Als liefde gemist wordt

Arie Kok | 4 november 2017
  • Interview
  • Special 2017

‘Predikant zijn is meer dan een baan.’ Annette van der Laan weet waar ze over praat. Haar man Peter is zes jaar geleden afgezet als predikant. Eerder dit jaar publiceerde een christelijke krant haar hartenkreet ‘De domineesvrouw’. Als ex-predikantsvrouw roept ze op tot meer begrip en veiligheid in de gemeente.

Annette van der Laan: 'Wie zijn wij om de zondaar niet te vergeven? Ik denk dat God het gezegend heeft dat ik besloten heb om mijn man trouw te blijven.’ (beeld Jaco Klamer)

Annette van der Laan: ‘Wie zijn wij om de zondaar niet te vergeven? Ik denk dat God het gezegend heeft dat ik besloten heb om mijn man trouw te blijven.’ (beeld Jaco Klamer)

Wat was de aanleiding om jouw hartenkreet te publiceren?
‘Ik had net gehoord van een concreet geval waarbij het predikantschap tot grote problemen had geleid voor de echtgenote. Dat was de directe aanleiding. Toen dacht ik: er moet wat gezegd worden. Kerkenraden beseffen vaak niet wat het voor vrouwen en kinderen betekent.’

Waarom is je man als predikant afgezet?
‘Dat hij afgezet is, vond ik terecht. Mijn man Peter had overspel gepleegd met mijn beste vriendin. Ik had het zelf ontdekt en hij ontkende het niet. Al een tijd had ik een vermoeden dat er wat speelde. Hij sloot zich steeds meer voor me af. Ik dacht dat hij burn-out aan het raken was. Naar zijn gevoel liep het allemaal niet zo lekker in de kerk, hij kreeg veel commentaar. Uit haar aandacht haalde hij de bevestiging die hij nodig had. Zelf zei hij achteraf dat hij het zicht op de werkelijkheid kwijt was.’

Hoe werd het bekend in de gemeente?
‘Hij heeft het zelf aan de kerkenraad verteld. In eerste instantie waren mensen geschokt en meelevend. Ze vonden het moeilijk voor mij. Maar al snel startte het onderzoek voor de tuchtprocedure. Dan gaan andere mensen zich ermee bemoeien. Mijn man mocht direct niet meer aan het avondmaal. De reden was dat mensen daar moeite mee zouden hebben. Aanvankelijk was dat goed, maar toen het langer duurde, begon hij het te missen. Het avondmaal is tot versterking van je geloof, dat heb je nodig, net als iedereen.’

Er was veel boosheid in de gemeente over wat er gebeurd was. Kon je dat begrijpen?
‘Toen het uitkwam, was mijn eerste gedachte: o, wat erg voor de gemeente. Als predikantsvrouw dacht ik eerder aan hen dan aan mijzelf. Je man staat toch elke zondag de gemeente te vertellen wat de geboden zijn die God geeft. En dan ga je zelf onderuit. Ik begrijp dat de gemeente zich bedrogen voelt. Tegelijk is er veel verlegenheid. Mensen weten niet wat ze ermee moeten. En misschien herkennen veel mensen de neiging zelf ook wel. Dan komt het dichtbij als de dominee ook zo blijkt te zijn.’

‘Toen dacht ik: er moet wat gezegd worden’

In de krant schreef je dat er vaak heel liefdeloos wordt gereageerd. Hoe uitte zich dat in jullie geval?
‘Ik moet eerst zeggen dat heel veel mensen me liefdevol gesteund hebben. Daarnaast waren er mensen die me verweten dat ik bij hem gebleven ben. “Er staat toch in de Bijbel dat overspel een grond is voor echtscheiding? Waarom houd jij hem dan de hand boven het hoofd? Als je was gescheiden, had ik je geholpen, maar nu je blijft niet. Hoe kun je nog met zo iemand leven?” Ik werd in hun ogen mededader. Natuurlijk heb ik wel overwogen weg te gaan. Maar wat had dat opgelost? Bovendien, scheiden kan altijd nog als het echt niet meer gaat. Je hebt beloofd in goede en slechte dagen elkaar trouw te zijn. Ik werk in een hospice en zie daar vaak wat echtscheidingen aanrichten in families. Bovendien ben ik zelf toch ook niet zonder zonde? Wie zijn wij om de zondaar niet te vergeven? Ik denk dat God het gezegend heeft dat ik besloten heb om hem trouw te blijven.’

Hoe ging de afzetting in zijn werk?
‘Dat heeft een half jaar geduurd. Al die tijd zat mijn man thuis. Er wordt over je vergaderd, maar daar ben je zelf niet bij en we hoorden er ook heel weinig over. Als ik ernaar vroeg, moest ik me er niet mee bemoeien. Ondertussen vervallen de extra inkomsten van preekbeurten. Dat scheelt per maand een heel bedrag. Dat was een eng gevoel, ook omdat ik als zzp’er werkte. Ik kon niet zomaar ziek thuis gaan zitten en moest door. Gelukkig hadden we een eigen huis, anders hadden we ook nog op straat gestaan.’

