De paradox van de verkondiging
- Eyeopener
Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, maar Hij zei: Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.
(2 Korintiërs 12:7b-9a).
Niemand weet precies waar Paulus op doelt. De ‘doorn’ (of: splinter) die hij noemt, is al op talloze manieren uitgelegd. Vanwege de toevoeging ‘in het vlees’ veronderstelt men meestal dat hij aan een chronisch lichamelijk gebrek leed: migraine, steeds terugkerende koorts, een oogziekte, epilepsie, lepra, een spraakgebrek. Soms wordt ook aan een psychische ‘doorn’ gedacht: depressies, seksuele verleidingen, een slecht geweten vanwege zijn verleden als christenvervolger. Kortom, een stekende pijn, lichamelijk of geestelijk. Het zou ook kunnen dat Paulus doelt op allerlei pijnlijke ervaringen: de tegenslagen en de tegenwerking die hij als apostel ondervindt, overal waar hij het evangelie brengt (vergelijk de lange opsomming in 2 Korintiërs 11:23-33).
Paulus zelf voegt nog iets toe: ‘ik word gekweld door een engel van Satan’. Woord voor woord uit het Grieks vertaald loopt de zin zo: ‘er werd mij gegeven een doorn in het vlees een engel van Satan om mij te slaan’. Misschien betekent dit heel letterlijk dat Paulus regelmatig wordt gekweld door een soort demon die op hem inslaat. Iets dergelijks wordt bijvoorbeeld ook verteld over Padre Pio, een Italiaanse rooms-katholieke priester uit de vorige eeuw; hij wist zich mishandeld door (een afgezant van) Satan.
Maar evengoed kan Paulus bedoelen dat Satan één of andere ziekte of tegenstand gebruikt en daarin aan het werk is. In 1 Tessalonicenzen 2:18 schrijft hij dat Satan hem en zijn medewerkers meer dan eens heeft belet om de gemeente in Tessalonica weer te bezoeken. Wat de oorzaak ook was, ziekte of tegenstand, een bovennatuurlijke macht leek dit bezoek telkens weer te verhinderen. De mysterieuze ‘doorn in het vlees’ blijft tot vandaag toe een onopgehelderde zaak. Wat we wel weten, is dat Paulus er knap last van heeft.
Zwakheid
Waarom toch? Dit is de meest indringende en vaak de meest onbeantwoorde vraag bij pijn. Waarom overkomt mij deze ziekte? Waarom is dit ongeboren kind niet levensvatbaar? Waarom keert deze depressie steeds weer terug? Waarom worden kinderen op grote schaal misbruikt? Waarom eisen modderstromen in sommige landen hun tol en komen elders mensen om door aanhoudende droogte? Christenen keren zich dan onbegrijpend of juist vol vertrouwen naar hun God. Hij is een bevrijder, toch?
Ook Paulus zocht daar zijn toevlucht. Tot driemaal toe heeft hij de Heer gesmeekt om hem van deze doorn te bevrijden (2 Korintiërs 12:8). Maar de Heer antwoordde alleen: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ En daar moest Paulus het mee doen. Waarom? Daarom dus.
Paulus was niet bepaald een apostel
waar ze mee voor de dag konden komen
Wordt hij niet met een kluitje in het riet gestuurd? Waarom grijpt God niet in? Sterker nog, de tekst (‘er werd mij gegeven een doorn in het vlees’) doet vermoeden dat God zelfs rechtstreeks verantwoordelijk is voor de pijn van zijn dienaar of in elk geval Satan vrij spel laat. Waarom?
Paulus zelf heeft de reden gevonden: ‘om te verhinderen dat ik mijzelf zou verheffen’. Als apostel van Jezus Christus past het hem immers niet om hoog van zichzelf op te geven. Hij zou dat wel kunnen, bijvoorbeeld op grond van bijzondere visioenen en openbaringen (2 Korintiërs 12:1-7a), maar hij wil het niet. Hij wil dat de boodschap van Christus landt. En dat kan alleen door die boodschap te brengen ‘in zwakheid’.
Paradox
Hoezo in zwakheid? Dat heeft te maken met hoe Paulus het eigene van het apostelprofiel schetst. Zelf krijgt hij veel tegenslag en ook veel vijandigheid te verwerken. In de tweede Korintiërsbrief komt hij er verschillende keren op terug (2 Korintiërs 4:7-12; 6:4-5; 11:23-33; 12:10). Dit doet hij soms in algemene bewoordingen, zoals nood, vervolging en ellende. Maar hij kan ook heel concreet worden: ‘Door de Joden ben ik vijfmaal met veertig min één zweepslagen gestraft, ik ben driemaal met stokslagen gestraft, ik ben eenmaal met stenen bekogeld en heb driemaal schipbreuk geleden. Eén keer heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven’ (2 Korintiërs 11:24-25).
