Juichen om de uitverkiezing
- Eyeopener
Op dat moment begon Hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.’
Lucas 10:21
De uitverkiezing. Het is misschien wel het meest besproken onderwerp op catechisaties en bijbelstudies. Maar ook een onderwerp waarover we struikelen in onze geloofsgesprekken. Onbegrijpelijk en onrechtvaardig dat Jezus mensen bij voorbaat al zou toelaten of uitsluiten. Hoe kan Jezus juist hierover staan te juichen van vreugde?
Jezus jubelt het uit: ‘Sommigen hebben het evangelie verworpen, anderen namen het aan. De hemelse Vader houdt de krachten van het Koninkrijk voor de een verborgen, de ander geeft Hij er zicht op.’ Jezus verheugt zich over de eudokia – Gods raadsbesluit, hoe het God heeft goedgedacht. Dat is voor ons moeilijk te begrijpen. Als wij praten over afval van Christus en kerkverlating, doen we dat in mineur. Natuurlijk doen we dat! En wanneer in verband hiermee ook nog Gods wil ter sprake komt, raken we in verwarring, of komen zelfs in verzet. Wij huiveren bij de gedachte aan Gods besluit van verkiezing en verwerping. Maar als Jezus over deze dingen spreekt, doet Hij dat vervuld met de heilige Geest. Nergens anders in de Schrift is Hij zo hooggestemd als hier.
Willen we Jezus’ blijdschap begrijpen en, wat meer is, ons enigszins eigen maken, dan moeten we oog hebben voor het moment waarop die vreugde doorbreekt. In Lucas 10:1-20 komt Gods bemoeienis met zijn volk tot een hoogtepunt. Er is sprake van de meest intensieve evangelisatiecampagne die er ooit in Israël was. Jezus heeft 72 leerlingen uitgezonden om tot in het kleinste gehucht (vers 1) te melden: ‘Het koninkrijk van God is nabij.’ (vers 9 en 11) En dat koninkrijk komt met kracht! De leerlingen genezen (vers 9), onderwerpen demonen (vers 17) en breken de kracht van de vijand (vers 19). Jezus onderneemt een veldtocht voor het Koninkrijk die z’n weerga niet kent.
En wat gebeurt er? Tijdens deze veldtocht bepalen de hoorders hun positie tegenover dat koninkrijk. Want het evangelie brengt vrede, jazeker, maar is tegelijk onontkoombaar confronterend. Het evangelie, op het scherpst van de snede verkondigd, is als een tweesnijdend zwaard, dat dwars door Israël heen snijdt. Sommigen nemen het evangelie aan, anderen verwerpen het. Sommigen blijken kinderen van de vrede te zijn (zie vers 6), anderen wolven (vers 3). In het licht van deze voorgeschiedenis, die hier z’n hoogtepunt bereikt, maar waarvoor God eeuwen nam, moeten we Lucas 10:21 verstaan.
Nergens anders in de Schrift is
Hij zo hooggestemd als hier
De 72 zijn teruggekeerd. Jezus ziet wat zijn veldtocht voor Gods rijk teweeg heeft gebracht in hemel en op aarde. En dan, op dat moment zingt Hij over Gods eudokia. Als theologen nadenken over Gods verkiezing, beginnen zij niet zelden bij Gods besluit van eeuwigheid. We vragen ons bijvoorbeeld af hoe dat besluit stap voor stap tot stand is gekomen en hoe dit soevereine besluit zich verhoudt tot de menselijke verantwoordelijkheid.
In Lucas 10:21 roemt Jezus Gods raad, nadat die zich voor zijn ogen gerealiseerd heeft. Dat is veelzeggend. Pas als Gods werk klaar is, kun je je er echt over verheugen. Dan overzie je en doorzie je het geheel. Je kunt het vergelijken met de bouw van een huis. Zolang dat in de steigers staat, valt er weinig te bewonderen. Dat kan pas als het af is. Zo is het ook met Gods plan dat door de tijd heen werkelijkheid wordt. Het staat nog in de steigers. Eens zullen we zien dat het zich heeft doorgezet en hoe en wat het heeft gebracht. En dan, als de geschiedenis voltooid is en de schellen van onze ogen gevallen zijn, kunnen we, net als Jezus, uit volle borst zingen over Gods geweldige plan, zijn eudokia.
Bevrijdend principe
Maar Lucas 10:21 vertelt ons ook waarom Jezus jubelt. Omdat zich een scheiding heeft voltrokken? Omdat sommigen nee hebben gezegd tegen het koninkrijk? Natuurlijk niet! Jezus heeft juist alles op alles gezet om heel het volk te behouden. Later, als het volk zich hardnekkig blijft verzetten, zegt Hij huilend: ‘Had ook jij maar geweten wat vrede kan brengen. Maar dat blijft voor je ogen verborgen.’ (Lucas 19:42) Hardnekkig verzet tegen Gods vrederijk is om te huilen. Waarom juicht Jezus dan wel? Omdat Hij ziet welke scheiding de bediening van het evangelie tot stand brengt. Zijn Vader houdt deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen, maar onthult die aan eenvoudigen. Eerder zong Jezus’ moeder: ‘Wie honger heeft, overlaadt Hij met gaven, rijken stuurt Hij weg met lege handen’. Dat is Gods eudokia.
Aan Gods raadsbesluit ligt geen willekeur ten grondslag, maar het kritische en bevrijdende principe dat we in de hele Bijbel zien. Consequent verkiest God hetgeen onaanzienlijk en veracht is. Hij kiest niet de oudste, maar de jongere broer; niet het geziene Egypte of Babel, maar het onaanzienlijke Israël. Paulus schrijft: ‘Wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen’. (1 Korintiërs 1:27). De weg waarin Gods plan zich voltrekt, draagt het karakter van het bevrijdende evangelie zelf. Het is een heilsplan en brengt gerechtigheid. Daarom spreekt de Heiland niet van een decretum horribile (huiveringwekkend besluit), maar van Gods eudokia, Gods welbehagen.
Wie anders dan de boze zou op dat
plekje z’n bokkenpoot willen zetten?
In Lucas 10:21 zit nog een laag. Het Koninkrijk blijft verborgen voor wijzen en verstandigen, maar wordt onthuld aan eenvoudigen. Elders spreekt Jezus van kinderen – ‘de Wijsheid wordt gerechtvaardigd door al Haar kinderen’ (Lucas 7:35). Wil je je aan het evangelie van Gods koninkrijk overgeven, dan vraagt dat van je, dat je je zo klein weet als een kind. Wijzen en verstandigen zijn te wijs en te verstandig om mee te gaan met die dwaze koninkrijksbeweging van Jezus. Wijzen en verstandigen vinden dat Koninkrijk geen goed idee, en een gekruisigde Christus vinden ze een dwaasheid: zou ik het daarvan moeten hebben? In de wijsheid van deze wereld zit nogal wat eigendunk en zelfgenoegzaamheid. Maar God geeft daar in zijn wijsheid geen millimeter aan toe. Hij kan die geen plek geven in zijn rijk. Daar ruimte voor geven, zou hetzelfde zijn als het kwaad een plek geven in zijn rijk. En wie anders dan de boze zou op dat plekje z’n bokkenpoot willen zetten?
Ook daarom blijven de geheimenissen van Gods rijk verborgen voor de wijzen en verstandigen, maar worden ze aan de eenvoudigen, aan kinderen onthuld. Het evangelie van Jezus Christus is zo geaard, dat het tussen deze twee een scheiding maakt, om te beginnen in ons eigen hart. Daarin strijden wijsheid en eenvoud, verstand en kinderlijk geloof met elkaar om het hardst.
Vragen
Veel christenen worstelen met de uitverkiezing. Jezus spreekt er juist uiterst blijmoedig over. Hoe helpt dat jou om ook te gaan zingen van de verkiezing?
Er wordt wel gezegd: ‘De voorbeschikking is meer iets voor de nabeschouwing’. Hoe kijk je in het licht van Lucas 10:21 tegen deze uitspraak aan?
Om te beginnen in ons eigen hart strijden wijsheid en eenvoud, verstand en kinderlijk geloof het hardst met elkaar. Wat kun je daar zelf over vertellen?
Ds. Jan Mudde is als predikant verbonden aan de NGK Enschede-Lasonderkerk. Hij is ook kernredacteur van Onderweg.




