‘Heer, bent U er nu al?’
- Interview
- Thema-artikelen
Op veel plaatsen gebruikt de Bijbel het woord ‘bruid’ voor de gemeenschap van Gods kinderen. Wat wil dit beeld zeggen en wat betekent het om als bruid te leven in verwachting van de bruiloft? OnderWeg praat hierover met theologe Jeannette Westerkamp. Zij is werkzaam als justitiepredikant.
Jeannette Westerkamp: ‘Ik houd mij hieraan vast: ook al val ik mijzelf tegen, ik kan veranderen in de liefde en kracht van degene die mij uitnodigt.’ (beeld Jaëlle Burger)
Jeannette Westerkamp (1956) werkt parttime voor Justitie namens de NGK Houten. Ze is werkzaam in een gesloten instelling voor meisjes van 12-18 jaar midden in het land. Op de vraag hoe zij het ‘leven in verwachting van de bruiloft’ ziet, antwoordt ze: ‘Let primair op degene die nodigt: Christus, de bruidegom. Bij het leven vanuit verwachting is het goed om dat te blijven vasthouden: laat je houding bepalen door degene die je voor de bruiloft uitnodigt en niet door mensen om je heen.’
Het Bijbelse woord ‘bruid’ als beeld van Gods kinderen. Wat hebben de eerste hoorders en lezers hierbij gedacht?
‘Ik denk dat zij aan het verbond gedacht hebben. Het spreken in de Bijbel in die termen begint al bij de schepping van de mens. De toelichting is: mannelijk en vrouwelijk, een eenheid. Later sluit God een verbond met Abraham en met zijn volk. Daarin hoor je diezelfde eenheid terug: twee en toch ook één. God en mens horen bij elkaar; je wordt pas echt mens in de relatie met God.’
Wij zijn er wat aan gewend, maar voor mensen in die tijd zal het bijzonder geweest zijn dat God zo over zijn mensen spreekt, als bruid.
‘Dat is inderdaad bijzonder. Normaal was, zeker in die tijd, dat een god, die machtig is, mensen die hem niet willen dienen, vervangt. God doet dat niet. Op meerdere plaatsen lijkt het zelfs alsof Hij net zo afhankelijk is van zijn volk als zij van Hem. In Hosea wordt het emotioneel beschreven, als de gevoelens van een bedrogen echtgenoot. En op een bepaalde manier komt dat intieme spreken in het Nieuwe Testament terug. Jezus noemt God zijn Vader, met wie Hij nauw verbonden is. Ook dat zullen de mensen vreemd gevonden hebben.’
In datzelfde Nieuwe Testament staat dat Jezus zijn werk begint op een bruiloft. Zegt dat iets?
‘Johannes werkt in zijn Bijbelboek met thema’s. Ik denk dat het niet toevallig is dat hij zijn boek begint met het thema van een bruiloft. De Bijbel eindigt met de vreugde van het samenkomen van bruid en bruidegom die ernaar verlangen één te worden. Ook uit Johannes blijkt dus dat Jezus steeds bezig is het Oude Testament, te vervullen. Wat ook opvalt, is dat in het Oude Testament God als bruidegom voorgesteld wordt; in het Nieuwe Testament noemt Jezus zich de bruidegom. Jezus maakt ook gebruik van de beeldspraak van bruid, bruidegom en bruiloft wanneer Hij tegen de discipelen zegt dat Hij weggaat om een plaats klaar te maken in het huis van zijn Vader. De discipelen kenden dit beeld: Jezus sprak hier over de tijd tussen de verloving en het ophalen van de bruid door de bruidegom naar zijn ouderlijk huis, waar ruimte voor het bruidspaar gemaakt was.’
‘God en mens horen bij elkaar;
je wordt pas echt mens in de relatie met God’
In die tijd, tussen verloving en bruiloft, maakte de bruid zich klaar voor de bruiloft. Als Gods kinderen zich bruid van Christus mogen noemen, wat betekent dit beeld dan voor ons?
‘Allereerst: je verheugen dat de bruiloft aanstaande is. Dit past bij de beeldspraak van de bruiloft. In die tijd was namelijk niemand ongetrouwd. Als je dit nog wel was, dan wilde je graag ergens bij horen. Dus is dit belangrijk: je wilt bij iemand horen; voor ons is dit bij Jezus, de bruidegom. Hier dichtbij zit de tweede betekenis: als bruid in die tijd wist je dat het feest aanstaande is, de bruiloft is er nog niet. Het is belangrijk om je als volk van God te realiseren: het volmaakte is er nog niet.’
Maar dat past toch niet echt bij ons?
‘Nee, het is atypisch voor deze tijd. Veel mensen willen per se geluk bereiken: Nu. Tegelijk merken ze dat dit niet lukt. En toch hoort bij ons verwachten echt: laat het verlangen naar méér staan. Weet bovendien dat je toeleeft naar de bruiloft en dat je intussen wilt doen wat je méér maakt tot bruid van je geliefde, om Hem blij te maken.’
Doen wat de bruidegom blij maakt, wat is dat vooral?
