Naar een christelijke ecologische spiritualiteit
- Opinie
Hoe komt het dat ook veel christenen moeite hebben om duurzaamheid te omarmen? Het kan helpen om anders naar de natuur te kijken, namelijk als uitdrukking van Gods alomvattende aanwezigheid.
Op de mondiale klimaattop van december 2009 in Kopenhagen geeft Joe Barton met vijf andere Republikeinse senatoren flink tegengas: de aarde warmt helemaal niet op. Barton komt uit Texas en de laatste week was het daar nog nooit zo koud geweest. Het had er gehageld met korrels zo groot als biljartballen. Tijdens een persconferentie wil hij de wereld duidelijk maken dat klimaatverandering één groot verzinsel is. Lariekoek.
Na afloop van de persconferentie loop ik achter hem aan. Ik wil hem spreken, want klimaat is toch veel breder dan één flinke hagelbui? Hoe kijkt hij als christen aan tegen het verhaal in Genesis dat de mens goed voor de tuin moet zorgen? Geldt dat niet voor de hele schepping? In de lange gang houdt Barton even in, staart mij aan en zegt dan, bijna fel: ‘Het is nooit de bedoeling geweest dat Adam en Eva voor altijd in het paradijs zouden blijven. Ze moesten eruit, de hele aarde ontwikkelen, eruit halen wat erin zit.’
Verzet
De klimaattop in Kopenhagen mislukt; pas zes jaar later, in Parijs, wordt een wereldwijd akkoord gesloten. Maar het verzet blijft heftig, ook in christelijke kringen. Het beeld van de aarde als geschapen voor de mens leidt een hardnekkig bestaan. De natuur is mooi, maar ook wreed en onvoorspelbaar, alle reden om actief in te grijpen. Dieren, planten, grondstoffen, alles mogen, nee, moeten we benutten. Op ons technisch kunnen bouwen we onze beschavingen, steeds hoger, beter, welvarender. Vooruitgang zit in de schepping ingebakken.
Het verzet blijft heftig,
ook in christelijke kringen
Dit beeld zit gemeenteleden die het voortouw willen nemen in discussies rond duurzaamheid vaak in de weg. Ze vinden medestanders eerder buiten dan binnen hun kerk, zoals bezorgde burgers die tijdens klimaatmarsen aansporen tot politieke maatregelen en eerlijk delen.
Verandering
Wetenschappers kunnen steeds nauwkeuriger aangeven wat de ecologische gevolgen zijn van onze manier van leven. De impact is dermate groot dat ze spreken van het antropoceen – het tijdperk van de mens. Alleen al uit eigenbelang zal op meerdere fronten de omslag naar een duurzame samenleving moeten worden gemaakt. Maar komt de informatie nog over? Tegenstanders zijn inmiddels afgehaakt en de grote middengroep die wel van goede wil is, blijft vooralsnog sceptisch. Hun aarzeling valt te begrijpen, want duurzaamheid raakt voluit onze levensstijl. Dat maakt het moeilijk om draagvlak te vinden, ook in christelijke geloofsgemeenschappen. Het aantal Groene Kerken mag dan gestaag groeien, voor werkelijke verandering is meer nodig.
Dualistisch
We kunnen er niet omheen: de westerse theologie heeft de neiging God op afstand te plaatsen. We denken dualistisch: schepper-schepping, hemel-aarde, geest-lichaam, mens-natuur. Daardoor rijpt te weinig een fijngevoeligheid voor Gods alomvattende aanwezigheid in het hier en nu. Voor die ervaring moeten we terug naar oude christelijke bronnen die de schepping in alle toonaarden bezongen, een lijn die werd doorgetrokken tot voorbij de tijd van de Reformatie.
Toegegeven, ook toen domineerde de opvatting dat God de aarde voor de mens had gemaakt. Maar er klonk ook een ander geluid. De notie van schoonheid was zelfs een centraal thema in de spiritualiteit van de reformatoren. Calvijn schreef over de wereld als theater van Gods glorie, waaruit een diepgevoeld besef van verwondering sprak. Door de ogen van geloof kunnen we in elk element van het universum God ontdekken en leren kennen.
‘Nee, ik geloof,
daarom weet ik zeker dat het lukt’
Deze christelijke spiritualiteit bevat kenmerken die we tegenwoordig ecologisch zouden noemen. Zij is gestoeld op ontvankelijk luisteren en kan putten uit een lange traditie van contemplatie. Niet voor niets werden de fraaiste natuurbeschrijvingen opgeschreven door gelovigen die zich voor korte of langere tijd terugtrokken en daarbij God op een dieper niveau opmerkten. We vinden deze vooral in de Oosterse orthodoxie en in het Iers-Keltische christendom, dat zijn hoogtepunt vond van de vijfde tot de achtste eeuw. Ze voelden dat de wereld om hen heen overladen was met de goedheid en grootsheid van God. Een God die actief in zijn schepping aanwezig is en haar telkens weer nieuw leven inblaast en bezielt.
Heiligheid
Het intense besef van Gods aanwezigheid brengt met zich mee dat zelfs het alledaagse een zekere heiligheid bevat. Hier ligt een kapstok om zijn glorie in deze wereld zichtbaar te maken. De Russische christelijke schrijver Dostojevksi heeft dit ooit op weergaloze wijze vertolkt: ‘Heb de dieren lief, houd van de planten, houd van alle dingen. Als je van alle dingen houdt, dan doorgrond je het mysterie Gods in alle dingen. Als je dat hebt doorgrond, dan zul je onvermoeibaar beginnen het steeds meer en vaker te zien, elke dag. Tot je ten slotte de hele wereld lief krijgt met een totale, wereldwijde liefde.’
In een christelijke ecologische spiritualiteit heeft de gelovige mens zowel de schepper als diens schepping op het oog. Ze uit zich in duurzaam gedrag, omdat bij elke soort die door ons toedoen uitsterft, een unieke manifestatie van Gods aanwezigheid verdwijnt. Een dergelijke spiritualiteit is daarom gericht op onderlinge verbondenheid, maar ook op de belofte van herstel, opstanding en vernieuwing.
Plastic kerk
Een inspirerend voorbeeld is de Noorse Solveig Egeland. Jarenlang liep zij elke dag met haar hond langs de kust en ze raakte steeds meer verbijsterd over het aanspoelende plastic afval. In februari 2016 hurkte zij in tranen neer en zag toen uit het water een kerkgebouw oprijzen, bekleed met kleurige plastic dakpannen. Een visioen van God, schoot het door haar heen.
Als ik Solveig drie jaar later bezoek, loopt ze gedreven rond op een werf waar een houten platbodem ligt. Op het dek komt een geraamte van twaalf meter hoog; de dakpannen worden elders gefabriceerd van gerecyclede plastics die van heinde en ver worden aangevoerd. Eenmaal af krijgt deze ‘Hope Cathedral’ een plek in de haven van Oslo, nabij beroemde musea, voor haar ‘een oord van bezinning over de relatie tussen mens en oceaan’. Nu al is de werkplaats een ware trekpleister, van vrijwilligers tot Noorse kerkleiders die duurzaamheid in de praktijk willen zien. ‘Hoop je dat het lukt?’, vroegen deze onlangs. ‘Nee, ik geloof, daarom weet ik zeker dat het lukt.’
Tjirk van der Ziel is onderzoeker aan de CHE en bestuurslid van Persvereniging OnderWeg.



