Luisteren als de Heer spreekt
- Opinie
- Thema-artikelen
Je zit in de kerk en je weet je opeens heel direct door God aangesproken. Een lied, een Bijbeltekst, een preek – alsof het speciaal voor jou in jouw situatie geschreven was. Of je bent thuis, het is stil, en je hoort in de stilte een stem die je aanspreekt. Of je bent op een conferentie en iemand deelt wat hij of zij van God ontvangt. Wat is profetie nu eigenlijk? Dit artikel verkent de plaats van profetie in de Bijbel.
De Heer spreekt en Hij heeft steeds wegen gekozen om zich verstaanbaar te maken. (beeld Dallas Totra/Lightstock)
Als het in gereformeerde kring over de rol van profetie in de kerk ging, ging het tot ongeveer de eeuwwisseling min of meer vanzelfsprekend over de prediking. De dominee spreekt namens God tot de gemeente en geeft door wat hij uit de Bijbel ontvangt. Profetie slaat dan op een kritische doordenking van de eigen tijd op grond van Gods openbaring in de Bijbel. Dat kon en kan in de prediking op zondag gebeuren, maar zeker in het verleden kwam het ook in de vorm van lezingen of artikelen in de christelijke pers.De ‘tijdrede’ uit SGP-kring is daar een goed voorbeeld van.
Als het nu over aandacht voor profetie in de kerk gaat, gaat het veel vaker over het horen van Gods stem in het hier en nu. New Wine, de Charismatische Werkgemeenschap Nederland, het Evangelisch Werkverband, maar ook sprekers uit evangelische kring hebben aandacht gevraagd en gekregen voor Gods spreken vandaag.
De verschuiving van de rol van profetie van prediking naar horen van Gods stem wordt door de een met enthousiasme omarmd, maar een ander heeft daar om verschillende redenen juist grote reserves bij. In dit nummer van OnderWeg willen we bij profetie als Gods spreken in het heden stilstaan en bijdragen aan het gesprek erover.
Verschillend
Twee heel verschillende manieren om het woord profetie te gebruiken zijn kritische doordenking van de eigen tijd op grond van de Bijbel en het horen en doorgeven van Gods stem in het hier en nu. Dan is nog niets gezegd over het aanzeggen van oordeel of over toekomstvoorspelling, terwijl dat juist profetie voor veel mensen betekent. Het beeld dat we hebben verschilt dus sterk, daarom gaan we terug naar de bron. Laten we kijken hoe profetie in de Bijbel gebruikt wordt.
Profetenformule
Het woord profetie komt van het Griekse profeteía: voor iemand anders spreken. De profeten in de Bijbel zijn dus mensen die in opdracht van God en namens Hem spreken. Bij de zogeheten profetenformule is het hele proces van het ontvangen en doorgeven van Gods woord letterlijk, stap voor stap, te volgen.
Zo lezen we in 2 Koningen 20 dat Jesaja, als hij Hizkia’s gebed heeft gehoord en de tempel nog niet verlaten heeft, door God wordt aangesproken. ‘Toen richtte de HEER zich opnieuw tot Jesaja, die de binnenste hof nog niet verlaten had, en zei: “Ga weer naar binnen en zeg tegen Hizkia, de koning van mijn volk: ‘Dit zegt de HEER, de God van je voorvader David: Ik heb je gebed gehoord en je tranen gezien. Welnu, Ik zal je genezen’”’ (2 Koningen 20:4-6a).
Jesaja loopt wakker in de tempel
als God tot hem spreekt
Voor ons gevoel kan dit wat omslachtig overkomen, maar duidelijk is het wel: de profeet wordt aangesproken, krijgt de opdracht te spreken en ontvangt de woorden die gesproken moeten worden. We lezen niet hoe God Jesaja aansprak. Hoorde Jesaja Gods stem, zoals de jonge Samuël in 1 Samuël 3, verstaanbaar zoals een gewone mensenstem verstaanbaar is? Was het misschien zelfs een ontmoeting, zo fysiek als Jakobs nachtelijke gevecht? Bij andere profetieën van Jesaja krijg je de indruk dat hij wat God zeggen wil niet te horen krijgt, maar te zien. Zo heet het in Jesaja 2:1: ‘Het woord dat Jesaja gezien heeft’ (HSV). Het kan bij Jesaja nog beeldender. In Jesaja 21 en 22 doet hij verslag van visioenen, waarin hij een profetie ontvangt.