‘Dan denk ik toch allereerst heel sterk aan het missionaire. Het gaat immers om Christus die zijn bruid ophaalt. Hij wil dat zijn bruid zo compleet mogelijk is. Als er dan mensen ontbreken, is dat ook ons verdriet.
Het tweede waaraan ik denk, is: heb elkaar lief. Daaraan zal de wereld de kerk, de bruid van Christus, herkennen. Tegelijk is liefde geen liefde zonder waarheid. Dus ook daar zal de kerk aandacht voor hebben.
Het derde punt: het woord “bruid” in het Hebreeuws komt van het werkwoord compleet maken. Hier ligt een enorme uitdaging voor de bruid, Gods volk. Wij maken onszelf zomaar compleet door bijvoorbeeld het gevoel dat je gelukkig moet zijn of geld moet bezitten. Wat ook lastig is, is dat het lang duurt voordat de bruiloft er is. Gods rijk is er nu al wel, maar nog niet helemaal. Zomaar voelt dit als gemis. Terwijl de uitdaging is om dit te ervaren als “ergens naar toeleven”.’
Jeannette Westerkamp (op de foto met haar kleindochter): ‘Gods rijk is er nu al wel, maar nog niet helemaal. Zomaar voelt dit als gemis. Terwijl de uitdaging is om dit te ervaren als “ergens naar toeleven”.’ (beeld Karen Machielse)
Nu kan het zijn dat iemand uit jouw opsomming vooral meeneemt: poeh, dit haal ik niet. Of: wat moet er toch veel.
‘In dat geval is het goed om terug te gaan naar het eerste wat bij verwachting hoort, namelijk verheugen. Wat ook helpt, is de vergelijking met het beeld van die twee-eenheid die al vroeg in de Bijbel gebruikt wordt: de relatie tussen man en vrouw. Zij doen dingen voor elkaar, niet omdat het moet, maar omdat je weet dat de ander dat op prijs stelt: de blijdschap van de ander is jouw blijdschap.’
Maar ook in die relatie vallen dingen soms tegen. Dat zal bij het leven als volk van God niet anders zijn.
‘Dat is zo. Misschien helpt het als je deze relatie vergelijkt met een feest waar jij naartoe gaat. Als je daar komt, kijk je niet eerst naar degenen die er ook zijn, nee, je let primair op degene die jou uitnodigt. Christus is de bruidegom, Hij nodigt. Bij het leven vanuit verwachting is het goed om dat te blijven vasthouden: laat je houding bepalen door degene die nodigt en niet door mensen om je heen, door medegasten. Anders gezegd: de wereldkerk als bruid is niet perfect, onze kerk is niet perfect en ook ik ben niet perfect. Bij een huwelijksrelatie hoort immers ook dat je van de ander niet alleen de mooiste kant ziet, maar ook de minder mooie kanten. Tegelijk houd ik mij hieraan vast: ook al val ik mijzelf tegen, ik kan veranderen in de liefde en kracht van degene die mij uitnodigt. In mijn werk binnen de gevangenis hoor ik zo vaak: ik ben nu eenmaal zo. Ja, jezelf veranderen is moeilijk, maar in de relatie met Christus kun je echt een ander mens worden.’
‘De blijdschap van de ander is jouw blijdschap’
Is het niet opvallend dat voor de kerk het vrouwelijke beeld van bruid gebruikt wordt, naast zo veel mannelijke beelden in de Bijbel?
‘Blijkbaar zijn mannelijk en vrouwelijk heel belangrijk in de Bijbel. Het is immers niet goed dat de mens alleen is, hij wordt compleet met haar die veel op hem lijkt en toch iets aanvult wat hij niet heeft. Wat dit is? In onze tijd is daarover veel verwarring. Is er wel verschil tussen man en vrouw? In ieder geval valt in de Bijbel op, in relatie tot de vraag die je stelt, dat als God mens wordt, een vrouw zwanger raakt: een vrouw ontvankelijk voor God. God eerst, maar niet zonder haar. Dan raken aarde en hemel elkaar. En nu is het weer de bruid die wacht, misschien als beeld van ontvankelijkheid?’
Terug naar de bruid in de Oudheid die zich op de bruiloft voorbereidde door zichzelf te baden, te kleden en te wassen. Wat betekent zoiets nu?
‘Je kunt het misschien vergelijken met wat op Moederdag gebeurt. Kinderen brengen van alles en nog wat op bed. Daarna zijn je bed en de slaapkamer niet schoon meer. Jou blijft als het goed is vooral bij van hun actie niet wat zij deden – dat leverde rommel op – maar vooral waarom zij het gedaan hebben. Zo is het bij God ook en dan veel zuiverder. God is blij, niet alleen met wat wij doen, maar primair met onze houding, onze liefde voor Hem, onze gerichtheid op de bruidegom. Anders gezegd: al in haar verlangen naar de bruiloft en de bruidegom, wordt de bruid mooier. Daden komen daaruit voort. God zit niet te wachten op goede daden. Waar Hij en de bruidegom blij van worden, is dat ik leef vanuit verlangen en dat ik, als de bruidegom komt, opspring, blij ben en uitroep: Heer, bent U er nu al?!’
Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.



