Een helplied, van de Korachieten
- Eyeopener
Mijn beste vrienden hebt u van mij vervreemd,
mijn enige metgezel is de duisternis. Psalm 88:19
De donkerste psalm, zo kun je Psalm 88 wel noemen. Alleen al het eind met die aangrijpende woorden: ‘mijn enige metgezel is de duisternis’. Het lied is afkomstig uit de kring van de Korachieten. We zingen het nauwelijks in de kerk. Psalm 88, dat kun je de gemeente toch niet aandoen?
Er staan in het Psalmboek meer liederen die donkere kanten van het leven bezingen. Ik denk aan Psalm 42, waarin de dichter zichzelf vergelijkt met opgejaagd wild dat snakt naar water. Zo verlangt zijn ziel naar God. De dichter klaagt dat het zo ontzettend donker is in zijn leven. Hij wordt overspoeld door allerlei ellende. Zoals de golven van de zee continu blijven rollen: ‘Al uw baren en golven slaan over mij heen. Waarom ga ik in het zwart?’ Maar aan het eind komt er weer licht. Een beetje organist neemt de gemeente mee. Hij last een tussenspel in, trekt vervolgens flink wat registers open en de mensen zingen uit volle borst:
Maar de HEER zal uitkomst geven, Hij, die ’s daags Zijn gunst gebiedt.
’k Zal in dit vertrouwen leven, en dat melden in mijn lied.
Gelukkig, toch weer licht, toch weer lucht. Weg is de beklemming. Psalm 42 is even heel erg zwaar, maar eindigt gelukkig hoopvol. Het heeft een bevrijdende boodschap.
Maar Psalm 88? Daar ontbreekt die wending. Het blijft tot het eind triest en beklemmend donker. Het is als de duisternis voor de schepping. Alsof er nog helemaal geen licht geschapen is, afgrijselijk duister, oer- en oerdonker! De dichter voelt zich verschrikkelijk verlaten, door het leven, door zijn vrienden, door zijn bekenden. Niets is er over van zijn plannen, dromen en idealen. Het leven is over hem heen gewalst en hij kan geen kant meer op. ‘Ik ben als een man aan het eind van zijn krachten. Straks word ik als naamloze dode in een graf gegooid. Mijn graf moet het zonder steen doen. Ach, niemand zal ook de behoefte hebben om mijn graf op te zoeken’.
Stil
Het erge is niet alleen dat de dichter er zo aan toe is, maar dat hij daarin ook Gods hand ziet. ‘U hebt mij onderin de kuil gelegd. U hebt bekenden van mij vervreemd. U hebt ervoor gezorgd dat ik afgrijzen bij mijn vrienden oproep.’ ‘Mijn naaste mijdt mij als de pest – U vindt het best’, zeggen de dichters van Psalmen voor Nu. Mijden ze hem, omdat ze zijn ellende niet konden aanzien, zoals dat wel vaker gaat? Als iemand gezond is en aangenaam gezelschap, ziet het leven er heel anders uit. Gezellig een avondje doorzakken, kletsen met vrienden, een wijntje of biertje erbij. Maar als iemand ziek wordt, niet meer de deur uitkomt, al tijden niet meer zo gezellig is, hoe gaat het dan? Bezoek neemt af, we sturen nog een kaartje en later misschien nog een, maar op den duur raakt zo iemand geïsoleerd. Langzaam maar zeker wordt hij of zij aan zijn of haar lot overgelaten. Het wordt stil, dankzij God.
Onnoembaar afwezig
De dichter heeft het gevoel dat hij op sterven na dood is en dat God geen hand naar hem uitsteekt, dat God het er zelfs om doet! Het is lang geleden dat zijn ogen straalden van geluk of plezier. ‘En waarom, God? Wat is de zin ervan dat U niet ingrijpt? Straks lig ik in het graf, schiet U daar iets mee op? Hebt U ooit stemmen gehoord van doden, die aan elkaar vertellen van uw liefde of uw trouw? Hebt U ooit iemand horen jubelen over uw daden van uitredding of bevrijding? Ze zwijgen daar toch allemaal als het graf? Echt, het is de meest rustige buurt in de stad. Er gebeurt nooit wat. Maar ik wil juist wel dat er wat gebeurt. Ik wil vertellen en zingen over U! Waarom speelt U toch verstoppertje voor me?’
