Tast is een bijzonder zintuig
- Opinie
- Thema-artikelen
Je kunt een ander van een afstandje zien, horen en (soms) ruiken. Maar een ander voelen, vereist nabijheid. In onze maatschappij mogen we elkaar bijna niet meer aanraken, daarom is het goed om te ontdekken hoe belangrijk aanraking is: om lief te hebben, liefgehad te worden door God en mensen en om schepsel van de Schepper te zijn.
Twee hypothetische scenario’s. Scenario een: vanuit de deuropening van zijn behandelkamer roept de dokter me toe: ‘De volgende!’ Ik strompel met mijn ernstig verstuikte voet naar binnen, waar de huisarts inmiddels achter zijn bureau heeft plaatsgenomen. ‘Wat kan ik voor u betekenen?’ Scenario twee: de dokter loopt de wachtkamer in, geeft me een hand en zegt: ‘Kom maar mee, meneer Kleingeld.’ Terwijl ik strompel met mijn ernstig verstuikte voet, steekt hij zijn arm door de mijne en helpt me naar binnen: ‘Je voet is niet zoals het hoort te zijn,’ zegt hij…
Stem
In het eerste scenario brengen de zendende stem van de arts en mijn ontvangende gehoor me naar binnen. In het tweede scenario is er geen onderscheid: het is zijn en mijn, dus onze gemeenschappelijke tast. In het eerste scenario ervaar ik koele (lees: professionele) distantie, ik ga als vanzelf ook afstandelijke taal gebruiken. In het tweede scenario is er verbindende en genezende nabijheid.
Tast is een bijzonder zintuig. Het belang hiervan ontdekken we aan de hand van een centraal Bijbelverhaal. In de tijd van Jezus gold voor sommige mensen namelijk ook de anderhalvemeterregel: voor mensen die onrein waren. Onreinheid had vaak te maken met huidziektes, maar je kon ook door andere oorzaken onrein worden. Hoe dan ook: was je onrein, dan was je onaanraakbaar – jij mocht niets en niemand aanraken en niets en niemand zou jou aanraken. Je moest bovendien maar afwachten tot het moment dat je weer rein was. Wat betekent Gods aanraking nu voor ons?
1. Dichtbijkomen
‘Er kwam een melaatse op Jezus af die om hulp vroeg. Hij viel op zijn knieën en zei: “Als U wilt, kunt U me rein maken.” Diep ontroerd stak Hij zijn hand uit en raakte hem aan. “Ik wil het, word rein”, zei Hij. Meteen verdween zijn melaatsheid, en hij werd rein.’ (Marcus 1:40-42, Willibrordvertaling 2012).
Tast vraagt of toont Gods directe betrokkenheid. Wanneer de magiërs van de farao na de derde plaag concluderen dat dit Gods vinger is, bedoelen ze dat dit geen strijd tussen hen en Mozes is, maar dat de God van Israël zelf direct betrokken is bij wat de Egyptenaren overkomt (Exodus 8:15). Deze uitdrukking keert nog een keer terug in de Bijbel: wanneer Jezus zijn optreden tegen de demonen als Gods vinger karakteriseert en dus als bewijs van de komst van Gods koninkrijk (Lucas 11:20). En ja, Gods vingers hebben alles met aanraking te maken – aanraking die bergen doet roken (Psalm 104:32) en aanraking die mensen doet genezen (veelvuldig in de evangeliën). Gods vingers komen dichterbij dan Gods stem. God kan van een afstand roepen, maar om bergen of mensen aan te raken moet Hij dichterbij komen. Juist door zijn aanraking laat Jezus dus zijn directe betrokkenheid met de melaatse man merken.
2. Vormen
Die vingers, de aanraking van Jezus doet wat. Tast is – opnieuw anders dan gehoor, zicht en reuk – niet alleen passief, observerend. Nee, tast kan strelend observeren en bewonderen, maar tast kan ook heel actief kneden en vormen. ‘Zoals klei in de hand van de pottenbakker’, zongen Elly en Rikkert, vrij naar Jeremia 18. Maar je kunt ook denken aan het scheppingsverhaal in Genesis 2 waar Gods vingers ons zoekend, knedend, tastend, vormen uit het stof van de aarde. Tast is een vormend zintuig. God schept ook door zijn stem, de stem is echter niet het zintuig gehoor, maar juist datgene dat daar tegenover staat.