Aanspreken
Het beeld dat God verschillende manieren gebruikt om mensen aan te spreken, die tegelijkertijd soms op elkaar lijken, wordt nog versterkt als we verschillende profeten met elkaar vergelijken. Samuël wordt door de stem van de Heer uit zijn slaap gewekt, maar Jesaja loopt wakker in de tempel als God zich tot hem richt. Mozes hoort eerst Gods stem uit een brandende braamstruik. Een andere keer wordt ook hij aangesproken en met de profetenformule op pad gestuurd om de farao aan te spreken (Exodus 4 en 8). Evenals Jozua, Samuël, Natan, de blinde Achia, Jesaja, Jeremia, Ezechiël en nog andere profeten. Jakob wordt de ene keer in een nachtelijk visioen aangesproken (Genesis 46:2) en vecht de andere keer met ‘een man’ in wie hij de Heer herkent. Ezechiël, Daniël, Micha, Nahum, Habakuk, Zacharia: allemaal beschrijven ze wat de Heer hun in een visioen met een profetische boodschap heeft laten zien.
Gegrepen
Zelfs als een profeet niet vraagt om Gods stem kan hij nog profeteren. Bij de zalving van Saul tot koning zegt Samuël hem aan dat hij in geestvervoering zal raken. Het gebeurt zoals Samuël voorzegt (1 Samuël 10). Saul wordt gegrepen door de Geest van de Heer als hij een groep profeten ontmoet, met muzikanten die spelen op verscheidene instrumenten. Kennelijk is die geestvervoering zo overweldigend dat het hem als het ware overneemt. Het gebeurt in de grote groep bij uitbundige muziek. Ook nu kan dat meeslepend zijn.
Onvrijwillig
Bij Saul is het een open vraag wat hijzelf van het profeteren vond, maar andere profeten hebben tegen hun eigen wil in te profeteren. Jona wil wel profeet zijn, maar wil niet namens een genadig God naar de vijand van zijn volk gaan. Amos (‘ik ben helemaal geen profeet’), Jona (‘ik wil niet naar Nineve’), als God spreekt, wie zal Hem tegenhouden?
God zoekt het menselijke element in de profetie
Ook wie God niet kent, kan een profetie ontvangen: koning Belsassar en al zijn gasten zien in Daniël 5 een tekst op de muur verschijnen: ‘mene, mene, tekel ufarsin’ (Daniël 5:25). Daniël is dan wel nodig om namens de Heer de boodschap uit te leggen: Belsassar en zijn heerschappij zijn aan hun einde gekomen.
Daniël kennen we daarnaast van de droomuitleggingen die hij van God ontvangt als hij God daarom bidt. We kennen hem ook van apocalyptische visioenen, waarin hij zelfs een boekrol met profetie te eten krijgt. In Daniël 9 is hij bezig met Schriftstudie, schuldbelijdenis en gebed, als de man (engel) Gabriël aan hem verschijnt om hem uit te leggen wat God gaat doen (Daniël 9:21).
Initiatief
De eerste keer dat Elia profetisch het woord richt tot koning Achab (1 Koningen 17), lezen we er helemaal niets van dat de Heer hem zendt of aanspreekt. Hij zegt dan ook niet: ‘Zo spreekt de HEER, de God van Israël’, maar: ‘Zo waar de HEER, de God van Israël leeft’. Dan gaat hij verder met woorden die toch profetisch klinken – al heeft de Heer ze hem niet voorgezegd: ‘de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg’ (1 Koningen 17:1b). Als God dan, daarna pas, Elia aanspreekt, is het geen profetie, maar een schuilplaats om zich in leven te houden.
Het accent ligt in het Nieuwe Testament op de vervulling van de profetieën uit het Oude Testament. (beeld deepblue4you/iStock)
Ook later (op de Karmel, 1 Koningen 18:16-46) lijkt Elia op de Heer vooruit te lopen. In zijn dienst – zeker. Met een rotsvast geloof – nou en of. Hij komt vooral over als vol van een heilige ijver voor God. Zou de uitputting en neerslachtigheid van Elia in 1 Koningen 19 er iets mee te maken kunnen hebben dat zijn vuur en zijn ijver hem hebben uitgeput?
Saul en de muziek, Jona en zijn onwil, Elia en zijn temperament: God lijkt het menselijke element in de profetie eerder te zoeken dan te vermijden.
Mozes, Jozua en Samuël rekenen we tot de profeten, omdat God hen met een duidelijke boodschap voor het volk op pad stuurt. Tegelijk zijn zij ook leiders van het volk. Leiderschap en profetie kunnen heel dicht bij elkaar liggen. Het tegendeel kan ook waar zijn. In zijn ouderdom moet Samuël profeet zijn tegenover koning Saul en later tegenover koning David. God zendt vooral Natan vaak naar David om hem bij te sturen. Een koning die niet aangesproken kan en wil worden door een profeet komt immers los te staan van de Heer.