‘Daarom roep ik U om hulp, HEER! God van mijn heil, laat merken dat U er bent! De dichter doet een beroep op God tegen God. God van mijn heil. De God die al die verschrikkelijke dingen doet en die zijn leven aan stukken gegooid heeft. Hij kan weer heil brengen en zijn leven helen. Hij is Jahwe: Ik ben die Ik ben.’ ‘Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan’, zingt Sela in één van haar meest geliefde liederen. Maar voor de dichter is God onnoembaar afwezig. En toch, toch roept hij God aan.
Helplied
Ik vind het geweldig dat deze meest donkere psalm een plekje gekregen heeft in de Bijbel. In het Psalmboek vind je alle mogelijke liederen: echte praisesongs, maar ook liederen waarin zorgen worden benoemd, waarin mensen hun twijfels uiten, hun angsten of verdriet. Ook liederen waarin gedankt wordt voor verhoring van gebeden of wonderen van uitredding. Maar dus ook dit lied, volgens de NBG ’51 een leerdicht. ‘Hier heb je een lied,’ zeggen de Korachieten, ‘voor als je leven verschrikkelijk donker en pijnlijk is en je helemaal niets snapt van God. Misschien helpt dit leerdicht je om je gevoelens te verwoorden.’ Het is een van de manieren waarop de Geest onze verlegenheid te hulp komt. Een ‘helplied’.
Psalm 88 zal niet snel op Facebook worden gedeeld. We zingen het ook nauwelijks in de kerk. Maar gelukkig vind je het lied wel in de Bijbel! Gods Geest heeft het een plek gegund. Het helpt je als je er zelf beroerd aan toe bent. Maar het helpt je ook als je broer of zus in zo’n situatie verkeert. Ik denk wel eens aan deze psalm als ik beleidsstukken met visies en dromen over de kerk lees. We willen graag een leuke en gezellige kerk vormen met elkaar. Maar is er in die kerk ook ruimte voor mensen die aan de dark side van het leven verkeren? Mensen die soms al jarenlang chronisch ziek zijn en moeten leven met hun ziekte of beperking. Die soms de wanhoop nabij zijn en geen leuke teksten hebben om te delen? Niet zo gezellig maar als er ergens een plek is waar ze welkom zijn, dan toch het huis van God?
Beurtzang
Volgens de NBV is deze psalm geen leerdicht maar een beurtzang. Is het lied op de – denk ik, treurige – wijs van ‘De rietpijp’ regel voor regel om beurten gezongen door een mannen- en vrouwenstem? Met de bedoeling dat je niet alleen de ellende uitzingt maar ook laat binnenkomen bij jezelf? Het zou goed kunnen. Vandaag kunnen we dit lied ook op een andere manier als beurtzang laten klinken. Door het lied zelf te zingen en het vervolgens te horen uit de mond van onze Heer. Het lied is hem op het lijf geschreven. Van jongs af aan was Hij in doodsgevaar. Eerst wilde Herodes hem vermoorden, later waren er anderen die hem naar het leven stonden. Zijn beste vrienden lieten hem in de steek, toen de dood op hem afkwam. Voor Hij stierf was er midden op de dag drie uur lang diepe duisternis. Uit zijn mond klonk de schreeuw: ‘Waarom, HEER, verstoot U mij en verbergt U voor mij uw gelaat?’
Jezus kent onze duisternis van binnenuit. De diepste put van donkere eenzaamheid en Godverlatenheid is Hem niet vreemd. Hij is afgedaald in de allergrootste diepte. Als alles onder ons wegzakt en het donker wordt, is er gelukkig een die bij ons blijft: Jezus!
Om over door te denken of door te praten
- Op YouTube vind je verschillende muzikale bewerkingen van Psalm 88, met of zonder woorden. Welke spreekt je aan en waarom?
- Zijn er perioden in je leven (geweest), dat je jezelf herkende in Psalm 88? Of in dat van een van je naasten? Hoe kan zo’n lied dan helpen?
- Vind je deze Psalm geschikt voor gemeentezang?
- Op de zeebodem voor de Italiaanse kust bij San Fruttuoso staat het beeld ‘Il Christo degli Abissi’ – De Christus van de afgrond. Heel anders dan het bekende beeld bij Rio de Janeiro, dat hoog uittorent boven de stad. Wat zou de beeldhouwer hiermee willen zeggen?
Roel Venderbos is deeltijd predikant van de NGK Kampen en deeltijd geestelijk verzorger in een verpleeghuis.