Terzijde: we hebben vijf zintuigen. Naast horen, zien, ruiken en tasten is er ook proeven. Dat laatste zintuig laat ik hier buiten beschouwing. Ik weet niet of de Bijbel ergens spreekt over God die proeft. En hoewel proeven verwant is aan tast, zit er ook iets destructiefs aan proeven. Want, hoe lekker eten ook kan smaken, na het proeven is het wel op.
3. Reinigen
Maar in het verhaal van de melaatse man (of de man die aan huidvraat lijdt) doet tast iets anders. Jezus’ aanraking herstelt en reinigt. Aanraking kan, volgens de Bijbel, leven of onreinheid en in Jezus geval ook reinheid overdragen. Voor mensen die opgegroeid zijn binnen een natuurwetenschappelijk wereldbeeld is dit natuurlijk lastig: hoe kan een handoplegging een mens onrein maken? Of – en dat is de andere kant van het kwadrant, – hoe kan een aanraking leven overbrengen? Maar toch is dat precies wat er gebeurt, wanneer Jezus de lijkbaar aanraakt waarop een overleden jongeman ligt. Niet Jezus wordt onrein (Numeri 19:11), maar de jongeman staat op uit de dood (Lucas 7:14). Wie aangeraakt wordt door God ontvangt het leven – het gebaar bij de zegen is niet voor niets bij voorkeur fysieke handoplegging. Wanneer Jezus de kinderen zegent, omhelst Hij hen. Het bijzondere bij de ontmoeting tussen de melaatse en Jezus is natuurlijk dat bij Hem niet de onreinheid van de ander, maar zijn reinheid ‘besmettelijk’ is.
4. Liefhebben
Iets wat hopelijk nu door de gedachten van de lezer speelt, is dit: aanraking heeft alles met liefde te maken. Door de melaatse man aan te raken, terwijl hij nog onrein is, bevestigt Jezus dat hij er is, dat hij door Jezus gezien, meer nog: aangeraakt, ja geliefd wordt. Door zijn aanraking verbindt Jezus zich met deze man. Wij horen bij elkaar: jij en ik. Omgekeerd: iemand ontwijken, niet aanraken, is een sterke ontkenning dat iemand bestaat. In sommige dorpen in India is zelfs de schaduw van een Dalit onrein en moet zij of hij dus voorkomen dat die schaduw op een ander valt. Iets dergelijks lijkt in afgezwakte vorm ook in Nederland te gebeuren, waar mensen soms om anderen heen lopen, alsof die ander de onreinheid of ziekte in eigen persoon is.
Volgens Gary Chapman is aanraking een van de vijf liefdestalen; de andere liefdestalen zijn: goede woorden; de ander dienen; tijd met de ander doorbrengen en cadeaus. Aanraking is dus het enige zintuig dat ook een liefdestaal is. En hier zijn wij mijns inziens veel kwijtgeraakt.
Afgelopen najaar gaven Moses Alagbe, predikant in Amsterdam Zuidoost van een migrantenkerk en ik, predikant van een inheemse kerk in Oegstgeest en omstreken, een training aan een aantal gemeenteleden. Moses koos bijna altijd fysieke oefeningen als starters. Stoelendans met twintig volwassenen, echter niet met een, maar met vier stoelen te weinig. En ook met deze spelregel: niemand valt af. Natuurlijk, het is kerk, dus niemand valt af. Dus die twintig mensen moesten samen op die zestien stoelen gaan zitten. Toen dat lukte, gingen we naar veertien stoelen. En vervolgens naar twaalf, naar tien, naar zes… En ja, dat past: twintig volwassenen op zes stoelen. En ja, dat betekent heel veel aanraking. En daardoor heel veel bevestiging, ontspanning en verbinding.
In onze maatschappij zijn we vooral gefocust geraakt op de ongewenste aanraking die neemt in plaats van de aanraking die schenkt, bevestigt en verbindt. Maar aanraking is een fantastische liefdestaal: de nabijheid, het vormende, het bevestigende en het verbindende – het komt allemaal samen.
