Over de spanning tussen binnen en buiten de kerk
- Opinie
- Thema-artikelen
‘We moeten eerst binnen de boel op orde hebben, voordat we naar buiten kunnen.’ Met deze uitspraak zitten we meteen midden in de spanning tussen binnen en buiten in het functioneren van de plaatselijke kerk. Er is een bepaalde basis en rust nodig om als kerk open te kunnen staan voor de ontmoeting met mensen in je omgeving. Tegelijk komt de vraag op: wanneer komt dat ideale moment dat je het binnen op orde hebt?
In dit artikel benoem ik eerst wat naar mijn indruk in de praktijk de belangrijkste spanningsvelden zijn tussen binnen en buiten. Ik geef een achtergrondschets van de ontwikkelingen in missie en gemeenteopbouw in de afgelopen jaren. Van daaruit pleit ik voor een houding van durven ‘leven in de vragen’, waarbij ik inga op de taak van missionair leiderschap. Ons meer en meer bewust van de neiging tot beheersing die steeds aanwezig is, wijs ik op Gods missie als bron van moed en nieuw Godsvertrouwen om te durven zoeken en te durven doen.
Spanningsvelden
De spanning tussen binnen en buiten in het functioneren als kerk is er en zal er altijd zijn. Net zoals bij ieder individu en iedere organisatie is er altijd een spanning tussen wie je zelf bent en wie de ander is en in de interactie tussen jou en de ander. Voor een kerk is dat niet anders. Vanuit de ervaring van vier collega’s uit verschillende kerkgenootschappen en mijn eigen ervaring benoem ik zes spanningsvelden in de praktijk.
1. Mensen zijn druk met gezin, werk en ontspanning en maken veel mee in hun leven dat aandacht vraagt. Er is tijd en energie nodig voor de diverse activiteiten binnen de gemeente (met name de eredienst) en het omzien naar elkaar. De tijd ontbreekt voor het investeren in relaties buiten de gemeente en voor activiteiten die naar buiten zijn gericht. Welke keuzes maken we in het besteden van onze tijd?
2. Er is vaak een klein groepje enthousiastelingen dat bijvoorbeeld betrokken is bij diaconaat (helpen bij de voedselbank, contact met asielzoekers). Zij hopen dat deze activiteit gemeentebreed gaat leven, maar deze manier past niet voor iedereen. Mensen die niet in een naar buiten gerichte activiteit meedoen, kunnen zich schuldig gaan voelen. Is er een verschil in roeping en gaven en wat kan een gesprek hierover opleveren?
Er is altijd een spanning tussen
wie je zelf bent en wie de ander is
3. Je kunt een open en hartelijke gemeente zijn naar gasten en het tegelijk moeilijk vinden de eigen vormen en gewoonten te veranderen om er te zijn voor hen die van buiten komen. Is de gast welkom in onze gewoonten of kan de gast ook een geschenk zijn die ons – wellicht door ongemak heen – vormt en verrijkt?
4. Tim Keller, stichter van Redeemer Presbyterian Church in New York, heeft er terecht op gewezen dat christenen en niet-christenen groeien en veranderen door hetzelfde evangelie. Tegelijk komt in de praktijk de vraag naar voren: hoe gaan we in de eredienst om met een verschil in behoefte tussen mensen die al langer geloven (behoefte aan geloofsverdieping) en mensen voor wie Bijbel en geloof onbekend zijn (meer uitleg van de basis van het geloof)? Speelt deze vraag niet sowieso tussen de verschillende generaties in de kerk, met een verschil in behoefte van kinderen en jongeren en van de oudere generaties?
5. Meer en meer kerken hebben te maken met vergrijzing. De oudere generaties hebben een schat aan ervaring in leven en geloof, maar het lijkt voor hen moeilijker om aansluiting te vinden bij de huidige cultuur. De gepensioneerde groep van 60-plussers kan tijd besteden aan het werk in de kerk. Tegelijk is er pastorale zorg nodig voor de groep 75-plussers. Dat vraagt aandacht voor binnen, terwijl de gemeente zich om te overleven moet richten op buiten.
6. Kerken kunnen zowel ‘opgaan in binnen’ als ook ‘opgaan in buiten’ door aanpassing aan de omgeving, zonder nog onderscheidend te durven zijn. In onze wereld met zijn vele waarheden is het niet vanzelfsprekend om de weg van geloof te gaan. Er lijkt sprake van verlegenheid en vragen rondom het eigen geloof en ongemak rondom het delen van het geloof. Is er wel een missie en wat is die dan? Wie ben ik om een ander iets te vertellen?
Wie ben ik om een ander iets te vertellen?
Wat psychologisch gezien vaak onbewust meespeelt in de spanning tussen binnen en buiten is dat ieder mens en iedere gemeenschap zoekt naar veiligheid. Onbewust voelen we ons bedreigd door wie anders is en door verandering. De factor angst is relevant in de praktijk van elk menselijk functioneren, maar we maken onze angst niet vaak bespreekbaar. De paradox van ‘reformatie’ en ‘opbouw’ is dat een nieuwe weg durven gaan van ons vraagt dat we vertrouwen op God als de bron van veiligheid, terwijl de neiging tot beheersing elk moment aanwezig is.
Ontwikkeling
In de afgelopen tien jaar is ‘missionair kerk-zijn’ steeds meer opgekomen. De achtergrond hiervan is onmiskenbaar de snel veranderende cultuur. Inmiddels moet je als kerk wel missionair zijn – in ieder geval door het woord te gebruiken – om jezelf en anderen het gevoel te geven dat je goed bezig bent. Als het gaat om de westerse wereld is onze tijd in toenemende mate te typeren als postchristelijk. De missioloog Stuart Murray schetst zeven transities die te maken hebben met de plaats en roeping van de kerk in een postchristelijke context. De eerste vier zijn bewegingen die feitelijk al in gang zijn. De laatste drie zijn keuzes die gemaakt kunnen worden.
1. Van het centrum naar de marge
2. Van meerderheid naar minderheid
3. Van ‘settelers’ naar reizigers en vreemdelingen
4. Van privileges naar pluraliteit
5. Van controle naar getuigenis
6. Van beheer naar missie
7. Van instituut naar beweging
In de jaren negentig van de vorige eeuw was het nog de tijd van de kerkgroeibeweging en van de modellen, zoals Willow Creek en Saddleback (doelgericht gemeente-zijn), met een vrij sterke verbinding tussen geloof en management. Vanaf 2000 kwam ook de invloed van Redeemer en Tim Keller op, met een meer inhoudelijke fundering.
De afgelopen jaren komt in het werk van theologen als Stefan Paas en Erik Borgman het thema kerk-zijn aan de marge nadrukkelijk aan de orde. De tijd van de grote modellen lijkt voorbij. Er is meer bescheidenheid gegroeid en in de literatuur rondom missie en gemeenteopbouw is een breed besef te vinden dat planmatigheid en systematiek hun grenzen hebben en dat verandering niet maakbaar is. Praktisch-theologen pleiten ervoor om de trage vragen toe te laten die opkomen vanuit de ervaring van een postchristelijke context, ook pijnlijke vragen rondom afbraak. Er vindt een heroriëntatie plaats op de bronnen, zoals in het adagium ‘back to basics’ van de PKN.
Elan
In de praktijk is de aandacht voor vernieuwing en experimenten de laatste tien jaar stormachtig gegroeid. Gestimuleerd door de anglicaanse traditie is dit te zien in de pioniersplekken van de PKN en in het interkerkelijke netwerk Kerklab. Deze initiatieven getuigen van elan, geloof en de wil om te leren.
Onderwerpen die in dit leerproces naar voren komen zijn discipelschap als het oefenen en leren in de weg van Jezus, missie als ontmoeting, en missie die alle dimensies van het leven raakt (integral mission).
Overleven
Wat in de dagelijkse kerkpraktijk steeds op de loer ligt, is de (onbewuste) neiging om te willen overleven en het instituut kerk te redden. Dit maakt ons vatbaar voor het streven naar succes op korte termijn, met name getalsmatige groei, en ook voor een al te pragmatische aanpak, waarbij we vooral doen wat lijkt te werken. Theologen als Sake Stoppels, de nieuwe lector ‘zingeving in nieuwe geloofsgemeenschappen’ aan de Christelijke Hogeschool Ede, zetten nadrukkelijk de noodzaak van theologische reflectie op de agenda. Fundamentele thema’s als: wat is het heil van God en wat is het evangelie in onze context? vragen lokaal doordenking en gesprek. Missionair kerk-zijn, gemeenteopbouw en pionieren dringen ons in onze tijd – zowel in de plaatselijke als de landelijke kerk – richting een keuze tussen beheersing en een nieuw Godsvertrouwen.
Complexe vragen
Hoe kunnen we omgaan met al die complexe vragen die op ons afkomen? De reflex in tijden van onzekerheid en vragen is om zo snel mogelijk tot een eenvoudige oplossing te komen, zodat we ons weer rustig en veilig kunnen voelen. Zo bezien krijgen we als kerk in mijn ogen in de praktijk steeds kansen tot een bekering, door ons bewust te zijn van deze neiging tot oplossen en toch te durven ‘leven in de vragen’, in een soms wankelmoedig en soms ferm en gelouterd vertrouwen op God. De positie van ‘niet weten’, van zwak-zijn en een gevoel van onvermogen zijn wellicht nog niet zo gek voor wie met hulp van de heilige Geest leerling wil zijn van Jezus Christus.
Durf
Een van de belangrijkste taken voor missionair leiderschap door predikant en kerkenraad in deze tijd, is naar mijn overtuiging het zorgen voor veilige plekken voor ontmoeting en dialoog in de gemeente over relevante vragen in de eigen situatie. Zo komt er ruimte om in de spanning tussen binnen en buiten te durven leven en keuzes te durven maken, ruimte om te leren en te falen.
Durf te leven in de vragen
Voor deze taak is het niet zozeer nodig om als predikant en kerkenraad alle antwoorden te hebben. De positie van het niet-weten en van zwak-zijn, nodigt ook predikanten en kerkenraden uit om zich bewust te zijn van hun eigen angsten en belangen en deze te delen. Vanuit deze houding kunnen ambtsdragers een voorbeeld zijn in hun Godsvertrouwen en zich ook uitspreken met hun visie.
Veilig
Hoe zorg je voor veilige plekken van ontmoeting en dialoog? Aan het begin van een coachproces en van trainingen maak ik altijd met de deelnemers afspraken over wat we van elkaar nodig hebben om onszelf te kunnen zijn en mee te kunnen doen. Ik laat ieder die dat wil zich uitspreken en schrijf wat wordt gezegd op een flipover. Vervolgens laat ik iemand uit de groep een samenvatting geven van wat we afspreken en ik vraag heel de groep om daar hardop ja op te zeggen. Dat gezamenlijke ja voelt als een verbond en ieder is nu verantwoordelijk voor het naleven van de afspraken. Als er iets gebeurt wat ingaat tegen de afspraak, moet dit worden benoemd en gecorrigeerd om de veilige ruimte te beschermen.
Ik raad kerkenraden, teams, commissies en vergaderingen aan om deze manier in ieder geval jaarlijks, of zo vaak als het nodig lijkt, toe te passen en hoor dat dit effect heeft. In de dialoog kunnen de gezaghebbende stemmen van de Bijbel en de traditie als een ‘woord gesproken op zijn tijd’ worden ingebracht en kan ruimte worden gemaakt voor gebed.
Gods missie
Er is moed nodig voor het durven leven in de vragen, het bespreken van wat er echt speelt (inhoudelijk of in het gedrag van mensen), het aanspreken van elkaar en het samen keuzes maken en die ook de tijd geven. Een van de ontdekkingen in de wereldwijde kerk na de Tweede Wereldoorlog was dat niet primair wij als kerk een missie hebben in deze wereld. God heeft een missie in deze wereld en in de geschiedenis, door Jezus Christus zijn Zoon, in de kracht van de heilige Geest.
Als gewone mensen en gewone gemeenschappen mogen wij deel uitmaken van deze missie van God, de missio Dei, zowel naar binnen als naar buiten. Wij zijn deel van Gods werk in deze gebroken wereld, om het werk dat God belooft tot voleinding te brengen. De ideale situatie om naar buiten te treden zal waarschijnlijk nooit komen. Het is onze oriëntatie op de missie van God die ons moed en vertrouwen geeft voor het durven zoeken en durven doen, in een avontuur van geloof in onze tijd.
Zie voor discipelschap onder andere www.nederlandzoekt.nl.
Zie voor onderzoeksmateriaal www.kerklab.nl/resources.
Op www.lerenpionieren.nl is onder het kernthema ‘luisteren’ onder andere een filmpje te vinden dat Oeds Blok maakte over de basishouding van luisteren en de ervaring in de zending van ontmoeting als een ‘tweede bekering’ tot de ander.
Op www.urbanexpression.nl is onder ‘publicaties en sprekers’ meer te lezen over nieuwe vormen van gemeenschap.
Zie voor integral mission www.umojanederland.nl.
Oeds Blok is naast pionier in de Amersfoortse wijk Soesterkwartier ook coach en coördinator gemeentestichting binnen de Unie van Baptistengemeenten en Urban Expression. Verder doceert hij pionierend leiderschap aan het Baptisten Seminarium en gemeenteopbouw aan de Evangelische Theologische Faculteit Leuven.




