
2. Je kunt ook erkennen dat jij de rotte appel bent. Niet weglopen, maar zeggen: het ligt aan mij. Dat is een weerbarstige route. Juist als je de wet hebt leren kennen als een beroerde partner in een relatie die niet werkt, kost het moeite om uit te komen bij wat Paulus zegt: de wet is heilig en goed. (Romeinen 7:12) Maar het is Paulus’ manier om te zeggen: het ligt niet aan de wet, het ligt aan mij.
Een partner die alleen maar zegt
dat je moet liefhebben,
wekt geen liefde op
Komt het dan ooit goed met deze relatie? Nee, Paulus noemt de wet machteloos (Romeinen 8:3) en zegt zelfs: ‘Want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven’ (Galaten 2:16). Op deze manier zit er namelijk geen liefde in de relatie. Een partner die alleen maar zegt dat je moet liefhebben, wekt geen liefde op. Toch zitten we aan elkaar vast: de wet en ik. Dit huwelijk is er een tot de dood ons scheidt. ‘Een getrouwde vrouw is door de wet gebonden aan haar man zolang hij leeft…’ (Romeinen 7:2) Hiervoor had Paulus al verteld hoe wij met Christus zijn gestorven. Ons oude bestaan is met Hem mee gekruisigd, omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven (Romeinen 6:6). Als je dit toepast op het slechte huwelijk tussen de wet en mij, betekent dit dat het huwelijk is ontbonden. ‘We waren aan de wet geketend, maar nu zijn we bevrijd; we zijn dood voor de wet’ (Romeinen 7:6).
Dit was voor mij de eerste fase in het vallen van het kwartje: ik ben dood, besefte ik, en nu kan het geklaag van de wet mij niets meer maken. De veroordeling is nu tegen ‘dodemansoren’. Wat een rust, het raakt me niet meer, het gaat niet meer over mij want er is geen ‘ik’ meer die onder de wet staat: die is dood. De wet heeft over de nieuwe ‘ik’ niets meer te zeggen.
Echte liefde
Is dit dan vrijheid? Ik zou zeggen: voel in ieder geval de bevrijding hiervan, de opluchting. Niemand heeft iets over mij te zeggen, niet meer het opgeheven vingertje of de aanklacht. Nu de wet als aanklager er niet meer is, is er ook geen oordeel, is er geen schuld en kan er niets misgaan. Dat geeft vrijheid!
Even dacht ik dat dit het hele verhaal van onze bevrijding was. Maar de grap is dat niet de wet is weggegaan, maar dat mijn ‘ik’ er niet meer is: die is dood. Zoals Paulus verder schrijft in Romeinen 7:6: ‘We zijn dood voor de wet, zodat we niet meer de oude orde van wet dienen, maar de nieuwe orde van de Geest.’ In de Galatenbrief vat Paulus dat zo samen: ‘Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor God.’ (Galaten 2:19) Er komt dus iets nieuws voor in de plaats. Paulus noemt dat het nieuwe leven, leven in vrijheid of leven volgens de Geest.
De brief aan de Galaten gaat over de vraag wat dat leven in kan houden. Paulus ziet gelovigen die zich toch onderwerpen aan allerlei wetten. De valkuil is dat je denkt God te moeten pleasen. Zo makkelijk denk je dat je met jouw gehoorzaamheid, liefde, inzet en passie God tevreden moet stellen. Maar dan ben je niet vrij. Integendeel: je bent bang dat het nog niet goed zit, dat er nog ergens een rekening openstaat. En dat je die op eigen kracht moet vereffenen. Het verhaal van Jezus is er om daar de spanning vanaf te halen. Zelfs het nieuwe leven hoef ik niet zelf voor elkaar te boksen, het is leven volgens de Geest. Ook daar krijg ik persoonlijk hulp van God bij. Paulus vertelt uitgebreid in zijn brieven hoe Gods Geest de drijvende kracht is voor het nieuwe leven, een nieuwe ‘wet’ zo je wilt. Maar dan wel een die geschreven is in je binnenste, geïnternaliseerd, eigen gemaakt. Geen moetje meer, maar echte liefde.
Zelfs het nieuwe leven hoef ik niet
zelf voor elkaar te boksen
Paulus werkt op meerdere plaatsen uit hoe dat leven volgens de Geest eruitziet. In Galaten 5 komen we de bekende vruchten tegen: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Na die opsomming volgt dat kleine zinnetje dat me diep vrolijk maakt: ‘Er is geen wet die daar iets tegen heeft.’ Er zit iets grappigs in, een speelsheid door de ontkenning van het tegendeel. Zoals noorderlingen dat ook zo mooi kunnen: ‘da’s niet verkeerd’ of ‘niks mis mee’. Als je ze kent, proef je de ruimte. Die ene bijzin legt precies uit hoe het zit. Want de wet had iets tegen me (en terecht), maar nu word ik aangemoedigd om het goede te doen. ‘Doe maar, dat kan geen kwaad’, is de boodschap. Ik vind het humor: de wet, die norse partner, heeft er geen bezwaar tegen.
Ruimte
De vrucht die het eerst genoemd wordt, is de liefde. Dat is niet gek als je bedenkt dat liefde voor Jezus de kern was van de wet: heb God lief, heb je naaste lief, zoals je ook jezelf liefhebt. Augustinus zou iets hebben gezegd als ‘heb lief en doe wat je wilt’. Daar zit ook het vrije in van ‘ga maar gerust je gang’. Want als je het uit liefde doet, is het goed.
Toen het kwartje bij mij viel, voelde ik een enorme ruimte. ‘Vrij om lief te hebben’, is de boodschap van deze special. Een wat abstracte zin, maar ik stel het me voor als het vertrouwen dat God mensen geeft. Hij geeft je ruimte, Hij vertrouwt het je toe om in liefde te leven. Ga het maar invullen. Niet voorgeschreven, maar vrij. Zoals een ouder tevreden in een speeltuin kan kijken naar zijn kinderen en ziet wat ze bedenken, zo stel ik me God voor. Als een vader die geïnteresseerd toekijkt hoe zijn kinderen het leven vormgeven. Als je eerlijk bent, kom je erachter dat je als je in liefde leeft, nog steeds heel dicht bij Gods wetten komt. Want is het mogelijk om uit liefde tot God je vertrouwen te stellen in iets anders? Of is het mogelijk om uit liefde voor je naaste hem of haar te benadelen? Nee. Liefde is de kern van de wet en die is nog steeds heilig en goed, er gaat geen punt of komma van verloren. Het punt (of noem het ‘het geheim’) is dat de klagende kant is verdwenen: er is geen oordeel meer! Ik word nergens meer op afgerekend, maar juist positief aangemoedigd om rond te kijken waar ik liefde kan geven.
En heb nu maar lief. Doe wat je wil. Je bent vrij. Vader zit aan de rand van de speeltuin en kijkt tevreden toe. Toe maar. Ik voel de ruimte om dat in te vullen, want ik weet: in de ogen van Vader kan ik geen kwaad.
Jaap Cramer is predikant van de NGKV Heerde en redacteur van OnderWeg.