5. Verbinden
Aanraking verbindt er twee (of desnoods twintig) en bevestigt dat er twee onderscheiden zijn. Volgens Cornelius Plantinga is scheppen, scheiden en verbinden; God scheidt licht en duister; aarde en zee; water onder en boven. En God verbindt de zon aan de dag; de maan aan de nacht; de mens aan de schepping en aan zichzelf. Nogmaals: aanraking verbindt twee en bevestigt dat die twee onderscheiden zijn. Zo komen we langzaam bij een climax, bij Gods aanraking in Genesis 2 waar Hij de mens vormt uit aarde; bij Gods vingers in Psalm 8 die zon, maan en sterren plaatsen en zijn onuitgesproken, maar onmiskenbare aanraking in Psalm 139. Gods vingers hebben ons liefdevol aangeraakt, gevormd en gekneed naar zijn beeld. Zijn aanraking bevestigt ons bestaan, verbindt en onderscheidt ons tegelijkertijd als schepselen van de Schepper. Dichterbij dan schepsel en Schepper komt het niet.
Tweerichtingsverkeer
Terug naar scenario twee: de dokter voelde mijn handdruk, mijn lichaamswarmte en merkte mijn strompelen toen hij zijn arm in de mijne stak. Kortom: zijn aanraking deed niet alleen iets met mij, er gebeurde ook wat met hem. Aanraking is – opnieuw anders dan horen, zien en ruiken – per definitie tweerichtingsverkeer. Wat zal de aanraking met God hebben gedaan toen Hij ons boetseerde? Allemaal speculatie natuurlijk. Of net wat te mensvormig gedacht over God. Maar, als we toch teruggrijpen op wat ik eerder schreef, dan ook nog even Marcus 1: diep ontroerd stak Jezus zijn hand uit en raakte de melaatse aan. En nu niet flauw doen en zeggen dat de aanblik Jezus ontroerde. Want dat was slechts het begin.
Wie geraakt wordt door God, wordt bevestigd of bedreigd in zijn fysieke voortbestaan. Ik heb in dit artikel vooral het eerste benadrukt, hoewel het tweede niet geheel achterwege is gebleven. Gods vinger treedt zowel in Exodus als in Lucas naar voren op een moment van conflict. Maar, ik denk dat in onze tijd waarin sociale distantie nadrukkelijk op de agenda staat, het belangrijker is om die bevestiging te benoemen. Tegelijkertijd is COVID-19 een wake-up call die lijkt op een verdronken kalf: we zijn al te veel de positieve kant van aanraking kwijtgeraakt in onze maatschappij.
Vleesgeworden Woord
Ik weet ook dat in veel van de voorbeelden die ik gaf er zowel een aanraking als een woord was. Jezus raakte de melaatse aan en zei: ‘Ik wil het.’ Sommigen zullen graag de nadruk leggen op dat woord. Maar ik ervaar woorden in onze maatschappij nogal vaak als overgewaardeerd. Woorden als liefdestaal zijn niet eenvoudig. Een hand op een schouder tijdens een begrafenis is vaak troostender en meer nabij dan haperende woorden. En soms denk ik, wanneer mensen al te veel nadruk op spraak leggen: het Woord is niet akoestisch, maar vleesgeworden.
Maar bovenal dit: Gods aanraking bevestigt ons bestaan, verbindt ons met onze Schepper en onderscheidt ons tegelijkertijd van Hem. Wanneer Hij ons aanraakt, vormt Hij ons, herstelt en reinigt Hij ons, verbindt Hij ons. Zulke aanraking hebben wij nodig en zulke aanraking kunnen wij anderen schenken.
Tips voor bijvoorbeeld een kringavond
- De fysieke ervaring van de stoelendans was er eerder dan dit artikel en heeft dit artikel ook mede gevormd. Ga je met een kring aan de slag met dit thema: doe dan die stoelendans of een andere oefening als inleiding.
- Zoek je bijpassende liederen, kijk dan naar de dienst van 21 juni op het YouTube-kanaal van de NGK Oegstgeest e.o..
- Bespreek met je kring de diverse aspecten van aanraking die dit artikel noemt.
- Welk aspect raakt jou? Welke Bijbelverhalen herken je hierbij?
- Laat de Bijbel bij elk aspect echt tot je doordringen.
- Brainstorm samen: hoe gaan en kunnen wij dat aspect van aanraking vormgeven in ons leven en dat van anderen?
Pieter Kleingeld is predikant van de NGK Oegstgeest.