Verstaanbaar
We hebben een grote verscheidenheid aan vormen gezien: gesproken woord of beelden; een ontmoeting met een engel of vervoering bij muziek; een teken aan de wand of verhoring van gebed; wakker of in vervoering; in de slaap of zo dat de profeet er wakker van wordt; een koning, profeet of landbouwer; in antwoord op biddend lezen of krachtdadig; met het vuur en de ijver van de profeet of tegen zijn wil in. De Heer spreekt en Hij heeft steeds wegen gekozen om zich verstaanbaar te maken.
Wat God de mens aanzegt, gaat door
Dan hebben we alleen nog gekeken naar de manier waarop de Heer profeten op pad stuurt. De inhoud van de profetie is minstens zo divers: troost, belofte, vermaning, oordeel, voorspelling, redding; zalving of verwerping; oorlog of vrede; gericht aan een enkeling, aan heel Israël of aan andere volken; woorden voor de nabije toekomst of woorden die ook nu nog niet volledig vervuld zijn.
Vervulling
De rol van profetie in het Nieuwe Testament is anders. Het Nieuwe Testament kijkt bij profetie voor alles terug. Tientallen malen wordt er de vinger bij gelegd hoe het optreden van Jezus de profetieën vervult. Daarbij worden veel profeten bewust bij naam genoemd en worden talloze profetieën – soms letterlijk, soms losser – aangehaald: ‘opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd’ (Matteüs 1:22). Het onderstreept het betrouwbare karakter van profetie: wat God de mens aanzegt, wat Hijzelf op gang brengt, dat gaat door.
Toch gaat profetie ook verder. In en na het Nieuwe Testament. Jezus duidt zichzelf aan als een profeet (‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad, onder zijn verwanten en huisgenoten’, Marcus 6:4), en Hij wordt door de mensen als profeet beschouwd (‘Dat is Jezus, de profeet uit van Nazaret in Galilea’, Matteüs 21:11b). Het accent ligt in het Nieuwe Testament zozeer op de vervulling van de profetieën uit het Oude Testament dat het profetische spreken zelf een kleine plaats heeft, maar het is er wel. Zo spreekt ‘ene Agabus’ in Handelingen 21 namens de heilige Geest uit dat Paulus gevangen zal worden in Jeruzalem. Elders in dit nummer leest u meer over dit gedeelte en wat het ons leert over hoe we profetie hebben te wegen.
Vanzelfsprekend
Profetie mag in het Nieuwe Testament een kleinere rol hebben dan in het oude, maar profetie wordt zeker niet weggezet als afgedaan. Op een vanzelfsprekende manier heeft profetie haar plaats te midden van alle goede gaven. Zo wordt ze in Romeinen 12 opgenomen in de rij ‘lichaamsfuncties’ van het lichaam van Christus en in een adem genoemd met dienstbaarheid, onderwijs, vermaning, gulheid, leiderschap, ijver, barmhartigheid en blijmoedigheid.
Zoals profetie in het Oude Testament op een enkele uitzondering na aan Israël geadresseerd is, zo is ze nu aan de gelovigen geadresseerd, legt Paulus uit in 1 Korintiërs 14:22. In dat hoofdstuk treffen we een instructie aan voor hoe we om hebben te gaan met profetie. Ook hier wordt met een zekere vanzelfsprekendheid benoemd hoe het eraan toe gaat (vanaf vers 26): ‘Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij: een lied, onderwijzing, een openbaring, een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan.’ In vers 29 wordt profeteren toegevoegd aan het rijtje zaken die er zijn, er mogen zijn, misschien wel horen te zijn, maar die geen overheersende plek horen te krijgen. ‘U kunt ieder op uw beurt profeteren. Zodat ieder van u kan worden onderwezen en bemoedigd’, heet het in vers 31.
In zekere zin is dat ook de conclusie van deze verkenning. De Heer heeft steeds mensen aangesproken om namens Hem te spreken. Dat zal ook wel zo blijven. Daarbij is het aan ons om eerbiedig uit te luisteren als Hij spreekt en om getrouw en zorgvuldig te spreken. Dat zal alleen kunnen als profetie de ruimte krijgt, zonder alles te overstemmen. Daarvoor blijft het nodig om elke boodschap die namens God gebracht wordt te toetsen aan de Bijbel.
Karel Smouter is krijgsmachtpredikant vanuit de NGK en redacteur van OnderWeg.



