Drie visies, een toekomst
- Interview
- Thema-artikelen
Hoe concreet wordt ons in de Bijbel de toekomst voorzegd? Leven we in de eindtijd, is de wederkomst van Christus aanstaande? En wat betekent je idee over deze dingen voor het leven vandaag? Zijn we niet tot marionetten gemaakt? Drie verschillende visies op de toekomst.
Rob van Houwelingen: ‘Als de toren van Pisa erdoorheen zou komen, wordt die dan rechtgezet?’ (beeld Ekinyalgin/iStock)
‘Stel nou dat de profeten het bij het rechte eind hebben’
Tien lijvige boekwerken heeft gepensioneerd orgelbouwer Gert van de Weerd inmiddels geschreven, studiemateriaal bij de geschriften van de profeten.
Gert begon met de klus toen hem gevraagd werd Bijbelstudies voor jongeren te leiden, over de eindtijd. Wat moest hij gaan zeggen? Er waren zo veel meningen, die elkaar soms behoorlijk tegenspraken. ‘Het Hebreeuws levert belangrijke gegevens op. Mijn probleem met veel theologie is dat men herhaalt wat al honderd keer gezegd is, zonder naar die grondtekst te kijken. Het is ook monnikenwerk om woord voor woord te kijken wat er staat. Ik heb negen jaar gewerkt aan mijn commentaar op Jesaja, tussen de vijftig en de zeventig uur per week. Waarom ik het doe? Omdat ik heel ongelukkig word als ik het niet doe.’
Zelfbeschikking
‘Of we in de eindtijd leven? Daar waag ik me niet aan. Ja, er wordt een aantal kenmerken genoemd. Zo zal bijvoorbeeld de liefde verkillen. Maar de beoordeling van die kenmerken is heel persoonlijk en afhankelijk van de tijd waarin je leeft. Als we praten over het einde der tijden dan is voor mij fundamenteel dat God een raad heeft opgesteld, een plan. Een groot deel van dat plan is afhankelijk van mensen. We hebben zelfbeschikking, dat is heel wezenlijk: geloof je wat er staat of geloof je het niet? Anders zouden mensen van dom lot afhankelijk zijn. De raad van God is slechts bij uitzondering tijdsbepaald. In de profetie van Daniël wordt bijvoorbeeld gesproken over de herbouw van de tempel en de grote verdrukking. Daar worden ankerpunten neergezet. Dat zijn dingen die staan te gebeuren. In die raad van God ken ik de mens een grote verantwoordelijkheid toe. Ik ben opgegroeid in een milieu waarin we dingen op God afschuiven. Maar die vlieger gaat niet op. De mens is wat mij betreft in staat om goede dingen te doen. Ik heb familieleden gehad waar geen kwaad in zat, mijn moeder bijvoorbeeld. Ik vond haar net een engel. Het geldt niet voor mij hoor, ik heb van alles uitgevreten.’
Toeschouwer
Er was een tijd in het leven van Van de Weerd dat hij twijfelde aan het geloof en boeken van andere godsdiensten bestudeerde. ‘Het christendom vond ik een hoogst vreemde godsdienst, met wel tientallen schrijvers. Hebben die allemaal God zelf persoonlijk gesproken? Maar een paar beweren dat: Mozes, Elia, Abraham en de schrijvende profeten. Die laatsten hebben hun verslag achtergelaten. Stel nou dat ze het nog bij het rechte eind hebben ook, dan mogen ze elkaar nergens tegenspreken, ze hebben tenslotte dezelfde persoon gesproken. Daarmee nam ik een groot risico, stel dat ik toch iets zou vinden. Maar dat is nog niet gebeurd. Daarom zijn die profeten voor mij belangrijker dan dogma’s. Dat blijven mensenwoorden. Ik vind mezelf geen theoreticus, ik verlang naar het gesprek dat Joden met elkaar voeren, waarbij er soms bizarre denkbeelden op tafel komen. Een eindeloze discussie: wat staat er? Ik hecht aan ontzag voor de raad Gods, die is zeer in mijn achting gestegen. Ik voel me meer toeschouwer dan dogmaticus. De verwondering voert steeds meer de boventoon.’
Opname
Inmiddels is Van der Weerd met het laatste Bijbelboek bezig. ‘Een predikant voorspelde: je komt ooit bij Openbaring uit. Dat blijkt dus. Je moet weten dat ik geloof in de opname van de gemeente. Dat baseer ik niet alleen op de bekende tekst in Tessalonicenzen, maar op nog vier teksten. Zelfs in Daniël wordt ernaar verwezen. Ik heb vier kinderen die niet allemaal meer naar de kerk gaan. Stel je voor dat de opname plaatsvindt, en ik verdwijn, op welke manier dan ook. Ik zou bijvoorbeeld kunnen overlijden, of verdwijnen, de manier waarop weet ik niet. Degenen die achterblijven zullen zich afvragen: wat gebeurt er? Daarom schrijf ik die boeken over Openbaring, zodat ze het zullen weten en tot geloof kunnen komen. Ik heb goede hoop. Na dat moment van opname zullen er nog miljoenen zich bekeren, een schare die niemand tellen kan.’
‘Wat Trump nu doet, zal op termijn niet vruchtbaar zijn’
‘Voor mij is het nog niet zo zeker of het goed afloopt. De belofte van God is geen voldongen feit, geen Heilsexpress met een dienstregeling en een eindbestemming.’ Dr. Wouter Slob is PKN-predikant in Zuidlaren en schreef mee aan het boek Liberaal Christendom.
Hij plaatste een extra hoofdstuk over zijn toekomstvisie op de website bij het boek. ‘Een belofte gaat over de toekomst en is dus per definitie ongewis. Als alles vastligt, wordt het handelen van de mens volstrekt overbodig. Dan heeft God zijn plannen en die staan helemaal los van wat mensen daarvan vinden. Dan zou de relatie van God met de schepping niet meer van wezenlijk belang zijn. Het gaat God nu juist om die relatie. Daar mag je uit leven, ook naar andere mensen toe. Vanuit die relatie kun je en moet je verantwoordelijkheid nemen en concreet gestalte geven aan de liefde van Christus. Dat lijkt mij de belofte. Als de uitkomst van tevoren vastligt, maakt dat mensen tot marionetten. Terwijl navolging is: de liefde van Christus gestalte geven.’
Gat
‘Eschatologie betekent dat we in een tussentijd leven, tussen het ‘reeds’ (in Christus) en het ‘nog niet’ (de belofte). In het klassieke theïsme wordt die tussentijd gezien als een gat waarin het goddelijke afwezig is en wij zitten te wachten tot Christus terugkomt om alles waar te maken. Ik zeg: dat gat is helemaal niet leeg. De gemeente stelt Christus present waar de liefde van God wordt waargemaakt.’
Hoop
‘Ik ben erg gecharmeerd van wat Beatrice de Graaf schrijft over de hoop in haar boekje Heilige strijd. Als niet-theologe introduceert ze, met enige schroom, een theologisch begrip als hoop in de discussie over veiligheid. Theologen hebben vaak wat aarzeling om zo direct in de samenleving te spreken en een boodschap voor de wereld te hebben. Vanuit onze eigen context zijn we geroepen in hoop te leven. Het alternatief is dat we in cynisme of onverschilligheid vervallen. Het apocalyptische denken is sterk aanwezig in de samenleving: het idee dat alles vervalt en verdwijnt. Je gaat van bijna alles dood en het wordt altijd alleen maar minder. Het leidt ertoe dat we zoveel mogelijk voor onszelf bijeen willen harken en de rest van de wereld aan zijn lot overlaten. Dit denken vergroot het kwaad in de wereld. Daar moeten we de hoop tegenover zetten, dat is onze verantwoordelijkheid.’
Dienen
Vanuit deze gedachtegang zou de kerk heel concreet kunnen spreken in de wereld, juist vanuit het toekomstperspectief. Slob wil daar wel graag een kanttekening bij plaatsen. ‘In de negentiende eeuw was dit ook aan de orde. Denk aan Albert Schweitzer, hij ging medicijnen studeren, wat sterk vanuit de navolgingsgedachte gemotiveerd was. Dat positivisme is stukgelopen op de Eerste Wereldoorlog. De vrijzinnige theologie van die tijd protesteerde ook niet sterk genoeg tegen de opkomst van Hitler. Daar zag maar een klein deel van de kerk het gevaar van in. Het probleem was dat men te veel de waarheid in pacht meende te hebben. Wij hebben de waarheid van God juist niet in onze macht. Dat lijkt me de essentie van het concreet gestalte geven aan de liefde van Christus waar ik het net over had. Het gaat daarbij altijd om het dienen van de ander, niet om het doordrukken van je eigen ideeën.’
Naïef
‘Om het concreet te maken: je ziet in de internationale politiek wat ervan komt, wat terugslaan oplevert, zoals in de twee golfoorlogen. Het maakte de opkomst van ISIS mogelijk en bracht vluchtelingenstromen op gang. Zou de lijn van de naastenliefde hier niet veel beter gewerkt hebben? Je kunt dat naïef vinden, dat je je te kwetsbaar opstelt. Maar was de realpolitik van de laatste tijd dan niet naïef? Het is ook niet de bedoeling dat we ons uitleveren, maar dat we elkaars belangen dienen. Jij de mijne, ik de jouwe. Zo gaat het in een goed huwelijk, zo zou het in de internationale politiek ook moeten gaan. Op basis van respect. Wat Trump nu doet, waarbij het alleen om onszelf gaat, dat zal op termijn niet vruchtbaar zijn. Het einddoel is Gods zaak. Het koninkrijk stellen wij niet in, maar het voedt wel de hoop. Die hoop maakt dat ons gevraagd wordt om in liefde te dienen.’
‘Wordt de toren van Pisa dan rechtgezet?’
Als Rob van Houwelingen, hoogleraar Nieuwe Testament in Kampen, het over de eindtijd heeft, kiest hij zijn vertrekpunt graag in 2 Petrus 3. Het gaat daar over de wereldbrand, dat hemel en aarde zullen voorbijgaan.
Van Houwelingen ziet dan ook weinig ruimte voor continuïteit tussen de huidige wereld en de nieuwe. ‘Continue denkers, zoals Wim Rietkerk, gaan uit van een louterend vuur, waarbij het hele bestel van nu, inclusief onze goede werken, wel mee kan naar het nieuwe. Dat lijkt mij wishful thinking. Petrus laat het beeld zien van een kosmische ramp die vergelijkbaar is met de zondvloed, een gerichtsvuur, dat alles wegvaagt. Er staat vrij heftig: de dag van de Heer zal komen als een dief, de elementen zullen door vuur vergaan. Vanwege deze tekst zie ik nog geen werk van Picasso in het nieuwe Jeruzalem hangen.’
Doemdenker
‘Je kunt de vraag stellen of ik geen doemdenker ben. Of misschien dat Petrus een doemdenker zou zijn. Er staat in Openbaring dat de volken de eer zullen indragen in het nieuwe Jeruzalem. Dat betekent: niet-materiële eer, lofprijzing. Afrikanen kunnen bijvoorbeeld heel mooi zingen, dat heb ik zelf meegemaakt tijdens een kerkdienst in Malawi. Er was wel een preek, maar steeds waren er groepjes mensen die een lied aanhieven. Dat is de eer van het volk van Afrika. Volgens mij moet je niet denken aan cultuurschatten, die zijn voor deze wereld. We zijn hier het koninkrijk ook niet aan het vestigen. We moeten doen wat onze hand vindt om te doen. Het nieuwe Jeruzalem zal uit de hemel neerdalen. Juist omdat je weet dat er een einde aan komt, moet je alles van God verwachten. Iemand die gehoord heeft dat hij niet lang meer te leven heeft, zal proberen zijn resterende tijd nog goed te besteden.’
Marionetten
Dat een dergelijke toekomstvisie ertoe leidt dat mensen marionetten in Gods plan worden, herkent Van Houwelingen niet. ‘Ik ga nu mijn standpunt nuanceren. Ik wil wat in 2 Petrus 3 staat niet afzwakken, omdat de aarde zo nodig gered moet worden. Maar er zijn wel andere teksten die we in rekening kunnen brengen, zoals Openbaring 14:13, waar staat dat de gestorven gelovigen vergezeld zullen worden door hun daden (NBV). Als je Christus volgt, zullen ook dingen door het gerichtsvuur heen komen. Alleen, dat is niet onze verdienste, dat is Gods genade. Mijn punt is: het moet van boven komen en niet van beneden. De discontinuïteit van 2 Petrus 3 wil ik maximaal honoreren. Maar we zijn toch niet dopers, wordt dan gezegd. Deze wereld is toch niet voor Jan Joker gemaakt? Onderschat niet hoe diep het kwaad zich heeft ingevreten in de schepping. Trouwens, als de toren van Pisa erdoorheen zou komen, wordt die dan rechtgezet? Misschien zullen kunstenaars in het nieuwe Jeruzalem dingen maken die zo mooi zijn dat je ze nu niet kunt voorstellen. Bovendien, deze kwestie is geen halszaak. Het gaat om exegetische verschillen.’
Verder studeren
Meer informatie over de Bijbelcommentaren van Gert van de Weerd is te vinden op bijbelverklaring.com.
De toekomstvisie van dr. Wouter Slob wordt verder uitgewerkt in het artikel ‘Wordt het nog wat met het koninkrijk?’ op liberaalchristendom.nl.
Rob van Houwelingen promoveerde op de tweede brief van Petrus. Dit boek, De tweede trompet, is antiquarisch nog goed verkrijgbaar. Hij schreef over de tweede brief van Petrus ook een deel in de serie Commentaar op het Nieuwe Testament (CNT), in combinatie met het commentaar op de brief van Judas.
Arie Kok is journalist en tekstschrijver.



