Verbindend vieren
- Opinie
- Thema-artikelen
Over verbindende erediensten kun je in een essay prachtig de ruimte in zweven, maar het kan geen kwaad om eerst een zonde te belijden. Ik heb eens een dienst geleid die verbindend moest zijn – over de rug van de gemeente heen.
Een telefoontje. Of ik een jeugddienst wilde leiden. Die vraag komt vaker. Steeds stel ik een wedervraag: wat is een jeugddienst? Een dienst waarin we de jeugd pleasen met een band? Met een spreker die een praatje houdt, liefst met wat grappen en grollen? Waarna we overgaan tot de orde van de échte zondag? Dat is geen verbindende dienst. Dat is een noodverbandje, een te klein pleistertje op een te grote wond.
Een jeugddienst is wat mij betreft niet een dienst voor de jeugd. Het is een dienst ván de jeugd voor de hele gemeente. God verzamelt zich geen clubjes of doelgroepen, maar een volk.
Dat moest ik wel uitleggen, toen ik jongeren van die gemeente ontmoette in een catechisatielokaaltje. Er waren niet zo veel jongeren op af gekomen. Er zat, zo bleek, teleurstelling. De jongerendiensten tot nu toe waren diensten geweest waarin een jongere de Schriftlezing had mogen doen – zo vertelden zij het althans. Het zal genuanceerder gelegen hebben, maar de desillusie droop ervan af. Veel verwachtingen van deze nieuwe ‘uitdaging’ hadden ze dan ook niet. Ze zaten braaf te wachten wat de dominee wilde.
De jeugd, massaal vooraan in de kerk,
vraagt om verbinding met
voorgaande generaties
Om kort te gaan: toen zij de verantwoordelijkheid kregen voor hun dienst, gebeurde er iets. Ze hebben de hele dienst zelf gebouwd, de liturgie en ook het Schriftgedeelte. Ze hadden gekozen voor Elia en Elisa, het thema ‘opvolging’ dus – een verbindend thema. Toen ik die morgen de kerk binnenkwam, bleken ze meer gedaan te hebben: ze hadden voor zichzelf verwerkingsopdrachten gemaakt, die ze in de dienst lieten zien.
Na de preek volgde een indrukwekkend moment: er stonden dertig jongeren op het podium. Hun woordvoerder zei (ik herinner me het nog letterlijk):
‘Wij geloven. Maar we weten niet zo goed hoe dat moet. Wij willen in jullie voetsporen treden. Maar wat willen jullie ons eigenlijk vóórdoen?’
Zet hier het plaatje even stil en laat het wonder tot je doordringen. Deze situatie, daar dróóm je van als christen. De jeugd, massaal vooraan in de kerk, vraagt om verbinding met voorgaande generaties.
Ritueel
Toch liep het verkeerd af. Want ik had een fout gemaakt: ik kende de gemeente slecht. De gemeente was niet gewend aan een wat afwijkende liturgie, met een band, creatieve uitingen in de kerkzaal en jonge mensen op het podium. Die setting alleen al verhinderde veel mensen in de kerk(enraad) om de vraag van de jongeren écht te horen.
Sterker: ik vermoed nu zelfs, achteraf, dat de gemeente aan deze vraag nog helemaal niet toe was. Voor veel meer mensen dan je wilt weten, is de zondagse kerkgang vooral een rustgevend ritueel in een hectische wereld waarin alles is en moet blijven zoals het is: op het slaapverwekkende af desnoods, maar voorspelbaar tot in het gezeur na afloop. Als er dan ineens dertig jongeren voor je neus staan met dé hamvraag, is dat moment kapot.
Als je de verantwoordelijkheid krijgt over een eredienst,
krijg je de verantwoordelijkheid om
de héle gemeente te zoeken en te dienen
De gemeente in kwestie – het gebeurde jaren geleden – heeft mijn fout hersteld. Het gesprek met de jeugd is op gang gekomen, onder de bezielende impuls van een jongerenwerker die de gemeente wél kent en aanvoelt. God leidt zijn kerk, ook (of juist) als zijn mensen dingen verkeerd inschatten.
Leggers
Mensen moeten ondertussen wel leren van hun fouten. Wat leerde ik? Dat zelfs de meest verbindende vragen de overkant van de kloof niet bereiken als de leggers van de brug te kort zijn. Iedere ontwikkeling vindt plaats in haar eigen context. De indringende vraag van de jongeren op dat podium kón die gemeente toen niet bereiken. Omdat zij gewend was om zorgvuldig afgewogen initiatieven van de kerkenraad af te wachten en daarbij de jeugd niet te betrekken.
Maar eerst en vooral leerde ik een les over verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid is allereerst iets wat je gééft. Of je die nu geeft aan een gastpredikant die haar niet goed gebruikt, of als gastpredikant aan jongeren die haar wel goed gebruiken, verantwoordelijkheid hoor je te géven. God geeft die verantwoordelijkheid aan Eva, als ze naar de boom loopt. En aan Kaïn, als hij naar zijn broer loopt. Al voor de moord zoekt God hem op en zegt: jij moet kiezen. Jij moet sterker zijn dan het kwaad in jezelf.
In de erediensten klinken veel stemmen. En in al die stemmen de stem van de Heer. (beeld Queensbury/iStock)
Als je de verantwoordelijkheid krijgt over een eredienst, krijg je de verantwoordelijkheid om de héle gemeente te zoeken en te dienen. Dat zit op alle niveaus. Een organist kreeg jarenlang van de voorgangers op vrijdagavond (of vlak voor de dienst!) het lijstje door van de psalmen die hij spelen mocht. Hij deed dat plichtsgetrouw en maakte er het beste van. Toen ik hem vroeg wat hij zou willen spelen bij het thema dat ik gekozen had, wist hij eerst niet wat hij zeggen moest. Maar gaandeweg bracht hij meer in, en kreeg van de weeromstuit meer plezier in het spelen.
Een groepje preeklezers las al jaren de tekst die ze hadden voorbereid. Maar toen ze, onder begeleiding van de predikant, zélf werden uitgedaagd om een exegese te doen en het preekproces te doorlopen, veerden ze op. Ze staken meer tijd in hun preekbeurten. Maar dat deden ze met vuur en liefde. En om hen heen vormde zich een groepje dat, aangestoken door hun enthousiasme, ook op dat niveau aan Bijbelstudie wilde doen.
Rollatorproof
Wat er gebeurde toen die jongeren écht de verantwoordelijkheid kregen over ‘hun’ dienst, is illustratief. Ik vraag me af wat er gebeurt als een kerk een bejaardendienst belegt. Wat zou er gebeuren als een hoogbejaarde broeder aan jongeren vraagt of ze vooraf het podium rollatorproof willen maken? Of hem de treden op helpen? En wat zou het een indruk maken als die oude broeder de gemeente meeneemt vanuit een bijna voltooid leven met God. Wat zouden die oude mensen eigenlijk tegen hun gemeente te zeggen hebben? Weet jij dat? Als ik er een voorschotje op mag nemen: de oudste broeders en zusters die ik de afgelopen jaren heb ontmoet, zijn vaak moderner en begripvoller dan de generatie daaronder.
Of een kinderdienst. Niet een hurkdienst voor de kindertjes, maar een dienst waarin de kinderen stém krijgen, waarin zij mogen zeggen wie de Here Jezus voor hen is.
Stel dat mensen in het spitsuur van hun leven een jongegezinnendienst verzorgen. Ik kan me hun hulpvragen wel voorstellen, maar ik hóór ze waarschijnlijk pas – of beter gezegd, dieper – als zij die zelf aan mij stellen voor het aangezicht van God.
Nog spannender? Nodig de singles uit om de verantwoordelijkheid voor een dienst te nemen. Of de homo’s.
Onbijbels? Lees wat Paulus schrijft aan de gemeente in Korinte. In de erediensten daar klinken veel stemmen. Paulus snoert ze de mond niet, hij brengt orde aan. Zodat die stemmen gehóórd worden. En in al die stemmen de stem van de Heer.
Koorbanken
Leren van je fouten is één manier om verbinding te zoeken. Elkaar bemoedigen door het delen van mooie ervaringen is een tweede. De setting: een koude zondagmiddag in januari, druilerig en grijs, ergens onder de rook van Deventer. Verscholen tussen de bomen ligt het abdijcomplex Sion.
In de kloosterkerk is het druk. De plaatsen van de monniken, in de koorbanken aan weerszijden, worden bezet door jonge mensen. De kerkbanken zijn gevuld met mensen van alle leeftijden. De jonge mensen zijn de deelnemers aan een jongerenweekend. Ze hebben hun ouders, grootouders, broers, zussen, vrienden en wie er maar komen wil, uitgenodigd om de slotviering van hun weekend mee te beleven.
Als mensen zich kwetsbaar opstellen,
gaan anderen zorgen voor veiligheid.
Daar hoef je niks voor te doen
Ze hebben een indrukwekkend weekend achter de rug. Drie jaar geleden zijn de monniken uit de abdij vertrokken, maar de stichting Nieuw Sion nam het complex over, zodat het een plaats van gebed en bezinning kon blijven. Sindsdien werkt het klooster als een katalysator voor jonge mensen. Er is het Jongerenklooster, een plek waar inmiddels tien jonge mensen maximaal een jaar kunnen wonen, bidden, studeren en werken. Er wordt elke zomer en elke winter een Kloosterfestival gehouden. En vooral: jeugdgroepen uit kerken overal in Nederland weten de weg naar Sion te vinden, voor jongerenweekenden met een unieke dynamiek – die juist iets leert over verbinding.
