‘Ga verder dan de bekende christelijke symboliek’
- Interview
- Thema-artikelen
Met beelden van kruizen en harten kan Britt Wikström (1948) niet zo veel. Veel beeldtaal is te achteloos gebruikt en daardoor zijn zeggingskracht kwijtgeraakt. Wikström wil werk maken voor de maatschappij en daar midden in staan, met beelden die warmte en gelijkwaardigheid uitdragen.
Het huis van Britt Wikström is vanaf de dijk niet te zien. Ze woont op de deel van een oude boerderij, beneden het atelier, boven de woonruimte. De hooiberg in de tuin heeft ze voorzien van glazen wanden, een ideale werkplek voor een beeldhouwer. De tuin is een herfstige oase in de door industrie en kantoorpaleizen gedomineerde skyline van Capelle aan de IJssel. Tussen de bladeren liggen stukken berkenstam. ‘Dat was een geschenk van een bevriend hovenier,’ zegt Wikström als ze de deur opent. ‘Soms zet ik ze overeind, als wachters. Kom, ik laat je eerst mijn atelier zien. Praten doen we boven, daar is het warm.’
Strijd
We blijven staan bij het beeld dat Wikström maakte voor in de kapel van een psychiatrische instelling. Twee robuuste figuren omarmen elkaar stevig, houden elkaar in evenwicht. ‘Als er een loslaat, vallen ze allebei. De opdracht was iets te maken dat mensen ondersteunt bij een meditatief moment. Ik koos voor het verhaal van Jakob en de engel, omdat daar het element van strijd zo nadrukkelijk in zit. De mensen in die instelling zijn, net als wij allemaal, verwikkeld in allerlei levensproblemen. Met de ander, met zichzelf, met het verleden, met God. Toen het bronzen beeld uiteindelijk in de kapel van de instelling stond, maakte een bewoonster me duidelijk dat ze met mij naar het beeld toe wilde. Ze was ermee bezig geweest en wilde erover praten. Ik liep met haar mee naar het beeld, daar hebben we samen staan praten. Ze zei: “Dit beeld gaat over spreken en gehoord worden. Dit is liefde.” Toen ik later een medewerker over het gesprek vertelde, was deze verbaasd. Die mevrouw sprak nooit, al jaren niet. Het was zo frappant dat ze dit toch tegen me gezegd had.’
Dogmatiek
Britt Wikström werd vlak na de oorlog geboren in Zweden, en verhuisde als kind met haar ouders naar de Verenigde Staten. Ze kwam terug naar Europa om in München aan de kunstacademie te studeren. Daar kwam ze in aanraking met het werk van Francis Schaeffer bij l’Abri in Zwitserland, waar ze ook professor Rookmaaker leerde kennen. Op zijn aangeven kwam ze naar Nederland. De eerste jaren bestudeerde ze de gereformeerde dogmatiek, van voor tot achter. ‘Ik kwam uit een pinksterkerk, ik wist niets. Later ben ik gaan beseffen: God zelf is mijn veiligheid, mijn toeverlaat, niet de dogmatische kennis.’
Dialoog
‘Op mijn twaalfde wist ik al dat ik beeldhouwer wilde worden. Op school in de Verenigde Staten vond ik dat Amerikanen slordig omgingen met woorden. Dat heeft me altijd tegengestaan, want woorden zijn verbonden met betekenis. Bij beeldhouwen is het wat het is, en iedereen kijkt op zijn eigen manier, met zijn eigen achtergrond, en ontdekt voor zichzelf de betekenis. Ik weet soms zelf niet wat ik er precies ingelegd heb, een goed kunstwerk heeft meerdere lagen van betekenis. Het is zo’n spiritueel proces om een beeld te maken, dat ook ik een steeds veranderende dialoog met mijn werk heb. Als je een kunstwerk tegemoet treedt, neem daar de tijd voor. Geef het de kans om het tot je door te laten dringen. Vertrouw je reactie. Ik geef mijn werk ook liever geen titels, omdat die sturend zijn.
Exposeren doe ik eigenlijk zelden. Het liefst maak ik werk voor in de maatschappij, speciaal op plekken waar mensen minder hebben, zoals voor die instelling waar ik over vertelde. Grafmonumenten maak ik ook, waarbij ik heel anders te werk ga dan een steenhouwerij. In het gezamenlijk ontwerpproces met de nabestaanden staat betekenis voorop.’
Wikström heeft mappen op tafel klaargelegd en al pratend bladeren we er doorheen. Ze zoekt de foto’s op van een kleurig reliëf, waarin ik Bijbelse figuren herken. ‘Een christelijke school in Wildervank was gefuseerd met een andere school, waardoor ze hun naam kwijtraakten, de naam van een docent die vanwege zijn betrokkenheid bij het verzet tijdens de oorlog gefusilleerd was. In 2010 wilden ze dit markeren met een kunstwerk waarmee hij herdacht zou worden. Het moest vanaf de straat goed te zien zijn, zodat het iets van de gemeenschap zou zijn.
Ik koos ervoor het verhaal van de barmhartige Samaritaan uit te beelden. Zo plaats ik iets tegenover het wij-zijdenken van een oorlog, waarin de good guys tegenover de bad guys staan. Zij tegenover wij, dat speelt weer sterker in onze tijd, en ook christenen maken zich daar schuldig aan. Wij christenen, zij moslims… Daar moeten we vanaf. Wij denken vanzelfsprekend dat we de waarheid in pacht hebben, wat een arrogantie! We mogen hopen dat we iets van de dingen begrijpen, maar als het erop aankomt weten we niets met zekerheid. Ik bepleit een veel ruimhartiger, bescheidener en spiritueler kijk op de wereld en op elkaar, dan kom je verder. Daarom koos ik dit verhaal. Wie ging de neergeslagen man helpen? De Samaritaan, de verworpene. De rest liep aan hem voorbij. En zie je die ezel? Hij omarmt de figuren als het ware met zijn hele lijf, maakt het tot een veilige plek.’
Omarming
‘Omarming is een thema waar ik vaak op uitkom in mijn werk. En gelijkwaardigheid, dat is voor mij belangrijk. Deze thema’s zie je terug in de beeldtaal die ik gebruik. Gelijkwaardigheid en menselijkheid zijn de basis van antiracisme, de basis van respect, voor andersdenkenden en voor bijvoorbeeld genderfluïde mensen, die ik boeiend vind. Laten we deze mensen open en hartelijk bejegenen. We gaan ze niet veroordelen in hun zoektocht, maar ontvangen ze zoals onze eigen kinderen. De ontmoeting met een vreemde is een mogelijkheid tot groei, tot leren, tot ontdekking. Os Guinness schreef eens dat wij moeten leren onze diepste verschillen te omarmen. Niet waar wij elkaar kunnen vinden, maar juist daar waar we elkaar dreigen kwijt te raken.
Ik ben altijd zo blij als dit soort maatschappelijke opdrachten, zoals voor de school in Wildervank, naar mij toekomen. Opdrachtgevers hebben meestal slechts een vaag idee van wat ze willen. Dat geeft mij veel ruimte om na te denken en het naar eigen idee in te vullen. Alles bij elkaar ben ik er dan een jaar of anderhalf jaar mee bezig. Het proces vraagt veel tijd. Je praat met de mensen, maakt eerste schetsen, dan ga je weer met ze praten en dan pas begin ik met het serieuze ontwerp. Materiaalkeuze volgt uit het ontwerp. Als het dan concreet wordt, komen ze kijken. Het kost tijd om iets te maken waar iedereen achter kan staan.’
Geboeid
‘Ik kreeg ooit een opdracht van een sociale werkplaats. Toen ik daar kwam en de mensen zag, sommigen met vervormde gezichten, was ik gelijk geboeid. Van de opdrachtgever heb ik toen geëist dat ik hen bij mijn werk mocht betrekken. Bij de presentatie waren veel van de mensen die er werken aanwezig. Ik liet ze een aantal foto’s zien die ik uit modebladen had geknipt. Vinden jullie deze mensen mooi, vroeg ik. Zij knikten. Hoeveel mensen heb ik laten zien, was mijn volgende vraag. Dat wisten ze niet meer. Dat komt omdat ze allemaal op elkaar lijken door de make-up en de studiobelichting. Maar als zij ‘s morgens uit bed komen, zien ze er net zo uit als jullie, zei ik. Net zo mooi ook. Ik zag hoe het ze opbeurde. Ik benadrukte dat ik de reliëfs voor en over hen had gemaakt.’
Symbolen
‘Ik geloof dat kunst ons op allerlei manieren positief kan beïnvloeden, een hart onder de riem kan steken. Als je een leidinggevende positie hebt bij een bedrijf of een school, neem dan je visuele omgeving serieus. Zet daar positieve beelden neer, over het leven, over mensen. We leven in Gods wereld, we zijn allemaal kinderen van God. Zonder je niet af door je tot je eigen symboliek te beperken. Kruizen en hartjes die achteloos gedragen en opgehangen worden zijn leeg geworden. Denk erover na, zoek naar beelden die wel communiceren. Schakel kunstenaars in die met de vertaling van symboliek om kunnen gaan. Neem de visuele omgeving serieus.’
Hakken
‘Uiteindelijk wil ik dat mijn werk zijn werking heeft in de maatschappij. Wij krijgen verschrikkelijke beelden aangereikt hoe een man of een vrouw eruit moet zien. Via multinationals als Disney, via de reclame of op sociale media wordt ons een zeer beperkende visie gegeven op wat een mens is of kan zijn. Heb je kinderen, meisjes? Dan weet je hoe erg het is. Hoe mager je moet zijn, de laag make-up die je schoonheid verbergt. Op hoge hakken loop je wankel, dat is niet het beeld van een sterke vrouw. In mijn werk wil ik iets uitdragen van wat ons mens-zijn in al zijn pracht onderstreept, gewoon zoals wij zijn.’
Arie Kok is journalist en tekstschrijver.






