Het verdriet van Gods geest

Myriam Klinker | 29 februari 2020
  • Eyeopener

Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want Hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. (Efeziërs 4:30)

Gods Geest verdrietig maken, het is bijzonder dat dit kan. Maar hoe dan? Gods Geest wordt verdrietig als wij elkaar pijn doen, schrijft Paulus. Want de zonde tegen de liefde voor onze broers en zussen zet onze band met God zelf op het spel.

(beeld Ilya Burden/iStock)

(beeld Ilya Burden/iStock)

Soms wordt in de Bijbel op heel menselijke manier over de werkelijkheid van God gesproken. Zo ook in Efeziërs 4:30 waar Paulus oproept: ‘Maak Gods heilige Geest niet bedroefd’. Kennelijk kun je de Geest van God verdrietig maken. Het Griekse werkwoord lupeoo drukt zoveel uit als ‘verdriet doen’, ‘pijn doen’ (ook wel ‘ergeren’ of ‘beledigen’). Het wordt meestal gebruikt om menselijk verdriet te beschrijven. Zo was Herodes Antipas ‘bedroefd’ om het lot van Johannes de Doper vanwege zijn belofte aan Salome. En de christenen in Tessalonica hoeven niet te ‘treuren’ over hun overleden broers en zussen. Net zoals wij pijn kunnen ervaren in een gebroken situatie, kan ook Gods Geest door ons toedoen blijkbaar verdrietig zijn.

Het lijkt een wat onopvallende aansporing van Paulus in een hele reeks. Je leest er bijna gedachteloos overheen. Maar Paulus’ tijdgenoten konden de ernst ervan niet missen. De heiden-christenen tot wie de apostel zich richt, wisten wat het betekende om een godheid verdriet te doen: oordeel zou volgen! Dit blijkt bijvoorbeeld uit de Argonautica, een verhaal van de dichter Apollonius Rhodius (derde eeuw voor Christus) waarin de zoektocht van Jason en de Argonauten naar het Gulden Vlies wordt beschreven. De profeet, Phineas, had te veel van Zeus’ plannen bekendgemaakt. Dat had Zeus verdriet gedaan. Diens oordeel bleef niet uit: Phineas werd gestraft met ouderdom en blindheid. Door zijn bijna onopvallende aansporing om Gods heilige Geest geen verdriet te doen, onderstreept Paulus de ernst van de zonden waartegen hij waarschuwt.

Boosheid

Over welke zonden gaat het dan? Hoe kunnen wij Gods Geest verdriet doen? Blijkbaar heel gewoon al door de manier waarop we met elkaar communiceren. Immers, meteen voorafgaand aan zijn waarschuwing schrijft Paulus: ‘Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort’. Vuile en afbrekende woorden wijzen op een ernstig verstoorde communicatie. De ervaring leert dat daaronder vaak veel boosheid schuilt. Het verrast dan ook niet dat in de verzen rondom deze aansporing ook ‘boosheid’ een thema is. Paulus begint in vers 25 met een oproep om te communiceren in waarheid. Wij zijn immers aan elkaar verbonden als ledematen van hetzelfde lichaam. De zon mag niet ondergaan over onze boosheid (vers 26). Wrok, drift, geschreeuw, gevloek, kwaadaardigheid… dat alles moet plaatsmaken voor goedheid, medeleven en vergeving (verzen 31-32). Met andere woorden: elkaar liefdevol opbouwen, waarachtig eenheid zoeken! Anders doen we niet alleen elkaar, maar ook Gods Geest pijn.

Een zegel werd gebruikt om
eigenaarschap aan te duiden

Ook in Jesaja is een passage te vinden waar Israël Gods Geest verdriet doet (Jesaja 63:10, al gebruikt de Griekse vertaling daar een ander werkwoord). Jesaja beschrijft op bijna poëtische wijze de reddende liefde van de HEER voor zijn volk. ‘Hij tilde hen op en heeft hen gedragen, alle jaren door’, klinkt het. En dan volgt een anticlimax: ‘Maar zij zijn in opstand gekomen en hebben zijn heilige Geest gekrenkt.’ Daarmee duidt Jesaja op de afgoderij van Israël, de steeds weer herhaalde ontrouw in het verbond met de HEER. Het is goed mogelijk dat Paulus aan deze passage uit Jesaja heeft gedacht bij het schrijven van zijn brief aan de Efeziërs. De zonde tegen de liefde voor onze broers en zussen ziet hij op een dieper niveau: als een vorm van ontrouw aan onze band met God. Een tweetal details in de tekst lijkt daarop te wijzen.

Eigenaarschap

Ten eerste noemt Paulus Gods heilige Geest een stempel waarmee de Efeziërs gemerkt zijn. Eerder in de brief, in Efeziërs 1:13-14, vergeleek hij de Geest al met zo’n stempel. Het gaat dan om zoiets als een zegel. Zegels werden destijds om allerlei redenen gebruikt. Je kon, net als vandaag, iets ‘verzegelen’ met het oog op de veiligheid ervan. Een zegel kon ook als een soort certificaat de echtheid van iets waarborgen en soms diende het als identificatie, bijvoorbeeld bij het verzenden van een brief. Maar een zegel of stempel werd ook gebruikt om eigenaarschap aan te duiden. En dit klinkt volgens de meeste uitleggers mee wanneer Paulus het beeld hier gebruikt. Gods heilige Geest in ons is een merkteken dat wij ‘van Hem’ zijn. God heeft zich aan ons verbonden, net zoals eerder dus ook aan Israël. Dat zijn Geest in ons woont, is elke dag weer het bewijs dat wij zijn kinderen zijn. En daarom kan Hij aanspraak op ons maken.

