‘Ik ben onbedoeld een koploper’
- Interview
- Ontmoeting
Toen ze begon aan haar studie theologie, was Anne Lorein van plan om christelijk jeugdwerker te worden. Maar dat liep anders. In september wordt ze deeltijd-predikant van de NGK in Culemborg. ‘Dat maakt me onbedoeld een koploper, zoveel vrouwelijke predikanten zijn er nog niet binnen de NGK.’
Anne Lorein (1991) groeide op in Leuven, België. Ze studeerde aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven en deed daarna de predikantenopleiding van de Nederlands Gereformeerde Kerk. Vanaf september 2020 is ze als deeltijdpredikant verbonden aan de NGK Culemborg. Daarnaast is ze bezig met haar promotieonderzoek in de kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit Kampen.
Het geloof speelde al vroeg een belangrijke rol in het leven van Anne. ‘Op mijn elfde heb ik al heel bewust Jezus in mijn hart gevraagd, zoals ze dat in de kerkelijke kringen noemden waarin ik opgroeide.’ Zowel haar Nederlandse moeder als Belgische vader studeerden theologie. ‘Mijn ouders hebben lange tijd lesgegeven op zowel de universiteit als de middelbare school. Toen mijn broer en ik ook theologie gingen studeren, kregen we soms gekke reacties. Dan vroegen mensen aan mijn ouders: ‘Hebben jullie ze soms verplicht dat te gaan studeren? Terwijl het voor mij gewoon de studie was die het beste paste bij mijn interesses.’
Toch koos Anne niet meteen voor theologie. ‘Ik heb altijd veel belangstelling gehad voor mensen en had daarom in eerste instantie gekozen voor psychologie. Aan het einde van het middelbaar onderwijs werd ik ziek. Ik had de ziekte van Pfeiffer in een zware vorm. Er waren periodes dat ik niks kon of maar een ding op een dag. In de hoop aan de beterende hand te zijn ging ik toch studeren, tot een arts tegen me zei: “Dit gaat zo niet, je moet echt stoppen.” Toen ik mijn studie moest staken, ben ik me gaan bezinnen en af gaan vragen: is dit echt wat ik wil? Toen ontdekte ik dat ik een studie wilde waarbij ik God ook direct zou kunnen betrekken. Daar was de studie psychologie natuurlijk niet op ingesteld.’
Die periode van ziekte, die uiteindelijk anderhalf jaar duurde, was erg bepalend voor Annes geloof. ‘Ik was achttien jaar en zat voor mijn gevoel in de bloei van mijn leven. Ik herinner me nog dat ik een keer op de fiets zat en tegen God zei: “Ik wil alles voor U doen in uw koninkrijk.” En niet lang daarna werd ik ziek. Ik ben er niet trots op, maar ik ben toen echt boos geweest op God. Stel je je beschikbaar en dan word je zo ziek…. Toch heb ik nooit getwijfeld aan het bestaan van God. Wel zei ik tegen God: “Ik weet dat U bestaat, maar blijf maar even daar.” Ik hield God even op afstand.’
Genade verdienen
De periode van ziekte verruimde het beeld dat Anne had van God. ‘Wat ik vooral van die periode van ziekte heb geleerd, is dat je waarde niet zit in wat je doet. Ik heb daar onlangs nog een preek over gehouden. Het is zo menselijk om genade te willen verdienen. Maar het gaat niet om wat je doet, maar om wie je bent. Je ontvangt, en hoeft er niks voor te doen. Dat blijft wel een oefening hoor. Toen ik zei tegen God: het hoeft even niet voor mij, zei God dat niet tegen mij. Dat raakt me. Hij ging wel verder met mij, Hij liet me niet los. Niet dat je leven als christen altijd gemakkelijk is, maar Hij is er wel altijd bij. Zonder dat ik zweverig wil klinken, ben ik me door de jaren heen steeds meer bewust van een lijn tussen God en mij die altijd openstaat.’
Nadat Anne hersteld was, koos ze ervoor theologie te gaan studeren aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) in Leuven. ‘Ik ben breed geïnteresseerd en in theologie komt veel terug van wat ik interessant vind, zoals de dode talen Latijn en Grieks, maar ook geschiedenis, filosofie en het systematisch denken. En daarnaast natuurlijk het bezig zijn met mensen en het nadenken over ethische kwesties. Ik had het geluk dat die studie best veel vrije ruimte heeft, waardoor ik in mijn master ook nog de vakken psychiatrie en psychopathologie kon kiezen. Dat vond ik een belangrijke aanvulling, want ik ontdekte hierdoor waar je grenzen liggen als pastor. In sommige situaties kun je beter doorverwijzen naar andere professionals, zodat je als pastor naast de ander kunt blijven staan.’
‘Ik heb niet het idee dat ik mezelf
extra moet bewijzen als vrouw’
Tijdens de studie draaide Annes opvatting over vrouwen in het ambt 180 graden. ‘Ik kom uit een achtergrond waarin je als vrouw geen ouderling kunt zijn, niet mag preken en al helemaal geen predikant kunt zijn. Toen ik startte met theologie was het mijn plan om christelijk jeugdwerk te gaan doen. Maar toen ik in mijn derde jaar stage moest lopen, mocht dat niet in het jeugdwerk, omdat ik daar al zoveel ervaring in had. Mijn mentor zei toen: “Waarom ga je geen stage doen bij een vrouwelijke predikant in Nederland?”
Het was een periode waarin ze veel leerde, al was het ook confronterend. ‘Ik dacht: oei, straks heb ik een roeping… En als ik een roeping heb, dan heeft dat wel grote consequenties. Ik voelde me als een pop waar aan twee kanten aan getrokken werd. Mijn moeder gaf me toen het advies: “Anne, je moet je in Gods woord gaan verdiepen.” Dat ben ik gaan doen en al vrij snel daarna kreeg ik veel rust en vrede. Vervolgens zeiden vrienden tegen mij: “Is de predikantenopleiding van de NGK in Nederland niet iets voor jou?” Ik heb toen eerst nog een uitgebreide stage gelopen bij een NGK in Eindhoven. Het is een geleidelijk proces geweest, maar het werd steeds duidelijker dat dit mijn pad was.’
Onbedoeld koploper
In de predikantenopleiding waren veel vrouwelijke studenten. Maar dat Anne als eerste van die groep beroepbaar gesteld werd, had ze niet zien aankomen. ‘Toen bleek ik opeens toch weer een koploper te zijn. Dat was niet de intentie waarmee ik naar Nederland gekomen was. Het was een vreemde en ook frustrerende gewaarwording. Dat je er toch weer tegenaan loopt dat je afwijkt, omdat je vrouw bent. Ik heb niet het idee dat ik mezelf extra moet bewijzen als vrouw, maar tegelijkertijd heb ik wel het gevoel dat als ik onderpresteer, mensen dit snel koppelen aan mijn vrouw-zijn. Als een man minder presteert, zal niemand zeggen: “Logisch, het is een man.”’
‘Voor mij is het inmiddels heel gewoon dat ik predikant word. Al begrijp ik, door mijn achtergrond, de mensen goed die hier een andere mening over hebben. Maar die mening brengt me niet meer van mijn stuk. Wat ik wel lastig vind, is dat sommige mensen de conclusie trekken dat ik als vrouw in het ambt de Bijbel dus niet lees of me niet aan Gods woord houd. Ik vind het niet oké als mensen mij op die manier wegzetten. Ik lees de Bijbel wel als Woord van God, maar verklaar bepaalde situaties in het Nieuwe Testament op een andere manier en meen dat de Bijbel ruimte laat voor vrouwelijke predikanten.’
Vanaf september gaat Anne als deeltijdpredikant aan de slag in de NGK in Culemborg. Dat dit als bijzonder wordt gezien: een jonge vrouw en haar eerste gemeente, vind ze eigenlijk maar typisch. ‘Als een man van eind twintig in een gemeente begint als predikant is dat toch ook niet bijzonder? Voor mij is het niet meer dan logisch dat ik na studie, stage en veel preken op diverse plekken nu een eigen gemeente heb. Mijn supervisor noemde me eens autonoom. Ik heb niet per se voorbeelden, mensen naar wie ik opkijk of van wie ik denk: zo zou ik ook wel predikant willen zijn.’
Hoewel Anne zelf uit een andere traditie komt, is ze zich thuis gaan voelen in de NGK. ‘Mijn indruk van de gemeente in Culemborg is dat het een warme, betrokken en kleurrijke gemeente is. Ook de diversiteit qua leeftijden en achtergronden spreekt me aan. En ik denk dat ze verlangen naar een mooie liturgie. Daar heb ik zelf ook veel liefde voor. Mijn Nederlandse vriend heeft een gereformeerde achtergrond. Hij heeft meer feeling met de gereformeerde geloofscultuur en helpt me hierbij, want het is toch echt wel een ander kerkgenootschap dan waar ik uit kom. Ik ben erg blij dat ik iemand gevonden heb die mij steunt in het predikantschap.’
Helden
Naast haar werk als predikant is Anne bezig met een promotieonderzoek in de kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit Kampen. ‘De vraag wat er nu boeiend is aan kerkgeschiedenis krijg ik vaak. Het cliché-antwoord is natuurlijk dat je kunt leren van de geschiedenis. Maar voor mij is dat ook echt zo. Soms hoor ik een discussie en dan denk ik: als je eens wist wat hier veertig jaar geleden over gezegd is, dan zou je het veel beter kunnen plaatsen.’
‘Mijn promotieonderzoek richt zich op de tijd van de reformatie. Mensen brachten toen grote offers voor het evangelie, soms zelfs hun leven. Dat raakt mij. Het verdient respect en meer aandacht dan er nu voor is. In een lied van Kees Kraayenoord komt de tekst voor: “En nu zijn wij omringd door zoveel helden die ons zijn voorgegaan.” Het zou helpen als we wat meer zouden beseffen welke betekenis het verleden voor het heden en de toekomst heeft. Ik ben ook iemand die hecht aan traditie. Juist omdat je door het verleden beseft dat je in een lange traditie staat, met al die christenen die ons zijn voorgegaan.’
Annemarie van den Berg-Nap is journalist en cultureel antropoloog.