Los van de afzetting, was er ruimte voor vergeving?
‘We hadden echt de hoop dat als je je zonden belijdt, als je er met elkaar goed over praat, dat er dan herstel zou plaatsvinden. Een afgezette dominee die meteen verdwenen is, dat vinden mensen heel naar. We wilden het ook in de gemeente oplossen door in gesprek te gaan, zodat mensen hun boosheid echt kunnen uiten. Dat had zo heilzaam kunnen werken. Maar het is niet zo gegaan als we ons voorgesteld hadden.

Er was bijvoorbeeld een meisje van een jaar of 18 dat bij mijn man op catechisatie zat. Ze was zo boos dat ze hem uitschold: “Als je het maar niet waagt om bij mij aan de kassa te komen, want dan kan ik niet weglopen.” Mijn man heeft dat ook niet gedaan. Na een paar maanden belde ze op, dat het over was wat haar betreft. Zo zie je dat dingen worden opgelost als je je boosheid kunt uiten, en Peter de gelegenheid krijgt om te zeggen dat het hem spijt.’

‘Ik werd in hun ogen mededader’

Welk advies heb je aan kerkenraden die met dit soort kwesties te maken krijgen?
‘Ik besef heel goed dat dit rotklussen zijn voor kerkenraden. Ze worden er ook ineens mee geconfronteerd, dat gun je hun niet. Mijn advies zou zijn: houd contact. Ik vond de stilte het ergst, dat we niets mochten weten van de procedure die liep. Hangende het onderzoek moest er afstand gehouden worden. Men moest natuurlijk in beeld krijgen of er meer slachtoffers in de gemeente waren, dat begrijp ik wel. Maar elke vraag die we stelden werd negatief uitgelegd: bemoei je er niet mee. Ik heb dat het zwaarst gevonden. Laat er als kerkenraad dus geen weken overheen gaan voordat je iets laat weten.’

Uit het krantenartikel blijkt dat je hier ook over praat met andere predikantsvrouwen.
‘Ik heb wel contacten, ja. Dan herken ik dingen en hoor je van anderen hoe machteloos je soms tegenover een kerkenraad staat als er problemen zijn. Kerkenraden zijn natuurlijk goedwillende vrijwilligers, maar niet in alles even professioneel. En het ambt van predikant heeft een publiek karakter; alles ligt meteen op straat. Over dat soort dingen praten we dan.’

Jij en je man zijn samen verdergegaan.
‘Ja, met goede therapie. Ik wilde alles weten, om het te kunnen begrijpen. Behalve de laatste jaren was ons huwelijk altijd goed geweest. Op die basis wilde ik graag verder. Bovendien hadden we allebei een opleiding als relatietherapeut gedaan.

Ik ben hem door die therapie ook gaan begrijpen – hoe en wat er gebeurd is. En ik zag in dat ik zelf ook negatiever naar hem was geworden, omdat hij contact begon te mijden. Wat hij me vertelde, klopte met mijn beeld van hem. Ik ging de oorzaken zien. Dat ik hem misschien niet altijd met evenveel respect benaderd heb. Dat mijn geplaag, wat ik graag doe, hem meer deed dan ik dacht. Toen we veertig jaar getrouwd waren, hebben we de huwelijksbelofte vernieuwd, met een nieuwe trouwring. Dat wilde hij graag.’

Iemand zei ooit in een preek: ‘Dat je een dubbelleven gaat leiden met alle leugen en bedrog, is erger dan het overspel zelf.’ Herken je dat?
‘Ja, dat is helemaal waar. In de tijd dat het speelde, was een artikel van Gerry Velema erg belangrijk voor mij. Zij schreef: “Wij zijn God vaak ontrouw en Hij verlaat ons toch niet. Als mijn man ontrouw is, hoef ik dat toch ook niet te zijn!” Overspel is een combinatie van op vleugels lopen door die verliefdheid en de angst voor de ontdekking. Het geeft dan rust als het uitkomt. Daarna moet je elkaar weer leren vertrouwen. Op momenten dat hij wat afwezig was, vroeg ik mezelf af of er misschien weer iets speelde.

Het hielp daarbij wel dat ik mezelf ook niet altijd vertrouw. Als je verliefd wordt op een ander, kun je dat het beste direct opbiechten. Dat helpt. Toen het allemaal speelde, durfde mijn man God nauwelijks onder ogen te komen. Nu gaat hij weer meer van God houden. De liefde en trouw van God hielpen ons erdoorheen. Dankzij Hem hebben we het samen beter dan ooit.’

Over de auteur
Arie Kok

Arie Kok is journalist en tekstschrijver.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief