En toch
- Opinie
- Special 2018
Hoop is een mysterieuze kracht. Wie hoop heeft, houdt vol. Hoop is vrijwel overal verkrijgbaar. Je kunt hoop putten uit een zonsopgang, een vriendelijk woord, een mooi verhaal, een Bijbeltekst. En tegelijk: als alles verloren is en je kunt niet meer verder, waar haal je dan nieuwe hoop vandaan? Het lijkt wel nergens te vinden. Is hoop wel een echte kracht? Of is het jezelf voor de gek houden?
Hoop is niet alleen een enorme kracht die mensen leven geeft, maar het is ook een zwak woord. In het dagelijkse leven neem ik daar vaak geen genoegen mee. Als ze bij mijn garage zeggen: ik hoop dat de auto morgen klaar is, vraag ik: kan ik daarop rekenen of niet? Ik weet ook wel dat je nooit 100-procentgaranties krijgt, maar ik ben eraan gewend geraakt dat we daar heel dicht in de buurt komen. Je kunt vrijwel altijd veilig over straat. Voor bijna alle ziekten zijn geneesmiddelen en therapieën.
De dreiging van oorlog en geweld is ver weg. Natuurlijk kunnen er nog onverwachte dingen gebeuren, maar die proberen we voor te zijn door kankeronderzoek, veiligheidsvoorschriften en beveiligingsmensen. En dat gaat – ondanks de dramaverhalen in de media – echt goed. Onze gezondheid, veiligheid en welvaart zijn veel beter en hoger dan die van vrijwel alle mensen die voor ons leefden. Wat moet je in zo’n wereld met hoop? Is dat niet te weinig?
Nepnieuws
Onze voorspoed is één reden om je af te vragen wat we nog met hoop zouden moeten. Een andere reden is dat wie wat verder om zich heen kijkt ook een heel ander verhaal kan vertellen. De Doomsday Clock is een symbolische klok gemaakt door wetenschappers, die aangeeft hoe dicht de mensheid zich bij een door de mens veroorzaakte wereldwijde ramp bevindt. Deze klok staat sinds dit jaar op twee minuten voor twaalf. Alleen tijdens de Koude Oorlog in 1953 had de klok diezelfde stand.
Vijfentwintig jaar geleden stond de klok nog op zeventien minuten voor twaalf. Nog nooit in de menselijke geschiedenis heeft het menselijke bestaan op aarde zo dicht bij de afgrond gestaan, lijkt het. Nucleaire wapens, onvoorspelbare leiders van grootmachten, nepnieuws en het veranderende klimaat bedreigen ons voortbestaan volgens de wetenschappers van de Doomsday Clock. Hopen dat het wel goed komt omdat we er nu onze schouders onder zetten, lijkt niet erg realistisch. De maatregelen die genomen worden lijken te klein en te laat. Wat moeten we in zo’n wereld nog met hoop?
Levensbehoefte
En toch. We kunnen en willen niet leven in een wereld zonder hoop. ‘En toch.’ Dat zijn woorden die bij hoop passen. Er zit verzet in. Niet aanvaarden wat je voor je ziet, maar blijven geloven dat het anders kan. Dat vraagt om volhouden. Niet opgeven, maar geduld hebben. Dat is hoop. Hoop geeft niet op, ook niet als alle signalen op rood staan. Juist in de diepste ellende wordt de kracht van hoop zichtbaar. Hoop is dan niet een extraatje, maar een eerste levensbehoefte.
Nog nooit heeft het menselijke bestaan
zo dicht bij de afgrond gestaan
De Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow ordende in zijn beroemde piramide de behoeften van de mens. De meest basale behoeften zijn de lichamelijke behoeften, zoals zuurstof, eten, drinken, kleding, slaap en seks. Als tweede in de rangorde staat de behoefte aan veiligheid. Daarop volgt de behoefte aan horen bij een groep. Pas als laatste komen volgens Maslow spirituele behoeften. Dat klinkt logisch. Ook in de zending is het vaak gezegd: je kunt mensen met een lege maag niet het evangelie verkondigen. Toch is het maar de vraag of deze ordening klopt. De Oostenrijkse psycholoog Viktor Frankl overleefde in de Tweede Wereldoorlog verschillende concentratiekampen. Hij zag daar bij zijn medegevangenen hoe belangrijk hoop en verwachting waren. Zo hoopten velen dat ze voor de kerst zouden worden bevrijd. Toen dat niet gebeurde, stierven er rond en na de kerst meer gevangenen. Hoop doet werkelijk leven. En het verlies van hoop doet ook sterven.
Derde weg
Dat geldt overigens niet alleen in situaties van grote fysieke ellende. In Nederland was suïcide in 2017 de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren. In westerse landen blijken suïcidecijfers onder jongeren hoger te liggen dan in andere landen. Is dat omdat ze nergens meer op kunnen hopen als ze alles al lijken te hebben? Welke droom kan hen nog in leven houden als het in onze ‘paradijselijke’ wereld niet lukt om het goed te hebben? Hoe kan het ooit beter worden als het al zo goed is en als dat goede je niet bevalt? De suïcides zijn maar het topje van de ijsberg. Depressie, burn-out, ervaringen van leegheid en zinloosheid zijn voor Europeanen veel meer realiteit dan bijvoorbeeld voor Afrikanen. (Wat overigens niet wil zeggen dat die gelukkiger zijn: armoede, geweld en onderdrukking eisen bij veel Afrikanen hun tol.)
Christelijke hoop zou je als een derde weg kunnen zien. Een weg die anders is dan het geloof in de onvermijdelijke ondergang van de mensheid en anders dan het doen alsof deze wereld al het paradijs is. Hoop is niet bang voor welke situatie ook. En tegelijk: hoop is niet snel tevreden. Het christelijke geloof poetst niets weg: geen ellende en geen verlangens. Soms hoor ik niet-christenen zeggen dat het moediger is om niet te geloven. Dan kun je de werkelijkheid echt onder ogen zien en houd je jezelf niet voor de gek. Godsdienst kan inderdaad leiden tot het ontkennen van de werkelijkheid, maar het christelijke geloof niet. Het christelijke geloof geeft juist de moed om de verschrikkingen en bedreigingen tot je door te laten dringen. Daarin is ook altijd ruimte voor de stem die vraagt: is dit alles wat er is? Moet er niet meer zijn of komen?
Massagraf
Een indrukwekkend voorbeeld van het onder ogen zien van de ellende vind ik het visioen van Ezechiël over het herstel van Israël, uitgebeeld door de beenderen die weer met vlees bedekt worden en leven krijgen (Ezechiël 37:1-15). Jeruzalem en de tempel zijn verwoest en het volk is in ballingschap weggevoerd. De ballingen klagen dat het afgelopen is met hen. Dan ziet Ezechiël een visioen. Hij staat in een dal vol verdroogde beenderen, een massagraf. Ezechiël krijgt de opdracht er aan alle kanten omheen te lopen. Je kunt niet meer zien welke beenderen bij elkaar horen. Dit moet hij eerst tot zich laten doordringen voordat hij Gods stem hoort, die vraagt: ‘Mensenkind, kunnen deze beenderen weer tot leven komen?’ De hoop komt juist op in de meest wanhopige situaties. Ezechiël weet niet meer te zeggen dan: ‘HEER, mijn God, dat weet U alleen.’
Hoop is niet snel tevreden
Dat is het verhaal van de Bijbel. Als alle hoop vervlogen is, klinkt Gods stem: ‘Mensenkind, denk je dat het zo blijft? Denk je niet dat het anders kan?’ Vaak weten de mensenkinderen alleen maar aarzelend te antwoorden als Ezechiël, te schreeuwen als de Israëlieten of te klagen als Job. Maar uit de diepste nood redt God.
Als het volk Israël in Egypte met uitsterven bedreigd wordt, redt God. Als het vernietigd dreigt te worden door de farao en zijn legers, biedt God een uitweg. Dat is het refrein in de Bijbel: en toch redde God. Die verhalen kunnen hoop bieden. Geloof is de basis voor hoop (Hebreeën 11:1). Dat is: geloof in God en wat Hij doet en hoe Hij redt.
Ploegijzers
Zo ook in de hopeloze situatie van de ballingschap. Gods volk is gemarginaliseerd en Jeruzalem verwoest. In die barre omstandigheden klinken de profetieën van Jesaja. Er zijn misschien nog maar een paar duizend gelovigen, maar Jesaja zegt dat alle volken naar Jeruzalem zullen komen om daar vrede te vinden (Jesaja 2:1-4). De HEER, de God van Israël, zal een dienaar sturen en overal zullen de volken Hem daarom eer geven (bijvoorbeeld Jesaja 42).
Christelijke hoop zal nooit het leed
van het hier en nu wegstoppen
Het is een absurd idee: de hele wereld zal de God van dit weggevoerde en bijna verdwenen volkje aanbidden en Hem zoeken in Jeruzalem. Waarom durfden de profeten zulke onrealistische ideeën uit te spreken en op te schrijven? En waarom bleven anderen deze dromen doorvertellen en overschrijven? Dat heeft maar één reden: hoop. Tegen alles in wat ze zagen, hoopten de profeten op God: Hij zal iets onvoorstelbaars doen. Wij hebben dat intussen zien gebeuren. Vanuit de hele wereld zijn mensen God gaan aanbidden om Jezus, en mensen hebben vrede met elkaar gevonden door Hem. De woorden van Jesaja 2 (‘Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers’) staan nota bene op het gebouw van de Verenigde Naties! Niet dat alle hoop al vervuld is, maar er is een begin.
Onthoofd
Het grootste verhaal van wanhoop en hoop is natuurlijk het verhaal van Jezus zelf. Hopelozer kan niet: de gezalfde van God, in de steek gelaten door zijn volksgenoten, doodgemarteld door de vijand, opgegeven door God zelf. De schilder Hans Holbein de Jongere (1497/98-1543) heeft die wanhoop verbeeld in zijn schilderij ‘Het lijk van Christus in het graf’. Het is een afschuwelijk realistisch schilderij. Holbein maakt de dood niet mooier of zachter. Het is om wanhopig van te worden. Ik kan me als kijker niet voorstellen dat deze dode verlosser weer zal leven. En toch. En toch is het niet het einde. Het is onvoorstelbaar, maar Hij staat op uit de dood. Vanaf dan wordt alles anders: Hij heeft alle macht in hemel en op aarde.
En toch. Het is onvoorstelbaar, maar Hij staat op uit de dood. (Schilderij ‘Het lijk van Christus in het graf’ van Hans Holbein de Jongere)
Tegelijk moeten we nog steeds leven uit geloof en hoop. Jezus mag dan alle macht hebben, Hij zet die macht heel anders in dan de machtigen op deze aarde. Hij vult zijn leerlingen met zijn Geest, zoals ook Hij met Gods Geest vervuld is. En zij gaan vergelijkbare wegen. Sommige leerlingen worden onthoofd, anderen gevangengenomen. Paulus wordt net als zijn Heer door zijn volksgenoten overgeleverd aan de Romeinen en moet dat waarschijnlijk met de dood bekopen. En toch stopt het geloof niet. Verdrukking en vervolging leiden tot verspreiding van het evangelie, tot nieuwe christenen en christelijke gemeenschappen.
Overwinnen
De Bijbel eindigt met een boek dat in heftige en bizarre beelden de macht van het kwaad schetst. Het is als een monster, of als een verleidelijke vrouw. Het lokt de mensen naar zich toe, maar ontneemt hun hun liefde en hoop. Daartegenover lijken degenen die vasthouden aan God machteloos. En toch: zij zullen overwinnen.
Die hoop wordt geschetst in bijzondere visioenen. Nadrukkelijk is daarbij ook aandacht voor het leed: de zee geeft haar doden weer, de bladeren van de bomen zullen tot genezing van de volken zijn, God zelf droogt de tranen van de ogen. Christelijke hoop zal nooit het leed van het hier en nu wegstoppen. We zien onder ogen dat de schepping zucht onder de zinloosheid. Christenen zijn geroepen om mee te zuchten en mee te huilen. Die ruimte is er ook, want God zal de tranen drogen.
Veel meer
Hoe houd je de hoop levend? Door te dromen, door verhalen te blijven vertellen. Door de werkelijkheid niet weg te stoppen, maar onder ogen te zien, erom te huilen en je te realiseren dat je niet de eerste bent die in een wanhopige situatie zit. Luister naar de stem die zegt: ‘Mensenkind, denk je dat het altijd zo blijft?’ en antwoord daarop aarzelend, schreeuwend of klagend. En als je niet diep in de ellende zit, maar het leven ‘gewoon’ leeg lijkt: je kunt de hoop levend houden door niet te snel tevreden te zijn en de stem serieus te nemen die fluistert: is dit echt alles wat er is? Nee, dit is niet alles, er moet nog veel meer komen.
Leestips
Victor E. Frankl, De zin van het bestaan. Een psycholoog beleeft het concentratiekamp & een inleiding tot de logotherapie, Rotterdam (Donker), 2018 (18de druk).
Margriet van der Kooi, Het kleine meisje van de hoop. Nieuwe gesprekken over God en ons, Zoetermeer (Boekencentrum), 2016.
Reinier Sonneveld, Gids voor de laatste dagen. Geloven is hopen, Amsterdam (Buijten & Schipperheijn Motief), 2018.
Bram Beute is redacteur van OnderWeg en voorganger van Oase voor Nieuw-West en De Bron in Amsterdam Nieuw-West.