Dooie kast
Het punt is: dat prachtige gebouw is niks. Ja, een prachtig gebouw. Maar geen kerk. Geen gemeenschap. En prachtig is het alleen als je bestand bent tegen de kou in de kloostergangen, de schaarse verlichting, de stilte, tegen de nachten die daar écht donker zijn. Als je daar niet tegen kunt, is Nieuw Sion een lege, koude, dooie kast. Tenzij…
Tenzij die jongeren besluiten dat zij daar, op dat moment, kerk gaan zijn. Monniken misschien wel. Door samen te eten, vier getijdengebeden per dag te houden, klussen te doen, samen de Bijbel te openen, te praten en te luisteren naar wie de ander écht is, door achter elkaars socialemediaprofiel te kijken.
Nee, we zijn niet tegen sociale media. We voorzien de gasten van wifi – tot hun verbazing. Daar kom ik nog op terug. De kern is: we nodigen hen uit om, als zij dat willen, zélf de verantwoordelijkheid te nemen voor hun weekend, zelf monnik te zijn, zelf kerk te zijn.
Op de zaterdagavond vindt een bijzonder moment plaats. De jongeren en hun begeleiders zitten in de kapittelzaal in een kring. En dan vertelt iedereen iets over zichzelf, net wat hij of zij kwijt wil. Het zijn soms indrukwekkende inkijkjes in hun levens.
Een basisles verbinding is dat. Je hoort vaak dat mensen zich onveilig voelen in de kerk en zich daarom niet kwetsbaar opstellen. Hier gebeurt het omgekeerde: doordat mensen zich kwetsbaar opstellen, gaan anderen zorgen voor veiligheid. Daar hoef je niks voor te doen.
Boterhammen
Zo zitten daar, in de koorbanken waar vroeger de monniken zaten, jonge mensen. Mensen die ergens op de vrijdagavond de beslissing hebben genomen dat ze bij elkaar willen horen. En daar de vruchten van geplukt hebben. Nu zijn ze hier, met ouders, vrienden, grootouders, om hun dank bij de Heer te brengen.
Waarom zou je dat laatste nou doen? Waarom rijden al die gasten zo’n negentig kilometer voor een viering van drie kwartier, met aansluitend soep en meegebrachte boterhammen?
Omdat hun dierbaren iets bijzonders meemaakten. Omdat zij een weekend lang dicht bij zichzelf, bij elkaar en bij God geleefd hebben. En dat willen zij delen. Velen van hen, zo blijkt, hebben hun thuisfront al appjes gestuurd, over hoe het ging tijdens het weekend. Stel je eens voor dat deze jongeren de volgende zondag naar de kerk zouden gaan in een gemeente die niets van hun ervaring meegekregen had. Dan slaat het dood. Dan hebben ze niemand om hun ervaring mee te delen. Nu hebben ze zich niet alleen op een nieuwe manier met zichzelf, met elkaar en met God verbonden, maar ook met een belangrijk deel van hun gemeente.
Kaarsje
Je ziet het gebeuren. We zingen Ubi Caritas – ‘Waar liefde is, en zorgzaamheid, daar is God’. Dan stappen ze al zingend één voor één uit de banken, naar een koperen schaal met devotielichtjes, steken de kaarsjes aan en lopen ermee naar het kruis in het koor van de kloosterkerk. Op dezelfde manier waarop ze vrijdagavond hun gebed voor het weekend bij de Heer brachten, brengen ze nu hun dank. En ze nodigen hun ouders uit om mee te doen.
Daar komen ze naar voren. Sommigen pakken elkaar vast. Een vader steekt een kaarsje aan en geeft dit aan een kind. Dat blaast hem gelijk weer uit. Waarop de vader lacht, het kaarsje opnieuw aansteekt en laat zien wat de bedoeling is. Je ziet kinderen luisteren naar hun grote broer die zingt.
Sommige ouders krijgen het te kwaad. Hun kinderen, kloosterlingen, nee: mensen van God, schieten uit de banken en lopen met hen mee naar het kruis. Het zijn hún ouders, in hún dienst, en dus zorgen ze voor elkaar. Mensen geven elkaar aan de voet van het kruis de ruimte om te bidden, soms best lang. En alles gedragen door het lied over de liefde, die Gods liefde is. In een verdiepte verbondenheid.
Catharinus van den Berg is begeleider in het Jongerenklooster Nieuw Sion, journalist en was eerder predikant in de GKv Dronten-Zuid.