De Korintiërs hadden het er maar moeilijk mee, met dit klunzige imago van Paulus. Paulus was niet bepaald een apostel waar ze mee voor de dag konden komen. Ze vroegen zich zelfs af óf hij zo eigenlijk wel een echte apostel was…
Maar Paulus wil hun duidelijk maken dat dit alles er juist bij hoort. Zijn ‘lijdende’ profiel is geen belemmering, maar juist nodig voor de verspreiding van het evangelie. Paulus maakt zo namelijk in eigen persoon het evangelie aanschouwelijk. In zijn bestaan als apostel moet de paradox van het evangelie zichtbaar worden: Jezus’ vernederende marteldood aan het kruis bewerkte de grootste en meest eervolle overwinning aller tijden!
Succes en vooral de maakbaarheid daarvan vormen grote stippen op de westerse horizon
Ook de Joden stelden zich bij hun messias niet bepaald een gekruisigde voor, en toch… Het verrassende voor Joden én Grieken was dat Gods kracht duidelijk werd door alle menselijke kwetsbaarheid heen: ‘maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus juist Gods kracht en wijsheid, want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen’ (1 Korintiërs 1:23-25). Echte verkondiging maakt deze paradox aanschouwelijk en concreet: ‘We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt’ (2 Korintiërs 4:10).
Een goede apostel wijst niet op zichzelf, aldus Paulus, maar op God. Juist als zijn werk zwaar valt en pijn doet: ‘Wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God’ (2 Korintiërs 4:7). Dit alles heeft Paulus zelf ook moeten leren. Zijn doorn in het vlees was een heftige training.
Maakbaarheid
Het lijden dat Paulus overkwam, kreeg een specifieke plek binnen zijn verkondiging. Hier vond hij voor zichzelf ook Gods antwoord op de meest indringende vraag: waarom?
Het lijkt me niet dat dit zomaar voor iedereen en elke ervaring van pijn geldt. De meesten onder ons reizen niet de wereld rond als apostel (gezondene) van Jezus Christus. Wel zijn christenen geroepen om van Christus te getuigen op de plek waar ze staan, eerst en vooral door naar zijn voorbeeld pijn te verlichten waar dat mogelijk is. Tegelijkertijd moeten christenen in de westerse samenleving zich ervoor hoeden pijn ‘weg te poetsen’.
Net als het Korinte van toen heeft ook onze samenleving een problematische verhouding met diverse vormen van lijden. Succes en vooral de maakbaarheid daarvan vormen grote stippen op de westerse horizon. Zij leggen een hoge lat en verdrukken vaak de gebroken, kwetsbare en nederige kant van het mensenbestaan. Maar God zelf koos er juist voor zich te vernederen – kwetsbaar in een voerbak, gebroken aan een kruis – en toonde zo in zwakheid de kracht van zijn liefde. Jezus zelf moedigde zijn volgelingen ook aan om hun kruis op zich te nemen (Matteüs 10:39; Marcus 8:35; Lucas 9:24).
Deze woorden slaan eerst en vooral op het lijden omwille van zijn naam, in een context van vervolging dus. Maar los daarvan is het goed dat juist in een samenleving waar mensen worden uitgedaagd om zichzelf steeds opnieuw te profileren, het profiel van een christen doorverwijst naar dat van Christus: mild en liefdevol, dwars door de gebrokenheid heen.
Om over door te praten of na te denken
- Op welke punten zouden christenen zich volgens jou duidelijk moeten onderscheiden van niet-christenen? Zou je een ‘christenprofiel’ kunnen opstellen?
- Heb je ooit een concrete situatie meegemaakt waarin de kracht van God zichtbaar werd in zwakheid?
- Lees Romeinen 8. Wat betekent het om te leven door de Geest? Hoe verbindt Paulus het leven door de Geest aan de situatie van een gebroken schepping?
Deze Eyeopener is een bewerking van een hoofdstuk in Rob van Houwelingen en Reinier Sonneveld (red.), Ongemakkelijke teksten van Paulus, Amsterdam (Buijten & Schipperheijn), 2012, p. 153-155.
Myriam Klinker is universitair docent Nieuwe Testament.