In dat opzicht is het merkteken van de Geest
een baken van hoop

Een tweede detail, in lijn hiermee, is de vermelding van de duivel in vers 27. ‘Geef de duivel geen kans’, waarschuwt Paulus. De duivel is degene die de band tussen God en zijn kinderen met lede ogen aanziet. Een verstoorde communicatie door onderlinge boosheid of wrok is voor hem een uitgelezen kans om zich Gods kinderen ‘toe te eigenen’. Hij vindt het wel prima als wij de Geest van God verdriet doen en daarmee ons verbond met God op het spel zetten. Maar wij hoeven geen willoze slachtoffers te zijn. Zorg dat de duivel geen voet tussen de deur van je leven krijgt, zegt Paulus.

Aanbetaling

Tegelijk is er ook reden tot vertrouwen. We vallen niet zomaar uit Gods hand. De heilige Geest is een merkteken ‘voor de dag van de verlossing’, voegt Paulus toe. Dezelfde gedachte is ook weer te vinden in Efeziërs 1:13-14. Daar noemt Paulus de Geest bovendien een voorschot op onze uiteindelijke verlossing. Met zijn Geest geeft God ons alvast het bewijs van zijn wil om ons te redden. Het is bij wijze van spreken zijn aanbetaling voor de toekomst die Hij heeft beloofd. Gods Geest staat garant voor wat komen gaat.

Desondanks vindt Paulus het dus nodig om de christenen in Efeze flink aan te sporen. In de tijd tussen de opstanding van Jezus en zijn wederkomst, staat alles immers strak op spanning. Aan de ene kant zijn christenen dankzij Jezus’ opstanding al verlost van de dodelijke effecten van de zonde. Ze zijn immers overgegaan naar een nieuwe eigenaar. Gods Geest is het merkteken daarvan. Paulus herinnert de Efeziërs in dat opzicht aan hun verleden. ‘U was dood door de misstappen en zonden waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn’ (Efeziërs 2:1-2). Wie het merkteken van Góds Geest draagt, mag ervan verzekerd zijn dat zonde en dood hun ultieme macht over wie God toebehoren zijn kwijtgeraakt.

Baken van hoop

Aan de andere kant is het nog wachten op Jezus’ wederkomst. Zonde en dood zijn volop aanwezig in deze wereld: spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran, conflicten in Syrië, in Libië… En ook onder christenen is de zonde meer dan ooit aanwezig. Want het zijn natuurlijk allereerst de christenen zelf die door Paulus worden aangesproken op hun onderlinge liefdeloze gedrag. Ongetwijfeld roept dit herkenning op. Die ene broer of zus die ik toch liever ontloop. Of dat conflict dat maar niet opgelost raakt. Of de moeite die we hebben om als christenen daadwerkelijk één te zijn in Christus. De duivel ziet zijn kans schoon. In dat opzicht is het merkteken van de Geest een baken van hoop: er komt een dag dat niet alleen de macht, maar ook de aanwezigheid van zonde en dood voorbij zal zijn.

In de tussentijd moeten we ons stevig vasthouden aan de band met God en ons ervoor hoeden zijn Geest verdrietig te maken. Sterker nog, hoe mooi zou het zijn als we waarachtig en vol liefde met elkaar konden omgaan en daarbij alleen maar vriendelijke en opbouwende woorden zouden spreken? Wie weet lukt het ons dan Gods heilige Geest zelfs blij te maken…

Om over door te spreken

Lees Galaten 5:22-26. Hoe kun je wat Paulus daar over de Geest schrijft in verband brengen met bovenstaande tekst?

Ervaar jij iets van het werk van de Geest in je leven? En hoe dan?

De Geest verdriet doen… Is dat niet een al te menselijke voorstelling van de heilige Geest? En kun je de Geest dan ook blij maken?

Over de auteur
Myriam Klinker

Myriam Klinker is universitair docent Nieuwe Testament.

Meest gelezen

God begint, Jakob wint

God begint, Jakob wint

Maurits Oldenhuis
  • Eyeopener

Het is een van de meest mysterieuze verhalen in de Bijbel. Jakob vecht op de oever van de Jabbok met een vreemdeling die later God blijkt te zijn. Dat is al vreemd. Maar alsof het niet genoeg is: Jakob wint ook nog. Dit verhaal is niet alleen mysterieus, het is bizar en ongehoord.

Lees artikel
Elkaar bemoedigen in het geloof

Elkaar bemoedigen in het geloof

Jeroen Sytsma
  • Eyeopener

Stel dat je de grote apostel Paulus tegenkomt, hoe zou jij hem dan bemoedigen? Ja, je leest het goed: Paulus heeft bemoediging nodig en hij gaat ervan uit dat jij die kunt geven. Dat schrijft hij zelf aan het begin van zijn brief aan de christenen te Rome.

Lees artikel
Toeval bestaat…

Toeval bestaat…

Almatine Leene
  • Eyeopener

Christenen zijn geneigd te zeggen dat toeval niet bestaat. God bestuurt alles en toeval staat daarmee in contrast. Maar staat toeval eigenlijk wel tegenover Gods leiding?

Lees artikel
3:16

3:16

Rob van Houwelingen
  • Eyeopener

Johannes 3:16 staat onbetwistbaar boven aan de top tien van meest geliefde Bijbelteksten. Het is de tekst waarnaar het meest verwezen wordt op internet. Een Bijbelstudie van Rob van Houwelingen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief